Categorie archief: overig

Klimaatverandering en de opwarming van de Noordzee

Door de zachte winter is het water van de Noordzee, ten noorden en westen van Nederland warmer dan normaal. De gemiddelde temperatuur van het zeeoppervlak was in maart ongeveer 1,8°C boven het langjarig gemiddelde voor maart.
Ik heb de maandelijkse afwijking t.o.v. het langjarig gemiddelde voor het gebied van 1 tot 8°OL en van 53,5 tot 58°NB hieronder uitgezet in een grafiek. De waarden van de afgelopen 20 jaar (1994-2014) heb ik gehaald uit de Reynolds OI v2-dataset. Die datareeks kun je zelf ook raadplegen via de servers van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA).

Schermafbeelding 2014-04-17 om 22.42.33

In de periode 2000 – 2008 was de Noordzee vrijwel onafgebroken warmer dan normaal.
Maar de laatste 4 jaar zien we ook weer maanden waarin het zeeoppervlak kouder is dan normaal.
De rode lijn geeft de trend over de afgelopen 20 jaar weer. De trend wijst op een opwarming met ongeveer 0,1°C per decennium. Als deze trend doorzet zal de temperatuur van het Noordzeewater in de toekomst nog maar zelden onder het langjarig gemiddelde komen.
Omdat de temperatuur van de Noordzee grote invloed heeft op de gemiddelde luchttemperatuur, zal een opwarmende Noordzee tot gevolg hebben dat het in Nederland gemiddeld steeds warmer zal worden.

Maar misschien is de trend over een periode van 20 jaar niet de beste graadmeter om vast te stellen of er sprake is van opwarming.
In de grafiek hieronder heb ik het voortschrijdend gemiddelde over 36 maanden (3 jaar) voor de Reynolds OI v2-data uitgezet. Dat geeft een ander beeld.

Schermafbeelding 2014-04-17 om 22.48.25

De warme periode van 2000 – 2008 is opnieuw duidelijk zichtbaar. Maar na 2009 is het Noordzeewater gemiddeld genomen minder warm (of koeler) dan in de eerste 8 jaar van deze eeuw.
In het laatste jaar lijkt de gemiddelde temperatuur van het Noordzeewater weer wat op te lopen.

Het volk dat zelf wolken maakte

In het land Problematique, hier niet ver vandaan, ontdekten de mensen bij toeval dat hun vliegmachines wolkensporen achterlieten in de lucht. Die witte strepen tegen de felblauwe hemel zagen als een symbool van hun vernuftigheid. Geen enkel ander schepsel op aarde kon wolken maken…. alleen de inwoners van Problematique kregen dat voor elkaar. Zij vormden werkelijk de kroon op Gods schepping.

Steeds meer vliegmachines stegen op om steeds mooiere wolkenpatronen in de lucht te tekenen. Totdat de Problematicanen merkten dat de wolken zonlicht tegenhielden.
In de zomermaanden werd de zon soms dagenlang verduisterd door de kunstmatige wolken.

imageedit_3_5853750199
Meer en meer Problematicanen verlangden terug naar een strakblauwe wolkenloze hemel.
Ze lazen over verre oorden, waar de zon ongehinderd in een felblauwe hemel stond te stralen. Dat wilden zij ook: urenlang de warme zonnestralen op je huid voelen branden.

Ze bouwden nog meer vliegmachines en vlogen daarmee naar een land waar de zon niet schuil ging achter de zelfgemaakte wolken…. nog niet.

 

De samenhang tussen klimaatverandering en het opraken van fossiele brandstof

Op haar weblog Our Finite World laat Gail Tverberg haar licht schijnen op de relatie tussen de klimaatverandering door de menselijke CO2-uitstoot en het opraken van makkelijk winbare aardolie.
Tverberg vergelijkt de CO2-emissie-scenario’s uit het nieuwste IPCC-rapport met haar eigen verwachting van de menselijke CO2-uitstoot.
Hieronder eerst de 4 IPCC-scenario’s voor de menselijke CO2-uitstoot: RCP2.6, RCP4.5, RCP6.0 en RCP8,5.

ipcc-anthropogenic-carbon-emissions

Ook in haar allernieuwste rapport veronderstelt het IPCC nog altijd dat de menselijke CO2-uitstoot tot 2040 zal blijven stijgen; alleen in het RCP2.6-scenario zal de CO2-uitstoot voor 2025 gaan dalen.

