Meer zonnevlekken, maar magneetveld van de zon blijft zwak

12 december 2011

Zonnecyclus 24 is dan eindelijk op gang gekomen. In november 2011 liep het gemiddeld zonnevlekkengetal op tot boven de 90.

(klik voor vergroting)

Het zonnevlekkengetal is nu hoger dan de voorspellingen.

Maar aan de andere kant blijft het magneetveld van de Zon zwak. Dat kun je aflezen aan de planetaire Ap-index.

(klik voor vergroting)

In december 2008 verzwakte het magneetveld rond de Aarde tot een waarde die nog lager was dan het record uit 1933.
Inmiddels ligt de Ap-index weer wat hoger, maar nog niet zo hoog als we tijdens een normale zonnecyclus zouden verwachten.

Als het magneetveld rond de Aarde zwakker is dan ‘normaal’ dan kan er meer kosmische straling doordringen in de atmosfeer. Dat blijkt ook uit de metingen van bijv. de neutronenteller in Oulu.

(klik voor vergroting)

De hoeveelheid neutronen of kosmische straling is het laatste jaar wel afgenomen, maar nog niet op het ‘normale niveau’ van de periode 2000-2005.

Volgens de theorie van Henrik Svensmark kan de verhoogde kosmische straling leidden tot meer bewolking en dus tot afkoeling van het klimaat.
Naar mijn bescheiden mening is het verzwakte magneetveld en de toegenomen kosmische straling een mogelijke verklaring voor het uitblijven van opwarming in de periode 2005 – 2011.


Aantal zonnevlekken valt tegen

8 juli 2011

In maart en april van dit jaar verschenen er steeds meer zonnevlekken. Het magneetveld van de Zon werd sterker.
Maar in de maanden mei en juni verdwenen de extra zonnevlekken weer.

Het maximumaantal zonnevlekken wordt over 2 jaar verwacht, medio 2013.

Het magneetveld van de zon, dat de aarde en de atmosfeer afschermt tegen kosmische straling blijft zwakker dan we gewend zijn. De Ap-index, een maat voor dat magneetveld, is nog altijd laag.

Sommige klimatologen menen dat de zonne-activiteit een belangrijke rol speelt in het klimaat. Zij vergelijken de huidige toestand van de Zon met zonnecyclus 5, die liep van 1798 tot 1810.

In de periode 1790 – 1830, was de gemiddelde temperatuur op Aarde lager. Dat kan verband houden met de verlaagde zonne-activiteit, het zogenaamde Dalton-minimum. Anderen denken dat een toename van vulkaanuitbarstingen de afkoeling veroorzaakte.

Sommige astronomen denken dat de verlaagde zonne-activiteit van de afgelopen jaren een voorbode is van een periode zonder zonnevlekken. In dat geval krijgen we een herhaling van het Maunder-minimum, de periode 1645 – 1715. Ook tijdens het Maunder-minimum koelde de aarde af. Men noemt die periode de Kleine IJstijd.


De invloed van kosmische straling op het klimaat

25 mei 2011

De Deense natuurkundige Henrik Svensmark heeft een hypothese bedacht, die de afkoeling tijdens de Kleine IJstijd kan verklaren. Volgens Svensmark zorgen geladen deeltjes uit kosmische straling voor wolkvorming. Als er meer straling de atmosfeer bereikt worden er meer wolken gevormd en die wolken weerkaatsen zonlicht en zorgen voor afkoeling van het klimaat.
De laatste weken zijn er twee onderzoeken gepubliceerd, die de theorie van Svensmark ondersteunen.

Roy Spencer schrijft op zijn blog over de publicatie van Laken et al., die een rechtstreeks verband laat zien tussen kosmische straling en wolkvorming. Een korte afname van de hoeveelheid kosmische straling leidt tot minder bewolking en een tijdelijke verhoging van de temperatuur. Als er minder wolken zijn bereikt meer zonlicht (energie) het aardoppervlak.

Vervolgens laat Spencer zien dat er voor de periode 2001 – 2010 een correlatie bestaat tussen de hoeveelheid kosmische straling en de hoeveelheid (door wolken) gereflecteerd zonlicht (SW).

In de jaren met de hoogste kosmische straling werd over het algemeen meer zonlicht weerkaatst door wolken.

Ondertussen heeft de onderzoeksgroep van Svensmark aangetoond dat gammastraling en elektronenstraling uit een deeltjesversneller in een klimaatkamer de vorming van ionen en aërosolen sterk stimuleren.
Ionen en aërosolen fungeren in de atmosfeer als condensatiekernen en spelen een belangrijke rol bij wolkvorming. Al eerder (2006) publiceerde Svensmark’s groep dat gammastraling in staat is om aërosolen te vormen.

De mens heeft geen enkele invloed op de hoeveelheid kosmische straling. Maar de Zon wel.
Hoe zwakker het magneetveld van de Zon, hoe meer kosmische straling in de atmosfeer kan binnendringen. Als de Zon weinig zonnevlekken vertoont en een zwak magneetveld heeft, kan het klimaat op Aarde afkoelen door toegenomen bewolking.

Aan de andere kant kan een actieve Zon met veel zonnevlekken het klimaat op Aarde tijdelijk opwarmen doordat er minder wolkvorming optreedt.

Lees meer over dit onderwerp op klimaatgek.nl


Nieuwe NASA-prognose voor zonnevlekken

11 februari 2011

Mensen, die denken dat CO2 belangrijker is voor het klimaat dan de Zon, hoeven niet verder te lezen. Voor klimaatsceptici is dit een interessant berichtje.

