Tagarchief: inzicht

Waarom zijn de Grenzen aan de Groei zijn moeilijk te accepteren?

De afgelopen 2 eeuwen is de mensheid uitgegroeid tot de succesvolste soort op Aarde. De bevolking is gegroeid van 1 miljard tot 7 miljard mensen. Er zijn gigantische bouwwerken voltooid. Mensen vliegen in machines de wereld rond, soms sneller dan het geluid. Er zijn mensen buiten de dampkring geweest en zelfs op de Maan. Het lijkt alsof er niets onmogelijk is voor de mensheid.

De menselijke cultuur is door die enorme groei en vooruitgang veranderd. We geloven met zijn allen dat de mensheid door zijn intelligentie en vindingrijkheid alles kan bereiken wat we willen. Alle ziektes zullen we ooit genezen. We kunnen honger uit de wereld helpen. We blussen bosbranden, smelten gletsjers en maken kunstmatige eilanden. De mens is baas over de natuur en kan zelfs het klimaat voor eeuwig beïnvloeden.
Het verhaal over menselijke hegemonie wordt doorgegeven door ouders aan hun kinderen en door onderwijzers aan hun klassen. Hollywood vertelt fantastische verhalen waarin de mensheid het hele Melkwegstelsel doorkruist en de natuurwetten aan zijn laars lapt.

Maar wetenschappers, die naar hun meetinstrumenten kijken en hun waarnemingen vergelijken met eerdere waarnemingen, zien dat de mens helemaal niet almachtig is.
De macht van de mens blijkt gebaseerd op een overschot aan energie uit makkelijk winbare fossiele brandstoffen. Ze kunnen berekenen dat het overschot aan energie steeds kleiner zal worden.
En de wetenschappers zien dat het metaalgehalte in ertsen lager is dan in de vorige eeuw. En ze zien dat de voorraden schoon drinkwater afnemen, net zoals de hoeveelheid fosfaat (een onmisbare meststof voor landbouw).
De wetenschappers zien de reële wereld door andere ogen dan de rest van de mensheid.

Wetenschappers zien fysieke grenzen aan de groei van de mensheid opdoemen. En dat beeld botst met de mythe dat het menselijk vernuft de natuur heeft onderworpen. Als wetenschappers de Grenzen aan de Groei uitleggen, worden ze weggehoond. De mensheid kan niet accepteren dat de legende van eeuwigdurende groei niet waar is, maar een leugen.
Er is sprake van cognitieve dissonantie.
Van generatie op generatie is het aantal mensen op Aarde gegroeid en is de welvaart van ons allemaal toegenomen. We accepteren niet dat deze groei eindigt en dat de verhalen over menselijke macht en vindingrijkheid niet kloppen.

In de documentaire Blind Spot vertelt wetenschapper Jason Bradford over deze cognitieve dissonantie.

De documentaire Blind Spot dateert uit 2008. Maar 6 jaar later in 2014 is er nog maar weinig veranderd. Nog altijd denken politici (de mensen die we uitkiezen om de belangrijkste beslissingen te nemen) dat de economische groei zal terugkeren en dat we steeds meer energie zullen opwekken en gebruiken.
Het zal nog tientallen jaren duren voordat we de culturele ballast van eeuwen onbeperkte fossiele energie achter ons kunnen laten en accepteren dat we boven onze stand leven.

Het IPCC overschat de hoeveelheid steenkool op aarde en de toekomstige CO2-uitstoot

coal-hands1

Het IPCC beschrijft in haar 5e Assessment Report vier verschillende scenario’s voor de menselijke CO2-uitstoot tot het jaar 2100. Deze scenario’s worden aangeduid met de afkorting RCP, dat betekent ‘Representative Concentration Pathways’.
De vier RCP-scenario’s van het IPCC heten: RCP2.6, RCP4.5, RCP6.0 en RCP8.5.
Hieronder een opsomming van de hoeveelheid fossiele brandstoffen en de menselijke CO2-uitstoot waarop de vier RCP-scenario’s zijn gebaseerd.

ipccar5co2bafkomstig uit de Summary for Policymakers van het AR5 van het IPCC

Het IPCC verwacht dat de mensheid in de komende 90 jaar ergens 270 tot 1685 Gigaton koolstof zal verbranden.

