Tagarchief: biobrandstof

Produktie biomassa groeit sterk

In de komende maanden zal de produktie van biomassa sterk groeien. De zon blijft elke dag een paar minuutjes langer boven de horizon. De zon komt ook steeds hoger aan de horizon. En de levende natuur zal (zoals ieder jaar) haar uiterste best doen om zoveel mogelijk zonne-energie op te vangen en om te zetten in biomassa.

De natuur maakt in het zomerhalfjaar op het Noordelijk Halfrond zoveel biomassa dat de CO2-concentratie meetbaar daalt.
In de metingen van het Mauna Loa – observatorium is die seizoensinvloed duidelijk zichtbaar.

We gebruiken steeds meer biomassa en biobrandstof om onze luxe levensstijl vol te kunnen houden. Maar we schijnen niet te beseffen dat de levende natuur alleen in de periode maart – november biomassa produceert. Van begin november tot eind februari ligt de produktie stil. Er zijn ook grenzen aan de groei van ons biobrandstof-gebruik.

Walvisvet als biobrandstof

Afgelopen week spoelde een potvis aan op het strand van Knokke Heijst. De autoriteiten besloten het karkas in stukken te zagen en het vet als brandstof aan te bieden aan de biobrandstofcentrale Electrawinds. Verbranding van het walvisvet levert naar schatting 50.000 KWh aan elektrische energie op.

De potvis heeft zich zijn leven lang gevoed met het voedsel dat de oceaan hem bood. En alle energie in dat voedsel is afkomstig van zonlicht dat in het oceaanwater doordrong. De energie uit de vetlaag van de aangespoelde potvis is zonne-energie, die het beest voor ons heeft opgespaard.

In de 17e en 18e eeuw werd walvisvet al eerder als biobrandstof gebruikt. Walvissen zijn als het ware levende olietanks. Ze halen als stofzuigers zonne-energie uit oceaanwater in de vorm van plankton en slaan dat op als vet. Plankton is geen biobrandstof, maar walvisvet wel. De biobrandstof walvisvet is waarschijnlijk beter voor het milieu en het klimaat dan olie uit teerzand.

Nu de fossiele brandstof opraakt, zijn we geneigd om weer biobrandstof te gaan gebruiken. We gebruiken plantaardige olie en kippenvet als biodiesel. En nu dus ook het vet van een dode potvis. Een zekere Tyler Durden zou vet dat wordt weggezogen bij liposuctie, wel als exquise biobrandstof willen verkopen.
Jammer dat wij mensen ons eigen onderhuidse vet niet wat meer als biobrandstof gebruiken.

Kijk niet naar CO2-uitstoot, maar naar energieverbruik

(foto: Kevin Dooley via Flickr CC)

De afgelopen jaren heeft de politiek (en de wetenschap) zich blind gestaard op de CO2-uitstoot. Allerlei economische activiteiten, van de bouw van kolencentrales tot het bijmengen van biobrandstof, werden beoordeeld op basis van de CO2-uitstoot. De huidige economische teruggang houdt geen verband met de CO2-uitstoot, maar met het energieverbruik in onze maatschappij.

De kosten van fossiele brandstoffen (steenkool, aardgas en aardolie) zijn de afgelopen 10 jaar sterk gestegen. Deels door inflatie, veroorzaakt door de oplopende schuldenberg en de ‘stimuleringsmaatregelen’ van overheden en centrale banken. Deels omdat de winning van fossiele brandstoffen zelf ook steeds meer brandstof (energie) verbruikt.
Fossiele brandstoffen worden in de toekomst schaars en zullen alleen nog betaald kunnen worden door degenen, die nog wel geld kunnen lenen of degenen die er zeer efficient mee omspringen en er nuttig economisch rendement uit halen

Biobrandstoffen
Het vervangen van fossiele brandstoffen door biobrandstoffen of duurzaam opgewekte elektriciteit uit zonnepanelen en windmolens wordt soms nog gepresenteerd als een maatregel om de CO2-uitstoot te beperken. Maar het biedt geen oplossing voor het dreigende tekort aan energie.
Biobrandstoffen kunnen onmogelijk alle fossiele brandstoffen vervangen. En de produktie van biobrandstoffen kost zoveel energie, dat de netto-opbrengst aan energie (Energy Return on Energy Invested), veel lager is dan van de fossiele brandstoffen, die we nu nog gebruiken.
Toch wordt ons door de politiek en het bedrijfsleven voorgehouden (voorgelogen) dat biobrandstoffen in de toekomst een belangrijke bijdrage zullen leveren aan ons energieverbruik. En daarom wordt er steeds meer landbouwgrond in de Derde Wereld door Westerse bedrijven gepacht om die biobrandstof zo goedkoop mogelijk te kunnen produceren.

