Het ijs bij de Zuidpool smelt gelukkig niet

Klimaatonderzoekers en politici hebben de neiging om alleen extreme gevolgen van de opwarming van het klimaat op te noemen. Daardoor ontstaat het beeld dat we bang moeten zijn voor de klimaatverandering. Een beetje zoals vaccinmaker Ab Osterhaus ons bang maakte voor de Mexicaanse griep.

In werkelijkheid gaat de klimaatverandering heel geleidelijk en kan de mens en de natuur zich heel geleidelijk aanpassen aan een warmer klimaat. Er zijn zelfs gebieden op de aarde waar je helemaal niets merkt van de opwarming.

Terwijl het Noordpoolijs misschien wel helemaal verdwijnt in de komende 50 jaar, neemt de omvang van het zeeijs aan de Zuidpool juist langzaam toe.
Hieronder de omvang van het zeeijs rond Antarctica in de maand augustus van 1979 tot dit jaar.

Over die periode van 33 jaar nam de hoeveelheid zeeijs met 1,8% toe, ondanks de opwarming van het klimaat.
Aan de toename van het Antarctisch zeeijs is nog geen einde gekomen.
Momenteel is de hoeveelheid zeeijs ook weer hoger dan het langjarig gemiddelde.

De pinguins hebben steeds meer moeite om hun broedgebieden op het vasteland van Antarctica te bereiken.
De hoeveelheid extra ijs rond Antarctica is veel kleiner dan de hoeveelheid weggesmolten ijs op de Noordpool. Netto blijft er steeds minder zeeijs over.

De afgelopen 30 jaar gaat de opwarming op het Noordelijk Halfrond veel sneller dan op het Zuidelijk Halfrond.
Op het Zuidelijk Halfrond steeg de temperatuur minder dan 0,2°C. Op het Noordelijk Halfrond was dat meer dan het dubbele.

Wie een goede verklaring weet voor dit verschil, mag het zeggen.

Advertenties

11 gedachten over “Het ijs bij de Zuidpool smelt gelukkig niet

  1. Rudmer

    Op het noordelijk halfrond bevindt zich 2/3 deel land, op het zuidelijk halfrond maar 1/3. Door de terugtrekking van sneeuw en ijs in Canada en Siberie veranderd dit land van een reflecterende spiegel in een zonnecollector (albedo-effect). Warmte wordt dan overdag opgenomen en ’s nacht weer uitgestraald. Dit zou het verschil tussen nordelijk en zuidelijk halfrond kunnen verklaren. Temeer omdat zich op het zuidelijk halfrond veel minder oppervlak bevindt dat in de winter onder een laag sneeuw ligt.

    Overigen is een temperatuurstijging van 0,2 of 0,4 graden in 30 jaar behoorlijk snel te noemen. Dat is 1 graad/eeuw! Dit kun je geen natuurlijke temperatuursverandering noemen zoals tussen een ijstijd en een tussenijstijd. Dan stijgt of daalt de temperatuur 20 graden in 10000 jaar tijd, oftewel 0,002 graad/eeuw. Dergelijke temperatuursveranderingen zijn goed voor de biodiversiteit. De overgangen tussen ijstijden en tussenijstijden hebben ons talloze dier- en plantensoorten opgeleverd. De huidige temperatuursveranderingen lijden vrijwel uitsluitend tot extinctie.

    1. Hans Verbeek

      Bedankt voor je aanvulling, Rudmer.
      0,2°C in 30 jaar komt neer op 0,7°C in een eeuw en dat is veel minder dan het IPCC voorspelt.
      Laten we hopen dat er geen grote meteorieten meer neerstorten en dat supervulkanen geen roet in het eten gooien.

  2. Rudmer

    Excuses, de transitie van ijstijden en tussenijstijden moet zijn 0,2 graden per eeuw natuurlijk, altijd nog 5x langzamer dan de huidige.

    Overigens hebben die transities zelf ook vooral tot uitsterven geleidt (Mammoeten, Sabeltandtijgers, holenberen etc.tijdens de laatste ong 15.000 jaar geleden) Het zijn de stabiele periodes daarna wanneer evolutie zijn werk doet en er voor zorgt de bijvoorbeeld de populatie aziatische tijgers gescheiden werd door de rijzende zeespiegel. Tegenwoordig hebben we daardoor Javaanse tijgers, Balinese tijgers en Sumatraanse tijgers, deze zijn sinds de laatste ijstijd ontstaan. Netto kwamen er wat soorten bij maar daar gaat dus wel heel wat tijd overheen.

    Versnippering van leefgebieden is een ander groot probleem, dit blokkeert de trek naar noord en zuid die voorheen wel mogelijk was. Met name voor planten, honkvaste vlinders, amfibieen en reptielen is dit een groot probleem. En die zien we nu ook in hoog tempo uitsterven.

    In NL zien we dat de diversiteit van (uitermate mobiele) libellen wel is toegenomen door verbetering van de waterkwaliteit en opwarming. Insecten in het algemeen (afgezien van de honkvaste vlinders) zullen profiteren van verdere opwarming. Die hebben hun optimale bedrijfstemperatuur bij 50C graden!

    1. Hans Verbeek

      De afkoeling tot een IJstijd gaat zeer geleidelijk: het duurt wel 40 tot 60.000 jaar.
      De opwarming na een IJstijd gaat juist zeer snel.

      Ik denk dat de chemicaliën (pesticiden, weekmakers, kunststoffen enz.), die de mens gemaakt heeft een grotere bedreiging zijn dan de CO2.

  3. BP

    Sneeuw dat op de landmassa van Antarctica valt schuift in de vorm van gletsjers langzaam richting de zee. Dat er nu meer zeeijs is, is dan ook eerder een teken dat die gletsjers sneller zijn gaan stromen dan dat het daar kouder is geworden.

    Wat dat betreft kan je het wel een beetje vergelijken met de sneeuw op een schuin dak dat gaat smelten, naar beneden schuift en op de grond terecht komt.

      1. Rudmer

        Een verhoogde neerslag (als gevolg van klimaatverandering) kan op die manier ook voor aangroei en een verhoogde output van gletsjers zorgen. Dat is bij sommige gletsjers in nieuw Zeeland ook het geval.

  4. Alp

    misschien is dat omdat er meer neerslag valt in het zuidelijke halfrond dan op het noordelijke halfrond. want door het smelten van de noordpoolijs hebben we koudere damp
    zodat hoe meer neerslag er valt hoe kouder het wordt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s