Tagarchief: duurzaamheid

Peak-kernenergie

Fossiele brandstoffen zijn eindige grondstoffen: steenkool, aardgas en aardolie zullen ooit opraken. De makkelijk winbare fossiele brandstoffen heeft de mens als eerste verbruikt. Nu rest de mensheid alleen de moeilijk winbare fossiele brandstof.

Hetzelfde geldt voor uranium. Ook dat is een eindige grondstof: het begint al langzaam op te raken. Het makkelijkst winbare uraniumerts met het hoogste gehalte aan uranium is als eerste gewonnen in de 20e eeuw. Nu dat begint op te raken wordt er steeds meer erts met een laag uraniumgehalte gewonnen. Er moet steeds meer erts worden opgegraven voor eenzelfde hoeveelheid kernbrandstof.
Daar komt nog bij dat de brandstof voor de graafmachines en de energie, die nodig is het uranium op te werken de laatste jaren flink duurder is geworden. Dat betekent dat het opwekken van kernenergie steeds duurder wordt.

Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

In sommige landen zoals China en Iran stijgt het gebruik van kernenergie nog. Maar veel OECD-landen zijn al post-peak, kwa kernenergie. Als voorbeeld hieronder Frankrijk.

Kernenergiefrankrijk

Na de kernramp in Fukushima (2011) stopte Japan vrijwel volledig met kernenergie. In 2013 werd er in Japan 14,6 TWh opgewekt door kerncentrales. Dat was nog maar 5% van de 292 TWh die in 2010 door Japanse kerncentrales werd opgewekt.
Duitsland wil het voorbeeld van Japan volgen en alle kerncentrales sluiten. Maar vorig jaar werd in er Duitsland nog 97,3 TWh in kerncentrales opgewekt.

In 2001 bedroeg de hoeveelheid opgewekte kernenergie 6,4% van het totale mondiale energieverbruik. In de jaren daarna is de mensheid meer energie gaan halen uit andere bronnen (vooral steenkool en aardgas), zodat het kernenergie-aandeel kleiner werd. In 2013 bedroeg de hoeveelheid kernenergie nog maar 4,4% van het mondiale energieverbruik.
Je zou 2001 ook het jaar van de mondiale kernenergie-piek kunnen noemen.

peakkernenergie03

Hoe nu verder met kernenergie?
Kernenergie vergt grote investeringen in mijnbouw, verrijkingsfabrieken, kerncentrales, opwerkingsfabrieken en verwerking van het gevaarlijke afval. Door de hoge kosten worden kerncentrales alleen ingezet om grote nationale en supranationale netwerken op spanning te houden.
De laatste jaren is er een trend naar steeds kleinschaliger en decentrale elektriciteitsopwekking door warmtekracht-centrales, windmolens en zonnepanelen. Ik verwacht dat deze trend verder zal doorzetten en daardoor zullen steeds meer grootschalige kerncentrales overbodig worden en sluiten.
Het aandeel kernenergie zal verder afnemen en de nucleaire industrie zal krimpen. Als het aantal centrales wereldwijd afneemt, lopen de kosten voor de nucleaire infrastructuur (uraniumwinning en verrijking) per centrale verder op. Uiteindelijk zullen boekhouders ook de overgebleven kerncentrales sluiten omdat ze veel duurder zijn dan windmolens en kolencentrales.
Het kernenergietijdperk begon in 1954 met de Obninsk-kerncentrale in de Sovjet-Unie en zou wel eens binnen 100 jaar al weer ten einde kunnen zijn.

Duurzame energie-opwekking heeft ook vervelende kanten

Voordat we ons helemaal overgeven aan duurzame elektriciteitsopwekking, moeten we ook maar even advocaat van de duivel spelen. Is het de ideale oplossing? Of zijn er ook nadelen verbonden aan windmolens en zonnepanelen?
Kim Hill van Creative Ecology zette een aantal nadelen op een rijtje.

