Tagarchief: globalisering

De wereldhandel groeit niet meer: we gaan de globalisering terugdraaien

De nieuwe Amerikaanse president Trump zegt het Trans-Pacific-Partnership-handelsverdrag (TPP) op. En waarschijnlijk gaat het TTIP-handelsverdrag tussen de VS en Europa de prullenbak in. President Trump zegt hardop dat de Amerikanen weer zelf spullen moeten gaan maken in plaats van spullen te importeren. Dat betekent een terugkeer naar halverwege de 20e eeuw.
Vorig jaar zagen we al dat de meerderheid van de Britse kiezers zich wil terugtrekken uit de EU en dat men in Europa niet zo happig is op uitbreiding van de handel met Rusland en Oekraïne. Allemaal signalen, die erop duiden dat de wereldwijde handel niet verder wil toenemen.

Naast die signalen zijn er ook keiharde cijfers, die laten zien dat de wereldhandel niet verder toeneemt.
De World Bank berekent jaarlijks het mondiale GDP, het Bruto Nationaal Produkt van de gehele wereld (dus eigenlijk Bruto Internationaal Produkt).
En de World Bank berekent dan ook welk deel van dat GDP verdiend wordt aan handel.
Volgens die berekening werd in 2008 61% van het mondiale GDP gegenereerd door handel. In het jaar 2015 was dat aandeel teruggelopen naar 58,3%
Op de website van de World Bank zijn deze cijfers terug te vinden in eenreeks, die terugloopt tot 1960.

schermafbeelding-2017-01-24-om-11-49-28

Er zijn twee mogelijke verklaringen voor de trendbreuk in de grafiek hierboven:
– na 2008 is de wereldhandel niet verder gegroeid
– de wereldhandel is na 2008 wel gegroeid, maar die groei draagt netto niets bij aan het mondiale GDP

De World Bank-data geven ook inzicht in het GDP van individuele landen en de bijdrage van handel in dat GDP.
Laten we allereerst eens kijken naar de VS.
In 2008 verdiende de VS 29,9% van haar GDP door handel. In 2011 was dat nog hoger: 30,9%.
Maar in 2015 is dat gezakt naar 28,0% van het GDP.

schermafbeelding-2017-01-24-om-21-05-55

De veranderingen die in China opgetreden zijn in de laatste 50 jaar zijn spectaculair.
In de jaren 60 en het begin van de jaren 70 bedroegen de inkomsten uit handel voor China minder dan 10% van het GDP. Door de globalisering werd China een industriële grootmacht en groeide de handel met de rest van de wereld snel. In het jaar 2000 bedroegen de inkomsten uit handel al 40% van het GDP. In de periode 2004 – 2007 was het zelfs meer dan 60%. Maar sinds de crisis van 2008 is de handel voor China minder lucratief geworden. In 2015 kwam 40,7% van China’s GDP uit handel.

schermafbeelding-2017-01-24-om-21-37-11

Handel brengt met zich mee dat handelswaar verplaatst moeten worden. Dat transport kost energie.
De wereldhandel heeft kunnen groeien door goedkope energie. De goedkope fossiele brandstoffen maakten het transport zo goedkoop, dat het voor bedrijven mogelijk werd fabrieken te bouwen in lage lonen landen. In de tijd dat aardolie $20 per vat kostte werden de transportkosten naar lage lonen landen makkelijk terugverdiend. Bij een olieprijs van $100 per vat lukt dat niet meer. En bij een olieprijs van $50 per vat ook niet.

Het transport is te duur geworden en het wordt voor bedrijven interessant om de produktie weer te verplaatsen naar het land waar de spullen verkocht zullen worden. Daarom zegt president Trump hardop dat de Amerikanen weer zelf hun eigen spullen moeten maken. Misschien heeft hij het zelf bedacht, maar waarschijnlijk is de nieuwe economische realiteit doorgedrongen tot het Amerikaanse bedrijfsleven. En de president is gewoon de marionet, die voor de televisiecamera’s het beleid van de banken en grote bedrijven uitvoert.

Advertenties

12 redenen waarom globalisering een groot probleem is

Dit is een Nederlandse samenvatting van Twelve Reasons Why Globalization is a Huge Problem geschreven door Gail Tverberg

Globalisering wordt door economen en politici als iets goeds gezien. Een kans voor economische groei en om welvaart te brengen in onderontwikkelde gebieden. Maar ze verliezen daarbij de werkelijke fysieke wereld uit het oog: die wereld is begrensd. Grondstofvoorraden zijn eindig. Globalisering is hooguit een tijdelijk verschijnsel.

Economen hebben een klein blikveld als ze naar de gevolgen van globalisering kijken. Globalisering leidt tot concurrentie en dat heeft ook nadelige gevolgen.

Ik kan 12 redenen bedenken waarom globalisering niet de zegeningen brengt, die wij ervan verwachten.

