Tagarchief: klimaatmodellen

Schat het IPCC de toekomstige CO2-uitstoot niet veel te hoog in?

Ik schreef hier al eerder over de toekomstige CO2-uitstoot en de rooskleurige, economische prognoses van het IPCC.
Afgelopen week hoorde ik een interview met Jeff Rubin over zijn boek The End of Growth. Het is zeker de moeite waard om het hele interview te beluisteren.

Maar vandaag wil ik even stil staan bij de laatste 90 seconden van het interview.
Daarin zegt Jeff Rubin:

We’re not going to be able to afford to cook ourselves to death. If you look at what the IPCC is forecasting in terms of carbon-emissions, in terms of coal and oil consumption in the next 20 years…..
We’re not going to emit half of the carbon that the IPCC says we are.
Not because of ecological-conscience governance. We’re going to not be able to afford the fuel…..
This is a very hopeful story, because it takes the future out of our hands.

Ofwel.
We kunnen het ons niet veroorloven om de planeet te koken. Als je kijkt naar wat het IPCC voorspelt voor de CO2-uitstoot, voor het olie- en steenkoolverbruik in de komende 20 jaar…
We zullen niet eens de helft van die CO2 produceren, die het IPCC ons voorspiegelt. Niet omdat regeringen klimaatbeleid voeren, maar omdat we de benodigde brandstof niet kunnen betalen….
Dit is een zeer hoopgevende ontwikkeling, omdat de toekomst niet langer in onze handen ligt.

In dit najaar zal het IPCC een nieuw rapport uitbrengen: AR5.
In dat rapport zullen nieuwe prognoses staan voor de te verwachten CO2-uitstoot in de komende decennia.
Het slechtste scenario van het IPCC (MESSAGE 8.5) voorziet dat de menselijke CO2-uitstoot in de 21e eeuw zal verviervoudigen en zal oplopen tot 100 gigaton per jaar.

Jeff Rubin vindt dit scenario zeer onrealistisch. Ik ook trouwens.
Maar ook de andere emissie-scenarios (GCAM 4.5 en AIM 6.0) gaan ervan uit dat de menselijke CO2-uitstoot nog zeker 20 jaar zal blijven stijgen. Gezien de recente economische ontwikkelingen lijkt die veronderstelling ongegrond. Zelfs in China, India en Brazilië is de economische groei afgezwakt. Ook de politieke beslissing van Indonesië, Egypte en Libië om de subsidie op brandstof af te schaffen maakt deze voorspellingen(GCAM 4.5 en AIM 6.0) ongeloofwaardig.

Eigenlijk is alleen het groenste emissie-scenario IMAGE 2.6, waarin de CO2-uitstoot zal blijven groeien tot 2020 en pas na 2025 zal gaan dalen, realistisch te noemen.
De vraag dringt zich op waarom het IPCC dan toch zeer optimistische, maar volkomen onrealistische voorspellingen doet over de menselijke CO2-uitstoot, ons energieverbruik en economische ontwikkeling.
En waarom zullen wetenschappers, journalisten en politici de ongeloofwaardige economische scenario’s van het IPCC slikken als zoete koek?

Als olie en gas opraken, daalt dan onze CO2-uitstoot?

De makkelijk winbare fossiele brandstoffen raken op. Het wordt steeds moeilijker en duurder om aardgas en aardolie te winnen. In veel landen daalt het gebruik van fossiele brandstoffen omdat de inwoners zich geen dure benzine en stookolie meer kunnen veroorloven. Daardoor daalt ook de CO2-uitstoot in die landen.
Dat is in tegenspraak met de scenario’s van het IPCC, dat voorspelt dat de CO2-uitstoot nog decennialang gelijk zal blijven of zal stijgen.