De Amerikaanse professor David Rutledge, een expert op het gebied van steenkoolwinning, heeft een inschatting gemaakt van de totale hoeveelheid steenkool, die de wereld kan produceren. Hij keek eerst naar de steenkoolproduktie van Groot-Brittannië en Duitsland, waar vrijwel alle winbare steenkool al gewonnen is.
Zijn berekeningen laten zien dat het niet lukt om alle steenkoolreserves daadwerkelijk naar boven te halen. In Europa kan waarschijnlijk maar 70% van alle aanwezige steenkool gewonnen worden. In China kan 86% van de reserves worden geëxploiteerd, maar in Rusland en de westelijke Verenigde Staten zal dat percentage blijven steken op 28 à 29%.
Rutledge schat dat wereldwijd slechts 60% van de steenkoolreserves ook daadwerkelijk gewonnen zal worden.

Op basis van zijn berekeningen denkt David Rutledge dat de maximale cumulatieve wereldsteenkoolproduktie zal uitkomen op 736 Gigaton. Dit komt overeen met 397 Gigaton koolstof.
Als we bij daar de bijdrage van de resterende olie- en aardgasvoorraden bij optellen (529 Gigaton) komen we uit op 926 Gigaton koolstof. Die hoeveelheid komt ongeveer overeen met het RCP4.5-scenario uit AR5 van het IPCC.
De berekeningen van Rutledge laten zien dat de RCP6.0- en RCP8.5-scenario’s onrealistisch zijn.
Dat is fantastisch goed nieuws voor iedereen, die zich zorgen maakt over de menselijke CO2-uitstoot!!!

Voor de vier RCP-scenario’s is ook een inschatting gemaakt voor het tijdverloop van het verbruik van de fossiele brandstoffen. Die inschatting zie je hieronder.

RCPgrafiek

In twee van de vier scenario’s (RCP6.0 en RCP8.5) verwacht het IPCC dat de hoeveelheid fossiele brandstof, die wordt verbrand, zal blijven stijgen tot 2080.

De economische ontwikkeling van de laatste 5 jaar maakt het zeer onwaarschijnlijk dat het verbruik van fossiele brandstoffen nog 65 jaar lang zal blijven stijgen.
In de VS, Japan en Europa daalt het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee ook de CO2-uitstoot.
De RCP6.0 en RCP8.5-scenario’s zijn zeer onrealistisch. Het is zeer onwetenschappelijk om die scenario’s nog altijd te gebruiken om politici en burgers te bang te maken.

Op YouTube kun je (in 4 delen) een lezing van David Rutledge bekijken en beluisteren.
Deel 1deel 2deel 3deel 4

Een aardbeving voorkomen

Vandaag is tot dusver de koudste dag van de winter.
De thermostaat in de huiskamer geeft aan dat het 15 graden is.
Nu kan ik natuurlijk de thermostaat omhoogzetten naar 18 of 19 graden. Dan komt er aardgas uit Groningen (of misschien wel uit Rusland) via pijpleidingen naar mijn huis. Door de energie in dat aardgas kan ik mijn huis verwarmen.

De energie in aardgas is eigenlijk zonne-energie van miljoenen jaren geleden.
In dat verre verleden hebben groene planten de energie uit zonlicht gebruikt om te groeien. Die planten zijn bedekt door zand en aarde en kalksteen. Door chemische processen zijn de eiwitten, vetten en koolhydraten in de planten omgezet in brandbare koolwaterstoffen, zoals aardgas.
De aardgasvoorraad is beperkt, op een gegeven moment is de spaarpot vol fossiele zonne-energie in de Groningse bodem leeg.

