Tagarchief: inzicht

Nieuwe sanctie: Russische bijen niet langer welkom op Europese bloemen

130529144329-large

De handelsoorlog tussen de Europese Unie en Rusland heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Bloemen op Europese bodem mogen niet langer worden bestoven door Russische bijen. Er zijn in Europa voldoende bijen en andere insecten om voor bestuiving te zorgen en de Europese landbouwministers willen niet langer dat Russische bijen nectar stelen uit Europese bloemkelken. Als Rusland zo graag Europese honing wil, dan kunnen ze dat gewoon kopen. Russische bijen, die toch de grens oversteken zullen met insecticide en vliegemeppers verjaagd of gedood worden.

Binnen een uur kondigde Moskou tegenmaatregelen aan. Het Russische leger zal langs de grens met EU-landen in een strook van 6 km. alle bloemen afknippen, een variatie op de taktiek van de verschroeide aarde. Dit om te voorkomen dat Europese bijen en insekten nog langer kunnen profiteren van de spreekwoordelijke Russische gastvrijheid. Het is aan Europese bijen ook verboden om stuifmeel van Russische makelij mee terug te nemen over de grens.
Natuurbeschermingsorganistaties hebben protest aangetekend tegen de ontbloemingsactie van het Russische leger.

Met dit stukje wil ik aangeven dat de sancties en boycotmaatregelen tussen EU en Rusland alleen effectief lijken in het huidige aardolietijdperk van internationale handel en globalisering.

Honderd jaar geleden was er zo weinig handel en verkeer tussen Rusland en West-Europa, dat sancties en boycots helemaal nergens op zouden slaan. En over 20 jaar, als de makkelijk winbare aardolie echt op is, dan hebben sancties en boycots ook geen enkele zin meer.

Peak-paprika

2624773535_2cb9e64be8_z
foto: RA Torsten Kellotat

Er gaan binnenkort Nederlandse paprika’s naar China. Het handelsplatform Frugi Venta en het ministerie van Economische Zaken hebben twee jaar onderhandeld met de Chinese autoriteiten, maar nu is er een exportvergunning. Frugi Venta wacht nog op officiële goedkeuring door de Chinese overheid, maar heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt. En dan zullen voor het eind van het jaar vliegtuigen vol Nederlandse paprika’s naar China vliegen.

Maar laten we niet te vroeg de champagne ontkurken. Die paar vliegtuigen vol paprika’s zullen het tij niet doen keren. De export van paprika’s loopt al jaren terug. Peak-paprika, de maximale paprikaproduktie, die ooit gehaald zal worden, ligt al achter ons.

In 2009 exporteerde Nederland nog 328 miljoen kilo aan paprika’s (cijfers Frugi Venta)
De afgelopen jaren is die export gestaag gedaald.

Schermafbeelding 2014-08-26 om 11.03.07

Je kunt op je vingers uitrekenen dat de paprika-export in 2014 nog lager zal uitvallen door de Russische boycot van Europese groenten en fruit.

Toekomstperspectief
De brandstof waarmee de paprika’s naar Rusland gereden werden en naar China zullen vliegen, wordt gemaakt uit aardolie. En we weten allemaal dat het steeds moeilijker wordt om aardolie te winnen. Dat betekent dat er in de toekomst minder diesel en kerosine zal zijn om paprika’s te vervoeren. Uiteindelijk zal de Nederlandse paprika-export helemaal terugvallen tot 0 kilo, zoals in de jaren 50 van de vorige eeuw, toen geluk nog heel gewoon was.
Als de paprika een plekje weet te veroveren in de Chinese keuken, dan zullen de Chinezen de paprikazaadjes niet weggooien, maar gaan planten in Chinese bodem. Ze zullen hun eigen paprika’s gaan telen.
En dan hoeven wij niet meer zoveel moeite te doen om de laatste restjes aardolie uit de Noordzeebodem naar boven te halen.

