Energieprijzen in Europa stijgen verder

28 mei 2012

In de tweede helft van 2011 betaalde de gemiddelde Europeaan 6,3% meer voor zijn elektriciteitsverbruik, aldus Eurostat.
In Portugal en Spanje bedroeg de prijsstijging 13%, in het Verenigd Koninkrijk 12% en in Nederland 8,4% Luxemburg was het enige land waar elektriciteit goedkoper werd (-5%).

Aardgas werd ook voor de meeste Europeanen flink duurder.
De Britten betaalden in de tweede helft van 2011 maar liefst 27% meer voor aardgas dan in de tweede helft van 2010. Voor Luxemburgers steeg de prijs 22% en voor Belgen 21%.
De gemiddelde Europeaan moest voor aardgas 12,5% meer betalen dan in de tweede helft van 2010.

Rijden op aardgas is misschien beter voor de luchtkwaliteit, maar het heeft tot gevolg dat het aardgas eerder opraakt. De stijgende prijs van aardgas is een teken aan de wand.
Elektrisch rijden is ook een schijnoplossing. Ook elektriciteit wordt snel duurder en dat ga je merken als je een elektrische auto koopt of een treinkaartje.
De goedkope fossiele brandstoffen raken op, eenvoudige oplossingen zijn er niet.


Chili: hoe schaarse energie leidt tot hoge grondstofprijzen

19 mei 2012

Chili is de grootste koperproducent ter wereld. In 2009 produceerde het land 5,3 miljoen ton koper, ca. 35% van de totale wereldproduktie. Chili bezit ook de grootste koperreserves: 360 miljoen ton (38% van de bekende wereldreserves).

Chili heeft zelf geen fossiele brandstoffen en moet alle brandstof invoeren.
Elke dag importeert het land 300 duizend vaten olie.

Ook alle aardgas dat Chili verbruikt wordt ingevoerd:


En dat geldt ook voor de steenkool

De winning van koper kost steeds meer energie. Men is begonnen met de rijkste ertsen, dicht aan de oppervlakte.
Maar nu moet er steeds dieper gegraven worden en het gewonnen erts bevat minder koper. Er moet steeds meer gesteente worden verplaatst voor dezelfde hoeveelheid koper.

De afgelopen jaren wordt Chili regelmatig geconfronteerd met energietekort en stroomuitval. In de toekomst zal het energietekort toenemen en daardoor loopt de koperproduktie gevaar.
Een aardbeving kan de produktie en export van koper verstoren en leiden tot een hogere prijs op de wereldmarkt.
Maar het tekort aan energie kan de produktie van koper ook verstoren. De koperprijs hangt niet alleen af van de vraag naar koper, maar ook van de energievoorziening van de belangrijkste koperproducent Chili.

Hieronder de prijs van koper (in euro’s) op de wereldmarkt.
In 10 jaar tijd steeg de prijs met 250%.


IMF zoekt naar olie in de kristallen bol

12 mei 2012

Afgelopen week publiceerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een een rapport, getiteld “The Future of Oil: Geology versus Technology” (gratis PDF-bestand).
Het rapport kijkt naar de toekomstige wereldproduktie van aardolie aan de hand van economische modellen en vanuit geologisch oogpunt.

Volgens economische modellen wordt de aardolieproduktie hoofdzakelijk bepaald door de vraag. En de vraag stijgt door economische groei. De economische modellen gaan ervan uit dat economische groei ertoe zal leiden dat er meer olie gevonden en gewonnen zal worden.
De groei van de wereldproduktie wordt bewerkstelligd door een stijgende olieprijs. Als de vraag en de prijs hoog genoeg oplopen, dan zal de industrie ook olieprojecten opstarten, die nu nog niet profijtelijk zijn.

In het afgelopen decennium heeft het Amerikaanse Energy Information Agency (EIA) prognoses gemaakt over de groei van de olieproduktie. Maar die prognoses moesten telkens naar beneden worden bijgesteld.

Tien jaar geleden voorspelde het EIA, op grond van economische modellen, nog dat de olieproduktie in 2012 100 miljoen vaten per dag zou bedragen. In 2010 had men die prognose aangepast naar 88 miljoen vaten per dag.
De economische groei is tegengevallen en de vraag naar olie is niet zo hoog als men in 2000 nog verwachte.
In deze economische benadering zit een zwakke plek. Het zou kunnen zijn dat de economische groei tegenvalt doordat de olieproduktie niet verder groeit. Het hoger oplopen van de olieprijs doet de vraag juist dalen en leidt niet tot een produktiegroei.

