Tagarchief: teerzand

Oliemaatschappijen Total en Statoil zetten teerzand-olie-projecten in de koelkast

De Noorse oliemaatschappij Statoil stelt een project om in de Canadese provincie Alberta met behulp van stoom aardolie te winnen uit teerzand voorlopig voor 3 jaar uit.
In een artikel in de Canadese krant Globe and Mail wordt de investering die Statoil voorlopig heeft uitgesteld geschat op 2 miljard dollar of meer. Dit besluit kost ca. 70 mensen hun baan.

statoil-oilsands

Het Statoil-project heet Corner en is al het tweede teerzandolie-project dit jaar dat op de lange baan wordt geschoven. In mei besloten Total en Suncor Energy Inc. al om werk aan het Joslyn-project (ter waarde van 11 miljard dollar) voorlopig stil te leggen.
Men verwachtte dat Corner per dag ca. 40 duizend vaten olie zou gaan produceren.

Er worden meerdere redenen aangedragen voor het uitstel.
Ten eerste zijn de kosten van het project (loonkosten en materialen) flink gestegen. Statoil is een laatkomer in de teerzanden van Alberta. Maatschappijen, die eerder begonnen, hebben al ervaren lokale arbeidskrachten in dienst. Statoil moet mensen van buiten de regio inhuren. Ook de machines en materialen, die Statoil nodig heeft, moeten van verder weg komen.
Ten tweede is de afzet van teerzandolie problematisch aan het worden nu er voorlopig geen pijpleiding naar de VS wordt aangelegd. De winning van teerzandolie groeit sneller dan de transportcapaciteit via het spoor.

Minder teerzandolie betekent minder CO2
De winning van teerzandolie vindt plaats door het olierijke zand met stoom te verhitten. Bij de produktie van de stoom wordt veel aardgas verstookt, wat een zeer grote uitstoot van CO2 betekent. Als de olie eenmaal gewonnen is, zal deze worden verwerkt en een groot deel zal als transportbrandstof worden verbrand tot CO2.
Uitstel van het Corner-project en het Joslyn-project van Total en Suncor betekent dat de CO2-uitstoot in Canada niet zo snel toeneemt als deskundigen eerst aannamen.

Misschien komt van uitstel wel afstel en dan zal een groot deel van de teerzandolie gewoon blijven liggen waar ze al miljoenen jaren ligt. In dat geval krijgt het IPCC ongelijk met haar prognoses over de mondiale CO2-uitstoot.
Gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren lijkt het mij een goed idee als het IPCC nog eens zeer kritisch naar de CO2-emissiescenarios kijkt en ze naar beneden bijstelt.

ipcc-anthropogenic-carbon-emissions

Vergeet peakoil, het draait om peak-EROEI

Ik heb al vaak geblogd over peakoil.
Peakoil is het moment waarop de maximale produktie van aardolie wordt bereikt. In 1970 bereikte de Verenigde Staten hun maximale olieproduktie. In 1998 piekte de olieproduktie van het Verenigd Koninkrijk.
Het is nog onduidelijk of de mondiale aardolieproduktie al over het maximum heen is. Sommige deskundigen denken dat het mondiale peakoil-moment in 2006 gepasseerd werd. Anderen denken dat het nog moet komen, tussen nu en 2020.

Ik blogde ook al eerder over EROEI (Energy Return on Energy Invested), het netto-energie-rendement.
Om steenkool te kunnen verbranden moet je eerst energie verbruiken om het op te graven en om de kolen naar de kachel of oven te brengen. Om aardolie te kunnen gebruiken moet het eerst opgepompt, getransporteerd en geraffineerd worden.
Het verbranden van steenkool, aardgas en aardolie levert zoveel energie, dat de verhouding tussen de opbrengst en de investering kan oplopen tot 40:1. Anders gezegd: investeren van één kilowattuur levert 40 kilowattuur op.

eroeia

Aan het begin van het aardolietijdperk was oliewinning heel eenvoudig. Je hoefde maar een gat te boren op de juiste plaats en de olie spoot omhoog. De opbrengst aan energie was soms 100 keer zo groot als de energie, die geïnvesteerd moest worden (de EROEI was 100:1). Dat was de tijd van het hoogste energierendement: peak-EROEI.
Tegenwoordig vergt de oliewinning gigantische investeringen aan mankracht en materiaal. Er moet erg veel energie geïnvesteerd worden om de olie uit het gesteente te halen.

