Tagarchief: biobrandstof

Doet Europa Indonesische biobrandstof in de ban?

De Europese Unie wil graag duurzame biobrandstof gebruiken om de CO2-uitstoot te verlagen. Maar de biobrandstoffen, die nu op de markt zijn, worden verbouwd op kostbare landbouwgrond of ze zorgen niet of nauwelijks voor een reductie in de CO2-uitstoot.

In Indonesië wordt regenwoud gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages. De ontbossing leidt tot verlies van biodiversiteit en heeft tot gevolg dat de veenachtige bodem CO2 gaat uitstoten. Het totale oppervlak van dergelijke plantages groeit snel. Onderzoekers van Yale en Stanford hebben becijferd dat de CO2-uitstoot van de palmolieteelt in 2020 meer dan 558 miljoen ton CO2 zal bedragen. Dat is meer dan de jaarlijkse uitstoot van Canada.

De studie onderzocht de groei van palmolieplantages op Kalimantan tussen 1990-2010. Met behulp van satellietbeelden analyseerden de onderzoekers veranderingen in bodemgebruik over de afgelopen 20 jaar. Men schatte de uitstoot van koolstofdioxide van de plantages en extrapoleerde die trend voor de periode tot 2020 onder verschillende scenario’s. Hier is wat ze vonden:

  • In 1990, bedekten oliepalmplantages 903 vierkante kilometer van Kalimantan – in 2010 was dat aantal gegroeid tot 31.640 km2.
  • Tussen 2000 en 2010, was 57 procent van de totale ontbossing van Indonesië toe te schrijven aan de aanleg van palmolie-plantages
  • de plantages worden aangelegd op door de overheid toegekende pachtovereenkomsten;  79 procent van het beschikbare land is nog niet ontwikkeld. Als dat gehele gebied ook ontwikkeld wordt, verandert 93.844 km2 natuurgebied, waarvan 90 procent bebost is en 18 procent veengebied, in palmolie-plantage, .

Vooral de wijze waarop de oliepalmen worden gekweekt, zorgt voor de hogere CO2-uitstoot. In Indonesië en Maleisië, samen goed voor 90 procent van de wereldpalmolie-produktie, worden regenwouden gekapt en soms verbrand om plaats te maken voor plantages. De emissies van deze ontbossing worden verveelvoudigd als dat gebeurt in veengebieden, die veel koolstof bevatten. De studie wees uit dat, vanaf 2010, 13 procent van Kalimantan’s palmolie plantages zijn aangelegd in veengebieden. Door oliepalmen op deze wijze te telen, wordt de CO2-uitstoot van de biobrandstof palmolie hoger dan die van fossiele brandstof.

Van de totale wereldproduktie aan plantaardige olie bestaat 30% uit palmolie, voor het overgrote deel afkomstig uit Indonesië en Maleisië. En men verwacht dat de vraag naar palmolie, door stijgend gebruik van biobrandstoffen, in de komende 10 jaar verdubbeld.
De Europese Commissie heeft voorgesteld om strengere eisen te stellen aan de biobrandstoffen, die in Europa worden gebruikt. Het is op zich een prima voorstel:

“Het gebruik van op voedingsgewassen gebaseerde biobrandstoffen om de doelstelling van 10% hernieuwbare energie, zoals vastgelegd in de richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen, zal worden beperkt tot 5%. Dit plafond is opgelegd ter stimulering van alternatieve biobrandstoffen, de zogenaamde biobrandstoffen van de tweede generatie, waarvoor grondstoffen worden gebruikt die geen voedingsgewassen zijn, zoals afvalstoffen of stro.

In het voorstel valt verder te lezen:

“De momenteel van kracht zijnde duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen voorkomen dat bossen en waterrijke natuurgebieden en gebieden met grote biodiversiteit direct worden omgezet in land voor de productie van biobrandstoffen en bevatten de eis dat het gebruik van biobrandstoffen moet resulteren in een broeikasgasemissie die ten minste 35% lager ligt dan die van de erdoor vervangen fossiele brandstoffen.”

De palmolie afkomstig uit Indonesië en Maleisië valt buiten deze duurzaamheidseisen. Daarom moet Europa subiet stoppen met het gebruik van Indonesische palmolie voor biodiesel.
Er is natuurlijk een eenvoudige omweg te bedenken waarbij de palmolie primair wordt gebruikt in de voedingsmiddelen-industrie. En vervolgens wordt de gebruikte olie, die nu onder de noemer afvalstoffen valt, omgezet tot biodiesel of biokerosine.

