De andere kant van peakoil

De afgelopen week verschenen er nogal wat publicaties waarin wordt beweerd dat peakoil nog niet is bereikt.

De discussie begon met een studie van Leonardo Maugeri. In Nederland schreef Marco Visser in Trouw over deze studie. In Groot-Brittannië schreef klimaatactivist Monbiot dat er genoeg olie over is om de prognose van het IPCC waarheid te laten worden.

Het lijkt erop dat de mondiale olieproduktie nog altijd stijgt. De grafiek hieronder van Robert Rapier, laat zien dat in 2011 gemiddeld 83,6 miljoen vaten olie per dag werden geproduceerd.

Een belangrijke kanttekening bij deze grafiek: bij die 83,6 miljoen vaten zitten ook een paar miljoen vaten Natural Gas Liquids (NGL). Deze vloeistoffen (o.a. propaan, butaan en pentaan) komen vrij bij olie- en gaswinning, maar ze hebben een lagere energie-inhoud dan conventionele aardolie. Ongeveer 75% van de NGL-produktie gaat direct naar de chemische industrie, het wordt niet als brandstof gebruikt voor auto’s e.d.

Ten tweede kost de winning van die 83,6 miljoen vaten steeds meer energie, de energy-return-on energy-invested (EROEI) van oliewinning daalt. Een vat olie uit teerzand en uit schalie halen kost veel meer energie dan een vat olie dat in de Arabische woestijn vanzelf omhoogspuit.
Bij een gemiddelde EROEI van 10:1 zijn er 8,3 miljoen vaten olie nodig om 83,6 miljoen vaten te produceren. Dan blijven er netto 75,3 miljoen vaten over om te verdelen over alle oliegebruikers van de wereld.
Als de EROEI daalt naar gemiddeld 1:9 dan zijn er 9,3 miljoen vaten benodigd voor de oliewinning. En resteren er maar 74, miljoen vaten om nuttig te besteden. Bij een EROEI van 1:8 daalt dat verder naar 73,1 miljoen vaten.

Ten derde moeten we constateren dat olieproducerende landen zelf steeds meer aardolie gaan verbruiken. Ze exporteren steeds minder. Jeffrey Brown beschrijft deze ontwikkeling in zijn Export-Land-Model.
Als de olieproduktie gelijk blijft, wordt de oliekoek voor de olie-importeurs steeds kleiner. Dat is al begonnen.

Hieronder zie je de gezamenlijke olie-import van de OECD-landen. In 2006 bereikte die olie-import een maximum met ruim 28 miljoen vaten per dag. Maar in 2012 is de import gedaald tot 23 miljoen vaten.

Deze grafiek lijkt wel op de bekende peakoil-grafiek.
In 2012 heeft de OECD dagelijks 5 miljoen vaten olie minder te besteden dan in 2006: een afname van 17% in 6 jaar tijd.

Peakoil is een realiteit. De schrijfsels van Leonardo Maugeri, Marco Visser en George Monbiot veranderen daar niets aan.

Advertenties

4 gedachten over “De andere kant van peakoil

  1. paradoxnl

    Duidelijke kernachtige samenvatting!

    Misschien kan er nog een vierde punt toegevoegd worden aan het lijstje (alhoewel onderstaande misschien bij het tweede punt behoord):

    Het kost steeds meer middelen (geld) om economisch winbare olie op te sporen. Bijvoorbeeld (uit mijn hoofd) bij de oostkust van Groenland zijn er onlangs flink wat heel dure proefboringen uitgevoerd zonder dat er noemenswaardige hoeveelheden aan economisch winbare olie mee aangetoond zijn. Laatstgenoemde schijnt een wereldwijd fenomeen te zijn.

  2. NevenA

    Goed stuk, Hans.

    Volgens mij ben jij trouwens de enige klimaatscepticus die ik ken die Peak Oil serieus neemt. Zo verschijnen er zo nu en dan stukken op WUWT die zaken als shale gas ophemelen (niets mag het grenzeloos opstoken van fossiele brandstoffen tegenhouden) en ik zie ook Marcel Crok z’n eerste stapjes in het energievraagstuk maken, met – voor mij althans – voorspelbare gevolgen.

    Kennelijk is Peak Oil na een gestage opgang van een decennium inmiddels zo geaccepteerd dat het weer interessant of lucratief is om het tegenovergestelde te gaan roepen. Dat stuk van Monbiot vond ik bijvoorbeeld tenenkrommend. Hij kan goed schrijven en zegt vaak zinnige dingen, maar z’n missers zijn onderhand bijna niet meer op één hand te tellen.

  3. Hans Verbeek

    Bedankt Neven.
    Sommige fossiele brandstoffen kunnen we volgens mij beter maar laten liggen. De EROEI (netto-energie-opbrengst) van teerzand en schaliegas is in mijn ogen zo laag, dat het niet de moeite loont.
    Mensen bang maken voor peakoil is niet de juiste aanpak. Leer ze om gelukkig te worden met minder.

    Ik ontken de klimaatverandering overigens niet, maar ik denk dat de menselijke bijdrage sterk wordt overschat. De prognoses van het IPCC zijn bedoeld om mensen bang te maken. Ik houd niet van die tactiek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s