In het nieuwe Assessment Report van het IPCC, dat dit najaar zal worden gepubliceerd, worden nieuwe CO2-emissiescenarios gepresenteerd. Die zijn afkomstig uit een publicatie van Richard Moss en anderen in Nature van februari 2010.
Hieronder een korte (Engelse) beschrijving van de emissie-scenario’s van Moss et al. uit 2010.
scenariosar5

In onderstaande grafiek wordt de verwachte CO2-uitstoot van die scenario’s weergegeven.
AR5scenariosmossetal2010

Slechts één van de scenario’s gaat ervan uit dat de menselijke CO2-uitstoot voor 2030 zal pieken en daarna zal afnemen. Dat scenario, IMAGE 2.6, werd bij het Nederlandse PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) ontwikkeld door Detlef van Vuuren en Tom Kram.

Van Vuuren en Kram schatten in 2009 dat menselijke CO2-uitstoot tussen 2020 en 2025 maximaal zal zijn. Ze verwachten dat de menselijke CO2-uitstoot daarna geleidelijk zal dalen en dat in 2050 de CO2-uitstoot min of meer gehalveerd zal zijn. Het volgende grafiekje is afkomstig uit een publicatie over het IMAGE 2.6-scenario.

vanvuuren

Aanhangers van de Peakoil-theorie, zoals Richard Heinberg van het Postcarbon Institute en de gerenomeerde Club van Rome, verwachten net als Van Vuuren en Kram dat het gebruik van fossiele brandstoffen in de komende 20 jaar een maximum zal bereiken.
Maar er zijn ook doemdenkers, die peak-CO2 nog eerder verwachten.

Op haar weblog Our Finite World filosofeert Gail Tverberg over het einde van het fossiele brandstoftijdperk en het afnemen van de CO2-uitstoot,.
Onderstaand plaatje is van Our Finite World en laat een aantal emissiescenario’s zien, die Tverberg realistisch acht.

tverbergscenariosa

Het PeakOil-scenario is gebaseerd op het rapport  “Fossil and Nuclear Fuels – the Supply Outlook” van de Energy Watch Group van maart 2013. Dat scenario laat de menselijke CO2-uitstoot pieken tussen 2017 en 2020.
Het Collapse-scenario is van Gail Tverberg zelf. In dat scenario zal het gebruik van aardolie, steenkool en aardgas het komende decennium al gaan afnemen door een wereldwijde economische recessie. Tverberg verwacht de hoogste menselijke CO2-emissie voor 2016 en een afname met meer dan 60% voor het jaar 2050.
Dat zou een prachtig vervolg zijn op het Kyoto-protocol. Zij het dat de beperking van de CO2-uitstoot niet vrijwillig bereikt wordt, maar een direct gevolg is van het opraken van de makkelijk winbare fossiele brandstoffen.

De komende jaren zal blijken of de wereldeconomie veerkracht genoeg heeft om ook de moeilijk winbare olie- en gasreserves te exploiteren. In dat geval zal de economie niet instorten en zal de CO2-uitstoot wereldwijd blijven stijgen. Misschien tot 2020 of 2025, zoals Detlef Van Vuuren denkt, misschien zelfs tot 2050 of 2080.

Ik denk zelf dat Gail Tverberg met haar Collapse-scenario dichter bij de werkelijkheid zit dan het IPCC. Onze (Nederlandse) CO2-uitstoot is al aan het dalen en met de huidige economische vooruitzichten zal  ook de CO2-uitstoot in de rest van de wereld gaan dalen.

Sneeuw en ijs in de 21e eeuw

Door alle aandacht voor de opwarming voor het klimaat zijn veel mensen gaan denken dat sneeuw en ijs steeds minder zullen voorkomen in de 21e eeuw.
Het KNMI denkt ook dat de winters in 2020 minder koud zullen zijn. In de KNMI’06 klimaatscenarios verwachten de knapste klimatologen van het land dat er over 10 jaar nog maar 5 tot 7 ijsdagen (max. temperatuur <0°C) zullen optreden per winter.

knmiscenario06

In 2012 en 2013 werden er 13 ijsdagen opgetekend in De Bilt.

