12 redenen waarom globalisering een groot probleem is

Dit is een Nederlandse samenvatting van Twelve Reasons Why Globalization is a Huge Problem geschreven door Gail Tverberg

Globalisering wordt door economen en politici als iets goeds gezien. Een kans voor economische groei en om welvaart te brengen in onderontwikkelde gebieden. Maar ze verliezen daarbij de werkelijke fysieke wereld uit het oog: die wereld is begrensd. Grondstofvoorraden zijn eindig. Globalisering is hooguit een tijdelijk verschijnsel.

Economen hebben een klein blikveld als ze naar de gevolgen van globalisering kijken. Globalisering leidt tot concurrentie en dat heeft ook nadelige gevolgen.

Ik kan 12 redenen bedenken waarom globalisering niet de zegeningen brengt, die wij ervan verwachten.

1. Door globalisering stijgt het gebruik van eindige grondstofvoorraden
Als voorbeeld het steenkoolgebruik in China. Sinds China in december 2001 lid werd van de WTO (World Trade Organization) is het gebruik van steenkool sterk gestegen (grafiek hieronder)

Hierdoor stijgt het wereldwijde steenkoolgebruik ook scherp, geïllustreerd door de grafiek hieronder. In de grafiek zie je dat ook het steenkoolgebruik in India stijgt.

2. Door globalisering stijgt de mondiale CO2-uitstoot
Het stijgende gebruik van steenkool leidt ertoe dat de wereldwijde CO2-uitstoot toeneemt i.p.v. afneemt. De afgesproken reductie uit het Kyoto-protocol (1997) wordt zo onbereikbaar.

3. Door globalisering kunnen bestuurders in één land niet meer de wereldwijde gevolgen van hun beleid overzien
Door klimaatbeleid in één land (gebruik van biobrandstoffen) kan de CO2-uitstoot in een ander land juist stijgen.

4. Door globalisering stijgen de olieprijzen

(grafiek gebaseerd op gegevens uit BP’s 2012 Statistical Review of World Energy)

De grafiek vertoont twee scherpe pieken. In 1973 toen de binnenlandse olieproduktie in de VS begon te dalen en OPEC de prijzen sterk verhoogde.
De tweede piek begint na 2005, toen de mondiale olieproduktie niet verder kon groeien en de vraag wel sterk steeg als gevolg van globalisering.

(Mondiale olieproduktie volgens gegevns van EIA)

De stijgende vraag naar aardolie komt vooral uit de opkomende economieën, India en China. Door de globalisering verdienen steeds meer Chinezen voldoende om een auto te kunnen kopen en erin te rijden. In 2012 werden er in China voor het eerst meer auto’s verkocht dan in Europa.
Een bijkomend probleem is het opraken van de makkelijk winbare olie. Een steeds groter deel van de olie, die gewonnen wordt, is duur om te produceren. Als de olieprijs lager wordt, lijden de oliemaatschappijen verlies.

5. Globalisering verplaatst olieconsumptie naar onderontwikkelde gebieden
Het aanbod aan olie groeit niet en de vraag naar olie in opkomende economieën groeit snel. Hierdoor zal steeds minder olie zijn weg vinden naar het Westen en steeds meer olie terechtkomen in onderontwikkelde gebieden. Dit wordt bewerkstelligd door hoge olieprijzen. In het Westen zal de hoge olieprijs leiden tot bezuinigingen op consumptie en luxe-activititen. Gail Tverberg schreef daar al eerder over: ‘Oil supply limits and the continuing financial crisis‘.

(FSU staat voor Former Soviet Union, de voormalige Sovjet-Unie)

In onderontwikkelde landen wordt de dure olie veel efficiënter gebruikt, dan in het Westen. Niet omdat men daar zuiniger auto’s heeft, maar vooral omdat de arbeidsproduktiviteit daar veel hoger is. De dalende olieconsumptie in het Westen gaat gepaard met verlies van (weinig-produktieve) arbeidsplaatsen.

