Tagarchief: klimaatmodellen

Sneeuwval op Noordelijk Halfrond nog altijd flink hoger

Half oktober ligt er op de landmassa’s van het Noordelijk Halfrond al flink wat sneeuw.
Op het kaartje (van het Global Snow Lab) hieronder is met blauw aangegeven welke gebieden normaal gesproken nog sneeuwvrij zijn, maar waar dit jaar al wel sneeuw ligt.

2014291

In grote delen van Siberië, Scandinavië en Centraal-Azië ligt al vroeger dan normaal sneeuw. Het gaat om miljoenen vierkante kilometers.
Met rood is aangegeven waar nu nog geen sneeuw ligt terwijl dat normaal gesproken wel het geval is.

Uit de statistieken van het Global Snow Lab blijkt dat in oktober het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond de laatste 10 jaar meestal groter is dan het langjarig gemiddelde over de periode 1981-2010.

Schermafbeelding 2014-10-20 om 07.33.50

Het Amerikaanse US National Ice Center (afgekort NIC) hougt ook de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond in de gaten.
Op het plaatje hieronder zie je afwisselend het sneeuwdek van 18 oktober 2013 en 18 oktober 2014.
Het is duidelijk te zien dat er dit jaar veel meer sneeuw in Siberië gevallen is dan vorig jaar.

d7a6s

Land dat door sneeuw bedekt is, weerkaatst veel zonlicht. Als er meer sneeuw ligt dan normaal zal er ook meer zonlicht weerkaatst worden. Dit leidt ertoe dat de atmosfeer minder opgewarmd wordt dan in normale jaren (de periode 1981-2010).
Het is onwaarschijnlijk dat de meestgebruikte klimaatmodellen van klimaatwetenschappers rekening houden met een toename van de sneeuwbedekking. De toegenomen sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond zou zelfs een van de redenen kunnen zijn waarom de opwarming van het klimaat de laatste 12 jaar langzamer gaat dan de klimaatmodellen voorspellen.

Meeste Europese landen voldoen al aan Kyoto-doelstelling

In het klimaatverdrag van Kyoto is afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag gebracht moet worden tot onder het niveau van 1990. Voor de meeste Europese landen geldt als doelstelling dat de uitstoot 6 tot 8% onder de uitstoot van 1990 moet worden.
Als je kijkt naar de uitstoot van CO2 in 2013, dan blijkt dat de meeste Europese landen al ruimschoots voldoen aan die doelstelling.

CO2-uitstoot van 2013 vergeleken met die van 1990 voor Europese landen

CO2-uitstoot van 2013 vergeleken met die van 1990 voor Europese landen

In het plaatje hierboven is zichtbaar dat Litouwen en Roemenië hun CO2-uitstoot al met meer dan 50% terugdrongen: zij zijn Europees kampioen klimaatbeleid.
Slechts een klein groepje landen, België, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Noorwegen en Ierland hebben in 2013 meer CO2 geproduceerd dan in 1990.

Als je de CO2-uitstoot van alle landen in de grafiek bij elkaar optelt dan kom je in 2013 op 4125 miljoen ton CO2. Dat is 13% minder dan de CO2-uitstoot van dezelfde groep landen in 1990.
M.a.w. de gezamenlijke CO2-uitstoot van Europa is in 2013 ook al lager dan afgesproken in het Kyoto-protocol. (een aantal kleine landjes buiten beschouwing gelaten).
Ik ga ervan uit dat de Europese landen ook de uitstoot van andere broeikasgassen (methaan, lachgas en de fluorverbindingen CFK’s, PFK’s en zwavelhexafluoride) ook met succes hebben kunnen terugdringen onder het niveau van 1990.

De vermindering van de CO2-uitstoot in Europa en de snelheid waarmee dat is bereikt, maken de emissiescenario’s van het IPCC ongeloofwaardig.
Het klimaatpanel verwacht zelfs in haar meest optimistische prognose (RCP2.6) dat de mondiale CO2-uitstoot zal blijven stijgen tot 2020.

In de emissiescenario’s RCP4.5, RCP6.0 en RCP8.5 blijft de CO2-uitstoot stijgen tot 2035 of zelfs tot 2080. Dat is gezien de huidige ontwikkeling, erg onrealistisch te noemen.

Sneeuwdek op Noordelijk Halfrond kleiner dan normaal, maar wel dikker

Het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers Universiteit houdt bij hoeveel land van het Noordelijk Halfrond is bedekt met sneeuw.
In de afgelopen meimaand was het sneeuwdek kleiner dan het gemiddelde over de periode 1981-2010. In de grafiek hieronder wordt dat weergegeven door het rode balkje.