Vanuit geologisch oogpunt bezien zal de wereldolieproduktie gaan dalen. Volgens de peak-oil-theorie van King Hubbert maakte Colin Cmpbell prognoses over de hoeveelheid ruwe olie, die in de toekomst gewonnen zou worden.
In de onderstaande grafiek zie je dat die prognoses te somber waren en telkens worden aangepast.

Het IMF heeft de geologische modellen en de economische modellen gecombineerd en een prognose gemaakt voor de olieprijs in de komende jaren. Men verwacht dat de olieprijs tussen 2013 en 2020 sterk zal stijgen.

Ik denk dat de olieprijs geen goede graadmeter is voor dit soort voorspellingen. De olieprijs in de grafiek is gebaseerd op ‘2011-dollars‘. Die zijn al veel minder waard dan de ’2002-dollars’.

De winning van aardolie kost steeds meer mankracht, grondstoffen en energie. Je kunt altijd geld lenen voor oliewinningsprojecten, die nu nog niet profijtelijk zijn. Je kunt zelfs geld bijdrukken (door de centrale banken).
Maar je kunt niet onbeperkt energie, grondstoffen en mankracht besteden aan de oliewinning. Als het winnen van olie bijna evenveel energie kost als het oplevert, dan zullen de meeste mensen zeggen: “laat maar, ik doe het wel zonder olie.”

Onderstaand plaatje laat zien dat de olie- en gaswinning in de VS de enige sector is waar de werkgelegenheid groeit. Sinds Obama president is, nam het aantal banen in de olie- en gasindustrie toe met meer dan 15%.

In deze barre, economische tijden zijn er steeds minder handen aan de ziekenhuisbedden. En steeds meer handen wroeten in de aarde op zoek naar olie, steenkool en gas.

Gail Tverberg vat op haar weblog het IMF-rapport samen


Peak-satelliet: zullen we alle kapotte satellieten vervangen?

7 mei 2012

Ik blogde al eerder over de dood van Envisat, de Europese aardobservatie-satelliet. De andere satellieten zullen ook ooit uitvallen. Soms valt er één enkel instrument uit, zoals de Advanced Microwave Scanning Radiometer van de AQUA-satelliet. Met dat instrument maten wetenschappers de hoeveelheid zeeijs op bijv. de Noordpool.
Wetenschappers, die milieuvervuiling en klimaatverandering onderzoeken, dreigen hun onderzoeksinstrumenten kwijt te raken. In een tijd van bezuinigingen is het de vraag of er nog veel satellieten zullen bijkomen om de kapotte satellieten te vervangen.
Afgelopen week publiceerde de Amerikaanse National Research Council een rapport over die zorgwekkende ontwikkeling.
Momenteel heeft NASA/NOAA nog 20 werkende observatiesatellieten in een baan om de Aarde. Maar men verwacht dat dit aantal in 2020 gedaald zal zijn tot 6.

Het aantal actieve instrumenten bedraagt momenteel meer dan 100,maar kan in 2020 afnemen tot onder de 30.

Amerikaanse wetenschappers zullen steeds vaker hun toevlucht moeten nemen tot de satellieten en instrumenten van hun Europese collega’s. Totdat ook de Europese satellieten zullen uitvallen.

De satellietwaarnemingen van bewolking, temperatuur en zeeijs begonnen in de jaren 70. En misschien zullen ze in 2025 ophouden. Het tijdperk van de aardobservatiesatellieten duurt dan maar 50 jaar en valt precies samen met de maximale aardolie produktie van de wereld ook wel peakoil genoemd.


De Britten rijden minder kilometers en kopen minder auto’s

5 mei 2012

Door de hoge brandstofprijs, de oplopende werkeloosheid en de dalende koopkracht rijden de Amerikanen steeds minder.

In Groot-Brittannië zie je hetzelfde verschijnsel: er worden steeds minder kilometers gereden.

De daling van het aantal kilometers is vooral duidelijk te zien in Londen:

Ik heb er nog een andere grafiek bij gezocht: het aantal auto’s per 1000 inwoners. Die gegevens worden bijgehouden door Eurostat.
In 2005 waren er 471 auto’s per 1000 Britten.

In 2009 was dat al gedaald tot 459 auto’s.
En je kunt zelf wel bedenken of de daling van het aantal gereden kilometers en het aantal auto’s te maken heeft met de hoge olieprijs.
Je kunt zelf ook wel bedenken of deze trend zal doorzetten of niet.


