Point of no return: verslaafd aan biobrandstof

4 april 2012

Het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft meldde gisteren dat het gebruik van biobrandstoffen op basis van duurzaamheidscriteria slechter is dan het gebruik van fossiele brandstof. Ondanks de nadelige gevolgen voor het klimaat en de natuur wil staatssecretaris Joop Atsma de hoeveelheid biobrandstof, die wordt bijgemengd, de komende jaren sneller verhogen naar 10%.
Atsma stelde eerder al voor om het statiegeld op frisdrankflessen af te schaffen en om te bestuderen of er een tulpvormig eiland kan worden gebouwd voor de Nederlandse kust.
Zijn biobrandstofbeleid is al net zo dom.

Het gebruik van biobrandstof nadert het point of no return, of is er misschien al voorbij. Laten we eens een rekensommetje maken.

Kunnen we biobrandstof weer vervangen door aardolie?
Bij de produktie van biodiesel wordt plantaardige olie gebruikt. Deze olie bevat meer energie dan ouderwetse aardolie. Een ton plantaardige olie komt qua energie overeen met 1,2 ton aardolie.
In 2012 bestaat de diesel, die in Nederland verkocht wordt voor 4,25% uit biobrandstof. Om die 4,25% biodiesel te vervangen door fossiele brandstof, zal de import van aardolie met 5,1% moeten stijgen.
Als heel Europa stopt met het bijmengen van biobrandstof, dan zal de olie-import met 5% moeten stijgen. En niemand weet waar die extra olie dan vandaan zou moeten komen. Het lijkt slimmer om maar gewoon biobrandstof te blijven gebruiken.

Sinds 2005 is de aardolieproduktie min of meer gelijk gebleven

Prijsverschil met aardolie wordt kleiner
Er is nog een reden waarom we niet meer zonder biobrandstof kunnen. Plantaardige olie wordt in vergelijking met aardolie steeds goedkoper.
Een jaar geleden was een ton koolzaadolie 2,1 keer zo duur als een vergelijkbare hoeveelheid aardolie (6 vaten). In februari 2012 is dat prijsverschil al behoorlijk teruggelopen. Een ton koolzaadolie is nog maar 1,8 keer zo duur als 6 vaten aardolie.

prijsverhouding tussen koolzaadolie en aardolie
(mrt 2011 - feb 2012)

De hoeveelheid aardolie, die de olieproducerende landen exporteren neemt af. En de hoeveelheid plantaardige olie, die geproduceerd wordt zal de komende jaren juist toenemen. Het prijsverschil tussen aardolie en biobrandstof zal verder afnemen.

We kunnen nog wel zonder biobrandstof, maar dan moeten we flink minder brandstof (-5%) gebruiken oftewel: de economie met 5% laten krimpen.
Maar eigenlijk willen we niet meer zonder biobrandstoffen: op de lange termijn zullen ze goedkoper zijn dan fossiele brandstoffen. En we willen het krimpen van de economie zo lang mogelijk uitstellen.


Meer biobrandstof in Nederlandse benzinetanks nu fossiele brandstof opraakt

19 maart 2012

Op aandringen van regeringspartij VVD heeft staatssecretaris Joop Atsma (die van het tulpvormig eiland) besloten ernaar te streven om in 2016 al 10% biobrandstof bij te mengen in alle benzine en diesel (PDF), die in Nederland wordt gebruikt. Nederland verhoogt het percentage biobrandstof daarmee sneller dan de rest van Europa (PDF).

De VVD treedt in deze kwestie op als belangenbehartiger van de nieuw opgerichte Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen (NVDB). In deze vereniging zitten biobrandstofproducenten Abengoa Bioenergy Netherlands, BioMCN, Biopetrol, BTG Biomass Technology Group, DSM, Neste Oil, Sabic en Sunoil Biodiesel. Voorzitter van de vereniging is directeur Rob Voncken van BioMCN.
Veel van deze bedrijven produceren nu voornamelijk biobrandstoffen van de eerste generatie (biobrandstoffen uit voedingsgewassen) en lonken naar overheidssubsidie.