1. Zonnepanelen en windmolens worden gemaakt van hoogwaardige materialen: plastic, metaal en chemicaliën. Die materialen moeten gewonnen worden, getransporteerd en gezuiverd. Daarbij laten de materialen een spoor van vernieling, uitbuiting, vervuiling en CO2 achter. Multinationals verdienen er dik aan. Om windmolens en zonnepanelen te maken zijn fossiele brandstoffen noodzakelijk.

2. De elektriciteit die windmolens en zonnepanelen opwekken wordt gebruikt in mijnbouw, industrie en andere activiteiten, die grote schade toebrengen aan het milieu. Zelfs als je op een milieuvriendelijke manier elektriciteit kunt opwekken. Elektriciteit gebruiken is meestal erg milieuonvriendelijk.

3. Het doel van overstappen naar duurzame energiebronnen is het in stand houden van onze huidige manier van leven, die bedreigend is voor het mondiale ecosysteem. Moeten we doorgaan op de doodlopende weg.

4. Alle planten en dieren op aarde kunnen overleven zonder elektriciteit. Ze halen hun energie uit het ecosysteem. Alleen het industriële systeem dat de mens in de laatste 3 eeuwen heeft opgebouwd heeft elektriciteit nodig. Moeten we het natuurlijke, zelfvoorzienende ecosysteem opofferen aan onze kortstondige bevlieging met machines?

5. de netto-energie-opbrengst van windmolens en zonnepanelen is laag. Er is ontzettend veel energie nodig om de metalen en kunststoffen te maken, die nodig zijn voor windmolens en zonnepanelen. Het is maar de vraag of windmolens en zonnepanelen tijdens hun levensduur meer energie opwekken dan ze gekost hebben. Onze complexe, zorgzame samenleving kan alleen voortbestaan als windmolens en zonnepanelen 10 keer zoveel energie opleveren dan erin geïnvesteerd werd.

6. Belastinggeld dat wordt besteed aan windmolens en zonnepanelen komt terecht bij multinationals.Bedrijven als General Electric, BP, Samsung en Mitsubishi profiteren van de belangstelling voor duurzame energieopwekking. Zij investeren hun winsten direct in grootschalige projecten, die natuur en milieu beschadigen en bedreigen. Als de milieubeweging gaat geloven dat de multinationals milieuvriendelijk geworden zijn, dan is dat erg naief.

7. Meer duurzame elektriciteit betekent nog geen lagere CO2-uitstoot. De hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit stijgt, maar de hoeveelheid elektriciteit wereldwijd opgewekt m.b.v. fossiele brandstoffen stijgt ook.

8. Slechts 20% van de wereldwijd gebruikte energie is elektriciteit. Zelfs als alle elektriciteit zonder CO2-uitstoot wordt opgewekt, dan daalt de CO2-uitstoot slechts met 20%. Dat heeft weinig zin als de totale CO2-uitstoot blijft stijgen.

9. Windmolens en zonnepanelen gaan 20 tot 30 aar mee en moeten dan vervangen worden. Het hele proces van mijnbouw, zuivering, transport en produktie begint dan opnieuw. Als we niets veranderen, zullen we nog eeuwenlang moeten doorgaan met winning en transporteren van metalen en kunststoffen en het produceren van zonnepanelen en windmolens.

10. De reductie van CO2-uitstoot, die men met windmolens en zonnepanelen wil bereiken kan heel makkelijk gehaald worden door minder energie te verspillen. Door het rendement van bestaande elektriciteitscentrales te verbeteren en door besparingen van consumenten gaat de CO2-uitstoot ook omlaag.

Steek je energie niet in boos worden en het terzijde schuiven van bovenstaande argumenten. Steek je energie in het bedenken van oplossingen voor de genoemde nadelige effecten.

Aanbevolen leesvoer:
Ten Reasons Intermittent Renewables (Wind and Solar PV) are a Problem.
A Problem With Wind Power.
The myth of renewable energy

Peak-doorvoerland: het transport krimpt in Nederland

Nederland is van oudsher een doorvoerland voor veel goederen en grondstoffen. Gedurende de 20e eeuw, het aardolietijdperk, werd de Rotterdamse haven steeds belangrijker vanwege alles wat naar Duitsland en verder moest worden getransporteerd. Veel van dat transport gebeurt via de binnenvaart.