EROEI_2_Oil

Robert Rapier (van Energy Trends Insider) onderzocht de EROEI (het energie-rendement) van de teerzandoliewinning in Canada. Rapier keek naar de in-situ-produktietechniek, waarbij stoom in het teerzand wordt geïnjecteerd om de olie vloeibaar te maken. In een eerder artikel beschrijft Rapier dat proces.

Op basis van gegevens van Cenovus Energy, het bedrijf dat olie uit teerzand wint, berekende Rapier het energierendement (EROEI) voor een aantal projecten.
In het meest gunstige geval komt Rapier tot een EROEI van 6,8:1. Van elk vat nieuw gewonnen olie moet 15% worden verbruikt om het volgende vat olie te winnen.
Maar voor een ander project berekent Rapier een EROEI van 1,8:1. En dat wil zeggen dat van elk vat teerzandolie meer dan de helft opgestookt moet worden om het volgende vat te winnen.
(Lees hier het uitgebreide artikel van Robert Rapier)

De consumptiemaatschappij, waar wij in leven, is opgebouwd in een tijd waarin het energierendement EROEI voor de belangrijkste energiebronnen 20:1 was of hoger.
De makkelijk winbare fossiele brandstoffen leverden een overschot aan energie, waardoor we met de auto of de trein konden gaan reizen en niet meer hoefden te lopen en fietsen. De afstand tussen woonplaats en werk kon groter worden.
Er werden grote en hoge gebouwen neergezet, die makkelijk verwarmd en onderhouden konden worden met het energie-overschot.
Door het surplus aan energie kon de voedselproduktie worden gemechaniseerd en geoptimaliseerd, de opbrengsten in de landbouw verveelvoudigden.
Het surplus aan energie maakte sociale voorzieningen mogelijk en de uitgebreide medische zorg, die wij in Nederland vanzelfsprekend vinden.

Nu de makkelijk winbare fossiele brandstoffen opraken, daalt het netto-energierendement ofwel EROEI.
Een paar weken geleden schreef ik op dit blog dat energiedeskundige David Murphy het mondiale energierendement schat op 17:1.
Professor Charles Hall denkt dat onze huidige (consumptie)maatschappij een minimaal energierendement nodig heeft van 13:1 of 14:1.
Bij een lager rendement (EROEI) zullen we steeds meer van onze luxe-voorzieningen moeten gaan missen. In sommige landen wordt er al bezuinigd op sociale voorzieningen en op gezondheidszorg.

Misschien kan de mondiale aardolieproduktie met schalie-olie en teerzandolie-projecten nog jaren op hetzelfde peil gehouden worden: zo stellen we peakoil nog een paar jaar uit.
Maar het mondiale energierendement zal onstuitbaar blijven dalen… peak-EROEI ligt al ver achterons.

eroeib

Energie-rendement van teerzandolie blijkt mee te vallen

Olie uit teerzand halen, zoals dat in Alberta in Canada gebeurt, kost veel energie. Teerzandolie is moeilijk winbare olie.
In de afgelopen jaren hebben onderzoekers berekend dat de netto-energie-opbrengst EROEI (Energy Return on Energy Invested) ligt tussen de 2,5:1 en 7:1. Simpeler gezegd: om één liter teerzandolie te winnen moet er 0,14 tot 0,4 liter olie opgestookt worden.

Op theoildrum.com staat een samenvatting van nieuw onderzoek naar het energierendement van teerzandolie door Adam Brandt, energieonderzoeker aan de Stanford University.
Brandt vergeleek de totale energie-input van de teerzand-industrie met de opbrengst aan ruwe olie voor de periode 1970-2010.
De energie-input bestaat hoofdzakelijk uit aardgas, diesel en elektriciteit. Het eindproduct is ruwe, ongeraffineerde teerzandolie.

Uit Brandts berekeningen blijkt dat de teerzandolie-industrie netto 5,23 GJ aan energie oplevert voor elke GigaJoule die men uit de teerzandolie kan winnen. Voor de winning van 1 liter teerzandolie is 0,2 liter olie nodig.
Hierbij moet wel worden aangetekend dat de olie nog geraffineerd moet worden en nog getransporteerd moet worden naar de plaats waar het gebruikt wordt.