In de toekomst zullen deze bedrijven ongetwijfeld meer biobrandstof van de tweede generatie willen produceren. Maar ook deze categorie biobrandstof zorgt voor verhoging van voedselprijzen. Afval van voedingsgewassen wordt nu nog verwerkt tot veevoer of compost. Door het afval te gebruiken als brandstof stijgt de prijs van veevoer en daarmee de prijzen voor andere voedingsgewassen. En het verdwijnen van plantaardig afval uit landbouw leidt op den duur tot verschraling en toenemend kunstmestgebruik. De prijs van kunstmest zal ook gaan stijgen.

Dierlijk vet wordt ook gerekend tot de tweede generatie biobrandstof. Voor de produktie van dierlijk vet (kip, varken enz.) is veevoer nodig en de produktie van veevoer concurreert ook met de produktie van voedsel voor mensen.
Ook het stijgend verbruik van dierlijke vetten en afgewerkt frituurvet heeft gevolgen voor de voedselprijzen in de rest van de wereld.

Het valt te verwachten dat de toename van het biobrandstof-verbruik ertoe leidt dat Westerse bedrijven nog meer landbouwgrond zullen gaan pachten of kopen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
Om in Nederland meer biobrandstof te kunnen maken zal er meer plantaardig materiaal vanuit de tropen naar Nederland moeten komen. Wij zullen steeds meer zonne-energie, vastgelegd door planten, uit de tropen naar Nederland gaan halen nu de fossiele energie opraakt.

De Nederlandse overheid rechtvaardigt het gebruik van biobrandstoffen nog altijd met een veronderstelde afname van de CO2-uitstoot. Tegelijkertijd verhoogt de regering de maximumsnelheid op een groot deel van de Nederlandse autowegen.


Produktie biomassa groeit sterk

1 maart 2012

In de komende maanden zal de produktie van biomassa sterk groeien. De zon blijft elke dag een paar minuutjes langer boven de horizon. De zon komt ook steeds hoger aan de horizon. En de levende natuur zal (zoals ieder jaar) haar uiterste best doen om zoveel mogelijk zonne-energie op te vangen en om te zetten in biomassa.

De natuur maakt in het zomerhalfjaar op het Noordelijk Halfrond zoveel biomassa dat de CO2-concentratie meetbaar daalt.
In de metingen van het Mauna Loa – observatorium is die seizoensinvloed duidelijk zichtbaar.

We gebruiken steeds meer biomassa en biobrandstof om onze luxe levensstijl vol te kunnen houden. Maar we schijnen niet te beseffen dat de levende natuur alleen in de periode maart – november biomassa produceert. Van begin november tot eind februari ligt de produktie stil. Er zijn ook grenzen aan de groei van ons biobrandstof-gebruik.


Walvisvet als biobrandstof

12 februari 2012

Afgelopen week spoelde een potvis aan op het strand van Knokke Heijst. De autoriteiten besloten het karkas in stukken te zagen en het vet als brandstof aan te bieden aan de biobrandstofcentrale Electrawinds. Verbranding van het walvisvet levert naar schatting 50.000 KWh aan elektrische energie op.

De potvis heeft zich zijn leven lang gevoed met het voedsel dat de oceaan hem bood. En alle energie in dat voedsel is afkomstig van zonlicht dat in het oceaanwater doordrong. De energie uit de vetlaag van de aangespoelde potvis is zonne-energie, die het beest voor ons heeft opgespaard.

In de 17e en 18e eeuw werd walvisvet al eerder als biobrandstof gebruikt. Walvissen zijn als het ware levende olietanks. Ze halen als stofzuigers zonne-energie uit oceaanwater in de vorm van plankton en slaan dat op als vet. Plankton is geen biobrandstof, maar walvisvet wel. De biobrandstof walvisvet is waarschijnlijk beter voor het milieu en het klimaat dan olie uit teerzand.