In Nederland wordt relatief veel brandstof gebruikt door de schepen in de zeehavens en de binnenvaart. Het brandstofgebruik door de scheepvaart is in Nederland zelfs groter dan het brandstofverbruik door het wegverkeer. Maar de laatste jaren daalt het brandstofverbruik van de scheepvaart.
In de grafiek hieronder staat het brandstofverbruik van de scheepvaart en het wegverkeer in Nederland over de periode 2010-2014.

Schermafbeelding 2014-06-27 om 15.38.06

Het brandstofverbruik van de scheepvaart daalde van ca. 150 PetaJoule in 2010 en 2011 naar minder dan 130 PetaJoule in de laatste twee kwartalen. Dat is een afname 13%.
In dezelfde periode daalde ook het brandstofverbruik van het wegverkeer met 8% van ca. 120 Petajoule naar ca. 110 PetaJoule.

De daling van het brandstofverbruik kan niet verklaard worden door een toename van vervoer via het spoor. Het brandstofverbruik van het railvervoer bleef de laatste jaren nagenoeg constant op ca. 2 PetaJoule.
De daling valt wel samen met een geleidelijke afname van de industriële produktie en de winkelverkopen in Europa. M.a.w er worden gewoon minder goederen en grondstoffen vanuit de Rotterdamse haven over Europa gedistibueerd.

Ik verwacht dat de wereldhandel, de Europese industriële produktie en het volume van de Europese detailhandelsverkopen, verder zullen dalen. Daarmee zal ook de rol van Nederland doorvoerland gaan veranderen.
Aanleg van nieuwe autowegen en goederenspoorlijnen is niet meer nodig. Veel transportbedrijven en binnenvaartschippers zullen failliet gaan. Veel Nederlanders zullen op een andere manier hun brood moeten gaan verdienen.

Duurzame energie-opwekking in Nederland stijgt, maar blijft erg klein

Uit het nieuwste Statistical Review of World Energy van BP blijkt dat het aandeel duurzame energieopwekking in Nederland de laatste jaren groter wordt.
In de grafiek hieronder is het aandeel windenergie, zonne-energie en overige duurzame energie-bronnen weergegeven.

Schermafbeelding 2014-06-26 om 08.27.47

Elektriciteit opwekken met zonnepanelen stelt in Nederland heel erg weinig voor. Dat zal altijd zo blijven omdat op onze breedtegraad de zon een groot deel van het jaar erg laag aan de horizon staat. In de winter zij de dagen gewoon te kort om veel elektriciteit op te wekken.
Huizen met ramen op het zuiden zullen ‘s winters minder brandstof gebruiken, omdat ze deels door de zon verwarmd worden. BP rekent deze energiebesparing niet mee in haar statistieken.

Voor windenergie zijn de toekomstperspectieven beter. Maar dat wisten we al in Nederland: we hebben eeuwenlang windmolens gebouwd voor het malen van graan en ander zwaar werk.

Aardwarmte, biomassa en andere duurzame energiebronnen dragen voor ca. 2% bij aan het totale Nederlands energieverbruik.

Biobrandstof
De produktie van biobrandstof heeft de laatste jaren in Nederland een grote vlucht genomen.

Schermafbeelding 2014-06-26 om 08.53.57

De grondstoffen voor de biobrandstof, varierend van soja tot afgewerkt frituurvet, kunnen uit Nederland zelf komen (zoals koolzaad), maar ook uit het buitenland (palmolie en sojabonen). BP maakt daar in haar overzicht geen onderscheid tussen.

Opvallend is dat de biobrandstofproduktie in 2013 niet verder gestegen is, maar juist daalde met 5,6%. Ook aan de groei van de biobrandstofproduktie zit een natuurlijk grens.