Schermafbeelding 2014-06-04 om 15.15.54

In de grafiek is goed te zien dat het sneeuwdek de afgelopen 10 meimaanden elke keer kleiner was dan het langjarig gemiddelde.
In mei 2014 was er 17 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw. Het gemiddelde over de periode 1981-2010 bedraagt 19,02 miljoen km². In april 2014 was het door sneeuw bedekte oppervlak ook al kleiner dan het langjarig gemiddelde.

Op de website van het Canadian Cryospheric Information Network (CCIN) is ook een grafiek te vinden, die laat zien dat het door sneeuwbedekte oppervlak in mei 2014 min of meer gelijk was aan het gemiddelde over de periode 1998-2011. (hier).
Op de CCIN-website staat ook een grafiek, waarin (een schatting van) het sneeuwvolume op het Noordelijk Halfrond wordt weergegeven: het zogenaamde Snow Water Equivalent.
Op die grafiek, hieronder, zie je dat het sneeuwvolume op het Noordelijk Halfrond sinds augustus 2013, vrijwel onafgebroken groter is geweest dan het gemiddelde (+ één standaard-deviatie).

nh_swe
Klik voor vergroting

Half mei lag er nog een hoeveelheid sneeuw op het Noordelijk Halfrond, die overeenkomt met 1000 km³ (kubieke kilometer). Als je die 1000 km³ deelt door het oppervlak van 17 miljoen km², dat door het Global Snow Lab werd becijferd, dan kom je op een gemiddelde dikte van 5,9 cm.

De Nederlandse onderzoekers Bintanja en Selten publiceerden onlangs in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift Nature een artikel waarin zij verwachten dat de hoeveelheid sneeuwval op het Noordelijk Halfrond verder zal toenemen door het afsmelten van het zeeijs rond de Noordpool. De grafiek van het Snow Water Equivalent, van CCIN, ondersteunt deze theorie.

Mijn vriend Paradox schrijft op zijn weblog, Paradoxnl, ook over het dikker-dan-normale sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond.

Wordt 2014 in Nederland het warmste jaar ooit?

De jaren 2006 en 2007 waren de warmste jaren ooit gemeten door het KNMI in De Bilt. De gemiddelde temperatuur kwam uit op 11,2°C. De temperatuur over de eerste vijf maanden van een kalenderjaar geeft al een aardige indicatie voor de te verwachten gemiddelde jaartemperatuur.
In 2007 was de gemiddelde temperatuur in De Bilt over de periode januari t/m mei 9,66°C. De eerste vijf maanden van dit jaar (2014) bedroeg de gemiddelde temperatuur 9,18°C en dat is na 2007 het hoogste.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.21.10

Er is een redelijke kans dat 2014 één van de warmste jaren ooit in Nederland gaat worden. In de grafiek hieronder worden de jaargemiddelde in De Bilt vergeleken met de temperatuur over de eerste 5 maanden van dat jaar.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.22.56

Op de website weerstatistieken.nl wordt op basis van de maandgemiddelden een schatting gemaakt voor de gemiddelde temperatuur over het gehele jaar 2014.
Als de temperatuur in laatste 7 maanden precies uitkomt op het langjarig gemiddelde voor die maanden, dan komt de gemiddelde jaartemperatuur over 2014 uit op 11,04°C.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.26.52

Met een warme zomer en een zacht najaar zal 2014 even warm of zelfs warmer uitvallen dan 2006 en 2007.

Het KNMI presenteerde afgelopen week nieuwe klimaatscenario’s. Met behulp van computermodellen worden schattingen gemaakt voor de gemiddelde temperatuur en neerslag die het KNMI in de komende decennia verwacht: het is een extreme lange termijn voorspelling.
Ik zal in de toekomst wat dieper ingaan op de nieuwe klimaatscenario’s en ze vergelijken met de “oude scenario’s” uit 2006.

De publicatie van de nieuwe klimaatscenario’s kreeg geen enkele aandacht van de grote nationale media. Misschien omdat het vlak voor het vrije Hemelvaartweekend was, misschien omdat klimaatverandering tegenwoordig in het algemeen minder media-aandacht krijgt.

Stijging zeespiegel vertraagd door meer sneeuwval?

De Nederlandse klimaatonderzoekers Richard Bintanja en Frank Selten, werkzaam bij het KNMI, hebben zich de afgelopen tijd verdiept in de gevolgen van het afsmelten van het Noordpoolijs. Het resultaat van hun onderzoek werd afgelopen week gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Nature.