Peak-pijpleiding en regionalisering van de energiemarkt

30 april 2012

De mensheid gebruikte nog nooit zoveel energie als de afgelopen jaren. Tegelijkertijd lagen er nog nooit zoveel pijpleidingen voor olie en gas als nu. Fossiele brandstoffen worden getransporteerd naar de plek waar de vraag en de prijs het hoogst is. Aan de hoeveelheid pijpleidingen zit een maximum. Olie en gas zullen steeds vaker gebruikt worden op de plaats waar ze gewonnen worden.

Het is vervelend dat de grootste oliereserves gevonden worden op plaatsen waar weinig mensen wonen: in de Arabische woestijn, in Siberië en in Alberta in Canada. Om die aardolie naar de gebruikers te krijgen worden tankers gebruikt of pijpleidingen aangelegd.
In de afgelopen 100 jaar is ruwweg de helft van de aardolie opgebruikt en we moeten ons afvragen of het nog de moeite loont om voor de resterende olie nog pijpleidingen te bouwen. In de VS besloot men onlangs om voorlopig nog geen pijpleiding aan te leggen vanuit de teerzanden in Canada naar de raffinaderijen in de VS.

Hetzelfde kunnen we concluderen voor aardgaspijpleidingen. Het gas wordt veelal gewonnen op plaatsen waar weinig gebruikt wordt (Turkmenistan, Algerije, Iran) Om het bij de gebruikers te krijgen worden leidingen aangelegd. Die gaspijpleidingen zijn kwetsbaar voor aanslagen. Dus politieke stabiliteit is een vereiste. De TAPI-gaspijpleiding tussen Turkmenistan, Pakistan en India werd al in de jaren 90 van de vorige eeuw bedacht, maar vanwege de oorlog in Afghanistan is er nog altijd niet aan de bouw begonnen. Sinds president Mubarak in Egypte tot aftreden werd gedwongen zijn er al 14 aanslagen gepleegd op de gaspijpleiding tussen Egypte en Israël.

De landen waardoor de pijpleidingen lopen pikken graag een kuubje aardgas mee. De Europese Unie en Rusland steken veel geld en energie in gaspijpleidingen, die niet over Oekraïns en Wit-Russisch grondgebied lopen: Nordstream, Southstream en Nabucco.
Ieder gasveld heeft een beperkte levensduur en binnen die levensduur moet de pijpleiding worden aangelegd en terugverdiend. Voor grote gasvelden is die keuze snel gemaakt. Kleine gasvelden zullen niet worden aangesloten op een pijpleiding, maar lokaal worden gebruikt of worden verkocht als vloeibaar aardgas LNG. Noorwegen twijfelt nog altijd of het Snohvit-gasveld in de Barentszee moet worden aangesloten op het bestaande pijpleidingen-netwerk. Die aansluiting zou $4,4 miljard kosten en pas in 2020 klaar kunnen zijn. Voorlopig wordt het gas uit Snohvit in Hammerfest vloeibaar gemaakt en per tanker vervoerd naar onder meer Japan (!!!).

Ondanks het gigantische netwerk van aardgaspijpleidingen zijn de prijsverschillen tussen verschillende gebieden enorm. In de VS is de prijs voor aardgas momenteel erg laag. In Japan en Korea wordt het achtvoudige betaald voor dezelfde hoeveelheid vloeibaar aardgas (LNG).

Door dit prijsverschil kunnen slimme ondernemers hun brood verdienen aan het transport van LNG van de VS naar Oost-Azië, maar het loont niet de moeite om een aardgasleiding aan te leggen van de VS naar Japan.

In de komende jaren zal de prikkel om meer pijpeidingen aan te leggen wegvallen. Door economische krimp daalt het energieverbruik in Europa en de VS. Bovendien worden olie en gas uit steeds kleinere velden gewonnen. Voor die kleine hoeveelheden loont het niet de moeite om pijpleidingen aan te leggen. Bij de exploitatie van schaliegas wordt er slechts korte tijd (<10 jaar) gas gewonnen. De aanleg van lange pijpleidingen is dan niet rendabel. Het valt te verwachten dat schaliegas alleen gewonnen zal worden op plaatsen waar al een netwerk van pijpleidingen ligt, dichtbevolkte gebieden. Polen en Groot-Brittannië zullen het schaliegas in hun bodem zelf opstoken schaliegas en niet exporteren. De toekomst ziet er somber uit voor de pijpleidingbouwers.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.