Categorie archief: Doem

Voorspellingen van rampen en ondergang

Peakoil in Italië: al in 2013 aan Kyoto doelstelling voldaan

Italië importeert het overgrote deel van de aardolie, die het land verbruikt. Aardolie is het afgelopen decennium veel duurder geworden en de rekening voor de Italiaanse aardolie-import liep flink op. Misschien is dat een reden waarom het aardolieverbruik van Italië sterk is gedaald.

Italieaardolie

In het jaar 2000 verbruikte de Italianen gezamenlijk 1,93 miljoen vaten per dag. Vorig jaar was dat nog maar 1,31 miljoen vaten: een daling van 32%.

Ook het aardgasverbruik van Italië daalt sterk. Van 79 miljard kuub in 2005 tot 64 miljard kuub in 2013. Dat betekent een afname van 19%.

Italieaardgas

Het Italiaans steenkoolverbruik is min of meer constant gebleven rond de 15 miljoen ton olie-equivalent. Maar doordat er veel minder aardgas en aardolie wordt verstookt, daalt de CO2-uitstoot van Italië snel.
In 2013 stootte Italië (volgens BP’s Statistical Review of World Energy 2014) 383 miljoen ton CO2 uit. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot in 1984.
De CO2-uitstoot van 2013 lag 12% onder de uitstoot van 1990. Daarmee voldoet Italië in 2013 al ruimschoots aan de norm van het Kyoto-protocol.

ItalieCO2

Gevolgen voor het energieverbruik
Het afnemend verbruik van fossiele brandstoffen leidt ertoe, dat de Italianen minder energie te besteden hebben. Het totale energieverbruik daalde de afgelopen jaren met 14,5% van 185 miljoen ton olie-equivalent in 2005 tot 158 miljoen ton olie-equivalent in 2013.

Italieenergie

Transitie naar duurzame elektriciteitsopwekking
Het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit groeit in Italië snel. Van minder dan 10% in 2009 naar meer dan 30% in 2013. Die snelle groei komt enerzijds doordat er steeds meer van wind- en zonne-energie wordt geprofiteerd. En anderzijds doordat de totale hoeveelheid opgewekte elektriciteit ieder jaar met een paar procent afneemt.

Schermafbeelding 2014-07-13 om 16.06.22

Ik verwacht dat de dalende trend in gebruik van fossiele brandstoffen zal doorzetten. Zodat ook de Italiaanse CO2-uitstoot verder zal dalen.
Het aandeel van duurzaam opgewekte energie zal blijven groeien en de totale hoeveelheid elektriciteit die in Italië wordt opgewekt zal voorlopig blijven krimpen.

Op het weblog van Ugo Bardi kun je lezen hoe de Italianen beginnen te wennen aan het opraken van olie en gas.

Peak-doorvoerland: het transport krimpt in Nederland

Nederland is van oudsher een doorvoerland voor veel goederen en grondstoffen. Gedurende de 20e eeuw, het aardolietijdperk, werd de Rotterdamse haven steeds belangrijker vanwege alles wat naar Duitsland en verder moest worden getransporteerd. Veel van dat transport gebeurt via de binnenvaart.

In Nederland wordt relatief veel brandstof gebruikt door de schepen in de zeehavens en de binnenvaart. Het brandstofgebruik door de scheepvaart is in Nederland zelfs groter dan het brandstofverbruik door het wegverkeer. Maar de laatste jaren daalt het brandstofverbruik van de scheepvaart.
In de grafiek hieronder staat het brandstofverbruik van de scheepvaart en het wegverkeer in Nederland over de periode 2010-2014.

Schermafbeelding 2014-06-27 om 15.38.06

Het brandstofverbruik van de scheepvaart daalde van ca. 150 PetaJoule in 2010 en 2011 naar minder dan 130 PetaJoule in de laatste twee kwartalen. Dat is een afname 13%.
In dezelfde periode daalde ook het brandstofverbruik van het wegverkeer met 8% van ca. 120 Petajoule naar ca. 110 PetaJoule.

De daling van het brandstofverbruik kan niet verklaard worden door een toename van vervoer via het spoor. Het brandstofverbruik van het railvervoer bleef de laatste jaren nagenoeg constant op ca. 2 PetaJoule.
De daling valt wel samen met een geleidelijke afname van de industriële produktie en de winkelverkopen in Europa. M.a.w er worden gewoon minder goederen en grondstoffen vanuit de Rotterdamse haven over Europa gedistibueerd.