De onderzoekers laten met behulp van klimaatmodellen zien dat de hoeveelheid neerslag in het Noordpoolgebied zal gaan toenemen naarmate er in de zomermaanden meer open water komt. Door het afsmelten van het zeeijs, kan er meer water verdampen uit de Poolzee. Die extra verdamping leidt automatisch tot meer neerslag.

Bintanja en Selten verwachten dat er tot 50% meer neerslag kan gaan vallen, veelal in de vorm van sneeuw.
De extra sneeuwval heeft tot gevolg dat er meer zonlicht zal worden weerkaatst, waardoor het afsmelten van het zeeijs vertraagd zal worden. De klimaatmodellen voorspellen ook dat de ijskap van Groenland door de extra sneeuwval minder snel afsmelt. Hetzelfde geldt voor andere gletsjers in het Noordpoolgebied, zoals de gletsjer op de Kebnekaise in Zweden.

Met de Climate Explorer van het KNMI heb ik gekeken naar de sneeuwbedekking in het noorden van Noorwegen en Zweden. Ik heb de data van het Global Snow Lab van de Rutgers University opgezocht voor het gebied van 65 tot 68°NB en van 15 tot 22°OL.
Het is maar een klein gebiedje, maar in de periode 1984-2014 is de sneeuwbedekking in het gebied toegenomen (zie de grafiek hieronder)

tsirutgers_nhsnow_16-22E_65-67N_n_1984-2014yr1

De groene lijn is het voortschrijdend gemiddelde over 10 jaar.

Met de Climate Explorer kun je ook aparte grafiekjes maken voor het winter- en het zomer-halfjaar. Het blijkt dat de sneeuwbedekking in het winter-halfjaar (oktober tot en met maart) toegenomen is en in de zomermaanden min of meer constant is gebleven.

tsirutgers_nhsnow_16-22E_65-67N_n_1984-2014half

 

De onderzoekers Bintanja en Selten denken dat door de extra sneeuwval in het poolgebied de stijging van de zeespiegel afgeremd zal worden. Dat is in mijn ogen goed nieuws.
Maar het is wel in tegenspraak met de algemeen heersende opinie dat de stijging van de zeespiegel in de loop van de 21e eeuw zal toenemen.

Schat het IPCC de toekomstige CO2-uitstoot niet veel te hoog in?

Ik schreef hier al eerder over de toekomstige CO2-uitstoot en de rooskleurige, economische prognoses van het IPCC.
Afgelopen week hoorde ik een interview met Jeff Rubin over zijn boek The End of Growth. Het is zeker de moeite waard om het hele interview te beluisteren.

Maar vandaag wil ik even stil staan bij de laatste 90 seconden van het interview.
Daarin zegt Jeff Rubin:

We’re not going to be able to afford to cook ourselves to death. If you look at what the IPCC is forecasting in terms of carbon-emissions, in terms of coal and oil consumption in the next 20 years…..
We’re not going to emit half of the carbon that the IPCC says we are.
Not because of ecological-conscience governance. We’re going to not be able to afford the fuel…..
This is a very hopeful story, because it takes the future out of our hands.

Ofwel.
We kunnen het ons niet veroorloven om de planeet te koken. Als je kijkt naar wat het IPCC voorspelt voor de CO2-uitstoot, voor het olie- en steenkoolverbruik in de komende 20 jaar…
We zullen niet eens de helft van die CO2 produceren, die het IPCC ons voorspiegelt. Niet omdat regeringen klimaatbeleid voeren, maar omdat we de benodigde brandstof niet kunnen betalen….
Dit is een zeer hoopgevende ontwikkeling, omdat de toekomst niet langer in onze handen ligt.

In dit najaar zal het IPCC een nieuw rapport uitbrengen: AR5.
In dat rapport zullen nieuwe prognoses staan voor de te verwachten CO2-uitstoot in de komende decennia.
Het slechtste scenario van het IPCC (MESSAGE 8.5) voorziet dat de menselijke CO2-uitstoot in de 21e eeuw zal verviervoudigen en zal oplopen tot 100 gigaton per jaar.

Jeff Rubin vindt dit scenario zeer onrealistisch. Ik ook trouwens.
Maar ook de andere emissie-scenarios (GCAM 4.5 en AIM 6.0) gaan ervan uit dat de menselijke CO2-uitstoot nog zeker 20 jaar zal blijven stijgen. Gezien de recente economische ontwikkelingen lijkt die veronderstelling ongegrond. Zelfs in China, India en Brazilië is de economische groei afgezwakt. Ook de politieke beslissing van Indonesië, Egypte en Libië om de subsidie op brandstof af te schaffen maakt deze voorspellingen(GCAM 4.5 en AIM 6.0) ongeloofwaardig.