Als er veel aardgas uit de Groningse bodem wordt gehaald, dan veroorzaakt dat aardbevingen.
We hebben democratisch met elkaar afgesproken dat we minder gas zullen winnen, zodat de bodem langzamer zakt en niet schoksgewijs.
Ik lever daar graag een bijdrage aan. Ik zet de verwarming niet hoger. Ik douche tegenwoordig korter en met koud water. Zo wordt er minder aardgas opgepompt en komen er hopelijk minder aardbevingen.

Ik maak mezelf graag wijs, dat ik eigenhandig al zorg dat er minder aardgas wordt gebruikt en dat ik daarmee al één aardbeving heb voorkomen. Misschien vind je dat onzin. Maar het is erg leuk om jezelf voor te stellen dat je die macht echt bezit.

Vergeet peakoil, het draait om peak-EROEI

Ik heb al vaak geblogd over peakoil.
Peakoil is het moment waarop de maximale produktie van aardolie wordt bereikt. In 1970 bereikte de Verenigde Staten hun maximale olieproduktie. In 1998 piekte de olieproduktie van het Verenigd Koninkrijk.
Het is nog onduidelijk of de mondiale aardolieproduktie al over het maximum heen is. Sommige deskundigen denken dat het mondiale peakoil-moment in 2006 gepasseerd werd. Anderen denken dat het nog moet komen, tussen nu en 2020.

Ik blogde ook al eerder over EROEI (Energy Return on Energy Invested), het netto-energie-rendement.
Om steenkool te kunnen verbranden moet je eerst energie verbruiken om het op te graven en om de kolen naar de kachel of oven te brengen. Om aardolie te kunnen gebruiken moet het eerst opgepompt, getransporteerd en geraffineerd worden.
Het verbranden van steenkool, aardgas en aardolie levert zoveel energie, dat de verhouding tussen de opbrengst en de investering kan oplopen tot 40:1. Anders gezegd: investeren van één kilowattuur levert 40 kilowattuur op.

eroeia

Aan het begin van het aardolietijdperk was oliewinning heel eenvoudig. Je hoefde maar een gat te boren op de juiste plaats en de olie spoot omhoog. De opbrengst aan energie was soms 100 keer zo groot als de energie, die geïnvesteerd moest worden (de EROEI was 100:1). Dat was de tijd van het hoogste energierendement: peak-EROEI.
Tegenwoordig vergt de oliewinning gigantische investeringen aan mankracht en materiaal. Er moet erg veel energie geïnvesteerd worden om de olie uit het gesteente te halen.

EROEI_2_Oil

Robert Rapier (van Energy Trends Insider) onderzocht de EROEI (het energie-rendement) van de teerzandoliewinning in Canada. Rapier keek naar de in-situ-produktietechniek, waarbij stoom in het teerzand wordt geïnjecteerd om de olie vloeibaar te maken. In een eerder artikel beschrijft Rapier dat proces.

Op basis van gegevens van Cenovus Energy, het bedrijf dat olie uit teerzand wint, berekende Rapier het energierendement (EROEI) voor een aantal projecten.
In het meest gunstige geval komt Rapier tot een EROEI van 6,8:1. Van elk vat nieuw gewonnen olie moet 15% worden verbruikt om het volgende vat olie te winnen.
Maar voor een ander project berekent Rapier een EROEI van 1,8:1. En dat wil zeggen dat van elk vat teerzandolie meer dan de helft opgestookt moet worden om het volgende vat te winnen.
(Lees hier het uitgebreide artikel van Robert Rapier)

De consumptiemaatschappij, waar wij in leven, is opgebouwd in een tijd waarin het energierendement EROEI voor de belangrijkste energiebronnen 20:1 was of hoger.
De makkelijk winbare fossiele brandstoffen leverden een overschot aan energie, waardoor we met de auto of de trein konden gaan reizen en niet meer hoefden te lopen en fietsen. De afstand tussen woonplaats en werk kon groter worden.
Er werden grote en hoge gebouwen neergezet, die makkelijk verwarmd en onderhouden konden worden met het energie-overschot.
Door het surplus aan energie kon de voedselproduktie worden gemechaniseerd en geoptimaliseerd, de opbrengsten in de landbouw verveelvoudigden.
Het surplus aan energie maakte sociale voorzieningen mogelijk en de uitgebreide medische zorg, die wij in Nederland vanzelfsprekend vinden.