Ik verwacht dat de wereldhandel, de Europese industriële produktie en het volume van de Europese detailhandelsverkopen, verder zullen dalen. Daarmee zal ook de rol van Nederland doorvoerland gaan veranderen.
Aanleg van nieuwe autowegen en goederenspoorlijnen is niet meer nodig. Veel transportbedrijven en binnenvaartschippers zullen failliet gaan. Veel Nederlanders zullen op een andere manier hun brood moeten gaan verdienen.

Brazilië nog altijd olie-importeur

De bevolking van Brazilië is ontevreden. Er wordt ontzettend veel geld uitgegeven aan het WK voetbal en andere prestige-projecten. En te weinig geld aan gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer.
De ontevredenheid is begrijpelijk. Er zijn hoge verwachtingen gewekt bij de Brazilianen. In de afgelopen 10 jaar zijn er grote oliereserves ontdekt voor de Braziliaanse kust. Het is moeilijk winbare olie, verstopt onder kilometers zoutafzetting. Er moeten miljarden geïnvesteerd worden, maar dan wordt Brazilië het Saoedi-Arabië van Zuid-Amerika.
De deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) verwachten dat Brazilië in 2020 elke dag 4,1 miljoen vaten olie zal produceren en in 2035 zelfs 6 miljoen vaten per dag.
Brazilië zal schathemelrijk worden van al die aardolie… toch?

Voorlopig nog niet.
De olieproduktie van Brazilië vertoont de laatste jaren een dalende trend.

Schermafbeelding 2014-06-12 om 21.26.21

Voorlopig kan de Braziliaanse regering nog geen oliemiljarden besteden aan onderwijs, openbaar vervoer en gezondheidszorg. Petrobras kan niet eens voldoende olie produceren om in de binnenlandse vraag te voorzien. Brazilië moet elke dag nog ruwe olie importeren.
In de grafiek hieronder zie je de Braziliaanse olie-import over de laatste 32 maanden.

Schermafbeelding 2014-06-12 om 19.34.51

De Braziliaanse regering moet juist een manier bedenken om die dure importolie te kunnen betalen. Ondertussen kampen de dure projecten om de Braziliaanse diepzee-olie te winnen met vertragingen, o.a. doordat politici teveel eisen aan de oliemaatschappijen.
Veel Brazilianen hebben hun spaargeld geïnvesteerd in de oliemaatschappij Pertrobras. De regering moet alle zeilen bijzetten om de de bevolking optimistisch te houden over de toekomst.

De rol van de olieprijs en van de centrale banken in de economie

De Noorse oliedeskundige Rune Likvern schreef de afgelopen jaren voor TheOildrum.com. Tegenwoordig schrijft hij op een eigen weblog Fractional Flow.
Afgelopen week schreef Likvern een artikel over de olieprijs en de acties van de centrale banken (de Federal Reserve, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan). Dat artikel vat ik hieronder kort samen.

In de tweede grafiek uit het artikel is te zien wat de vier grote centrale banken van de OECD de afgelopen jaren hebben gedaan om de wereldeconomie op gang te krijgen en houden.

fig-2-cbs-balance-sheets-and-interest-rates
In de zomer van 2007 begonnen de banken hun rentetarief te verlagen. Na het faillissement van Lehman Brothers (september 2008) werd de rente in korte tijd veel verder verlaagd tot ca. 1%. In de afgelopen 2 jaar is de rente nog verder verlaagd tot minder dan 1%.
De groene lijn laat zien dat het verlagen van de rente tot gevolg heeft dat de centrale banken meer geld uitlenen. Zodra de rente verlaagd wordt in 2007 begint het totaal aan activa dat de centrale bank op de balans heeft (leningen !!) snel op te lopen.
Het balanstotaal van de 4 grote centrale banken liep op van 3 biljoen dollar naar meer dan 10 biljoen dollar.

Als de centrale banken hun rentetarief verlagen zullen concurrerende particuliere banken ook hun rentetarieven verlagen: ze streven naar zoveel mogelijk klanten.
Tegelijkertijd zie je dat ook de rente op staatsleningen gaat dalen en dat betekent dat pensioenfondsen en andere beleggers en lager rendement behalen dan ze gewend waren.

