Tagarchief: oliemaatschappijen

De rol van de olieprijs en van de centrale banken in de economie

De Noorse oliedeskundige Rune Likvern schreef de afgelopen jaren voor TheOildrum.com. Tegenwoordig schrijft hij op een eigen weblog Fractional Flow.
Afgelopen week schreef Likvern een artikel over de olieprijs en de acties van de centrale banken (de Federal Reserve, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan). Dat artikel vat ik hieronder kort samen.

In de tweede grafiek uit het artikel is te zien wat de vier grote centrale banken van de OECD de afgelopen jaren hebben gedaan om de wereldeconomie op gang te krijgen en houden.

fig-2-cbs-balance-sheets-and-interest-rates
In de zomer van 2007 begonnen de banken hun rentetarief te verlagen. Na het faillissement van Lehman Brothers (september 2008) werd de rente in korte tijd veel verder verlaagd tot ca. 1%. In de afgelopen 2 jaar is de rente nog verder verlaagd tot minder dan 1%.
De groene lijn laat zien dat het verlagen van de rente tot gevolg heeft dat de centrale banken meer geld uitlenen. Zodra de rente verlaagd wordt in 2007 begint het totaal aan activa dat de centrale bank op de balans heeft (leningen !!) snel op te lopen.
Het balanstotaal van de 4 grote centrale banken liep op van 3 biljoen dollar naar meer dan 10 biljoen dollar.

Als de centrale banken hun rentetarief verlagen zullen concurrerende particuliere banken ook hun rentetarieven verlagen: ze streven naar zoveel mogelijk klanten.
Tegelijkertijd zie je dat ook de rente op staatsleningen gaat dalen en dat betekent dat pensioenfondsen en andere beleggers en lager rendement behalen dan ze gewend waren.

Al het extra kapitaal (7 biljoen dollar) dat centrale banken tegen lage rente hebben uitgeleend aan regeringen en particuliere banken sijpelt als krediet de samenleving in. De miljarden dollars, die de centrale banken uitlenen houden de prijs van aardolie relatief hoog.

Regeringen lenen geld om niet te hoeven bezuinigen en de belasting niet te hoeven verhogen. Zolang regeringen met een begrotingstekort werken, loopt de staatsschuld verder op, maar blijft de koopkracht en consumptie van de inwoners redelijk op peil. Doordat de consumptie op peil blijft, daalt de vraag naar olie niet en blijft de olieprijs relatief hoog. Als regeringen de tering naar de nering zetten (en de begroting sluitend maken) dan daalt de koopkracht, krimpt de economie. Daardoor daalt ook de vraag naar aardolie en wordt de olieprijs lager… net zoals in 2009.

Banken lenen het kapitaal van de centrale banken ook uit om investeringen mogelijk te maken. Er worden grote infrastructuur- en duurzaamheidsprojecten gestart om de werkeloosheid tegen te gaan. Hierdoor blijft de vraag naar aardolie vrij hoog.
Daarnaast kunnen oliemaatschappijen door het extra kapitaal ook moeilijk winbare olie- en gasvoorraden gaan exploiteren, die pas nu bij een hoge olie- en gasprijs rendabel zijn. De uitgaven van oliemaatschappijen voor exploratie en ontwikkeling zijn sinds 2006 (toen de centrale banken begonnen om extra geld in de economie te pompen) sterk gestegen.
Deze toestroom van centrale-banken-kapitaal naar de olie- en gaswinning wordt ook wel de koolstof-zeepbel (Carbon Bubble) genoemd.
Het aanbod van olie en aardgas is door deze ontwikkeling de laatste jaren licht blijven stijgen, waar de meeste deskundigen al een daling hadden verwacht. Je kunt ook zeggen dat de centrale banken door extra kapitaal uit te lenen, peakoil hebben uitgesteld.