6. Door globalisering verdwijnen banen uit het Westen naar opkomende economieën
Globalisering zorgt voor concurrentie op de arbeidsmarkt. Werknemers in opkomende economieën nemen genoegen met eenvoudige arbeidsomstandigheden en lage salarissen. In het Westen zijn werknemers gewend aan hoge salarissen, reiskostenvergoedingen en luxueuze arbeidsomstandigheden. Het is begrijpelijk dat dit leidt tot verschuiving van arbeid van het Westen naar onderontwikkelde lage lonen landen.

7. Door globalisering investeren bedrijven meer in opkomende economieën en minder in het Westen
Bedrijven kunnen kiezen tussen investeren in een lagelonenland of in een land met hoge salarissen, strenge wetgeving en milieu-eisen. Het is geen verrassing als bedrijven vooral investeren in onderontwikkelde landen.
Sinds halverwege de jaren 80 dalen de investering van Amerikaanse bedrijven binnen de VS. Zelfs de zeer lage Amerikaanse rentestand in de laatste 5 jaar heeft deze trend niet kunnen keren.

8. Met de dollar als wereldreservemunt leidt globalisering tot enorme tekorten op de handelsbalans

(overzicht van de Amerikaanse handelsbalans – data: US Bureau of Economic Analysis)

Door de globalisering en de stijgende olieprijs loopt het Amerikaanse tekort op de handelsbalans na 2001 snel op.
Omdat de dollar de wereldreservemunt is, accepteert de rest van de wereld de enorme Amerikaanse tekorten. Het is vrij ingewikkeld om uit te leggen. Maar de rest van de wereld gebruikt het overschot op de betalingsbalans (in dollars) om de Amerikaanse staatsschuld te financieren (men koopt Amerikaanse staatsobligaties). Hierdoor kunnen de VS jarenlang boven hun stand leven zonder directe gevolgen.
Het mag duidelijk zijn dat het systeem van een wereldreservemunt niet ontworpen is voor een geglobaliseerde economie. Het systeem is erg lucratief voor de VS.
Erik Townsend schreef hier onlangs een artikel over getiteld Why Peak Oil Threatens the International Monetary System. Hij beschrijft hierin de mogelijkheid dat de hoge olieprijs een einde maakt aan het huidige International Monetary System (IMS).

Omdat de VS ongestraft boven hun stand kunnen leven, neigt de Amerikaanse overheid ernaar om het begrotingstekort te laten oplopen.

(in 1998 had de Amerikaanse regering nog een begrotingsoverschot)

De Amerikaanse politici besluiten jaar in, jaar uit om de overheidsschuld hoger te laten oplopen (schuldenplafond verhogen). Sinds 2008 springt de Amerikaanse centrale ban (FED) bij om het begrotingstekort te financieren, door de Quantitative Easing operaties. Als een extra partij (met onbeperkte reserves) op de markt kan de FED de prijs en rente van Amerikaanse staatsobligaties beïnvloeden. Zo blijft de rente laag en de immer oplopende staatsschuld betaalbaar voor de Amerikanen. Op de lange termijn is deze situatie onhoudbaar.

9. Door globalisering gaan bedrijven minder belasting betalen en burgers steeds meer
Bedrijven krijgen door globalisering de mogelijkheid zich te vestigen in landen met een laag belastingtarief. Voor burgers is dat veel lastiger. Als een land ervoor kiest om de belasting voor bedrijven sterk te verlagen, dan zal dat land de belasting voor individuele burgers moeten verhogen om het begrotingstekort binnen de perken te houden.
In de grafiek hieronder zie je dat bedrijven steeds minder aan de Amerikaanse overheid hoeven af te dragen. De bijdrage van individuele burgers nam de afgelopen decennia juist toe.

10. Globalisering initieert een ‘wedloop naar de bodem’ tussen verschillende valuta, waarbij een export-voordeel wordt verkregen door de valuta te devalueren
Door globalisering (marktwerking op mondiale schaal) gaan landen onderling concurreren. Men kan concurreren door bijvoorbeeld verlaging van de lonen (loonmatiging) of door versoepeling van de milieu-eisen. Of door de waarde van de munteenheid kunstmatig te verlagen. Dit laatste kan ook door meer geld te drukken en uit te geven (Quantitative Easing en andere ‘stimuleringsmaatregelen’).
Deze wedloop naar de bodem kan nooit goed aflopen: de prijs van voedsel en grondstoffen zal oplopen door inflatie en het extra geld kan leiden tot investeringszeepbellen in obligaties, grondstoffen of aandelen.