ijsdagen2013

Ook het aantal dagen met nachtvorst vertoont een stijgende trend. Hoewel alleen in 2013 het aantal vorstdagen boven het langjarig gemiddelde van 58 uitkwam.

vorstdagen2013

De laatste jaren hebben we in Nederland ook meer last van sneeuw. De NS rijdt iedere winter nog met een aangepaste dienstregeling vanwege hinderlijke sneeuwval.
In de grafiek hieronder staat de gemiddelde sneeuwbedekking in Nederland tijdens de maanden januari t/m maart. De grafiek is gebaseerd op gegevens van het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University

snowcoverNL19882013

In mijn vorige post schreef ik over de afkoeling van het Noordzeewater sinds 2006. In dezelfde periode zien we een toename van vorst en sneeuwbedekking.
Is er een oorzakelijk verband tussen sneeuwbedekking en de temperatuur van het Noordzeewater?
Zorgt een toename van sneeuwval voor afkoeling van de Noordzee?
Of kan er meer sneeuw blijven liggen doordat het Noordzeewater is afgekoeld?

Winter van 2012-2013: kouder dan gemiddeld en veel sneeuw

Het KNMI heeft een mooi overzicht gemaakt van de afgelopen wintermaanden.
De gemiddelde temperatuur over december t/m februari was 2,9°C, een halve graad kouder dan het langjarig gemiddelde van 3,4 °C.
Daarmee wordt de afgelopen winter de 4e winter, die kouder is dan normaal in de afgelopen 5 jaar.
Maar vergeet daarbij niet dat de winters van 2007 en 2008 zeer zacht waren.

(de gele lijn geeft het langjarig gemiddelde van 3.4°C aan)

(de gele lijn geeft het langjarig gemiddelde van 3.4°C aan)

Het KNMI constateert ook dat er de laatste winters vrij veel sneeuw valt.
De afgelopen winter telde 18 dagen met een sneeuwdek. Het langjarig gemiddelde staat op 13 sneeuwdagen. In de winter van 2010 waren er 43 sneeuwdagen en in de winter van 2011 28. Kortom: van de laatste vier winters hadden er drie meer sneeuw dan normaal.

De afgelopen 5 jaar valt er ‘s winters veel sneeuw op het Noordelijk Halfrond. Dit verschijnsel is onderzocht door klimaatwetenschappers.
Vorig jaar verscheen een onderzoek van Cohen et al. getiteld “Arctic warming, increasing snow cover and widespread boreal winter cooling“, waarin de auteurs stellen dat het ijsvrij worden van de Noordelijke IJszee leidt tot extra verdamping en extra neerslag op het Noordelijk Halfrond.
Curry en Liu berekenden met behulp van klimaatmodellen dat het ijsvrij worden van de poolzee tot extra sneeuwval kan leiden (“Impact of declining Arctic sea ice on winter snowfall“).

Ook deze winter is er op het Noordelijk Halfrond meer sneeuw gevallen dan we gewend waren in de afgelopen 20 jaar.
Op de grafiek hieronder zie je dat de sneeuwbedekking van eind oktober tot eind februari vrijwel continu boven normaal was.

nhtime-4month

Of deze trend naar meer sneeuwval doorzet, is nog even afwachten. Voorlopig kijkt Cassandra uit naar de lente en de zomer.

Opwarming van het klimaat gaat trager dan tien jaar geleden

De afgelopen 13 jaar gaat de opwarming van het klimaat langzamer. De jaren 2011 en 2012 staan weliswaar in de top-10 van warmste jaren, maar de stijging van de temperatuur in de laatste 13 jaar is kleiner dan de stijging in de periode daarvoor.

Volgens de projecties van het IPCC zou een opwarming met 0,2°C per decennium uiteindelijk leiden tot een opwarming van 2°C in 2100. Maar de grafiek hierboven laat zien dat de opwarming over het afgelopen decennium minder dan 0,1°C bedraagt. Als deze trend zich doorzet, dan zal de temperatuur in het jaar 2100 slechts 1°C hoger zijn dan nu. Dat is natuurlijk heel goed nieuws.