Kort samengevat: de gezamenlijke centrale banken van de OECD hebben de afgelopen 7 jaar erg veel kapitaal uitgeleend in de wereldeconomie tegen historisch lage rente. En al dat extra kapitaal heeft de vraag naar aardolie en daarmee de prijs van aardolie hoog gehouden.
Dat is te zien in de ietwat rommelige grafiek van Rune Likvern hieronder.

fig-1-oil-price-cbs-balance-sheets-and-oil-price

De rode lijn is de prijs voor één vat Brent-olie. In 2006 als de centrale banken de rente verlagen, begint de olieprijs snel op te lopen.
In de zomer van 2008 stokt de renteverlaging door de centrale banken een paar maanden. De hoeveelheid uitgeleend kapitaal (de groene lijn) wordt vlak en begint zelfs te dalen. Dit is het begin van de kredietcrisis. Tegelijkertijd begint ook de olieprijs te dalen.

Na de wereldwijde kredietcrisis in 2008 leidt een verdere verlaging van de rente tot een nieuwe stijging van de olieprijs in de periode 2009-2010.
In de laatste 2 jaar dreigt de olieprijs te gaan dalen, maar dit wordt voorkomen doordat de rente nog iets verder zakt.

Rune Likvern legt in zijn artikel uit dat economen en deskundigen een daling van de olieprijs verwachten. Oliemaatschappijen beginnen ook rekening te houden met een prijsdaling en schroeven daarom hun investeringen terug: ze schrappen dure en moeilijke projecten.
Dit heeft tot gevolg dat de produktie van olie en gas in de toekomst zal gaan afnemen. Peakoil is uitgesteld door enorm veel nieuw centrale-bank-kapitaal. Maar het is niet van de agenda verdwenen.

Of zoals Rune Likvern schrijft: geen enkele centrale bank kan aardolie printen.

Lees eerst het artikel Global Credit Growth, Interest rate and oilprice – are they related? op Rune Likverns weblog Fractional Flow.
En daarna: Central banks’ balance sheets, interest rates and the oil price.

Ook Gail Tverberg schrijft regelmatig over de gevolgen van krediet en rentetarieven op de olieprijs en de economie.

CO2-uitstoot wordt steeds meer gefinancierd met geleend geld

De winning van de zogenaamde Noordpool-olie in de Barentszee is een kostbaar project. Gazprom heeft veel geld moeten lenen van investeerders (aandeelhouders, banken) om het project van de grond te krijgen.
Voor de winning van aardolie uit de subsalt-olievelden in het Santos-bekken voor de Braziliaanse kust leent Petrobras een bedrag van 220 miljard dollar van investeerders.
De winning van schaliegas in Noord-Amerika is alleen mogelijk doordat investeerders geld lenen aan schaliegasmaatschappijen zoals Chesapeak Energy.
De winning van Light Tight Oil in de VS wordt niet uit spaargeld gefinancierd, maar met leningen.

Burning-Money

Maar dit stuk zou toch gaan over CO2-uitstoot.
Dat klopt. Het verbranden van moeilijk winbare olie en moeilijk winbaar gas veroorzaakt CO2-uitstoot. Zonder al die investeringen in schaliegas en moeilijk winbare olie zou de menselijke CO2-uitstoot al dalen. Dankzij al het geleende kapitaal dat geïnvesteerd wordt in de winning van fossiele brandstoffen stijgt de CO2-uitstoot nog altijd (zij het minder dan aan het begin van deze eeuw).

De Koolstof-zeepbel: carbon-bubble.
Over het uitlenen van geld aan oliemaatschappijen wordt geen referendum gehouden.Er is een kleine groep mensen, die beslist over investeringen. Een select gezelschap van bankiers, beleggers van pensioenfondsen en grootkapitalisten besluit of Petrobras kan beginnen met de bouw van boorplatforms om diepzee-olie te winnen.
Momenteel vertellen de directeuren van oliemaatschappijen de mooiste verhalen over de enorme reserves aan schaliegas en teerzandolie, die er gewonnen zullen worden, en over de almaar stijgende vraag (en dus prijs) naar olie en gas. Daardoor lijkt investeren in moeilijk winbare fossiele energie een zekere belegging, die een hoog rendement zal opleveren. Zeker in deze tijd waarin investeren in winkelcentra en kantoorgebouwen verliesgevend is.
En momenteel lenen overal ter wereld centrale banken (de Federal Reserve, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan) enorme kapitalen uit tegen historisch lage rente. Dat kapitaal vindt zijn weg hoofdzakelijk naar de veelbelovende projecten van olie- en gasmaatschappijen. Het kapitaal van de centrale banken wordt gebruikt om de koolstof-zeepbel verder op te blazen.

