Tagarchief: media

Waar zijn de moslim-terroristen?

In de zomer van 2006 werd men op vliegvelden over de hele wereld erg bang van flesjes water of contactlensvloeistof. Geheime diensten hadden een plan ontdekt om met vloeibare explosieven terroristische aanslagen te plegen.
Het plan is nooit ten uitvoer gebracht.
Er zijn wel mensen veroordeeld voor het maken van plannen en die kregen zeer zware straffen.

De autoriteiten voerden strenge controles in om vloeistoffen uit de handbagage van passagiers te weren.
De oogst van de controles was erg mager: er zijn nooit terroristen aangehouden met explosieve vloeistoffen bij zich.

Op Eerste Kerstdag 2009 was het weer raak. Een terrorist probeerde de explosieven, die hij in zijn onderbroek had verstopt aan te steken. Nou ja, explosieven. Het leek meer op Bengaals vuur. De ‘aanslag’ mislukte, maar er werden wel overal ter wereld bodyscanners geplaatst om de andere terroristen te kunnen tegenhouden voordat ze aan boord gingen.
Het resultaat van de bodyscanners is uiterst mager. Er is geen enkele terrorist meer opgepakt met explosieven in zijn schoenen of in zijn onderbroek. Umar Farouk Abdulmutullah was de enige. En uitgerekend bij hem mislukt de aanslag.

De autoriteiten berichten via de media nog altijd over Al Qaeda en de aanslagen, die voorbereid worden. De media kloppen deze bedreiging gretig op. Maar de werkelijkheid staat in groot contrast met deze berichten.
In Europa en Noord-Amerika komen de gevaarlijkste terroristen niet verder dan auto’s met gasflessen en vuurwerkbommetjes bij IKEA.
Ontspoorde eenlingen zoals KarsT T. en Tristan van der V. maakten meer slachtoffers dan Al Qaeda.

In Pakistan, Afghanistan en Irak zijn autobommen en zelfmoordterroristen een alledaagse dreiging. In Nederland hebben we een dikbetaalde Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, die wanhopig probeert vol te houden dat Al Qaeda de dood van Osama Bin Laden bloedig zal wreken.
Wat mij betreft wordt de Nationaal Coordinator Bangmakerij wegbezuinigd.

Einde van de groei en cognitieve dissonantie

De afgelopen 60 jaar zijn we gewend geraakt aan groei en aan de stijgende curves.
De groei van de wereldbevolking, de groei van de economie, de waardestijging van onroerend goed, de voortdurende toename van het aantal auto’s, computers, mobiele telefoons, de stijgende levensverwachting.
Grenzen aan de groei werden in 1972 al beschreven maar ze worden de laatste 30 jaar zorgvuldig verzwegen.

Als iemand beweert dat er een einde zal komen aan de stijgingen, dan botst dat met alles wat we aan eigen ervaringen hebben opgedaan.
Een afname van de wereldbevolking of een afname van het aantal auto’s klinkt de meeste mensen als een verzinsel in de oren. Onmogelijk, absurd, een complottheorie.
Dat we minder oud zullen worden dan onze ouders en een lager pensioen zullen hebben, kan niet waar zijn.
Grenzen aan de groei veroorzaken acute cognitieve dissonantie.

De eerste reactie op die cognitieve dissonantie is ontkenning:

Peakoil is een verzinsel: er zijn nog genoeg reserves.
We worden steeds ouder.
De economie is alweer aan het herstellen.

De volgende reactie kan zijn vastklampen aan positieve ontwikkelingen:

Er is heel veel mogelijk met duurzame energiebronnen.
Elektrische auto’s hebben de toekomst.
De mens is zo inventief, men vindt er wel iets op.
Als vrouwen beter opgeleid worden, dan krijgen ze minder kinderen.

Men kan ook vluchten in mythes en samenzweringstheorieën.

Het is de schuld van de bankiers en van de politici. Een complot van de oliemaatschappijen en de speculanten.

Op deze manier kun je de Grenzen aan de groei nog een tijdlang wegstoppen in het rijk der fabelen. De politici en de media zullen je daarbij helpen: ‘de economische crisis is slechts tijdelijk en net zoals bij vorige recessies zal de economie zich herstellen.
We moeten inzetten op onderwijs en innovatie.’
De woorden van politici en het optimisme in de van reclame-inkomsten-afhankelijke media sussen je weer in de slaap waarin je al 30 jaar comfortabel vegeteert.

De fysieke grenzen aan fossiele energie, andere delfstoffen en aan de voedselproduktie zijn bereikt. Er zijn maar weinig mensen die ze werkelijk onder ogen durven zien.

Andere leden van de Cassandraclub

Richard Heinberg, schrijver en spreker. Lees zijn Museletter (in 18 jaar zijn er al 224 verschenen). Verbonden aan het Post Carbon Institute.
Ik vraag me vaak af waarom Al Gore voor zijn Inconvenent Truth een Nobelprijs kreeg. Richard Heinberg’s Truth is “even more Inconvenient”, maar dat schijnt niemand te beseffen.

Jason Bradford, ecoloog en expert in duurzaamheid en kleinschalige lokale voedselprojecten.
Bradford is een van de deskundigen die in de documentaire ‘Blind Spot’ aan het woord komen.

Gail Tverberg, editor van theoildrum.com.
In onderstaande video legt Gail aan Max Keiser uit waarom peakoil de hoeveelheid krediet op de wereld zal doen krimpen. Peakoil = peakcredit.

luister ook dit verhaal van Gail

The Mystic Brit en beheerder van overthepeak.com.
Nick maakt bijna dagelijks een overzichtje van de goocheltruuks, waarmee politici en banksters het financiële circus nog altijd draaiend houden.