Peak-oil leidt tot peak-uranium

Uraniumwinning wordt steeds duurder
In 2006 verwachtte het IEA dat de mondiale uraniumproduktie in 2020 zou stijgen tot 55 kiloton (het oranje gebied in de grafiek hieronder) wanneer de extractiekosten beperkt worden tot maximaal $40 per kg.


(bron: Energy Watch Group dec. 2006)

Als de mijnbouwbedrijven de extractiekosten laten oplopen tot maximaal $130 per kg. dan kunnen ook de moeilijk winbare uraniumreseves worden geëxploiteerd en is een hogere produktie van 70 kiloton per jaar haalbaar (aangegeven door het gele gebied in het plaatje hierboven). Maar die hogere extractiekosten moeten wel opgebracht worden door de afnemers.
Eind 2006 schommelde de olieprijs rond de $60 per vat.

De prijs, die de afnemers wilden betalen voor uranium, liep het afgelopen decennium snel op van $8 per pound in 2001 naar meer dan $50 per pound vanaf augustus 2006. De hogere extractiekosten kunnen bij die prijzen makkelijk worden terugverdiend.


(bron:Cameco)

De mondiale uraniumproduktie steeg geheel volgens de verwachting van 39 kiloton in 2006 naar 58 kiloton in 2012. Maar omdat er wereldwijd jaarlijks 70 kiloton uranium verbruikt wordt, is er nog altijd een onderproduktie ofwel supply-deficit.

Minder kernenergie betekent minder vraag naar uranium
Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

De afname van de hoeveelheid opgewekte kernenergie gaat gepaard met een dalende prijs voor uranium. De prijs voor een pound uranium is in de laatste 3 jaar weer gedaald tot onder de $30. Het wordt erg moeilijk om de stijgende mijnbouwkosten terug te verdienen.

uraniumprijs20112014
(bron:Cameco)

De dalende prijs duidt op een dalende vraag naar uranium. Maar waardoor is de vraag afgenomen?
Enerzijds zal de kernramp in Fukushima en de politieke keuze in Japan en Duitsland om kerncentrales te sluiten leiden tot een lagere vraag en lagere uraniumprijs.
Anderzijds kan de prijs van meer dan $50 per pound uranium te hoog zijn voor een deel van de afnemers.
Toen de prijs van een vat aardolie meer dan $140 bedroeg, trad er ook uitval van de vraag naar aardolie op (demand-destruction). Waarschijnlijk daalt ook de vraag naar uranium omdat het gewoon te duur is geworden.

De winning en zuivering van uranium wordt steeds duurder omdat de rijkste ertsen al in de 20e eeuw zijn verbruikt. Het uraniumerts dat over is, bevat minder uranium en er moet dus veel meer gesteente worden verplaatst en vermalen om dezelfde hoeveelheid splijtbaar uranium te winnen. En dat terwijl door de gestegen olieprijs de brandstof van de mijnbouwmachines en de elektriciteit voor de opwerkingsfabrieken de afgelopen 10 jaar veel duurder is geworden.

Er zit ook uranium opgelost in zeewater. En in principe hebben we de technologie om uranium uit zeewater te winnen. Maar in de praktijk zal uranium uit zeewater te halen zo duur zijn, dat de elektriciteit uit kerncentrales voor de afnemers onbetaalbaar wordt.
Aan het begin van het kernenergie-tijdperk dacht men dat elektriciteit uit kerncentrales zo goedkoop zo zijn, dat het verbruik niet meer gemeten hoefde te worden (“too cheap to meter“, waren de woorden van Lewis Strauss).
Dat is een fabeltje gebleken.
Binnenkort wordt elektriciteit uit kerncentrales te duur om te verkopen (too expensive to market).

Duurzame energie-opwekking heeft ook vervelende kanten

Voordat we ons helemaal overgeven aan duurzame elektriciteitsopwekking, moeten we ook maar even advocaat van de duivel spelen. Is het de ideale oplossing? Of zijn er ook nadelen verbonden aan windmolens en zonnepanelen?
Kim Hill van Creative Ecology zette een aantal nadelen op een rijtje.