Gail Tverberg denkt dat het opraken van makkelijk winbare aardolie grote economische problemen zal veroorzaken. Zij denkt daarbij aan:
- een kredietcrisis zoals in 2008
- snel oplopende rente (een neveneffect van de kredietcrisis)
- krimp van de wereldhandel: het einde van de globalisering
- storingen in het elektriciteitsnet

Deze problemen leiden tot economische krimp.
Door die economische krimp zal de menselijke CO2-uitstoot al voor 2020 gaan dalen.
Hieronder de schatting die Gail Tverberg maakte voor de mondiale energieproduktie.

tverberg-estimate-of-future-energy-production

Volgens Tverberg zal de mondiale energieproduktie en daarmee de mondiale CO2 tussen 2014 en 2017 een maximum bereiken en daarna zo snel dalen dat de energieproduktie en de CO2-uitstoot in 2020 terug zullen zijn op het nivo van 1990.
De visie van het IPCC, stijgende CO2-uitstoot tot 2040, staat lijnrecht tegenover de visie van Gail Tverberg.

Het IPCC denkt niet dat het opraken van makkelijk winbare aardolie ernstige economische consequenties zal hebben.
Veel Nederlandse politici en journalisten lezen wel de IPCC-rapporten en slikken de rooskleurige, economische toekomstvoorspellingen voor zoete koek. De toekomstvoorspellingen van het integere IPCC zijn immers boven alle twijfel verheven. Als het IPCC zegt dat de fossiele brandstoffen nog lang niet op zijn, dan zal dat wel zo zijn. Daarom maken politici en journalisten zich veel zorgen om het klimaat en kennen ze nauwelijks zorgen om de economische gevolgen van het opraken van makkelijk winbare fossiele brandstoffen.

Het zou goed zijn als journalisten en politici ook eens hun licht opstaken bij andere gezaghebbende, betrouwbare bronnen.
Aanbevolen leesvoer:
Oil Limits and Climate Change – How They Fit Together door Gail Tverberg

Nederland wil Rusland een lesje leren, Duitsland wil Russisch gas

De Nederlandse regering heeft besloten om de handelsreis naar Rusland, die in mei zou plaatsvinden, uit te stellen vanwege de ontwikkelingen in Oekraïne. Door dit politieke gebaar loopt Nederland het risico om de handel tussen Nederland en Rusland te schaden.
Nederland is een van de belangrijkste handelspartners van Rusland in Europa.

In 2012 bedroeg de netto-handelsbalans tussen Nederland en Rusland 21 miljard euro: dat wil zeggen Nederland importeerde veel meer uit Rusland dan andersom.

_73423310_russia_eu_states_trade_balance_464gr

Aangezien driekwart van de Russische export bestaat uit fossiele brandstoffen (olie en gas), kunnen we concluderen dat Nederland vooral olie en aardgas importeert uit Rusland.
Als Nederland echt politieke druk wil uitoefenen op Rusland, dan kunnen Nederlandse bedrijven minder olie en gas invoeren uit Rusland en andere leveranciers moeten zoeken.
Voorlopig is daar geen zicht op en blijft de Nederlandse druk beperkt tot het uitstellen van een handelsmissie.

Duitsland is de belangrijkste importeur van aardolie en aardgas uit Rusland. Maar de Duitse regering stelt zich heel anders op.
Ondanks de zachte winter koopt Duitsland dit jaar 15% meer Russisch aardgas van Gazprom dan vorig jaar. De totale export van Russisch aardgas naar Europa komt daardoor op 43 miljard kuub.
De Britse import van Russisch aardgas steeg t.o.v. vorig jaar met 30% naar 4,4 miljard kuub, maar dat terzijde.
Het Russisch aardgas zal in de toekomst buiten Oekraïne om stromen via de Nordstream- en Southstream-pijpleidingen. Duitsland kiest ervoor om steeds afhankelijker van Rusland te worden en daarom zal Duitsland ook niet zo gauw met een opgeheven vingertje Rusland de les lezen over mensenrechten of politieke inmenging in Oekraïne.

Blogger Jack Douglas constateert op LewRockwell.com dat Duitsland zich langzamerhand afkeert van de VS en betere relaties wil aanknopen met Rusland en andere handelspartners in Eurazië (China, India, Iran). De NAVO wordt minder interessant voor Duitsland, de Duitsers kijken steeds meer naar het Oosten.

Ondertussen kijkt de Russische regering ook naar het oosten, naar China. In mei zal er tussen Rusland en China een contract ondertekend worden over de export van Siberisch aardgas naar China. Hiervoor moet er eerst nog wel een pijpleiding worden aangelegd van bijna 3000 kilometer: de Altai-pijpleiding.

Op het kaartje hieronder zie je dat de Altai-pijpleiding zal lopen van de gasvelden in Yamal naar de Chinese grens tussen Mongolië en Kazachstan.

map_altai_eng

Op het kaartje zijn de bestaande pijpleidingen die nu het gas naar Europa vervoeren getekend als dunne lijntjes naar de linkerkant (naar het westen). De Altai-pijpleiding is veel dikker getekend alsof daar veel meer gas door zal gaan stromen. Laten we hopen dat de Russen de Europeanen ook nog wat aardgas gunnen.

Duurzaamheid in de praktijk: wat kun je zelf doen?

