Tagarchief: import

Het CBS en de rooskleurige exportcijfers

Schermafbeelding 2016-07-14 om 15.54.44

Het Centraal Bureau voor Statistiek, CBS, meldde vandaag dat de Nederlandse export in mei 2016 aanzienlijk gegroeid was t.o.v. mei 2015. De groei van het exportvolume bedroeg: 6,2%. Het lijkt heel goed te gaan met de Nederlandse economie.
Ik heb daar wat kanttekeningen bij.

Exportvolume of exportwaarde
Allereerst: het CBS heeft het over het volume van de goederenexport en niet over de waarde of de prijs van de export. Het aantal goederen (het volume) is kennelijk met 6% gestegen. Maar in de tabellen van het CBS staat ook het bedrag in euro’s dat de export waard is.
In mei 2016 bedroeg de waarde van de export 35,09 miljard euro, tegenover 33,99 miljard euro het jaar ervoor. De waarde van de export is dus ook gegroeid, maar slechts met 3,2%.
Het CBS had in het persbericht ook kunnen melden dat de exportwaarde met 3,2% was gestegen.

Hoe zit het met de langere termijn ?
De waarde van de export lag in mei 2016 weliswaar hoger dan een jaar ervoor, maar was lager dan in mei 2014 en zelfs 6,7% lager dan in mei 2013. Over de laatste 5 jaar kun je duidelijk zien dat de waarde van de goederenexport in de maand mei gestaag afneemt.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 13.32.23

Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkeling moet je niet alleen naar de meimaanden kijken. Daarom heb ik een tweede grafiek gemaakt van de waarde van de maandelijkse Nederlandse export. Ook in die grafiek kun je zien dat de waarde van de goederenexport gestaag afneemt. De dikke rode lijn is het voortschrijdend gemiddelde over 12 maanden.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 15.19.19

In 2013 en 2014 was de gemiddelde maandelijkse goederenexport goed voor 36 miljard euro. In 2015 en 2016 dalen de inkomsten uit export geleidelijk in de richting van 35 miljard euro.

Het CBS publiceert over de Nederlandse economie kennelijk liever persberichten waarin sprake is van groei of stijging. En zwijgt over krimp of daling.

Aardgas-update december 2015

In december van 2015 werd er in Nederland 5776 miljoen m³ aardgas gewonnen. Dat is 40% minder dan de 9627 miljoen m³ die in december 2014 werd opgepompt.
De import van aardgas in december 2015 bedroeg 2918 miljoen m³; een stijging met 20% t.o.v. een jaar eerder.
In de grafiek hieronder is de dalende produktie en stijgende import over het afgelopen jaar duidelijk zichtbaar.
Schermafbeelding 2016-02-18 om 14.34.54

Over heel 2014 werd er in Nederland 70,46 miljard m³ aardgas geproduceerd. Afgelopen jaar bedroeg de produktie 52,84 miljard m³, een daling van 25%.
De gasimport over geheel 2015 kwam uit op 37,48 miljard m³ tegenover 28,88 miljard m³ vorig jaar.
De jaarcijfers over 2014 en 2015 heb ik in de grafiek hieronder samengevat.

Schermafbeelding 2016-02-18 om 14.55.29

In 2014 exporteerde Nederland 58,66 miljard m³. Afgelopen jaar lag die gasexport 15% lager: 49,89 miljard m³. De netto-export (de gasexport verminderd met de hoeveelheid geïmporteerd aardgas) kwam over heel 2015 uit op 12,3 miljard m³. In 2014 was de netto-gasexport nog 28,88 miljard m³.
In 2015 was de export van aardgas nog altijd groter dan de import. Maar als de trend van dalende export en de stijgende import doorzet, dan zal in 2017 of 2018 de import van aardgas groter zijn dan de export.

Schermafbeelding 2016-02-18 om 15.31.33

De grafieken zijn gemaakt met de cijfers uit de JODI Gas World-database.

IEA: de Europese energierekening wordt veel te hoog

IEA_logo
De Europese Unie produceert zelf weinig fossiele brandstoffen. Maar importeert juist steeds meer aardolie, steenkool en gas. Daar komt nog bij dat aardolie en aardgas tegenwoordig heel duur zijn.
De knappe koppen van het IEA (tegenwoordig o.l.v. Maria van der Hoeven) maken zich ook zorgen over die ontwikkeling. Afgelopen week wees econoom Fatih Birol op het feit dat de Europese energierekening in 2012 opgelopen is tot bijna 400 miljard euro. Als deze trend doorzet zal de import van fossiele brandstoffen zelfs oplopen tot 500 miljard.

Het filmpje en het Engels van dhr. Birol zijn niet best. Maar de strekking is duidelijk: alleen als de prijs van olie en gas daalt, dan kan Europa er weer bovenop komen.
Birol vergeet te vertellen dat het transport van fossiele brandstoffen ook steeds meer energie kost. Er moeten meer en steeds langere pijpleidingen worden aangelegd. Er zijn meer olietankers en bulkcarriers met steenkool nodig en ze zijn steeds langer onderweg. Een steeds groter deel van de beschikbare energie is nodig voor winning en transport.

Dr. Birol noemt naast een prijsdaling geen andere oplossing voor de hoge energierekening. Die is er wel. Europa kan minder energie gaan gebruiken en op die manier de energierekening verlagen.
In sommige Europese landen gebeurt dat al. In Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal daalt de aardolieconsumptie snel.

Ik verwacht dat andere Europese landen dit voorbeeld zullen volgen.
Daardoor zal de CO2-uitstoot in Europa verder dalen en komt de Kyoto-doelstelling binnen bereik.

De devaluatie van de euro (2): import wordt steeds duurder

De euro is sinds januari 1999 officieel als valuta in gebruik. Sinds 1999 is de werkelijke waarde van de euro snel afgenomen.
In 1999 kon je voor één euro nog bijna 17 liter aardolie kopen.
In 2011 is dat nog maar 2 liter.

In 1999 was 1 miljard euro ongeveer 100 miljoen vaten aardolie waard. Dat is nu nog maar 12,5 miljoen vaten. Dit maakt het duidelijker waarom de landen in de eurozone zoveel geld moeten lenen als ze hun welvaart (hun energieverbruik) op peil willen houden. Het maakt ook duidelijk dat bezuinigen op het aardolieverbruik, een flinke kostenbesparing is.

Ook t.o.v. een belangrijke grondstof als koper is de euro sterk in waarde gedaald. Voor één euro kreeg je in 1999 nog meer dan 800 gram koper. Nu krijg je voor dezelfde euro nog slechts 140 gram koper.

Landen, die erg veel koper nodig hebben, houden minder euro’s over voor andere dingen of ze moeten meer geld lenen om hun dure import te kunnen betalen.

Europa heeft zelf weinig grondstoffen en moet voor de import van grondstoffen steeds meer euro’s betalen. Landen, die zelf veel exporteren, zoals Duitsland en Nederland, hebben niet veel problemen met de devaluatie van de euro. Landen met een negatieve handelsbalans, een handelstekort, zullen steeds dieper in de schulden geraken. Die landen zullen de tering naar de nering moeten zetten ofwel de import moeten verminderen totdat die in evenwicht is met de export.