1. Zonnepanelen en windmolens worden gemaakt van hoogwaardige materialen: plastic, metaal en chemicaliën. Die materialen moeten gewonnen worden, getransporteerd en gezuiverd. Daarbij laten de materialen een spoor van vernieling, uitbuiting, vervuiling en CO2 achter. Multinationals verdienen er dik aan. Om windmolens en zonnepanelen te maken zijn fossiele brandstoffen noodzakelijk.

2. De elektriciteit die windmolens en zonnepanelen opwekken wordt gebruikt in mijnbouw, industrie en andere activiteiten, die grote schade toebrengen aan het milieu. Zelfs als je op een milieuvriendelijke manier elektriciteit kunt opwekken. Elektriciteit gebruiken is meestal erg milieuonvriendelijk.

3. Het doel van overstappen naar duurzame energiebronnen is het in stand houden van onze huidige manier van leven, die bedreigend is voor het mondiale ecosysteem. Moeten we doorgaan op de doodlopende weg.

4. Alle planten en dieren op aarde kunnen overleven zonder elektriciteit. Ze halen hun energie uit het ecosysteem. Alleen het industriële systeem dat de mens in de laatste 3 eeuwen heeft opgebouwd heeft elektriciteit nodig. Moeten we het natuurlijke, zelfvoorzienende ecosysteem opofferen aan onze kortstondige bevlieging met machines?

5. de netto-energie-opbrengst van windmolens en zonnepanelen is laag. Er is ontzettend veel energie nodig om de metalen en kunststoffen te maken, die nodig zijn voor windmolens en zonnepanelen. Het is maar de vraag of windmolens en zonnepanelen tijdens hun levensduur meer energie opwekken dan ze gekost hebben. Onze complexe, zorgzame samenleving kan alleen voortbestaan als windmolens en zonnepanelen 10 keer zoveel energie opleveren dan erin geïnvesteerd werd.

6. Belastinggeld dat wordt besteed aan windmolens en zonnepanelen komt terecht bij multinationals.Bedrijven als General Electric, BP, Samsung en Mitsubishi profiteren van de belangstelling voor duurzame energieopwekking. Zij investeren hun winsten direct in grootschalige projecten, die natuur en milieu beschadigen en bedreigen. Als de milieubeweging gaat geloven dat de multinationals milieuvriendelijk geworden zijn, dan is dat erg naief.

7. Meer duurzame elektriciteit betekent nog geen lagere CO2-uitstoot. De hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit stijgt, maar de hoeveelheid elektriciteit wereldwijd opgewekt m.b.v. fossiele brandstoffen stijgt ook.

8. Slechts 20% van de wereldwijd gebruikte energie is elektriciteit. Zelfs als alle elektriciteit zonder CO2-uitstoot wordt opgewekt, dan daalt de CO2-uitstoot slechts met 20%. Dat heeft weinig zin als de totale CO2-uitstoot blijft stijgen.

9. Windmolens en zonnepanelen gaan 20 tot 30 aar mee en moeten dan vervangen worden. Het hele proces van mijnbouw, zuivering, transport en produktie begint dan opnieuw. Als we niets veranderen, zullen we nog eeuwenlang moeten doorgaan met winning en transporteren van metalen en kunststoffen en het produceren van zonnepanelen en windmolens.

10. De reductie van CO2-uitstoot, die men met windmolens en zonnepanelen wil bereiken kan heel makkelijk gehaald worden door minder energie te verspillen. Door het rendement van bestaande elektriciteitscentrales te verbeteren en door besparingen van consumenten gaat de CO2-uitstoot ook omlaag.

Steek je energie niet in boos worden en het terzijde schuiven van bovenstaande argumenten. Steek je energie in het bedenken van oplossingen voor de genoemde nadelige effecten.