Brandt laat zien dat de efficiëntie van de oliewinning de afgelopen jaren is verbeterd. Er wordt minder energie verspild.
En hij concludeert dat de EROEI van 5,2 : 1 voorlopig geen reden is om de winning van teerzandolie te beperken. Het levert netto genoeg energie op.
Als het aardgas in Canada opraakt kan een deel van de teerzandolie worden gebruikt als energie-input, zonder dat dit het rendement sterk verandert.

Of het berekende energierendement van 5,2:1 voldoende is om de Amerikaanse economie te kunnen laten groeien of in zijn huidige vorm draaiend te kunnen houden is een heel andere discussie.

Het hele verhaal met grafieken op theoildrum

Duurzame energie-opwekking verlengt het tijdperk van fossiele brandstoffen

250px-Oesterwurth_kuhs_m_winrads

Het is een paradox.
Duurzame energie-opwekking maakt het mogelijk om ook moeilijk winbare olie- en gasreserves te exploiteren. Dankzij grootschalige wind- en zonne-energieprojecten houden we wat meer energie over om de moeilijk winbare olie in de diepzee en in de poolgebieden te gaan ontginnen.

Nate Hagens denkt er overigens net zo over:

Na 4 min. 35 zegt Hagens tegen zijn publiek: Renewables are fossil-fuel extenders.
Duurzame energiebronnen verlengen het tijdperk van fossiele brandstoffen.

Duurzaamheidsprojecten zijn natuurlijk bedoeld om de CO2-uitstoot te verlagen en om energie op te wekken als de fossiele brandstoffen helemaal opraken.
Maar in de tussentijd, totdat het zover is, zorgt duurzame energie ervoor dat de economie (op de waakvlam) blijft draaien en dat de totale energierekening nog betaalbaar blijft voor onze industriële samenleving.
Haal de duurzaam opgewekte elektriciteit weg en de economie zal sneller krimpen en de CO2-uitstoot zal sneller dalen.

Ongetwijfeld wordt duurzame energie-opwekking gestimuleerd met de beste bedoelingen. Maar het pakt voorlopig nog averechts uit… helaas.

Afkicken van aardolie anno 2013

We moeten afkicken van onze aardolie-verslaving. Op verschillende plaatsen op de wereld wordt daar al een begin mee gemaakt.

In februari 2013 heeft China 12% minder aardolie geïmporteerd dan in februari 2012. De olie-import bedroeg in de afgelopen maand nog 5,4 miljoen vaten per dag.
De eerste twee maanden van 2013 was de olie-import 2,4% lager dan in 2012. China importeert bijna 60% van alle olie, die het verbruikt.

De Noorse oliemaatschappij Statoil heeft besloten om voorlopig (voor 2015) niet naar olie en gas te gaan boren in de Chukchi-zee, ten noorden van Alaska. De kosten zijn hoger dan men gedacht had. De boorvergunningen, die Statoil voor veel dollars heeft gekocht, lopen slechts tot 2019.
Statoil gaf vorig jaar $14 miljoen uit aan onderzoek in het Noordpoolgebied. Dit jaar zal dat drie keer zoveel zijn: $43 miljoen.
Totaal geeft in 2013 Statoil $1,8 miljard uit aan ca. 50 proefboringen.

In Alberta in Canada wordt keihard gewerkt aan gigantische fabrieken om olie uit teerzand te halen. In de video hieronder kun je zien dat er heel veel energie gestoken wordt in de oliewinning.

De olieproduktie van het gebied bedraagt ongeveer 2 miljoen vaten per dag. Maar hoeveel vaten olie worden er dagelijks verbruikt door de graafmachines, vrachtwagens en fabrieken?
Bij een dagelijks verbruik van 300.000 vaten bedraagt de Energy Return on Energy Invested 1 : 6,7 (elk vat olie dat je verbruikt levert 6,7 vaten olie op)
Bij een verbruik van 400.000 vaten daalt de EROEI tot 1 : 5.
Bij een verbruik van 500.000 vaten is de EROEI nog maar 1 : 4.

Als de graafmachines dieper moeten graven en de afstand, die de vrachtwagens met teerzand moeten rijden groter wordt, dan stijgt het olieverbruik en daalt de netto-opbrengst EROEI.
Men is begonnen met het zand dat de meeste olie bevat. Op den duur zal elke ton zand steeds minder olie opleveren. Ook hierdoor zal de netto-opbrengst gaan afnemen.