Klimaatcommisaris Connie Hedegaard zei over het voorstel:

We gaan biobrandstoffen van de eerste generatie natuurlijk niet bannen, maar we geven wel een duidelijk signaal dat een groter gebruik van biobrandstoffen in de toekomst van geavanceerde biobrandstoffen moet komen. Al het andere zal niet duurzaam zijn.”

Dus de Indonesische palmolie zal voorlopig dus niet in de ban gaan en in de toekomst (na 2017) gaan we echt beter ons best doen… echt.

Walvissen: drijvende zonnepanelen in de oceaan

Van al het zonlicht dat het aardoppervlak bereikt, komt 70% terecht op zeewater. Het lijkt dus slim om drijvende zonnepanelen te maken, die de zonne-energie voor ons kunnen omzetten in elektriciteit. Gelukkig heeft Moeder Natuur al iets anders bedacht om de zonne-energie, die in de oceaan terechtkomt op te vangen.

Kleine eencellige algen vangen de zonne-energie op en zetten dat om in hoogwaardige koolwaterstoffen. De algjes worden opgegeten door kleine diertjes, zoöplankton. En dat plankton wordt opgegeten door vissen en door walvissen.
De walvissen staan aan de top van de voedselpyramide in de oceaan. In de gigantische walvislichamen wordt de zonne-energie, die op het oceaanoppervlak viel opgeslagen.

In de 18e en 19e eeuw werden walvissen gevangen om die zonne-energie in de vorm van walvisolie te oogsten. Men gebruikte deze ‘biobrandstof’ vooral in olielampjes.
Aan het eind van de 19e eeuw werd de walvisjacht onrendabel door de ontdekking van aardolie.

Helaas begint de aardolie op te raken en de mens gaat op zoek naar ‘klimaatneutrale’ biobrandstof. Palmolie, soja-olie, jojoba-olie en kippenvet worden al omgezet in bruikbare brandstof. Het zal niet lang duren of iemand komt op het idee om de geconcentreerde zonne-energie in walvisolie te gaan oogsten.

Het lijkt mij geen goed idee. Ik ga liever lopen, dan dat ik in een auto stap, die aangedreven wordt door walvisdiesel.

Biobrandstof: de huidige stand van zaken

Aan het begin van de eeuw werd de mythe gelanceerd dat het gebruik van biobrandstof, de CO2-uitstoot verlaagt. In de afgelopen jaren is gebleken dat dit niet klopt. In veel gevallen leidt het gebruik van biobrandstof juist tot hogere CO2-uitstoot. Maar inmiddels hebben politici het stimuleren van biobrandstof tot (klimaat)beleid verheven en men heeft de brandstofindustrie verplicht om biobrandstof toe te voegen aan benzine en diesel.

Onderstaand plaatje laat zien dat de produktie van biobrandstof de afgelopen 10 jaar vervijfvoudigde.

BP verwacht dat de produktie van biobrandstof nog verder zal toenemen.

In bovenstaande grafiek is zichtbaar dat de biobrandstofproduktie tussen 2010 en 2012 nauwelijks gestegen is. Kennelijk gaan we inzien dat biobrandstoffen niet leiden tot verlaging van de CO2-uitstoot en wel leiden tot hogere voedselprijzen.

De afgelopen jaren wijst de milieubeweging er steeds vaker op, dat biobrandstoffen de CO2-uitstoot juist verhogen. Politici komen schoorvoetend terug op hun biobrandstofbeleid.

Staatssecretaris Atsma is een uitzondering en wil dat Nederland juist sneller gaat voldoen aan de doelstelling om 10% biobrandstof bij te mengen.

Als 10% van de brandstof in je tank biobrandstof is, dan leg je 10% van de kilometers af op biobrandstof. Van elke 10 km., die je in je auto rijdt, wordt er één aangedreven door graan, mais of palmolie.

Ondertussen loopt de prijs van graan en mais snel op, net zo snel als de prijs van fossiele brandstof. Net als in 2008 zullen politici ontkennen dat hun biobrandstofbeleid de voedselprijzen verhoogd. En automobilisten zullen doodgemoedereerd hun tank blijven volgooien en het gaspedaal blijven intrappen.

