Chili: hoe schaarse energie leidt tot hoge grondstofprijzen

19 mei 2012

Chili is de grootste koperproducent ter wereld. In 2009 produceerde het land 5,3 miljoen ton koper, ca. 35% van de totale wereldproduktie. Chili bezit ook de grootste koperreserves: 360 miljoen ton (38% van de bekende wereldreserves).

Chili heeft zelf geen fossiele brandstoffen en moet alle brandstof invoeren.
Elke dag importeert het land 300 duizend vaten olie.

Ook alle aardgas dat Chili verbruikt wordt ingevoerd:


En dat geldt ook voor de steenkool

De winning van koper kost steeds meer energie. Men is begonnen met de rijkste ertsen, dicht aan de oppervlakte.
Maar nu moet er steeds dieper gegraven worden en het gewonnen erts bevat minder koper. Er moet steeds meer gesteente worden verplaatst voor dezelfde hoeveelheid koper.

De afgelopen jaren wordt Chili regelmatig geconfronteerd met energietekort en stroomuitval. In de toekomst zal het energietekort toenemen en daardoor loopt de koperproduktie gevaar.
Een aardbeving kan de produktie en export van koper verstoren en leiden tot een hogere prijs op de wereldmarkt.
Maar het tekort aan energie kan de produktie van koper ook verstoren. De koperprijs hangt niet alleen af van de vraag naar koper, maar ook van de energievoorziening van de belangrijkste koperproducent Chili.

Hieronder de prijs van koper (in euro’s) op de wereldmarkt.
In 10 jaar tijd steeg de prijs met 250%.


De onbewezen voorraden schaliegas

28 januari 2012

In de Verenigde Staten maakt de winning van schaliegas een spectaculaire groei door. De totale produktie van aardgas in de VS is sinds 2006 weer aan het stijgen, dankzij de exploitatie van schaliegas.

In de media verschijnen rooskleurige berichten over de voorraden schaliegas, die er nog in de Amerikaanse bodem zitten. De Wall Street Journal meldde in 2009 nog dat er wel 62.000 miljard kubieke meter gas te winnen valt. Dat is 22 keer de hoeveelheid aardgas in het Slochteren-gasveld.
Bij het huidige gebruik zou de VS 95 jaar vooruit kunnen met die hoeveelheid.

Gesteund door deze berichten en voorspellingen willen politici en bedrijven ook in Europa schaliegas gaan exploiteren.

Het laatste jaar is de berichtgeving over de schaliegaswinning versoberd. Oliedeskundige Arthur Berman wees op de korte levensduur van veel schaliegasprojecten. Hij schat dat de gemiddelde gasbron in de Barnett-shale-formatie na 12 jaar is uitgeput. Er zijn in de Barnett-shale inmiddels 9000 (!!!) boringen gedaan. Berman denkt de winbare hoeveelheid schaliegas slechts 50% zal bedragen van de schattingen van de gasproducenten (zie het kaartje hieronder)

(klik voor vergroting)

Als de werkelijke gasopbrengst gehalveerd wordt, kan de VS slechts 47 jaar vooruit met de schaliegasvoorraden.

Afgelopen week heeft de Energy Information Administration (EIA) in haar Annual Energy Outlook 2012 de schatting uit 2009 naar beneden bijgesteld. Bij nader inzien verwachten de deskundigen dat er slechts 13600 miljard kuub in de Amerikaanse bodem zit i.p.v. 62000 miljard. Dat is maar 5 keer zoveel aardgas als in het Slochteren-veld.

Chris Nelder schreef in december in Slate dat ook deze schatting geen garantie is voor de hoeveelheid gas, die werkelijk gewonnen kan worden. Nelder rekent voor dat de werkelijk bewezen voorraad schaliegas bij het huidige verbruik over 11 jaar op zal zijn.

(klik voor vergroting)

Als in de VS de schaliegasvoorraden overschat worden, dan zal dat in Nederland en Europa ook bewust of onbewust worden gedaan. Schattingen en prognoses zijn heel iets anders dan werkelijk bewezen voorraden.
Als we in Europa en Nederland echt het schaliegas gaan exploiteren, dan moeten we er vanuit gaan dat de producenten de zaken veel te rooskleurig voorstellen en dat de werkelijke opbrengst van duizenden boorgaten vies zal tegenvallen.


De WakaWaka: de oplossing of deel van het probleem?