Duurzaam opgewekte elektriciteit
Duurzaam opgewekte elektriciteit zal slechts een deel van de energie kunnen vervangen, die we nu nog uit fossiele brandstoffen halen. Er zal nooit genoeg elektriciteit met windmolens kunnen worden opgewekt om alle 7 miljoen auto’s, die nu in Nederland rondrijden aan te kunnen drijven. Er zal nooit genoeg elektriciteit met zonnepanelen kunnen worden opgewekt om alle gebouwen in Nederland in de winter te kunnen verwarmen.
Daar komt nog bij dat de infrastructuur voor duurzame energieopwekking nog in de kinderschoenen staat. Er moeten nog duizenden windmolens worden gebouwd en miljoenen zonnecellen worden gefabriceerd. De grondstoffen voor deze infrastructuur zitten nu nog in de aardkorst en het zal veel (fossiele) energie kosten om al die metalen te winnen, te zuiveren en om te vormen tot bruikbare produkten. Met name winning van de zeldzame aardmetalen wordt enorm energieverslindend.

CO2-uitstoot beperken of energieverbruik beperken
De menselijke CO2-uitstoot kan mogelijk het leefklimaat op Aarde veranderen, maar daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. De natuur kan in 50 tot 100 jaar de menselijke CO2-uitstoot neutraliseren. Planten en algen halen de CO2 uit de atmosfeer en leggen die vast in biomassa en kalk.
Maar de natuur doet er tientallen miljoenen jaren over om fossiele brandstoffen te maken. Onze hightech-maatschappij draait op een energiespaarpot, die in Moeder natuur in 200 miljoen jaar heeft opgebouwd.
We rijden, vliegen en eten erop los. We planten ons voort alsof de energiespaarpot nooit leeg zal raken. Maar de bodem van die spaarpot komt in zicht. Door marktwerking worden al grote groepen mensen (Derde Wereld, Griekenland, werkelozen) buitengesloten van het grote fossiele-energie-feest van de huidige generatie mensen.

Recessies zullen schoksgewijs het energieverbruik verlagen. Steeds minder mensen zullen zich een auto of een vliegreis kunnen veroorloven. Steeds meer mensen zullen op hun energierekening en stookkosten moeten besparen.
Dat gebeurt niet omdat men zich zorgen maakt om de CO2-uitstoot. Dit kan niet worden voorkomen door windmolenparken te bouwen of zonnepanelen te subsidiëren. Het is een logisch gevolg van het opraken van fossiele brandstoffen.

Je kunt je voorbereiden op de toekomst, door je levensstijl te veranderen. Probeer je energieverbruik te beperken: niet alleen je CO2-uitstoot, maar je totale energieverbruik, dus ook je verbruik van duurzame energie. Maak je energieverbruik de toetssteen voor je levensstijl.

De beperkingen van biobrandstof en biomassa

De Amerikaanse marine heeft een contract afgesloten om 450.000 gallons (bijna 2 miljoen liter) biobrandstof, gemaakt van vet en plantaardige olie, in te kopen. De biobrandstof kost ongeveer vier keer zoveel als de normale (fossiele) brandstof.
In de komende zomer zal al die biobrandstof worden verbruikt door schepen en vliegtuigen in de buurt van Hawai. De Amerikaanse marine wil in 2020 de helft van alle benodigde brandstoffen uit duurzame alternatieven halen, niet omdat biobrandstof zorgt voor een afname van de CO2-uitstoot. Want zelfs op de klimaatconferentie in Durban ziet men in dat biobrandstof niet de oplossing is, die men gehoopt had.

In Nederland wil het kabinet dat kolencentrales biomassa gaan bijstoken. Beetje vreemd, want de subsidieregeling, die bijstoken van dure biomassa voor elektriciteitsproducenten aantrekkelijk maakt, stopt in 2012.

Het bijstoken van biomassa wordt net als het gebruik van biobrandstof voorgesteld als een manier om de CO2-uitstoot te verlagen. De biomassa kan bestaan uit
– snoeiafval
– groente en fruitafval
– stro en mest
– speciaal gekweekte gewassen (populieren, wilgen)
– houtpellets (uit Canada, Rusland of Scandinavië)
De binnenlandse bronnen voor biomassa zijn beperkt. En biomassa (houtpellets) importeren uit Canada, Rusland en Scanidinavië lijkt me niet echt duurzaam. De houtpellets worden nl. gemaakt van bomen.

Voor de produktie van vloeibare biobrandstoffen werd tropisch regenwoud in Brazilië en Indonesië gekapt. En grote bedrijven pachten voor een appel en een ei landbouwgrond voor de biobrandstofproduktie in Afrika en Zuid-Amerika. En nu willen diezelfde grote bedrijven biomassa gaan halen uit de onontgonnen gebieden (oerwouden) in Afrika en Zuid-Amerika. De zonne-energie, die opgeslagen zit in tropische bomen, moet onze Westerse energiehonger stillen nu aardolie en aardgas beginnen op te raken.

Gelukkig laten milieu-activisten zich niet langer om de tuin leiden door de mooie praatjes van politici en bedrijven. Biobrandstof en biomassa bieden geen duurzame oplossing voor onze energievoorziening. We moeten gewoon veel minder energie verbruiken.