11. Globalisering leidt ertoe dat landen voor essentiële goederen volledig afhankelijk worden van import
Als goederen en grondstoffen elders goedkoper gemaakt of gewonnen kunnen worden, dan zal de binnenlandse produktie ervan afnemen en worden stopgezet. Een land kan zichzelf wijsmaken dat het zelf geen kleding of voedsel hoeft te produceren, omdat import uit het buitenland veel goedkoper is. Zo kan het land zich specialiseren in dienstverlening, bijvoorbeeld financiële dienstverlening. Zolang als de geglobaliseerde economie blijft draaien is er niets mis mee. Maar een sterk stijgende olieprijs en andere verstoringen van de wereldhandel kunnen grote gevolgen hebben.

12. Door globalisering worden landen afhankelijk van elkaar: als één land omvalt, heeft dat ernstige gevolgen voor veel andere landen
De geschiedenis kent veel voorbeelden van beschavingen, die begonnen in een klein land met een beperkte hoeveelheid grondstoffen. Geleidelijk groeide deze beschaving uit en werd te groot om te bestaan op die kleine hoeveelheid grondstoffen. Vroeger of later stort zo’n beschaving in.
De moderne wereld bevindt zich in een soortgelijke situatie. Alleen zijn veel landen erg afhankelijk van elkaar geworden.
In ‘2013: Beginning of Long-Term Recession‘ beschrijft Gail Tverberg dat de financiële scheefgroei in de VS gelijkenis vertoont met situaties, die eerder in de wereldgeschiedenis optraden. Tverberg verwijst daarin naar een algemeen analytisch model uit het boek Secular Cycles, geschreven door Peter Turchin en Sergey Nefedov.
(in ‘2013: Beginning of Long-Term Recession‘ wordt dat model goed uitgelegd)

De VS zijn door globalisering in een gevaarlijke afhankelijke situatie terechtgekomen. Japan en veel Europese landen zitten in vergelijkbare omstandigheden. Als er één land omvalt, heeft dat grote gevolgen voor andere landen (zie de eurocrisis).
Er zijn maar weinig landen in de wereld, die zich aan de globalisering hebben onttrokken. Misschien alleen de landen midden op het Afrikaanse continent zijn nog echt onafhankelijk van de ‘wereldeconomie’.

Het uitgebreide originele verhaal vind je op Our Finite World: het weblog van Gail Tverberg

About these ads

2 gedachten over “12 redenen waarom globalisering een groot probleem is

  1. Bert Pijnse van der Aa

    @ Hans.
    Waarom krijg je dan die adds op de site. IK heb zelf ook twee wordpress sites, maar ik wil geen ads.
    Het feit dat er minder benzine wordt verkocht is mi terug te voeren op de gedaalde economische aktiviteit. Immers, het aantal afgelegde km’s een afgeleide van de economische aktiviteit. Nietwaar ? verder bezuinigen veel mensen door minder uitstapjes te maken.
    Mocht de economie weer aantrekken stijgt ook het gebruik van olie(producten), waardoor de prijs explosief zal stijgen, zo is de verwachting. Precies zoals Gail Tverberg voorspelt.
    Lees net in de krant dat bij Australie een veld is ontdekt ter grootte van 300 miljoen vaten. Goed voor iets meer dan 3 dagen bij het huidige verbruik van 95 miljoen vaten per dag.

    1. Hans Verbeek

      Hai Bert, kennelijk heb ik niet gekozen voor de No Ads Upgrade, die WordPress aanbiedt.
      M.a.w. als ik een klein bedrag betaal, blijven de advertenties weg. (ik zal er eens over denken)

      Ontginnen van dat olieveld bij Australië kost waarschijnlijk tientallen miljoenen vaten olie. Netto zal er veel minder olie overblijven dan die 300 miljoen vaten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s