Autoverkoop in eurozone nog altijd veel lager dan 5 jaar geleden

De Vereniging Eigen Huis en de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) proberen elke maand weer een positieve draai te geven aan de nieuwe cijfers over de huizenverkoop en de huizenprijs. En de autobranche probeert elke maand zo positief mogelijk te berichten over de Europese autoverkoop.
Eerder deze week konden we lezen dat de autoverkoop in Europa in mei 2014 4,5% hoger was dan in mei 2013. Mei 2014 was de 9e maand op rij dat de autoverkoop steeg.

De Europese verkoopcijfers werden omhoog getrokken door een handvol landen waar de stijging nogal groot was. In Roemenië steeg de verkoop t.o.v. mei 2013 met 46%, in Griekenland 42%, in Portugal 36%, in Cyprus met 24% en in Litouwen 21%.

Als ik naar de verkoopcijfers voor de eurozone van de ECB (de Europese Centrale Bank) kijk, dan zie ik toch geen grote stijging.
Het Statistical Data Warehouse van de ECB houdt maandelijks bij hoeveel nieuwe personenauto’s er geregistreerd worden. De 18 landen, die de euro als betaalmiddel kennen, registreerden in mei 2013 708 duizend nieuwe personenauto’s. In mei 2014 waren dat er 731 duizend: een stijging van 3,2%.

In de grafiek hieronder zie je de maandelijkse registraties in de eurozone weergegeven.
De rode stippellijn is het voortschrijdend gemiddelde over 9 maanden.

Schermafbeelding 2014-06-18 om 15.46.31

Over de laatste 9 maanden werden er (in de 18 landen van de eurozone) gemiddeld 725 duizend nieuwe kentekens voor personenauto’s uitgegeven. Vijf jaar geleden, in mei 2009, vlak na de kredietcrisis, lag dat aantal rond de 850 duizend per maand. De autobranche doet zijn best om zo weinig mogelijk terug te denken aan die goede oude tijd.

Geld: van ruilmiddel tot verslavend wondermiddel

Geld is ontstaan als een ruilmiddel. Het maakte de handel makkelijker en overzichtelijker. Mensen konden ruilmiddel verdienen door arbeid te verrichten, diensten te verlenen of door dingen te verbouwen of te maken. Met dat ruilmiddel kon men anderen arbeid of diensten laten verrichten of voedsel of andere zaken kopen.

HiRes
De hoeveelheid ruilmiddel bleef min of meer constant: de inflatie was erg laag. Het was strafbaar om zelf ruilmiddel te maken. Als machthebbers in korte tijd zelf extra ruilmiddel maakten en daardoor inflatie veroorzaakten, reageerde de samenleving vaak door een nieuw, alternatief ruilmiddel te bedenken: een nieuwe, lokale munt.
Tientallen eeuwen hebben mensen over de hele wereld zelf ruilmiddelen of munten bedacht en daarmee hun eigen lokale economie opgebouwd.

Langzamerhand is de rol van geld veranderd. Door de opkomst van het bankwezen werd het mogelijk om geld te lenen. Daardoor kon een toekomstige oogst alvast geruild worden voor arbeid of diensten. En arbeid, die in de toekomst verricht moet worden, kon alvast worden geruild voor een bepaalde som geld (een lening), zodat er nu al goederen, voedsel of diensten konden worden gekocht. Het werd mogelijk om op afbetaling te kopen en om op de pof te leven.
Banken kregen de mogelijkheid om geld uit te lenen en konden daarmee bepaalde economische activiteiten bevoordelen en andere activiteiten tegenwerken. Als een koning (of regering) een vloot wilden bouwen, dan konden banken en geldschieters dat mogelijk maken. Door met geleend geld een vloot te bouwen, bloeide de scheepsbouw in het land op.
In de 20e eeuw werd de ontwikkeling van kernenergie en kernwapens mogelijk doordat regeringen geld konden lenen van banken om uranium te winnen en wetenschappers te laten werken aan kernsplitsing. Er waren gigantische investeringen nodig om de eerste kernwapens te kunnen maken, het Amerikaanse Manhattan-project. Dat dat project doorging is door slechts een handjevol mensen besloten: een heel klein groepje machthebbers en bankiers beslisten over het lot van honderdduizenden Japanners.