David Hathaway, de zon-expert van NASA, heeft opnieuw zijn prognose voor zonnecyclus 24 bijgesteld. Het blijkt ontzettend moeilijk om de zonne-activiteit te voorspellen.
In september 2007, dacht Hathaway dat zonnecyclus 24 op het maximum een zonnevlekkengetal zou halen van 150. Hij verwachtte meer zonnevlekken dan tijdens cyclus 23 (1997-2008), met een maximaal zonnevlekkengetal van 120.

In december 2009 stelde Hathaway de voorspelling naar beneden bij. Hij gokte dat cyclus 24 zou pieken in 2013 met een zonnevlekkengetal van ongeveer 80.
In oktober 2010 gaat Hathaway nog iets lager zitten op een maximum-zonnevlekkengetal van 66, in de zomer van 2013.
En zelfs de 66 bleek te hoog ingeschat: Hathaway denkt nu aan een maximum van 59.

(klik voor een vergroting)


Van 1645 tot 1715 maakte de Zon 6 cycli door met bijzonder weinig zonnevlekken. Deze periode noemen astronomen het Maunder-minimum. In deze periode koelde de atmosfeer sterk af: klimaatdeskundigen spreken van de Kleine IJstijd.
Tussen 1800 en 1830 waren er ook weinig zonnevlekken: men noemt de cycli 5, 6 en 7 ook wel het Dalton-minimum. Ook toen was het een stuk kouder dan in de 20se eeuw.

Zonnecyclus 24, die zal duren tot 2020, wordt een kopie van cyclus 5. Niemand, ook niet David Hathaway, heeft een idee wat er daarna gebeurt. Blijft de Zon daarna nog 25 jaar in rust? Of wordt de Zon weer zo actief als tussen 1970 en 2000?


We hebben geen enkele invloed op de Zon

30 december 2010

In de 17e en 18e eeuw waren de winters koud in Europa. Dat kwam niet door CO2 of afsmeltend poolijs. De meest waarschijnlijke oorzaak van de Kleine IJstijd was de Zon.
Tijdens het Maunder minimum van 1645-1715 waren er zeer weinig zonnevlekken en was het magneetveld van de Zon sterk verzwakt. In die periode drong er veel kosmische straling door in de atmosfeer.
De laatste 100 jaar zijn er veel meer zonnevlekken, is het magneetveld van de zon sterker en dringt er minder kosmische straling in de atmosfeer. In die afgelopen eeuw 100 jaar is het ook geleidelijk warmer geworden.

Komt er opnieuw een periode met weinig zonnevlekken?
Ja, daar heeft de mens geen enkele invloed op.
Er komt hoe dan ook een nieuwe Kleine IJstijd. Alleen weten we nog niet wanneer.

Sinds 2008 wachten astronomen op een toename van zonnevlekken. In 2009 waren er 260 dagen zonder zonnevlekken. In 2010 zijn dat er slechts 51 zonnevlekloze dagen, maar het aantal zonnevlekken blijft achter bij de verwachtingen.
Het magneetveld van de Zon blijft ook verzwakt. Astronomen denken serieus dat de zon de komende eeuw weer een minimum zal gaan doormaken.

De invloed die de Zon heeft op het geomagnetisch veld kan worden uitgedrukt met de Ap-index. De afgelopen jaren is die index gedaald.

Ap-index is de afgelopen jaren lager dan tijdens de 20e eeuw

Het magneetveld van de Zon, dat ons beschermt tegen kosmische straling, is nu een stuk zwakker dan tijdens de warme jaren 90 van de 20e eeuw. We weten gelukkig niet hoe zwak het magneetveld werd tijdens de Kleine IJstijd.

sterkte van het interplanetaire magneetveld van de Zon 1965 - 2009

Op de website van ESA wordt de Ap-index dagelijks bijgehouden.

De mens kan het magneetveld van de Zon niet beinvloeden, net zoals we de seizoenen niet kunnen tegenhouden of stilzetten. Voorspellen van de zonne-activiteit kunnen we niet, het heeft geen zin om elkaar bang te maken. We moeten maar afwachten wat er gaat gebeuren.


Update: Dr. David Hathaway, de zonexpert van NASA heeft opnieuw zijn voorspelling voor zonnecyclus 24 naar beneden bijgesteld. Hij verwacht een maximum-zonnevlekgetal van 64 in juni van 2013. Op Anthony Watts-blog (WUWT) kun je lezen hoe moeilijk het is om de zonne-activiteit te voorspellen.


Zonnevlekken-update

14 december 2010

Cassandra houdt van de zon. De zon is de bron van alle leven op aarde.
Maar de zon weet zelf niet dat wij op aarde volkomen afhankelijk zijn van haar. De zon gaat haar eigen gang.
Tijdens de Kleine IJstijd was de zon erg rustig. Er waren zeer weinig zonnevlekken en het magneetveld van de zon was zo zwak dat het minder bescherming bood tegen kosmische straling.

Dat gaat vast en zeker nog een keer gebeuren. Daarom houdt Cassandra de zon in de gaten.
Er zijn meer zonnevlekken dan een jaar geleden.

Maar het aantal zonnevlekken blijft achter bij de prognose, gemaakt door de knapste koppen van NASA.
Het magneetveld van de zon, dat de aarde beschermt tegen kosmische straling, kan worden uitgedrukt in de geomagnetische Ap-index. Die Ap-index is iets hoger dan vorig jaar, maar wel aan het dalen.

Het is nog veel te vroeg om een nieuwe Kleine IJstijd aan te kondigen. Maar nu het magneetveld van de zon tijdelijk verzwakt is, kunnen we kijken of de hypothese van Henrik Svensmark juist is. Svensmark denkt dat een zwak magneetveld van de zon leidt tot meer kosmische straling en meer bewolking. Extra bewolking kan op lange termijn zorgen voor een afkoeling van het klimaat.

Cassandra is benieuwd.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.