Sommigen zien al in dat deze ontwikkeling niet duurzaam is. De Europese graanvoorraad blijft krimpen. De noodvoorraad van de EU is nu nog maar voldoende voor elf weken.
LTO Nederland roept op om een strategische graanvoorraad aan te leggen, zodat we ook in tijden van schaarste, voldoende biobrandstof kunnen maken om aan de bijmengverplichting te kunnen voldoen.

Ik denk dat we maar moeten stoppen met autorijden op biobrandstof.
Stoppen met autorijden en alleen nog maar fietsen en lopen op spierkracht is echt veel beter voor het klimaat dan het bijmengen van bioethanol en biodiesel.

Point of no return: verslaafd aan biobrandstof

Het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft meldde gisteren dat het gebruik van biobrandstoffen op basis van duurzaamheidscriteria slechter is dan het gebruik van fossiele brandstof. Ondanks de nadelige gevolgen voor het klimaat en de natuur wil staatssecretaris Joop Atsma de hoeveelheid biobrandstof, die wordt bijgemengd, de komende jaren sneller verhogen naar 10%.
Atsma stelde eerder al voor om het statiegeld op frisdrankflessen af te schaffen en om te bestuderen of er een tulpvormig eiland kan worden gebouwd voor de Nederlandse kust.
Zijn biobrandstofbeleid is al net zo dom.

Het gebruik van biobrandstof nadert het point of no return, of is er misschien al voorbij. Laten we eens een rekensommetje maken.

Kunnen we biobrandstof weer vervangen door aardolie?
Bij de produktie van biodiesel wordt plantaardige olie gebruikt. Deze olie bevat meer energie dan ouderwetse aardolie. Een ton plantaardige olie komt qua energie overeen met 1,2 ton aardolie.
In 2012 bestaat de diesel, die in Nederland verkocht wordt voor 4,25% uit biobrandstof. Om die 4,25% biodiesel te vervangen door fossiele brandstof, zal de import van aardolie met 5,1% moeten stijgen.
Als heel Europa stopt met het bijmengen van biobrandstof, dan zal de olie-import met 5% moeten stijgen. En niemand weet waar die extra olie dan vandaan zou moeten komen. Het lijkt slimmer om maar gewoon biobrandstof te blijven gebruiken.

Sinds 2005 is de aardolieproduktie min of meer gelijk gebleven

Prijsverschil met aardolie wordt kleiner
Er is nog een reden waarom we niet meer zonder biobrandstof kunnen. Plantaardige olie wordt in vergelijking met aardolie steeds goedkoper.
Een jaar geleden was een ton koolzaadolie 2,1 keer zo duur als een vergelijkbare hoeveelheid aardolie (6 vaten). In februari 2012 is dat prijsverschil al behoorlijk teruggelopen. Een ton koolzaadolie is nog maar 1,8 keer zo duur als 6 vaten aardolie.

prijsverhouding tussen koolzaadolie en aardolie
(mrt 2011 - feb 2012)

De hoeveelheid aardolie, die de olieproducerende landen exporteren neemt af. En de hoeveelheid plantaardige olie, die geproduceerd wordt zal de komende jaren juist toenemen. Het prijsverschil tussen aardolie en biobrandstof zal verder afnemen.

We kunnen nog wel zonder biobrandstof, maar dan moeten we flink minder brandstof (-5%) gebruiken oftewel: de economie met 5% laten krimpen.
Maar eigenlijk willen we niet meer zonder biobrandstoffen: op de lange termijn zullen ze goedkoper zijn dan fossiele brandstoffen. En we willen het krimpen van de economie zo lang mogelijk uitstellen.

Meer biobrandstof in Nederlandse benzinetanks nu fossiele brandstof opraakt

Op aandringen van regeringspartij VVD heeft staatssecretaris Joop Atsma (die van het tulpvormig eiland) besloten ernaar te streven om in 2016 al 10% biobrandstof bij te mengen in alle benzine en diesel (PDF), die in Nederland wordt gebruikt. Nederland verhoogt het percentage biobrandstof daarmee sneller dan de rest van Europa (PDF).

De VVD treedt in deze kwestie op als belangenbehartiger van de nieuw opgerichte Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen (NVDB). In deze vereniging zitten biobrandstofproducenten Abengoa Bioenergy Netherlands, BioMCN, Biopetrol, BTG Biomass Technology Group, DSM, Neste Oil, Sabic en Sunoil Biodiesel. Voorzitter van de vereniging is directeur Rob Voncken van BioMCN.
Veel van deze bedrijven produceren nu voornamelijk biobrandstoffen van de eerste generatie (biobrandstoffen uit voedingsgewassen) en lonken naar overheidssubsidie.