Nu de makkelijk winbare fossiele brandstoffen opraken, daalt het netto-energierendement ofwel EROEI.
Een paar weken geleden schreef ik op dit blog dat energiedeskundige David Murphy het mondiale energierendement schat op 17:1.
Professor Charles Hall denkt dat onze huidige (consumptie)maatschappij een minimaal energierendement nodig heeft van 13:1 of 14:1.
Bij een lager rendement (EROEI) zullen we steeds meer van onze luxe-voorzieningen moeten gaan missen. In sommige landen wordt er al bezuinigd op sociale voorzieningen en op gezondheidszorg.

Misschien kan de mondiale aardolieproduktie met schalie-olie en teerzandolie-projecten nog jaren op hetzelfde peil gehouden worden: zo stellen we peakoil nog een paar jaar uit.
Maar het mondiale energierendement zal onstuitbaar blijven dalen… peak-EROEI ligt al ver achterons.

eroeib

Van warme douches komen aardbevingen

De wantoestanden in de bio-industrie ontstaan doordat wij met zijn allen teveel vlees eten en daar te weinig voor willen betalen.
Als we maar één dag per week vlees eten en daar het drievoudige voor willen betalen, dan worden megastallen overbodig. Dan kun je bij een ambachtelijke slager een eerlijk stuk vlees kopen van een dier dat een redelijk normaal leven heeft gehad.

De aardbevingen in het noorden van het land worden veroorzaakt door de gaswinning. Omdat wij ons huis in de winter warm stoken en elke dag een warme douche nemen van langer dan 5 minuten.
Als we de verwarming wat lager zetten en slechts één kamer van het huis verwarmen, dan hoeft er minder aardgas gewonnen te worden.
Als we maar 3 keer per week douchen, korter dan 5 minuten en het liefst met koud water, dan scheelt dat over heel Nederland miljoenen kubieke meters aardgas.

Afgelopen jaar haalde de Nederlandse Aardolie Maatschappij ruim 54 miljard m³ aardgas uit de bodem onder Groningen. Dat is 14% meer dan in 2012.
In januari 2011 stelde minister Verhagen van Economische Zaken voor het Groningenveld een productieplafond vast van 425 miljard m³ voor de periode 2011 tot en met 2020. Dat komt neer op een jaarlijks gemiddelde van 42,5 miljard m³.
In 2011 werd dit plafond met 10% overschreden. In 2012 lag de produktie 12% boven het afgesproken plafond en afgelopen jaar bedroeg de overschrijding meer dan 25%.
We kunnen ervan uit gaan dat ook in 2014 het produktieplafond wordt overschreden.

Deskundigen van het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerden de produktie van gas zo snel mogelijk te verminderen vanwege het toenemende aantal stevige aardbevingen in Groningen. Een produktievermindering van bijvoorbeeld 30 procent zou al leiden tot 30 procent minder bevingen.

30% minder aardgas: wat betekent dat?
Een produktiebeperking van het Groningenveld van 30% komt neer op 12,8 miljard m³ aardgas. Als je uitgaat van de produktie van 2013 (54 miljard m³) dan komt die 30% uit op ruim 16 miljard m³.
We kunnen natuurlijk 12,8 miljard m³ aardgas uit Noorwegen of Rusland importeren. Maar bij de huidige prijs kost die hoeveelheid aardgas 8,3 miljard euro. Het is natuurlijk slecht voor de Nederlandse economie als we ruim 8 miljard euro aan Noorwegen of Rusland moeten betalen voor een grondstof, die al decennialang gratis voor ons is.