Oliewinning uit teerzand in Canada bron van giftige milieuvervuiling

Een groep wetenschappers, onder leiding van bioloog John Smol, onderzocht het water in de meren van de Canadese provincie Alberta. Ze ontdekten dat er nu veel meer polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de meren zit dan in de jaren 60 van de vorige eeuw. In het slib van de afgelopen jaren zit 2 tot 23 keer zoveel van de kankerverwekkende koolwaterstoffen. De onderzoekers zien de winning van olie uit teerzand als de bron van de vervuiling.
Het onderzoek werd gefinancierd door de Canadese regering en werd gepubliceerd in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift PNAS.

Milieuactivisten en tegenstanders van de exploitatie van de teerzanden kunnen met dit rapport eisen dat de oliemaatschappijen maatregelen nemen om milieuvervuiling tegen te gaan. Die maatregelen zullen de dure teerzandolie nog veel duurder maken. Misschien wel zo duur dat bijna niemand die dure olie nog kan betalen.
Als de oliemaatschappijen geen milieubeschermende maatregelen nemen, dan zullen de activisten kunnen eisen dat de oliewinning wordt stopgezet. Of dat zal lukken lijkt mij erg onwaarschijnlijk.

In de videos hieronder kun je zien dat de exploitatie van de teerzanden een gigantisch project aan het worden is.

Deel 2

Deel 3

Teerzand, hoogovens en zandsuppletie

Dit verhaal gaat over het verplaatsen van zand en gesteente.

In Canada wordt teerzand afgegraven. Uit het zand wordt aardolie gewonnen en die aardolie wordt geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Maar het zand blijft achter in Canada.
De Canadezen zouden ook het teerzand naar raffinaderijen in de VS kunnen exporteren, maar dat kost ontzettend veel energie. En de Amerikanen zitten niet te wachten op zand, maar willen alleen de kostbare olie, die erin zit.
Daarom staat de fabriek waar zand en olie gescheiden worden midden in het gebied waar teerzand gewonnen wordt. Dan is de afstand waarover het zand versleept moet worden zo klein mogelijk.

In IJmuiden aan de Nederlandse kust staan hoogovens. In Nederland is geen ijzererts en ook geen steenkool, de brandstof voor de hoogovens. Het ijzererts en de steenkool worden duizenden kilometers verderop gewonnen. De grondstoffen worden helemaal naar Nederland verscheept en pas in Nederland wordt het ijzer uit het gesteente gehaald.


Het is een enorme verspilling van energie om bergen ijzererts en steenkool te verplaatsen. Het is veel efficiënter om hoogovens te bouwen op de plaats waar ijzererts en steenkool gewonnen worden.
Maar economen geven daar niet om. Ze zeggen dat de staalindustrie een belangrijke rol speelt in de economie. Hoogovens zorgen voor werkgelegenheid en Nederland kan veel verdienen aan de export van staal. Daarom staan er hoogovens in Nederland, waar helemaal geen steenkool en geen ijzererts gewonnen wordt.

In de buurt van IJmuiden, langs de Nederlandse kust wordt zand opgespoten. Het zand wordt opgezogen van de zeebodem door grote baggerschepen. Diezelfde schepen spuiten het zand op de kust.
Het verplaatsen van het zand kost ontzettend veel energie. De baggerschepen verbruiken grote hoeveelheden diesel en stookolie.
Vijftig jaar geleden werd er geen zand opgespoten op de Nederlandse stranden door baggerschepen. Kennelijk was het toen niet nodig.
En kennelijk vindt Rijkswaterstaat het tegenwoordig wel nodig om ieder jaar 12 miljoen kubieke meters zand op te spuiten.
Economen zullen je vertellen dat dit nuttig is en goed voor de economie. Het zorgt voor werkgelegenheid en men bouwt expertise op. Nederland kan, als zandsuppletie-expert van de wereld, veel geld verdienen aan grote projecten in andere landen.
Anderen zullen beweren dat de zandsuppletie nodig is om ons te beschermen tegen de stijgende zeespiegel, een gevolg van de klimaatverandering.
Ik denk dat het pure energieverspilling is.