Brits Met Office voorziet minder warm decennium
Het gerenommeerde Britse Met Office heeft haar lange termijnvoorspelling voor de temperatuur naar beneden bijgesteld. Voor de periode 2013-2017 verwachten de onderzoekers een gemiddelde mondiale temperatuur die 0,43°C boven het langjarig gemiddelde ligt. Een jaar geleden verwachtte men nog een gemiddelde van 0,54°C boven het langjarig gemiddelde voor de periode 2012-2016.

metoffice

Klimaatscenario’s van het KNMI
In 2013 zal het KNMI haar klimaatscenario’s, daterend uit 2006, evalueren. Laat in 2013, nadat het 5e Assessment Report van het IPCC is uitgekomen, zal het KNMI nieuwe klimaatscenario’s publiceren. Op 25 maart is er een minisymposium over de manier waarop deze scenario’s tot stand komen.
Er is alvast een brochure uitgegeven als opwarmertje (knipoog) voor de nieuwe klimaatscenario’s. Ik ben benieuwd of het KNMI tot dezelfde minder warme conclusie zal komen als het Met Office.

ScreenHunter_01 Jan. 27 12.48

Smelten Noordpoolijs leidt tot meer sneeuwval op Noordelijk Halfrond

Afgelopen zomer smolt er heel veel Noordpoolijs weg. Het record voor de minimale zeeijsomvang van september 2007 werd gebroken. De minimale omvang van het zeeijs bedroeg nog maar 3,6 miljoen km².
Het grote oppervlak, dat in september 2012 ijsvrij werd, zorgt voor extra verdamping van zeewater. Vloeibaar water verdampt makkelijker dan ijs. De extra verdamping moet vroeger of later leiden tot extra neerslag.
In de afgelopen maand is er op het Noordelijk Halfrond behoorlijk wat sneeuw gevallen.
De sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond is eind oktober 2012 beduidend groter dan vorig jaar.

In de VS zorgt verdamping uit het open water van de grote meren ‘s winters soms voor extra sneeuwval. Men spreekt dan van lake-effect-snow. Zo wordt de extra sneeuwval veroorzaakt door een open Arctische Oceaan die zorgt voor wordt door wetenschappers soms ocean-effect-snow genoemd.

De afgelopen jaren smelt er meer Noordpoolijs dan normaal. Als dit leidt tot meer sneeuwval in oktober, dan zou dat uit de metingen moeten blijken.
Het lijkt erop dat de sneeuwbedekking in oktober de laatste 10 jaar weer toeneemt.

Ook de sneeuwbedekking in de maand november lijkt de laatste 10 jaar hoger dan het gemiddelde over de periode 1971-2000. Al is 10 jaar natuurlijk tekort om een significante trend te kunnen vaststellen.

Gevolgen van extra sneeuwval
Als de sneeuwbedekking in de winter toeneemt, dan heeft dat gevolgen voor de temperatuur aan het aardoppervlak. Sneeuw weerkaatst zonlicht en zorgt daarmee voor afkoeling.
Bovendien is sneeuw water in vaste toestand. Het blijft liggen tot het smelt. Voor het smelten is warmte nodig. Het smelten van sneeuw onttrekt warmte aan de atmosfeer (sneeuw is een “heatsink”) en op deze manier zorgt sneeuwval voor extra afkoeling.

Als we kijken naar de temperatuur op het Noordelijk Halfrond, dan zien we iets merkwaardigs. De afgelopen 24 jaar is de temperatuur boven land in de wintermaanden niet gestegen. Op sommige plaatsen is er zelfs sprake van afkoeling in de maanden december, januari en februari.

Twee jaar geleden reageerde ik nog skeptisch en cynisch op een tweet van Liesbeth van Tongeren over de Arctische Paradox. De recente koude winters zouden een gevolg zijn van het wegsmelten van het Noordpoolijs.

Ik ben niet immuun voor voortschrijdend inzicht. Ik kijk er nu heel anders tegenaan.