Al het extra kapitaal (7 biljoen dollar) dat centrale banken tegen lage rente hebben uitgeleend aan regeringen en particuliere banken sijpelt als krediet de samenleving in. De miljarden dollars, die de centrale banken uitlenen houden de prijs van aardolie relatief hoog.

Regeringen lenen geld om niet te hoeven bezuinigen en de belasting niet te hoeven verhogen. Zolang regeringen met een begrotingstekort werken, loopt de staatsschuld verder op, maar blijft de koopkracht en consumptie van de inwoners redelijk op peil. Doordat de consumptie op peil blijft, daalt de vraag naar olie niet en blijft de olieprijs relatief hoog. Als regeringen de tering naar de nering zetten (en de begroting sluitend maken) dan daalt de koopkracht, krimpt de economie. Daardoor daalt ook de vraag naar aardolie en wordt de olieprijs lager… net zoals in 2009.

Banken lenen het kapitaal van de centrale banken ook uit om investeringen mogelijk te maken. Er worden grote infrastructuur- en duurzaamheidsprojecten gestart om de werkeloosheid tegen te gaan. Hierdoor blijft de vraag naar aardolie vrij hoog.
Daarnaast kunnen oliemaatschappijen door het extra kapitaal ook moeilijk winbare olie- en gasvoorraden gaan exploiteren, die pas nu bij een hoge olie- en gasprijs rendabel zijn. De uitgaven van oliemaatschappijen voor exploratie en ontwikkeling zijn sinds 2006 (toen de centrale banken begonnen om extra geld in de economie te pompen) sterk gestegen.
Deze toestroom van centrale-banken-kapitaal naar de olie- en gaswinning wordt ook wel de koolstof-zeepbel (Carbon Bubble) genoemd.
Het aanbod van olie en aardgas is door deze ontwikkeling de laatste jaren licht blijven stijgen, waar de meeste deskundigen al een daling hadden verwacht. Je kunt ook zeggen dat de centrale banken door extra kapitaal uit te lenen, peakoil hebben uitgesteld.

Kort samengevat: de gezamenlijke centrale banken van de OECD hebben de afgelopen 7 jaar erg veel kapitaal uitgeleend in de wereldeconomie tegen historisch lage rente. En al dat extra kapitaal heeft de vraag naar aardolie en daarmee de prijs van aardolie hoog gehouden.
Dat is te zien in de ietwat rommelige grafiek van Rune Likvern hieronder.

fig-1-oil-price-cbs-balance-sheets-and-oil-price

De rode lijn is de prijs voor één vat Brent-olie. In 2006 als de centrale banken de rente verlagen, begint de olieprijs snel op te lopen.
In de zomer van 2008 stokt de renteverlaging door de centrale banken een paar maanden. De hoeveelheid uitgeleend kapitaal (de groene lijn) wordt vlak en begint zelfs te dalen. Dit is het begin van de kredietcrisis. Tegelijkertijd begint ook de olieprijs te dalen.

Na de wereldwijde kredietcrisis in 2008 leidt een verdere verlaging van de rente tot een nieuwe stijging van de olieprijs in de periode 2009-2010.
In de laatste 2 jaar dreigt de olieprijs te gaan dalen, maar dit wordt voorkomen doordat de rente nog iets verder zakt.

Rune Likvern legt in zijn artikel uit dat economen en deskundigen een daling van de olieprijs verwachten. Oliemaatschappijen beginnen ook rekening te houden met een prijsdaling en schroeven daarom hun investeringen terug: ze schrappen dure en moeilijke projecten.
Dit heeft tot gevolg dat de produktie van olie en gas in de toekomst zal gaan afnemen. Peakoil is uitgesteld door enorm veel nieuw centrale-bank-kapitaal. Maar het is niet van de agenda verdwenen.

Of zoals Rune Likvern schrijft: geen enkele centrale bank kan aardolie printen.

Lees eerst het artikel Global Credit Growth, Interest rate and oilprice – are they related? op Rune Likverns weblog Fractional Flow.
En daarna: Central banks’ balance sheets, interest rates and the oil price.

Ook Gail Tverberg schrijft regelmatig over de gevolgen van krediet en rentetarieven op de olieprijs en de economie.