9 januari 2012

Afgelopen zondag hoorde ik hoe ondernemer Maurits Groen zijn nieuwste project mocht aanprijzen in het radioprogramma Vroege Vogels.Het gaat om de WakaWaka, een klein LED-lampje met daaraan vast een zonnecel en een accu.

Zoals altijd moet er eerst een probleem benoemd worden om een nieuw produkt te verkopen. Op de website wakawakalight.com kun je lezen waarom er miljoenen van dit soort lampjes nodig zijn. De WakaWaka moet de olielampjes vervangen die nu nog in de Derde Wereld worden gebruikt. Het schijnt dat de olielampjes zo gevaarlijk zijn dat er in India ieder jaar 2,5 miljoen mensen (???) ernstige brandwonden oplopen. En de verbrandingsgassen van de lampjes zijn giftig.

De WakaWaka kan zoveel zonne-energie opslaan dat de mensen in de Derde Wereld er hun mobiele telefoon mee kunnen opladen. Veel Afrikanen en Aziaten hebben wel een mobiele telefoon, maar onvoldoende toegang tot het elektriciteitsnet om hun telefoon op te laden. Ook dit ‘probleem’ zal de WakaWaka oplossen.

Ik heb zo mijn bedenkingen tegen innovatie en nieuwe produkten.
Ze doen mij altijd denken aan ‘The Story of Stuff‘.

De WakaWaka’s bestaan nog niet. De grondstoffen waaruit ze bestaan moeten nog uit ertsen worden gewonnen.
De WakaWaka’s moeten ook nog gemaakt worden. Waarschijnlijk in een Chinese fabriek, omdat de lonen daar schandalig laag zijn. De WakaWaka’s moeten daarna worden getransporteerd naar de landen waar ze verkocht moeten worden.

Het mag duidelijk zijn dat de WakaWaka’s ook kapot zullen gaan. De accu gaat volgens de website 3 jaar mee. Maar ik denk dat het apparaatje na 500 oplaadbeurten (500 dagen?) door de eigenaar zal worden weggegooid. Het is nl. erg goedkoop om een nieuwe te kopen. De oude WakaWaka’s zullen voor vele jaren het milieu vervuilen.

Het is jammer dat de Vroege Vogels-redaktie geen enkele kritische vraag wilde stellen aan Maurits Groen. Hij kreeg ruim baan om zijn WakaWaka aan te prijzen: het was voor hem goedkope reclamezendtijd.

Als de mensen in Azië en Afrika plantaardige olie gaan gebruiken in hun olielampjes, zijn er minder giftige dampen. Maar dan moeten wij geen palmolie opkopen om als vliegtuigbrandstof te gebruiken.
En het is maar de vraag of ze in de Derde Wereld wel elektrisch licht en mobiele telefoons nodig hebben. Schoon drinkwater en voedsel lijken mij belangrijker.
De WakaWaka lijkt bedoeld als oplossing, maar is in mijn ogen onderdeel van het probleem.


De devaluatie van de euro (2): import wordt steeds duurder

11 december 2011

De euro is sinds januari 1999 officieel als valuta in gebruik. Sinds 1999 is de werkelijke waarde van de euro snel afgenomen.
In 1999 kon je voor één euro nog bijna 17 liter aardolie kopen.
In 2011 is dat nog maar 2 liter.

In 1999 was 1 miljard euro ongeveer 100 miljoen vaten aardolie waard. Dat is nu nog maar 12,5 miljoen vaten. Dit maakt het duidelijker waarom de landen in de eurozone zoveel geld moeten lenen als ze hun welvaart (hun energieverbruik) op peil willen houden. Het maakt ook duidelijk dat bezuinigen op het aardolieverbruik, een flinke kostenbesparing is.

Ook t.o.v. een belangrijke grondstof als koper is de euro sterk in waarde gedaald. Voor één euro kreeg je in 1999 nog meer dan 800 gram koper. Nu krijg je voor dezelfde euro nog slechts 140 gram koper.

Landen, die erg veel koper nodig hebben, houden minder euro’s over voor andere dingen of ze moeten meer geld lenen om hun dure import te kunnen betalen.

Europa heeft zelf weinig grondstoffen en moet voor de import van grondstoffen steeds meer euro’s betalen. Landen, die zelf veel exporteren, zoals Duitsland en Nederland, hebben niet veel problemen met de devaluatie van de euro. Landen met een negatieve handelsbalans, een handelstekort, zullen steeds dieper in de schulden geraken. Die landen zullen de tering naar de nering moeten zetten ofwel de import moeten verminderen totdat die in evenwicht is met de export.