In de toekomst zullen deze bedrijven ongetwijfeld meer biobrandstof van de tweede generatie willen produceren. Maar ook deze categorie biobrandstof zorgt voor verhoging van voedselprijzen. Afval van voedingsgewassen wordt nu nog verwerkt tot veevoer of compost. Door het afval te gebruiken als brandstof stijgt de prijs van veevoer en daarmee de prijzen voor andere voedingsgewassen. En het verdwijnen van plantaardig afval uit landbouw leidt op den duur tot verschraling en toenemend kunstmestgebruik. De prijs van kunstmest zal ook gaan stijgen.

Dierlijk vet wordt ook gerekend tot de tweede generatie biobrandstof. Voor de produktie van dierlijk vet (kip, varken enz.) is veevoer nodig en de produktie van veevoer concurreert ook met de produktie van voedsel voor mensen.
Ook het stijgend verbruik van dierlijke vetten en afgewerkt frituurvet heeft gevolgen voor de voedselprijzen in de rest van de wereld.

Het valt te verwachten dat de toename van het biobrandstof-verbruik ertoe leidt dat Westerse bedrijven nog meer landbouwgrond zullen gaan pachten of kopen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
Om in Nederland meer biobrandstof te kunnen maken zal er meer plantaardig materiaal vanuit de tropen naar Nederland moeten komen. Wij zullen steeds meer zonne-energie, vastgelegd door planten, uit de tropen naar Nederland gaan halen nu de fossiele energie opraakt.

De Nederlandse overheid rechtvaardigt het gebruik van biobrandstoffen nog altijd met een veronderstelde afname van de CO2-uitstoot. Tegelijkertijd verhoogt de regering de maximumsnelheid op een groot deel van de Nederlandse autowegen.

Produktie biomassa groeit sterk

In de komende maanden zal de produktie van biomassa sterk groeien. De zon blijft elke dag een paar minuutjes langer boven de horizon. De zon komt ook steeds hoger aan de horizon. En de levende natuur zal (zoals ieder jaar) haar uiterste best doen om zoveel mogelijk zonne-energie op te vangen en om te zetten in biomassa.

De natuur maakt in het zomerhalfjaar op het Noordelijk Halfrond zoveel biomassa dat de CO2-concentratie meetbaar daalt.
In de metingen van het Mauna Loa – observatorium is die seizoensinvloed duidelijk zichtbaar.

We gebruiken steeds meer biomassa en biobrandstof om onze luxe levensstijl vol te kunnen houden. Maar we schijnen niet te beseffen dat de levende natuur alleen in de periode maart – november biomassa produceert. Van begin november tot eind februari ligt de produktie stil. Er zijn ook grenzen aan de groei van ons biobrandstof-gebruik.

Walvisvet als biobrandstof

Afgelopen week spoelde een potvis aan op het strand van Knokke Heijst. De autoriteiten besloten het karkas in stukken te zagen en het vet als brandstof aan te bieden aan de biobrandstofcentrale Electrawinds. Verbranding van het walvisvet levert naar schatting 50.000 KWh aan elektrische energie op.

De potvis heeft zich zijn leven lang gevoed met het voedsel dat de oceaan hem bood. En alle energie in dat voedsel is afkomstig van zonlicht dat in het oceaanwater doordrong. De energie uit de vetlaag van de aangespoelde potvis is zonne-energie, die het beest voor ons heeft opgespaard.

In de 17e en 18e eeuw werd walvisvet al eerder als biobrandstof gebruikt. Walvissen zijn als het ware levende olietanks. Ze halen als stofzuigers zonne-energie uit oceaanwater in de vorm van plankton en slaan dat op als vet. Plankton is geen biobrandstof, maar walvisvet wel. De biobrandstof walvisvet is waarschijnlijk beter voor het milieu en het klimaat dan olie uit teerzand.

Nu de fossiele brandstof opraakt, zijn we geneigd om weer biobrandstof te gaan gebruiken. We gebruiken plantaardige olie en kippenvet als biodiesel. En nu dus ook het vet van een dode potvis. Een zekere Tyler Durden zou vet dat wordt weggezogen bij liposuctie, wel als exquise biobrandstof willen verkopen.
Jammer dat wij mensen ons eigen onderhuidse vet niet wat meer als biobrandstof gebruiken.