Op de website kun je direct doorklikken naar de artikelen die hij bespreekt en citeert.

Koolmees niet bang voor klimaatschommelingen

De koolmees doet het prima. Bij de nationale vogeltelling kwam Parus major nog altijd op de tweede plaats. Niets wijst er nog op dat de koolmezen zullen uitsterven door de klimaatverandering.
Als bioloog weet ik dat de koolmees ook al in Europa rondvloog tijdens de laatste ijstijd. De opwarming na de ijstijd hebben de beestjes overleefd. De opwarming van 0,4 graden tussen 1970 en 2000 is ook geen enkel probleem.

Martijn van Calmhout, wetenschapsjournalist van de Volkskrant, denkt nog steeds dat het aantal koolmezen afneemt vanwege de menselijke CO2-uitstoot. Als van Calmhout een beetje meer wetenschap zou bedrijven en wat minder politiek, dan zou hij inzien dat het niet zo eenvoudig ligt.
Het klimaat zit veel ingewikkelder in elkaar dan alleen CO2. En de koolmezen blijken juist in het voordeel als het een klein beetje warmer is in het voorjaar.

Grenzen aan de groei van krediet

Tussen 2000 en 2009 verdubbelde het wereldwijde uitstaande krediet van $57 biljoen (trillion, zeggen de Amerikanen) tot $109 biljoen. Volgens het World Economic Forum is het eind nog niet in zicht. Het WEF verwacht voor het komend decennium opnieuw een verdubbeling van het uitstaande krediet. De grappenmakers in Davos menen dat dit kan ‘without increasing the risk of a major crisis’. Zolang de kredietverleners maar geen onverantwoorde risico’s nemen en ook geen tekort aan krediet veroorzaken.

Richard Heinberg meent dat er een einde zal komen aan het doorschuiven van de rekening naar het volgende decennium, naar de volgende periode van economische groei. Heinberg heeft gelijk. Niet omdat hij zo’n briljante econoom is. Maar omdat alle zaken die exponentieel groeien (verdubbelen in 10 jaar tijd) tegen grenzen aanlopen. Het aantal gistcellen in een vat druivensap, het aantal mobiele telefoons op de wereld en ook de hoeveelheid uitstaand krediet.

In het plaatje hierboven zie je de totale uitstaande schuld van de Verenigde Staten. Sinds het eind van 2008 daalt de totale schuld lichtjes: is dit peak-debt?

Je krijgt alleen krediet als je de kredietverlener (bank) kan overtuigen dat je de lening zult terugbetalen. Ze moeten je vertrouwen. Als het vertrouwen verdwijnt, krijg je geen krediet meer.
Dat geldt voor mij als ik geld wil lenen voor zonnepanelen. Maar ook voor de Griekse regering, als die geld wil lenen om de ambtenarensalarissen te betalen.

Je kunt het vertrouwen van kredietverleners winnen met mooie praatjes en gelikte brochures. Dat deden de mannen van PalmInvest. Maar ook de Griekse regering verfraaide de begroting en hield tegenvallers verborgen voor het Europese buitenland.

Ik vraag me dagelijks af of de media opzettelijk mooie praatjes verkopen om het vertrouwen in de ‘economie’ terug te winnen. Het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen staan weer net zo hoog als voor de kredietcrisis, zegt men.
Maar ik ben een stuk somberder.
Voor mij persoonlijk is er een grens aan de hoeveelheid krediet en er is ook voor individuele landen een grens aan de hoeveelheid krediet.
Dan zal er ook voor de wereld een keiharde grens aan de kredietgroei zijn.

Ondoorzichtig door complexiciteit

We krijgen steeds meer te maken met dingen, die zo ingewikkeld zijn, dat we er niet meer over kunnen meepraten. Een voorbeeld daarvan is de manier waarop inflatie wordt bijgehouden. Meneer Vergeer van het CBS zegt dat hun rekenmethodes op de website staan en volkomen transparant zijn. Maar niemand heeft de mogelijkheid om de prijzen van 70.000 artikelen te vergelijken. En veel van die 70.000 artikelen bestonden vorig jaar nog niet of bestaan volgend jaar niet meer.
De berekening van het inflatiecijfer is zo ingewikkeld gemaakt (!!) dat het ondoorzichtig wordt.

Het IPCC is ook zo’n instituut. Klimaatonderzoek wordt ondoorzichtig gemaakt door complexiteit. De rapporten zijn onnodig dik. De gebruikte methoden en klimaatmodellen zijn zo ingewikkeld dat leken die niet kunnen begrijpen.

Hetzelfde geldt voor economische ontwikkelingen. De media stappen over van keiharde omzetcijfers naar schimmige inkoopmanagers-indexen en het vage begrip consumenten-vertrouwen. Daar wordt uit geconcludeerd dat de economie zich hersteld. Maar misschien betekent het gewoon dat we gewend raken aan een lager besteedbaar inkomen.
Er zijn maar weinig mensen die precies begrijpen hoe Quantitative Easing werkt. De gemiddelde Nederlander weet niet wat een Credit Default Swap is.
Wordt het opzettelijk zo ingewikkeld gemaakt?

Jay Rosen denkt van wel.

De werkelijkheid wordt ondoorzichtig door een overvloed aan ingewikkelde berekeningen. De werkelijkheid wordt begraven in complexiteit.