Gasverbruik verminderen de beste oplossing: op korte en lange termijn
De produktiebeperking, die de deskundigen voorstellen, is niet eenmalig, maar zal vanaf 2014 vast worden ingevoerd. Daarom is het ook op de lange termijn verstandig om het Nederlandse aardgasverbruik drastisch te beperken.
Allereerst kunnen we de verspilling aanpakken. Huizen beter isoleren en de Nederlanders oproepen om de thermostaat lager te zetten. De overheid kan het goede voorbeeld geven door in openbare gebouwen de thermostaat lager te zetten.
Aardgas gebruiken als brandstof voor stadsbussen is voor de luchtkwaliteit. Maar om het aardgasverbruik te beperken moeten we op zoek naar andere alternatieven.

douche

Verspilling door lang en warm douchen
Het verwarmen van leidingwater en dat warme water het riool in laten lopen, lijkt ook een behoorlijke verspilling.
Bijna 20% van het Nederlands aardgasverbruik gaat op aan het verwarmen van water voor de badkamer en de keuken. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de gewoonte om met warm water te douchen bijdraagt aan het aantal aardbevingen in Groningen.
We kunnen dus aardbevingen in Groningen voorkomen door korter te douchen en met koud water te douchen. Het lijkt me goed dat de overheid de Nederlanders oproept om korter te douchen en met koud water te douchen.

Ons dagelijks verpakkingsmateriaal

afval1-original

Ik werk in een supermarkt en ik zie waar al het verpakkingsmateriaal, dat Anne opruimt, vandaan komt. Elke week komen er vrachtwagens vol verpakkingsmateriaal naar mijn supermarkt. En elke week komen er duizenden klanten dat verpakkingsmateriaal kopen.
Het draait natuurlijk om het voedsel dat in het verpakkingsmateriaal zit. De verpakking is bijzaak. Maar het werkt verhelderend als je hoofdzaak en bijzaak omdraait.

De afgelopen jaren zie ik in de supermarkt een trend naar kleinere porties. Het aantal één en tweepersoonshuishoudens groeit. de markt speelt daarop in: voedsel wordt in steeds kleinere porties verkocht. Je kunt ook zeggen dat er steeds meer verpakkingsmateriaal zit om dezelfde hoeveelheid voedsel.
Als ik tien jaar geleden in de supermarkt een container leegmaakte, dan was van elke kilo op die container ongeveer 200 gram verpakkingsmateriaal. Tegenwoordig zit in elke kilo misschien al 300 gram verpakkingsmateriaal en nog maar 700 gram voedsel. Bij sommige produkten koop je in feite meer verpakkingsmateriaal dan voedsel.
De supermarkt wordt steeds meer een verpakkingsmateriaalwinkel in plaats van een winkel waar je eten koopt.

Een deel van het verpakkingsmateriaal kunnen de klanten weer inleveren. Ze krijgen dan statiegeld terug. Het is ondoenlijk om statiegeld in te voeren voor alle verpakkingen. Daarom roept de overheid de mensen op om het verpakkingsmateriaal zonder statiegeld scheiden en in de juiste recycle-container stoppen. Plastic bij plastic, glas bij glas en papier bij karton.
De kringloop van recycling is niet waterdicht. Er lekt teveel verpakkingsmateriaal weg. Dat wordt verbrand als afval of beland in de open lucht voor de blote voeten van Anne.
Het moet beter.

Voor de toekomst heb ik mijn hoop gevestigd op de verpakkingsvrije supermarkt. Net als de bij ouderwetse kruidenier uit grootmoeders tijd worden daar het voedsel afgewogen waar je bij staat: een pond suiker, een liter melk en 3 kilo aardappelen. De klanten nemen zelf zakken, tassen, flessen en kannen mee, waar het voedsel in gaat. De toekomst zal steeds meer gaan lijken op het verleden.

In de verpakkingsvrije supermarkt kun je ook voedsel kopen, dat in de eigen regio is geproduceerd. Biologisch vlees, scharreleieren, kaas, streekbieren enzovoorts. De weg van producent naar consument is korter en voor iedereen zichtbaar. Geen bananen en sinasappels meer, maar wel vlierbessenjam en boekweitmeel.
Misschien werk ik over 5 jaar in de eerste verpakkingsvrije supermarkt in Delft. Ik heb nog een klein duwtje nodig.