Voorproefje: dalende aardgasproduktie leidt tot economische krimp

De Nederlandse aardgasproduktie zal de komende decennia verder dalen. Dat leidt ertoe dat Nederland minder aardgasinkomsten krijgt uit het buitenland. In het eerste kwartaal van 2014 kromp het Nederlandse Bruto Binnenlands Produkt met 1,4% t.o.v. het laatste kwartaal van 2013. Die krimp van het BBP komt hoofdzakelijk doordat er minder aardgas geproduceerd werd.

Deze “onverwachte” economische krimp is een voorproefje van wat Nederland de komende decennia staat te wachten. Deskundigen waarschuwen hier al langer voor, maar die waarschuwingen worden door politici van links tot rechts genegeerd. Men doet net alsof het aardgas nooit op zal raken.

Netherlands_production

Groot-Brittannië kampt al een decennium met dalende inkomsten uit olie- en gaswinning. Het laatste jaar dat Groot-Brittannië nog inkomsten uit de export van olie en gas kende was 2004. In de jaren daarna werd Het Verenigd Koninkrijk een netto-importeur van aardolie en aardgas met alle gevolgen vandien voor de handelsbalans en economische groei.

In het plaatje hieronder is de geschiedenis van Britse olieproduktie weergegeven.
In de jaren dat Groot-Brittannië meer olie produceerde dan het zelf verbruikte (1981-2004) was er spraken van netto-export. Dit is aangegeven met de groene balkjes.

Schermafbeelding 2014-05-15 om 22.41.34

Sinds 2005 is Groot-Brittannië een netto-importeur van aardolie. En vanaf 2005 is de waarde van de totale import flink opgelopen, zoals blijkt uit de grafiek hieronder.

Schermafbeelding 2014-05-16 om 16.52.36

Het wegvallen van de aardolie-inkomsten zorgde voor een trendbreuk in de groei van het BNP. In de grafiek hieronder is goed te zien dat het Britse BBP (voor inflatie gecorrigeerd) tot 2006 gestaag groeide van 200 miljard pond in 1986 naar 370 miljard pond in 2006.

Schermafbeelding 2014-05-16 om 17.00.00

Sinds 2006 is het Britse Bruto Binnenlands Produkt eigenlijk niet meer gestegen.

Als de Nederlandse aardgasbaten opdrogen
Vanaf 2021 of 2022 zal de Nederlandse aardgasproduktie zo klein worden dat het binnenlands gebruik niet meer geheel gedekt kan worden. Nederland zal dan geen aardgas meer exporteren, maar juist aardgas gaan importeren. In plaats van aardgasbaten, krijgt de Nederlandse overheid dan juist te maken met aardgaslasten. Het BNP zal dan niet verder kunnen groeien, maar juist gaan krimpen. Tenzij Nederland op een andere manier geld gaat verdienen en wel evenveel geld als we nu met onze aardgasexport verdienen.
Als de Nederlandse overheid geen andere nieuwe inkomsten kan genereren om de aardgasbaten te vervangen: dan zal er flink bezuinigd moeten worden op allerlei overheidsuitgaven.

Kijken we nog verder in de toekomst, dan zal de gasproduktie nog verder afnemen, zodat Nederland steeds meer gas zal moeten importeren tegen marktprijzen. Dit zal op den duur leiden tot een negatieve handelsbalans. Tenzij Nederland het binnenlands aardgasverbruik sterk weet terug te dringen. Dat kan door woningisolatie, overstappen op alternatieve brandstof en besparing. Door de gasprijzen flink te verhogen (zoals nu in Oekraïne gebeurt) kan de overheid particulieren aansporen tot isolatie en besparing.

Wij Nederlanders moeten eerst afkicken van de aardgasbaten. Dus op een andere manier ons geld gaan verdienen of met lede ogen toezien hoe allerlei overheidsvoorzieningen en subsidies worden wegbezuinigd.

Daarna moeten we afkicken van het comfort dat het aardgas ons bracht. Koop een houtkachel als je de gasrekening niet meer kunt betalen. Of trek een dikke trui aan en kruip een uurtje eerder onder de wol.

Peakoil: piek-aanbod = piek-vraag

Dit is een wat technisch verhaal over peakoil. Bedoeld om een paar misverstanden over peakoil uit de wereld te helpen.