Het laaghangende zilver

13 oktober 2011

Wij mensen streven ernaar elkaar gelukkig te maken en goed voor onze kinderen te zorgen. Maar daarnaast doen we ook nog andere dingen.
We hebben onszelf ten doel gesteld zoveel mogelijk zilver uit de aardkorst te winnen.

In de VS zijn ze al erg lang mee bezig om zilvererts op te graven en ze steken er steeds meer energie in.

In 1935 groeven de Amerikanen 36 miljoen ton erts op en daaruit haalde men 49 miljoen ounce zilver.
In 1993 groeven de Amerikanen 12 keer zoveel zilvererts op. Maar de opbrengst aan zilver was nauwelijks toegenomen 52,7 miljoen ounce.

Het zilvergehalte van het erts daalde tussen 1935 en 1993 met 92%. Sinds 1993 zal het zilvergehalte nog verder zijn afgenomen.
En de produktie van zilver in de VS was in 2007 slechts 42 miljoen ounce, minder dan in 1935.
Deze ontwikkeling is onomkeerbaar. Er zal in de VS nergens meer zilvererts gevonden worden met een hoger gehalte zilver.

Het makkelijk winbare zilver in de VS is op. In 2007 moest de VS al 65% van het zilver, dat men verbruikt, invoeren uit Mexico, Peru en Chili. Maar ook in deze landen is men begonnen met de rijkste ertsen, het makkelijk winbare zilver. In de toekomst zal men steeds meer erts moeten opgraven voor dezelfde hoeveelheid zilver. Men zal steeds meer energie nodig hebben om die miljoenen tonnen erts te verplaatsen. De zilverprijs zal omhoog gaan. En omdat energie ook steeds duurder wordt, zal de zilverprijs nog verder moeten stijgen.
Door de stijgende prijs zal de vraag naar zilver gaan afnemen. Het wordt simpelweg te duur voor sommige toepassingen en voor de meeste mensen.

De mensheid zal gaan inzien dat nog meer zilver winnen uit de aardkorst onzinnig is. We gaan het immers ook niet op de maan halen. De tijd en energie, die we nu nog besteden aan het opgraven van zilvererts, kunnen we besteden aan elkaar gelukkig maken en goed voor onze kinderen zorgen.


Ondertussen in Kunduz

8 oktober 2011

Terwijl Nederlandse F16′s boven Noord-Afghanistan dure kerosine verbranden, proberen Chinese investeerders om de winning van aardolie van de grond te krijgen.
Noord-Afghanistan dat grenst aan Turkmenistan, Oezbekistan en Tzadjikistan heeft aanzienlijke olievoorraden. Waarschijnlijk zitten er 1,6 miljard vaten olie in de bodem van het gebied. Afghanistan gebruikt maar 1,83 miljoen vaten aardolie per jaar en kan met 1,6 miljard vaten 800 jaar toe.

Maar natuurlijk is het niet de bedoeling dat de Afghanen die olie voor zichzelf houden. De olie moet zo snel mogelijk naar boven worden gehaald en opgestookt worden in de auto’s en vliegtuigen, die nu rondrijden en vliegen. We kunnen onze F16′s wat meer rondjes kunnen laten vliegen. We kunnen er ook Iphones van laten maken.

Het afgelopen jaar konden oliemaatschappijen bieden op de exploitatierechten van de olievelden in het Amu Darya-basin. En volgende week worden de rechten gegund aan China National Petroleum Corp.(CNPC). Het ziet er naar uit dat de Afghaanse olie naar China gaat.
De Afghanen zullen daar goed voor betaald worden, al zullen de olieopbrengsten wel in de hogere kringen aan de strijkstok blijven plakken.

De toenemende onveiligheid in het gebied is natuurlijk wel vervelend voor de beginnende olie-industrie. Net als in Nigeria en Irak zullen terroristen en opstandelingen aanslagen plegen op de installaties en pijpleidingen. Daarom is het goed als er voldoende militairen politieagenten zijn in Noord-Afghanistan. Zoals Shell in Nigeria de handen vol had aan de opstandelingen in de Niger-delta, zo zal de Chinese staatsoliemaatschappij in Afghanistan ook wel problemen krijgen.

Het lijkt me daarom handig als de politiefunctionarissen Chinees leren om goed te kunnen communiceren met de Chinese handelspartners. Misschien kunnen de Nederlandse en Duitse politietrainers daar een bijdrage aanleveren.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.