Vraag naar fossiele brandstoffen gesubsidieerd met geleend geld
Niet alleen het aanbod van fossiele brandstoffen wordt met geleend geld kunstmatig hoog gehouden. Ook het verbruik wordt hoog gehouden met leningen en krediet.
Oekraïne heeft een staatsschuld van 142 miljard dollar. Het is nagenoeg onmogelijk om die schuld terug te betalen. Toch verstrekt het Internationaal Monetair Fonds een lening van 17 miljard dollar aan Oekraïne om het komende jaar gas en olie te kunnen kopen. Als deze lening niet was verstrekt, dan zou de CO2-uitstoot van Oekraïne scherp dalen. Het besluit van het IMF om Oekraïne zoveel geld te lenen is niet democratisch genomen.

Zeer veel andere landen lenen geld van investeerders (pensioenfondsen, banken, centrale banken enz.) om het gebruik van fossiele brandstoffen te subsidieren. In sommige landen wordt de prijs van gas en benzine kunstmatig laag gehouden met subsidies.
In andere landen wordt geleend geld via een omweg aan burgers gegeven om de duurder wordende brandstoffen te kunnen betalen. In Nederland kennen wij de hypotheekrente-aftrek en huursubsidie. Door deze regelingen kunnen veel mensen zich permitteren om auto te rijden of met het vliegtuig op vakantie te gaan.
Eigenlijk kun je stellen dat in alle landen, die geld lenen (landen met een begrotingstekort) het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de CO2-uitstoot kunstmatig hoog wordt gehouden met geleend geld.

man-burning-money.ju.top

Kentering in zicht?
De laatste 2 jaar lijkt er verandering te komen in het opblazen van de koolstof-zeepbel.
Oliemaatschappijen gaan minder investeren in moeilijk winbare fossiele brandstoffen onder druk van de aandeelhouders. Shell heeft verliesgevende olieprojecten afgestoten en dure geplande projecten geschrapt om voldoende dividend te kunnen uitkeren. Ook BP en de Noorse oliemaatschappij Statoil hebben projecten uitgesteld of geschrapt.
In de VS begint langzamerhand door te dringen dat de winning van schaliegas alleen maar mogelijk is door enorme leningen, die waarschijnlijk nooit terugbetaald zullen worden.
Deborah Lawrence schrijft erover op haar website Energypolicyforum.
Afgelopen week schreef het gezaghebbende Bloomberg over de snel oplopende schuldenberg van de Amerikaanse schaliegasbedrijven. De titel van het stuk zegt al genoeg:

Shale Drillers Feast on Junk Debt to Stay on Treadmill
Schaliegasboringen: een dolgedraaide orgie gefinancierd met rommelkrediet

Insiders weten dus al dat de schulden van de schaliegasbedrijven wellicht niet afgelost zullen worden. De aandelen zijn volgend jaar misschien waardeloos. Maar tot die tijd, blijven de centrale banken geld rondstrooien de economie stimuleren. Dus draait de mallemolen door en blijft de koolstof-zeepbel nog intact.

Shell trekt zich terug uit het poolgebied en schaliegas

shll4

Afgelopen jaar trok oliemaatschappij Shell zich al terug uit een schalie-olieproject in de VS. Deskundigen vreesden dat de investering nooit terugverdiend zou worden.
Shell trok zich ook terug uit de oliewinning op het Nigeriaanse vasteland. Door sabotage en oliediefstal liepen de inkomsten terug en de kosten steeds hoger op. Het verkopen van de belangen in Nigeria levert tenminste nog iets dat de cijfers in het jaarverslag mooier maakt.