Nu de fossiele brandstof opraakt, zijn we geneigd om weer biobrandstof te gaan gebruiken. We gebruiken plantaardige olie en kippenvet als biodiesel. En nu dus ook het vet van een dode potvis. Een zekere Tyler Durden zou vet dat wordt weggezogen bij liposuctie, wel als exquise biobrandstof willen verkopen.
Jammer dat wij mensen ons eigen onderhuidse vet niet wat meer als biobrandstof gebruiken.


Kijk niet naar CO2-uitstoot, maar naar energieverbruik

27 december 2011

(foto: Kevin Dooley via Flickr CC)

De afgelopen jaren heeft de politiek (en de wetenschap) zich blind gestaard op de CO2-uitstoot. Allerlei economische activiteiten, van de bouw van kolencentrales tot het bijmengen van biobrandstof, werden beoordeeld op basis van de CO2-uitstoot. De huidige economische teruggang houdt geen verband met de CO2-uitstoot, maar met het energieverbruik in onze maatschappij.

De kosten van fossiele brandstoffen (steenkool, aardgas en aardolie) zijn de afgelopen 10 jaar sterk gestegen. Deels door inflatie, veroorzaakt door de oplopende schuldenberg en de ‘stimuleringsmaatregelen’ van overheden en centrale banken. Deels omdat de winning van fossiele brandstoffen zelf ook steeds meer brandstof (energie) verbruikt.
Fossiele brandstoffen worden in de toekomst schaars en zullen alleen nog betaald kunnen worden door degenen, die nog wel geld kunnen lenen of degenen die er zeer efficient mee omspringen en er nuttig economisch rendement uit halen

Biobrandstoffen
Het vervangen van fossiele brandstoffen door biobrandstoffen of duurzaam opgewekte elektriciteit uit zonnepanelen en windmolens wordt soms nog gepresenteerd als een maatregel om de CO2-uitstoot te beperken. Maar het biedt geen oplossing voor het dreigende tekort aan energie.
Biobrandstoffen kunnen onmogelijk alle fossiele brandstoffen vervangen. En de produktie van biobrandstoffen kost zoveel energie, dat de netto-opbrengst aan energie (Energy Return on Energy Invested), veel lager is dan van de fossiele brandstoffen, die we nu nog gebruiken.
Toch wordt ons door de politiek en het bedrijfsleven voorgehouden (voorgelogen) dat biobrandstoffen in de toekomst een belangrijke bijdrage zullen leveren aan ons energieverbruik. En daarom wordt er steeds meer landbouwgrond in de Derde Wereld door Westerse bedrijven gepacht om die biobrandstof zo goedkoop mogelijk te kunnen produceren.

Duurzaam opgewekte elektriciteit
Duurzaam opgewekte elektriciteit zal slechts een deel van de energie kunnen vervangen, die we nu nog uit fossiele brandstoffen halen. Er zal nooit genoeg elektriciteit met windmolens kunnen worden opgewekt om alle 7 miljoen auto’s, die nu in Nederland rondrijden aan te kunnen drijven. Er zal nooit genoeg elektriciteit met zonnepanelen kunnen worden opgewekt om alle gebouwen in Nederland in de winter te kunnen verwarmen.
Daar komt nog bij dat de infrastructuur voor duurzame energieopwekking nog in de kinderschoenen staat. Er moeten nog duizenden windmolens worden gebouwd en miljoenen zonnecellen worden gefabriceerd. De grondstoffen voor deze infrastructuur zitten nu nog in de aardkorst en het zal veel (fossiele) energie kosten om al die metalen te winnen, te zuiveren en om te vormen tot bruikbare produkten. Met name winning van de zeldzame aardmetalen wordt enorm energieverslindend.