Piek-aanbod of piek-vraag
Sommige mensen menen dat peakoil alleen maar gaat over de olieproduktie , ofwel het aanbod van olie. Dat is een misverstand.
Alle olie die geproduceerd wordt, wordt verbruikt. De voorraden, die bedrijven en landen hebben aangelegd worden niet elk jaar groter. Dus alle olie die uit de aardkorst gewonnen wordt, gaat op.
Dat betekent dat de vraag naar olie precies gelijk is aan het aanbod.
Als er tijdelijk minder vraag is, dan zal de prijs ietsje zakken. Door die lagere prijs stijgt de vraag weer iets (meer mensen kunnen die iets lagere prijs betalen). En zo wordt toch alle geproduceerde olie verkocht en opgestookt.
Als het aanbod wat minder wordt, stijgt de prijs een beetje en wordt de aangeboden olie voor sommige klanten net te duur.
Vraag en aanbod zijn precies gelijk. Dus peakoil betekent maximale produktie en tegelijkertijd maximaal verbruik van olie.

Steeds meer moeilijk winbare olie
Volgens de statistieken van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en de Energy Information Agency (EIA) stijgt de mondiale olieproduktie nog altijd.
Dat is ook in de onderstaande grafiek te zien.

Schermafbeelding 2014-05-10 om 09.49.05

Maar een steeds groter deel van die olie wordt (in Noord-Amerika) gewonnen uit teerzand en schalie. Dat kost meer moeite.
Steeds minder olie wordt op land gewonnen en steeds meer olie wordt gewonnen uit de zeebodem. En de oliewinning verschuift naar steeds diepere wateren. Ook dat kost steeds meer moeite en energie.
De olie, die wij in Europa gebruiken komt ook van steeds verder weg. We gebruiken minder olie uit de Noordzee en steeds meer olie uit Afrika, Siberië en de poolsteken. Het transport van de oliebron naar de oliegebruiker kost ook steeds meer moeite en energie.

Steeds meer olie van mindere kwaliteit
De hoeveelheid vloeibare brandstof, die wereldwijd wordt geproduceerd, stijgt ook nog altijd. De laatste jaren stijgt vooral de produktie van ‘nieuwe’ vloeibare brandstoffen, zoals Natural Gas Liquids (NGL) en biobrandstof.
In de grafiek hieronder (van Euan Mearns) zie je de hoeveelheid vloeibare brandstof stijgen van 70 miljoen vaten in 1995 tot 90 miljoen vaten in 2013. Maar je ziet ook dat er vooral exotische nieuwe brandstoffen zijn bijgekomen.

Schermafbeelding 2014-05-10 om 10.57.25

In een tweede grafiek heeft Eaun Mearns de groei van die exotische onconventionele brandstoffen weergegeven. Totaal haalt de wereld dagelijks inmiddels 16 miljoen vaten vloeibare brandstof uit andere bronnen dan ruwe aardolie.

Schermafbeelding 2014-05-10 om 11.04.21

Over het algemeen kun je stellen dat deze nieuwe brandstoffen minder energie bevatten dan ruwe olie.
Eén liter biobrandstof ethanol levert bij verbranding 24 MegeJoule (MJ) aan energie.
Eén liter LPG (mengsel van NGL’s propaan en butaan) levert 26 MJ.
Maar één liter ouderwetse benzine levert 34 MJ.
Eén liter kerosine (vliegtuigbrandstof) 35 MJ. en één liter diesel levert zelfs 38 MJ.

Eén vat ethanol (biobrandstof) is dus eigenlijk maar 0,71 vat benzine of maar 0,63 vat diesel.

Onomkeerbare ontwikkeling
Als peakoil eenmaal is bereikt en de olieproduktie begint te dalen, dan is die daling meestal onomkeerbaar. De olieproduktie in Mexico piekte in 2004 en in de toekomst zal Mexico nooit meer boven die piekproduktie uitkomen.
Zo zal dat ook gaan met de mondiale olieproduktie. Er komt een moment dat de mondiale olieproduktie zal gaan afnemen.
Het precieze tijdstip van de mondiale piek is nog niet bekend en ook niet zo belangrijk. Maar het staat vast dat de wereldbevolking na die piek ieder jaar minder aardolie te verdelen heeft. We kunnen zuiniger voertuigen ontwerpen en stoppen met verspilling. Uiteindelijk zal de hoeveelheid olie afnemen tot 0 vaten per dag en dat is dan het eind van het aardolie-tijdperk.