Aanbevolen leesvoer:
Ten Reasons Intermittent Renewables (Wind and Solar PV) are a Problem.
A Problem With Wind Power.
The myth of renewable energy

Geld: van ruilmiddel tot verslavend wondermiddel

Geld is ontstaan als een ruilmiddel. Het maakte de handel makkelijker en overzichtelijker. Mensen konden ruilmiddel verdienen door arbeid te verrichten, diensten te verlenen of door dingen te verbouwen of te maken. Met dat ruilmiddel kon men anderen arbeid of diensten laten verrichten of voedsel of andere zaken kopen.

HiRes
De hoeveelheid ruilmiddel bleef min of meer constant: de inflatie was erg laag. Het was strafbaar om zelf ruilmiddel te maken. Als machthebbers in korte tijd zelf extra ruilmiddel maakten en daardoor inflatie veroorzaakten, reageerde de samenleving vaak door een nieuw, alternatief ruilmiddel te bedenken: een nieuwe, lokale munt.
Tientallen eeuwen hebben mensen over de hele wereld zelf ruilmiddelen of munten bedacht en daarmee hun eigen lokale economie opgebouwd.

Langzamerhand is de rol van geld veranderd. Door de opkomst van het bankwezen werd het mogelijk om geld te lenen. Daardoor kon een toekomstige oogst alvast geruild worden voor arbeid of diensten. En arbeid, die in de toekomst verricht moet worden, kon alvast worden geruild voor een bepaalde som geld (een lening), zodat er nu al goederen, voedsel of diensten konden worden gekocht. Het werd mogelijk om op afbetaling te kopen en om op de pof te leven.
Banken kregen de mogelijkheid om geld uit te lenen en konden daarmee bepaalde economische activiteiten bevoordelen en andere activiteiten tegenwerken. Als een koning (of regering) een vloot wilden bouwen, dan konden banken en geldschieters dat mogelijk maken. Door met geleend geld een vloot te bouwen, bloeide de scheepsbouw in het land op.
In de 20e eeuw werd de ontwikkeling van kernenergie en kernwapens mogelijk doordat regeringen geld konden lenen van banken om uranium te winnen en wetenschappers te laten werken aan kernsplitsing. Er waren gigantische investeringen nodig om de eerste kernwapens te kunnen maken, het Amerikaanse Manhattan-project. Dat dat project doorging is door slechts een handjevol mensen besloten: een heel klein groepje machthebbers en bankiers beslisten over het lot van honderdduizenden Japanners.

Banken hebben op dezelfde manier de globalisering mogelijk gemaakt.
Europese bedrijven kregen leningen van banken om fabrieken te bouwen in lagelonenlanden. In Europa verdwenen banen en in Azië begon een Industriële revolutie, waarbij miljoenen mensen naar de steden trokken om tegen lage lonen slavenarbeid te verrichten.
Banken hebben ook ruimtevaartprogramma’s mogelijk gemaakt. Regeringen leenden van banken om wetenschappers raketten en satellieten te laten bouwen. Een kleine lokale economie kan nooit genoeg arbeid investeren (en ruilmiddel opzij zetten) voor zo’n grote onderneming.

Geld is niet langer een ruilmiddel. Geld is een middel om bepaalde activiteiten en projecten, die de mensen uit zichzelf niet willen en kunnen doen mogelijk te maken. Met het tovermiddel geld kun je mensen laten werken aan pyramides en atoomwapens. Met het tovermiddel geld kunnen dictators en politici hun eigen persoonlijke ambities nastreven en hun plannen tot uitvoer brengen. Ze hoeven alleen een klein select groepje politici en bankiers te overtuigen.
De afgelopen 10 jaar is er door banken en politici ontzaggelijk veel nieuw geld gecreëerd in de vorm van leningen. Met dat nieuwe geleende geld worden projecten om moeilijk winbare olie en gasvoorraden te exploiteren mogelijk gemaakt. Het is een truuk om op de korte termijn, fossiele brandstoffen te winnen met een laag energierendement (EROEI ofwel Energy Return On Energy Investment). Het energierendement is zo laag, dat de economie zich eigenlijk niet kan permitteren om die moeilijk winbare olie en gasvoorraden uit de aardkorst te halen. Dankzij de toverkracht van geld wordt het mogelijk dit wel te doen: dit is de zogenaamde koolstof-zeepbel (carbon-bubble)