CO2-uitstoot beperken of energieverbruik beperken
De menselijke CO2-uitstoot kan mogelijk het leefklimaat op Aarde veranderen, maar daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. De natuur kan in 50 tot 100 jaar de menselijke CO2-uitstoot neutraliseren. Planten en algen halen de CO2 uit de atmosfeer en leggen die vast in biomassa en kalk.
Maar de natuur doet er tientallen miljoenen jaren over om fossiele brandstoffen te maken. Onze hightech-maatschappij draait op een energiespaarpot, die in Moeder natuur in 200 miljoen jaar heeft opgebouwd.
We rijden, vliegen en eten erop los. We planten ons voort alsof de energiespaarpot nooit leeg zal raken. Maar de bodem van die spaarpot komt in zicht. Door marktwerking worden al grote groepen mensen (Derde Wereld, Griekenland, werkelozen) buitengesloten van het grote fossiele-energie-feest van de huidige generatie mensen.

Recessies zullen schoksgewijs het energieverbruik verlagen. Steeds minder mensen zullen zich een auto of een vliegreis kunnen veroorloven. Steeds meer mensen zullen op hun energierekening en stookkosten moeten besparen.
Dat gebeurt niet omdat men zich zorgen maakt om de CO2-uitstoot. Dit kan niet worden voorkomen door windmolenparken te bouwen of zonnepanelen te subsidiëren. Het is een logisch gevolg van het opraken van fossiele brandstoffen.

Je kunt je voorbereiden op de toekomst, door je levensstijl te veranderen. Probeer je energieverbruik te beperken: niet alleen je CO2-uitstoot, maar je totale energieverbruik, dus ook je verbruik van duurzame energie. Maak je energieverbruik de toetssteen voor je levensstijl.


De beperkingen van biobrandstof en biomassa

10 december 2011

De Amerikaanse marine heeft een contract afgesloten om 450.000 gallons (bijna 2 miljoen liter) biobrandstof, gemaakt van vet en plantaardige olie, in te kopen. De biobrandstof kost ongeveer vier keer zoveel als de normale (fossiele) brandstof.
In de komende zomer zal al die biobrandstof worden verbruikt door schepen en vliegtuigen in de buurt van Hawai. De Amerikaanse marine wil in 2020 de helft van alle benodigde brandstoffen uit duurzame alternatieven halen, niet omdat biobrandstof zorgt voor een afname van de CO2-uitstoot. Want zelfs op de klimaatconferentie in Durban ziet men in dat biobrandstof niet de oplossing is, die men gehoopt had.

In Nederland wil het kabinet dat kolencentrales biomassa gaan bijstoken. Beetje vreemd, want de subsidieregeling, die bijstoken van dure biomassa voor elektriciteitsproducenten aantrekkelijk maakt, stopt in 2012.

Het bijstoken van biomassa wordt net als het gebruik van biobrandstof voorgesteld als een manier om de CO2-uitstoot te verlagen. De biomassa kan bestaan uit
- snoeiafval
- groente en fruitafval
- stro en mest
- speciaal gekweekte gewassen (populieren, wilgen)
- houtpellets (uit Canada, Rusland of Scandinavië)
De binnenlandse bronnen voor biomassa zijn beperkt. En biomassa (houtpellets) importeren uit Canada, Rusland en Scanidinavië lijkt me niet echt duurzaam. De houtpellets worden nl. gemaakt van bomen.

Voor de produktie van vloeibare biobrandstoffen werd tropisch regenwoud in Brazilië en Indonesië gekapt. En grote bedrijven pachten voor een appel en een ei landbouwgrond voor de biobrandstofproduktie in Afrika en Zuid-Amerika. En nu willen diezelfde grote bedrijven biomassa gaan halen uit de onontgonnen gebieden (oerwouden) in Afrika en Zuid-Amerika. De zonne-energie, die opgeslagen zit in tropische bomen, moet onze Westerse energiehonger stillen nu aardolie en aardgas beginnen op te raken.

Gelukkig laten milieu-activisten zich niet langer om de tuin leiden door de mooie praatjes van politici en bedrijven. Biobrandstof en biomassa bieden geen duurzame oplossing voor onze energievoorziening. We moeten gewoon veel minder energie verbruiken.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.