De devaluatie van de euro (2): import wordt steeds duurder

De euro is sinds januari 1999 officieel als valuta in gebruik. Sinds 1999 is de werkelijke waarde van de euro snel afgenomen.
In 1999 kon je voor één euro nog bijna 17 liter aardolie kopen.
In 2011 is dat nog maar 2 liter.

In 1999 was 1 miljard euro ongeveer 100 miljoen vaten aardolie waard. Dat is nu nog maar 12,5 miljoen vaten. Dit maakt het duidelijker waarom de landen in de eurozone zoveel geld moeten lenen als ze hun welvaart (hun energieverbruik) op peil willen houden. Het maakt ook duidelijk dat bezuinigen op het aardolieverbruik, een flinke kostenbesparing is.

Ook t.o.v. een belangrijke grondstof als koper is de euro sterk in waarde gedaald. Voor één euro kreeg je in 1999 nog meer dan 800 gram koper. Nu krijg je voor dezelfde euro nog slechts 140 gram koper.

Landen, die erg veel koper nodig hebben, houden minder euro’s over voor andere dingen of ze moeten meer geld lenen om hun dure import te kunnen betalen.

Europa heeft zelf weinig grondstoffen en moet voor de import van grondstoffen steeds meer euro’s betalen. Landen, die zelf veel exporteren, zoals Duitsland en Nederland, hebben niet veel problemen met de devaluatie van de euro. Landen met een negatieve handelsbalans, een handelstekort, zullen steeds dieper in de schulden geraken. Die landen zullen de tering naar de nering moeten zetten ofwel de import moeten verminderen totdat die in evenwicht is met de export.

Advertenties

Een gedachte over “De devaluatie van de euro (2): import wordt steeds duurder

  1. Pingback: De devaluatie van de euro | Beurs.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s