1. Door globalisering stijgt het gebruik van eindige grondstofvoorraden
Als voorbeeld het steenkoolgebruik in China. Sinds China in december 2001 lid werd van de WTO (World Trade Organization) is het gebruik van steenkool sterk gestegen (grafiek hieronder)

Hierdoor stijgt het wereldwijde steenkoolgebruik ook scherp, geïllustreerd door de grafiek hieronder. In de grafiek zie je dat ook het steenkoolgebruik in India stijgt.

2. Door globalisering stijgt de mondiale CO2-uitstoot
Het stijgende gebruik van steenkool leidt ertoe dat de wereldwijde CO2-uitstoot toeneemt i.p.v. afneemt. De afgesproken reductie uit het Kyoto-protocol (1997) wordt zo onbereikbaar.

3. Door globalisering kunnen bestuurders in één land niet meer de wereldwijde gevolgen van hun beleid overzien
Door klimaatbeleid in één land (gebruik van biobrandstoffen) kan de CO2-uitstoot in een ander land juist stijgen.

Lees verder

Het eind van de globalisering

Transport van mensen en goederen over de wereld is alleen mogelijk dankzij vloeibare brandstof, dankzij aardolie.
Als de hoeveelheid olie op de wereldmarkt afneemt, dan neemt ook het transport af.
Peakoil luidt het eind in van de globalisering.

Jeff Rubin’s lezing tijdens de ASPO-conferentie met als motto: Distance costs money
(sorry, geen ondertitels)

De-industrialisatie van het Westen

Het is al tientallen jaren aan de gang. Industrie in Europa en de VS verdwijnt en in Azië wordt in hoog tempo industrie opgebouwd. Het belangrijkste motief voor bedrijven om de industriële produktie te verplaatsen, zijn de lagere loonkosten in Azië. Tegelijkertijd bouwen de Aziatische tijgers, Japan, Zuid-Korea en Taiwan hun eigen industrie op. De produkten uit Oost-Azië kunnen vanwege dezelfde lagere loonkosten, concurreren met Europese en Amerikaanse produkten.
Door de industrialisatie van China heeft de de-industrialisatie van Europa en de VS doorgezet.

De resterende industrie in de VS en Europa kampt met stagnerende afzet, een vergrijzend personeelsbestand en nog altijd hoge personeelskosten. De auto- en vliegtuig-industrie heeft het extra moeilijk vanwege de dreigende energiecrisis.

Het verdwijnen van industrie uit Europa en de VS heeft ook voordelen: de milieuvervuiling is teruggedrongen. Met de industrie is ook de milieuvervuiling geëxporteerd naar de lagelonenlanden. In Europa hebben we veel geinvesteerd in marketing, (financiële) dienstverlening, management. Het aandeel white-collar-workers is sterk gestegen. Het gemiddeld opleidingsniveau is navenant gestegen.

Maar het verplaatsen van de industriële produktie naar lage-lonen-landen heeft ons ook afhankelijk gemaakt. Veel van onze verbruiksgoederen, kleding, sportschoenen, mobiele telefoons en elektronische apparaten worden op duizenden kilometers afstand gefabriceerd. Je volgende spijkerbroek, je volgende laptop en je volgende paar Nikes komen uit een fabriek die minstens 6000 km. verderop staat. De winkels liggen nog vol.
Je zou niet willen dat de elektriciteit die je gebruikt, 6000 km. verderop wordt opgewekt. Het risico op een kabelbreukje  is te groot. Je wilt ook niet dat het drinkwater een weg van 6000+ km. aflegt, voordat het uit de kraan komt.

Eigenlijk willen we niet afhankelijk zijn van arbeiders aan de andere kant van de aarde. Eigenlijk vinden we dat gesleep met grondstoffen en goederen over de wereld onzin. Maar we zijn gehersenspoeld door reclame en gewend geraakt aan lage prijzen. Als we onze spullen in eigen land laten maken, door arbeiders met een behoorlijk salaris en goede sociale voorzieningen, dan zouden ze veel duurder zijn.

In de toekomst zal het transport van goederen duurder worden (peakoil is al geweest). De arbeiders in de lage lonen landen zullen hogere lonen gaan bedingen. Ook in China en India zullen steeds meer white-collar-workers de personeelskosten doen stijgen.
We zullen voor de keuze komen om weer industrie op te bouwen in Europa. In het huidige economische klimaat durft niemand het aan om in Europa weer fabrieken te bouwen. De fabrieken worden juist overal gesloten.
Of we zullen, gedwongen door hogere prijzen en een lagere levenstandaard, moeten consuminderen. Niet elk jaar een nieuwe laptop en een nieuwe digitale camera. Maar 3,4 of 5 jaar met hetzelfde apparaat doen. Niet 6 paar sportschoenen per jaar kopen, maar één paar per 2 jaar.

We hebben onszelf afhankelijk laten worden van de Global Economy, de keten van produktie en consumptie die de hele aardbol omspant. Zullen we ooit weer onafhankelijk worden en zelf weer als blue-collar-workers de handen uit de mouwen gaan steken ?