Contant, bestaand geld afschaffen?
De toverkracht van geld gaat verloren als mensen alternatieve ruilmiddelen bedenken. Kleinschalige lokale ruilhandel en digitale munten zoals Bitcoin zorgen ervoor dat mensen minder afhankelijk worden van het officiële geld dat door regeringen en banken wordt gecontroleerd.
Eigenlijk is contant geld, dat in de economie circuleert ook al een bedreiging voor de toverkracht van geld. Dat oude, contante geld wordt door mensen hoofdzakelijk gebruikt voor onderlinge handel en betalen voor onderlinge diensten.
Harvardprofessor Ken Rogoff pleit ervoor om het contante geld af te schaffen: op die manier kan de overheid de informele economie tussen burgers onderling kleiner maken.
Rogoff stelt dat contant geld hoofdzakelijk gebruikt wordt door misdadigers en drugshandelaren. Dat is een mooi smoesje, maar natuurlijk wel schromelijk overdreven.

Politici en bankiers willen af van het contante en oude geld dat in de wereld circuleert. Dat contante geld wordt niet gebruikt voor de doeleinden en projecten, die ze nastreven, zoals de winning van olie en gas.
Het EIA becijfert dat er de komende 20 jaar meer dan 48 biljoen dollar nodig is om in de energiebehoefte van de wereldeconomie te voorzien. Er zal dus nog ontzaggelijk veel geld geleend moeten worden om het geglobaliseerde, economische systeem overeind te houden.
En we hebben heel veel mensen nodig, die een carriere kiezen in de olie- en gaswinning. Het is lastig als die mensen op een andere manier, in de samenleving evenveel geld kunnen verdienen. Het contante geld dat mensen nu gebruiken om elkaar in te huren kan maar beter verdwijnen, zodat alleen banken en politici kunnen bepalen waar mensen voor werken. Een economie, die draait op geleend geld, is veel beter in een bepaalde richting te sturen door een klein groepje politici of machthebbers.

War… what is it good for?

Vandaag wordt opnieuw de landing van de geallieerden op de Normandische kust van 6 juni 1944 herdacht. En veel wereldleiders, politici en journalisten zullen vertellen waarom het zo belangrijk is om wapens en een leger te hebben. We moeten onze vrijheid verdedigen, of ons grondgebied, of onze welvaart of onze aardolie…

De overgrote meerderheid van de mensen peinst er niet over om een wapen te pakken en iemand te doden. Van alle mensen op Aarde is 98 of 99% rechtschapen, eerlijk en vriendelijk. Uit zichzelf zullen ze nooit een opstand of een oorlog beginnen. Iedereen wil gewoon een rustig leven, hard werken en gelukkig zijn.

Toch zijn er overal ter wereld normale mensen, die een opstand of oorlog beginnen. Ze zijn niet zelf op dat idee gekomen, maar ze hebben geluisterd naar hun regering, naar politici en naar journalisten. Ze luisteren naar iemand met gezag die ze opdraagt om gewelddadige acties uit te voeren.

Soms is het een generaal of kolonel.
Soms is het een minister of een rebellenleider.
Soms is het een rabbijn, een imam of een priester, die de mensen oproept om de vijand te verslaan.
Ze hebben altijd een goede reden, die het geweld rechtvaardigt.
De vrouwen en meisjes worden onderdrukt. Onze vrijheid van meningsuiting en onze democratie zijn in gevaar. We moeten een genocide voorkomen.
De gezagsdragers zullen meestal de vredelievende mensen kunnen overtuigen dat moord en doodslag noodzakelijk zijn.

Er zijn mensen, die zich verzetten tegen het gezag. Mensen, die zelf blijven nadenken.
Josie-the-Outlaw is een van die mensen.
Luister naar haar verhaal en blijf zelf nadenken.