Eigenlijk is alleen het groenste emissie-scenario IMAGE 2.6, waarin de CO2-uitstoot zal blijven groeien tot 2020 en pas na 2025 zal gaan dalen, realistisch te noemen.
De vraag dringt zich op waarom het IPCC dan toch zeer optimistische, maar volkomen onrealistische voorspellingen doet over de menselijke CO2-uitstoot, ons energieverbruik en economische ontwikkeling.
En waarom zullen wetenschappers, journalisten en politici de ongeloofwaardige economische scenario’s van het IPCC slikken als zoete koek?

Als olie en gas opraken, daalt dan onze CO2-uitstoot?

De makkelijk winbare fossiele brandstoffen raken op. Het wordt steeds moeilijker en duurder om aardgas en aardolie te winnen. In veel landen daalt het gebruik van fossiele brandstoffen omdat de inwoners zich geen dure benzine en stookolie meer kunnen veroorloven. Daardoor daalt ook de CO2-uitstoot in die landen.
Dat is in tegenspraak met de scenario’s van het IPCC, dat voorspelt dat de CO2-uitstoot nog decennialang gelijk zal blijven of zal stijgen.

In het nieuwe Assessment Report van het IPCC, dat dit najaar zal worden gepubliceerd, worden nieuwe CO2-emissiescenarios gepresenteerd. Die zijn afkomstig uit een publicatie van Richard Moss en anderen in Nature van februari 2010.
Hieronder een korte (Engelse) beschrijving van de emissie-scenario’s van Moss et al. uit 2010.
scenariosar5

In onderstaande grafiek wordt de verwachte CO2-uitstoot van die scenario’s weergegeven.
AR5scenariosmossetal2010

Slechts één van de scenario’s gaat ervan uit dat de menselijke CO2-uitstoot voor 2030 zal pieken en daarna zal afnemen. Dat scenario, IMAGE 2.6, werd bij het Nederlandse PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) ontwikkeld door Detlef van Vuuren en Tom Kram.

Van Vuuren en Kram schatten in 2009 dat menselijke CO2-uitstoot tussen 2020 en 2025 maximaal zal zijn. Ze verwachten dat de menselijke CO2-uitstoot daarna geleidelijk zal dalen en dat in 2050 de CO2-uitstoot min of meer gehalveerd zal zijn. Het volgende grafiekje is afkomstig uit een publicatie over het IMAGE 2.6-scenario.

vanvuuren

Aanhangers van de Peakoil-theorie, zoals Richard Heinberg van het Postcarbon Institute en de gerenomeerde Club van Rome, verwachten net als Van Vuuren en Kram dat het gebruik van fossiele brandstoffen in de komende 20 jaar een maximum zal bereiken.
Maar er zijn ook doemdenkers, die peak-CO2 nog eerder verwachten.

Op haar weblog Our Finite World filosofeert Gail Tverberg over het einde van het fossiele brandstoftijdperk en het afnemen van de CO2-uitstoot,.
Onderstaand plaatje is van Our Finite World en laat een aantal emissiescenario’s zien, die Tverberg realistisch acht.

tverbergscenariosa

Het PeakOil-scenario is gebaseerd op het rapport  “Fossil and Nuclear Fuels – the Supply Outlook” van de Energy Watch Group van maart 2013. Dat scenario laat de menselijke CO2-uitstoot pieken tussen 2017 en 2020.
Het Collapse-scenario is van Gail Tverberg zelf. In dat scenario zal het gebruik van aardolie, steenkool en aardgas het komende decennium al gaan afnemen door een wereldwijde economische recessie. Tverberg verwacht de hoogste menselijke CO2-emissie voor 2016 en een afname met meer dan 60% voor het jaar 2050.
Dat zou een prachtig vervolg zijn op het Kyoto-protocol. Zij het dat de beperking van de CO2-uitstoot niet vrijwillig bereikt wordt, maar een direct gevolg is van het opraken van de makkelijk winbare fossiele brandstoffen.

De komende jaren zal blijken of de wereldeconomie veerkracht genoeg heeft om ook de moeilijk winbare olie- en gasreserves te exploiteren. In dat geval zal de economie niet instorten en zal de CO2-uitstoot wereldwijd blijven stijgen. Misschien tot 2020 of 2025, zoals Detlef Van Vuuren denkt, misschien zelfs tot 2050 of 2080.

Ik denk zelf dat Gail Tverberg met haar Collapse-scenario dichter bij de werkelijkheid zit dan het IPCC. Onze (Nederlandse) CO2-uitstoot is al aan het dalen en met de huidige economische vooruitzichten zal  ook de CO2-uitstoot in de rest van de wereld gaan dalen.