Banken hebben op dezelfde manier de globalisering mogelijk gemaakt.
Europese bedrijven kregen leningen van banken om fabrieken te bouwen in lagelonenlanden. In Europa verdwenen banen en in Azië begon een Industriële revolutie, waarbij miljoenen mensen naar de steden trokken om tegen lage lonen slavenarbeid te verrichten.
Banken hebben ook ruimtevaartprogramma’s mogelijk gemaakt. Regeringen leenden van banken om wetenschappers raketten en satellieten te laten bouwen. Een kleine lokale economie kan nooit genoeg arbeid investeren (en ruilmiddel opzij zetten) voor zo’n grote onderneming.

Geld is niet langer een ruilmiddel. Geld is een middel om bepaalde activiteiten en projecten, die de mensen uit zichzelf niet willen en kunnen doen mogelijk te maken. Met het tovermiddel geld kun je mensen laten werken aan pyramides en atoomwapens. Met het tovermiddel geld kunnen dictators en politici hun eigen persoonlijke ambities nastreven en hun plannen tot uitvoer brengen. Ze hoeven alleen een klein select groepje politici en bankiers te overtuigen.
De afgelopen 10 jaar is er door banken en politici ontzaggelijk veel nieuw geld gecreëerd in de vorm van leningen. Met dat nieuwe geleende geld worden projecten om moeilijk winbare olie en gasvoorraden te exploiteren mogelijk gemaakt. Het is een truuk om op de korte termijn, fossiele brandstoffen te winnen met een laag energierendement (EROEI ofwel Energy Return On Energy Investment). Het energierendement is zo laag, dat de economie zich eigenlijk niet kan permitteren om die moeilijk winbare olie en gasvoorraden uit de aardkorst te halen. Dankzij de toverkracht van geld wordt het mogelijk dit wel te doen: dit is de zogenaamde koolstof-zeepbel (carbon-bubble)

Contant, bestaand geld afschaffen?
De toverkracht van geld gaat verloren als mensen alternatieve ruilmiddelen bedenken. Kleinschalige lokale ruilhandel en digitale munten zoals Bitcoin zorgen ervoor dat mensen minder afhankelijk worden van het officiële geld dat door regeringen en banken wordt gecontroleerd.
Eigenlijk is contant geld, dat in de economie circuleert ook al een bedreiging voor de toverkracht van geld. Dat oude, contante geld wordt door mensen hoofdzakelijk gebruikt voor onderlinge handel en betalen voor onderlinge diensten.
Harvardprofessor Ken Rogoff pleit ervoor om het contante geld af te schaffen: op die manier kan de overheid de informele economie tussen burgers onderling kleiner maken.
Rogoff stelt dat contant geld hoofdzakelijk gebruikt wordt door misdadigers en drugshandelaren. Dat is een mooi smoesje, maar natuurlijk wel schromelijk overdreven.

Politici en bankiers willen af van het contante en oude geld dat in de wereld circuleert. Dat contante geld wordt niet gebruikt voor de doeleinden en projecten, die ze nastreven, zoals de winning van olie en gas.
Het EIA becijfert dat er de komende 20 jaar meer dan 48 biljoen dollar nodig is om in de energiebehoefte van de wereldeconomie te voorzien. Er zal dus nog ontzaggelijk veel geld geleend moeten worden om het geglobaliseerde, economische systeem overeind te houden.
En we hebben heel veel mensen nodig, die een carriere kiezen in de olie- en gaswinning. Het is lastig als die mensen op een andere manier, in de samenleving evenveel geld kunnen verdienen. Het contante geld dat mensen nu gebruiken om elkaar in te huren kan maar beter verdwijnen, zodat alleen banken en politici kunnen bepalen waar mensen voor werken. Een economie, die draait op geleend geld, is veel beter in een bepaalde richting te sturen door een klein groepje politici of machthebbers.