Wat betekent duurzaam nu eigenlijk?
Volgens mij is duurzaam iets dat eeuwenlang kan worden volgehouden zonder dat de kwaliteit achteruitgaat.
Onder duurzaam leven versta ik het leven dat onze voorouders leiden in de tijd dat er nog geen elektriciteit was. In die tijd gebruikte men geen fossiele brandstof. Nou misschien een heel klein beetje steenkool. Maar hoofdzakelijk gebruikte men hout en turf voor verwarming.
Ik probeer mijn leven zo in te richten dat ik in de buurt kom van de leefwijze van de Nederlanders uit het begin van de 19e eeuw.

Transport
Ik heb geen auto en heb me voorgenomen om nooit meer te vliegen. Ik verplaats mezelf het liefst lopend en op de fiets. Mijn leven speelt zich hoofdzakelijk af in en rond Delft. Ik kan gelukkig lopend naar mijn werk.
Ik ga wel eens met de trein, maar dat probeer ik te verminderen.

Verwarming
Het is niet duurzaam om alle kamers van je huis te verwarmen. Dat deden de mensen vroeger ook niet. Meestal werd er maar één kamer verwarmd en alle bewoners verzamelden zich in die kamer. Bij mij thuis wordt alleen de huiskamer verwarmd.
Als je gewend bent aan een kamertemperatuur van 21 graden, dan vind je 18 graden fris. Als je in een paar weken went aan een temperatuur van 17 graden, dan kun je veel besparen om je aardgasverbruik (en CO2-uitstoot).
Warm water is een luxe, die voor ons heel gewoon is. Nederlanders zijn steeds langer en vaker gaan douchen sinds er in Groningen aardgas werd gevonden. Als het aardgas op is, zullen we minder vaak douchen en korter. Ik ben daar alvast mee begonnen. En ik voel me daar heel goed bij. Douchen met koud water heeft ook positieve gevolgen voor je gezondheid.

Voeding
Aan het begin van de 20e eeuw kochten en aten de Nederlanders hoofdzakelijk voedsel, dat in Nederland geproduceerd was. En men at vooral voedsel van het seizoen.
Door de overvloed aan fossiele brandstoffen zijn we gewend geraakt om voedsel van over de hele wereld te eten: tonijn, mango’s, ananas, bananen enz. Dat voedingspatroon kunnen we niet volhouden als de fossiele brandstoffen opraken.
Je kunt nu alvast je voedingspatroon aanpassen door geen voedsel te eten van buiten Europa. Dat betekent geen sinasappels en bananen meer; dat lukt mij prima. Maar ik moet bekennen dat ik nog wel koffie en thee drink en chocolade eet.
Ik probeer mijn leven ook te verduurzamen door minder vlees te eten.
En door op bescheiden wijze een klein beetje voedsel zelf te verbouwen.

In mijn tuintje staan een paar kleine appelboompjes.
En in wat kleine kasjes heb ik basilicum, koriander en rucola gezaaid.
In de loop van het voorjaar komen daar nog trostomaatjes, paprika’s en misschien ook wel bospeen bij.

Het is niet veel, maar het maakt je wel bewust van de waarde van voedsel en van de overvloed waar deze generatie van kan profiteren.

Peak-koopkracht: in Nederland stijgen arbeidskosten; in Griekenland dalen ze

Na de financiële crisis van 2008 zijn de arbeidskosten in Nederland gestegen.
In 2008 kostte de gemiddelde Nederlandse werknemer 29,8 euro per uur.
In 2013 was dat opgelopen tot 33,2 euro per uur, een stijging van 11,7% in 5 jaar, aldus een rapport van Eurostat dat afgelopen week werd gepubliceerd.

In Griekenland zijn de arbeidskosten sinds 2008 juist gedaald.
Van 16,7 euro per uur in 2008 naar 13,6 euro per uur in 2013. Da’s een daling van 18,6%.

loonkostenNLGR

Economen zeggen over deze ontwikkeling dat de Griekse economie nu beter kan concurreren met de Nederlandse: de arbeidskosten zijn lager en Griekenland is nu aantrekkelijker als vestigingsplaats voor bedrijven… toch.
Volgens deze redenatie is Bulgarije het aantrekkelijkste lagelonenland in Europa: de arbeidskosten bedragen daar slechts 3,7 euro per werknemer per uur.

Als de arbeidskosten in een land erg laag zijn, dan betekent dat automatisch dat de lonen en de koopkracht in dat land ook laag zijn. Dat is de keerzijde van de medaille.
In een lagelonenland is het aantrekkelijk om iets te produceren, maar het is een slechte afzetmarkt voor die produkten.

In Kroatië, Portugal, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk zijn de arbeidskosten (en dus de koopkracht) ook gedaald in de afgelopen 5 jaar, maar niet zo sterk als in Griekenland.
In Kroatië, Griekenland en Portugal zien we overigens ook een negatieve inflatie, ofwel deflatie. De koopkracht van de bevolking in die landen daalt en tegelijkertijd dalen ook de prijzen in die landen.