Klimaatvriendelijke biobrandstof wellicht slechter dan aardolie

Jarenlang horen we al dat biobrandstof beter is voor het klimaat omdat er dan minder fossiele koolstof in de atmosfeer komt.
Dat geldt alleen als het gebruik van biobrandstof leidt tot een daling van het verbruik van fossiele brandstof. Dat is nog niet gebeurd: er blijft geen vat olie in de bodem omdat wij in Europa nu 5% biobrandstof bijmengen.

En bovendien blijkt dat de produktie van biobrandstof ook nog leidt tot extra CO2-uitstoot.
Uit een onderzoek van de University of Leicester blijkt dat palmolie-plantages in de tropen 50% meer CO2 uitstoten dan tot nu toe werd aangenomen. De onderzoekers komen voor een plantage met een levensduur van 50 jaar tot een bedrag van 86 ton CO2 per hectare per jaar. Dit komt nog redelijk in de 50 ton CO2 per jaar, waar men tot dusver vanuitging.

Maar als men de levensduur van de plantage bekort tot 20 jaar, dan stijgt de gemiddelde uitstoot per jaar tot meer dan 100 ton CO2 per ha. Dit komt vooral omdat de veenbodem waarop de oliepalmen worden geplant veel CO2 en methaan uitstoot. Als de oorspronkelijke tropische vegetatie blijft staan, verdroogt het veen niet en wordt er minder broeikasgas uitgestoten.

Al eerder werd bekend dat het oorspronkelijke tropisch regenwoud een koelend effect heeft doordat de vegetatie voor extra verdamping zorgt. Verdampen van water koelt de omgeving af.

Het verplicht bijmengen van biobrandstof, zoals dat in de EU gebeurt, heeft nauwelijks effect op de CO2-uitstoot. Er is geen sprake van vervanging van aardolieprodukten door plantaardige olie: de CO2 uit de verbruikte biobrandstof komt bovenop de CO2-uitstoot uit fossiele brandstof.
En het ontginnen van tropisch regenwoud ten behoeve van biobrandstofproduktie veroorzaakt nog meer CO2-uitstoot.

Het is inmiddels te laat om te stoppen met gebruik van biobrandstof. Dagelijks produceert de wereld 1,8 miljoen vaten biobrandstof en die kunnen we niet meer missen. Stoppen met biobrandstof zou de prijs van ruwe olie flink verhogen en een economische recessie veroorzaken.
Een flinke economische recessie zou de CO2-uitstoot verlagen.
Daarom zullen we tijdens de klimaatconferentie in Durban, niets horen over biobrandstoffen. En de Groene-fractie in het Europees Parlement zal ook geen actie ondernemen om het gebruik van biobrandstof te verminderen.

Ik hoop dat er wel een wereldwijde economische recessie komt. Dat is namelijk een zeer effectieve manier om de CO2-uitstoot te verlagen.

Alternatieve vliegtuigbrandstof: peak-frituurvet

De luchtvaartsector heeft last van de hoge olieprijs.
De luchtvaartsector gaat op zoek naar goedkope alternatieven voor kerosine. Afgewerkt frituurvet lijkt een ideale brandstof.

Vorige week maakte de KLM met een Boeing 737 een vlucht naar Parijs op een mengsel van ouderwetse kerosine en brandstof gemaakt van frituurvet (beide 50%). Een Boeing 737 verbruikt per uur 2500 kg brandstof. Ik schat dat er voor de vlucht naar Parijs (één uur) 1250 kg frituurvet nodig was.

Als de KLM voor al haar vluchten naar Parijs (tweemaal per dag) 1250 kg frituurvet nodig heeft. Dan bedraagt het verbruik per maand 75 ton frituurvet ofwel 900 ton per jaar.
Als al het afgewerkte frituurvet in Nederland wordt ingezameld dan komt dat uit op 44000 ton. Dat lijkt ruim voldoende voor de vluchten van de KLM naar Parijs.
Maar de KLM vliegt natuurlijk ook naar Frankfurt, Berlijn, Londen, Barcelona, Madrid, Rome, New York enzovoorts. Als de KLM voor al deze vluchten ook frituurvet wil gaan gebruiken, dan zal de luchtvaartmaatschappij afgewerkt frituurvet moeten gaan importeren uit het buitenland.

Nu is de KLM niet de enige luchtvaartmaatschappij, die afgewerkt frituurvet ziet als goedkoop alternatief. Thomson Airways heeft ook aangekondigd om frituurvet als brandstof te gaan gebruiken.
Bovendien wordt al het ingezamelde frituurvet al jarenlang gebruikt als biodiesel of brandstof in elektriciteitscentrales.

De wereldproduktie aan plantaardige olie is nog nooit zo hoog geweest als nu. Je zou kunnen zeggen: peak-frituurvet is nu.
Maar er is een grens aan de hoeveelheid frituurvet, die je kunt inzamelen. En die hoeveelheid is bij lange na niet genoeg om alle KLM-vliegtuigen in de lucht te houden. In de toekomst zal er minder gevlogen worden.

Het frituurvet-plan van de KLM wordt gepresenteerd als een duurzame, milieuvriendelijke oplossing. Maar het is een laatste strohalm, die de luchtvaartsector vastklampt om de grenzen aan de groei te kunnen negeren.