Shell stopt voorlopig ook met proefboringen in het Noordpoolgebied, vanwege de enorme kosten. De afgelopen maanden is aan aandeelhouders gevraagd om druk uit te oefenen op de leiding van Shell om zich terug te trekken uit het poolgebied.

Afgelopen week kondigde Shell aan dat het budget voor de Amerikaanse schaliegas-winningsprojecten met 20% verlaagd zal worden. Door op uitgaven te besparen hoopt het bedrijf de cijfers mooier te maken voor de aandeelhouders.
De aandeelhouders kunnen door aankoop of verkoop van aandelen de beurswaarde van het bedrijf bepalen. De beurswaarde is erg belangrijk voor het persoonlijk inkomen van de bestuurders van Shell. De beurswaarde is ook de belangrijkste graadmeter voor investeerders om geld in Shell te steken. Via dit mechanisme krijgen de aandeelhouders en investeerders in steeds grotere mate invloed op de investeringen van Shell.
De aandeelhouders houden niet van risicovolle projecten in het Noordpoolgebied en de onconventionele olie- en gaswinning. Dus zal Shell steeds minder risico’s gaan nemen, zelfs als dat betekent dat de olieproduktie steeds verder afneemt.

Sinds 2002 is de olieproduktie van Shell met 1/3e deel afgenomen.

Shell_crude_NGL_production_by_region_2000_2012

Kleine oliemaatschappijen met slechts enkele aandeelhouders durven wel risico’s te nemen in het poolgebied en onconventionele oliewinning. Maar als investeerders zien dat Shell zijn handen daarvan aftrekt, dan wordt het voor die kleine maatschappijen ook moeilijker om die projecten gefinancierd te krijgen (hoop ik).
De terugtrekking van Shell uit het poolgebied en de schaliegaswinning kan wel eens een keerpunt betekenen voor de gehele mondiale olie- en gaswinning.

Winst van oliemaatschappij Shell wordt steeds kleiner

oilcompany

Oliemaatschappij Shell zal pas eind januari 2014 de cijfers over het 4e kwartaal van 2013 naar buiten brengen, maar gisteren waarschuwde het bedrijf alvast de aandeelhouders en beleggers voor een flinke tegenvaller. Naar verwachting komt de winst over het 4e kwartaal van 2013 uit op 2,9 miljard dollar. Daarmee valt de winst over het hele boekjaar 2013 40% lager uit dan in 2012: 16,8 miljard dollar.
Het 1e kwartaal van 2013 leverde nog een winst op van 7,5 miljard dollar en het 2e kwartaal van 2013 nog 4,6 miljard dollar. In het 3e kwartaal verdiende Shell nog 4,5 miljard dollar.

Trend naar lager lagere winst
De cijfers van afgelopen jaar vertonen een duidelijke trend naar steeds lagere winst. De oorzaak voor die winstdaling ligt niet in een sterke daling van de olieprijs of een scherp gedaalde vraag naar olie en olieprodukten. Shell heeft te kampen met afschrijvingen op reserves en lagere rendementen op investeringen, diminishing returns.

In persberichten wijzen analisten wel op de onrendabele exploitatie van kleine olievelden in de Noordzee. Zij verwachten dat Shell deze verliesgevende activiteit zal proberen te verkopen.
Eerder werd al bekendgemaakt dat Shell de onshore-oliewinning in Nigeria zal gaan afstoten vanwege de stijgende kosten en de dalende opbrengst.

Daarnaast kampt Shell met de teruglopende verkoop van olieprodukten in de OECD-landen.
Onderstaande tabel, afkomstig uit Oil Market Report van het IEA, laat zien dat het dagelijks verbruik in de OECD-landen in oktober 2013 4,99 miljoen vaten bedroeg. Dat is 1% lager dan in oktober 2012.

totaldemand2013

Dat betekent dat er een overschot aan raffinaderijen begint te ontstaan. Eerder dit jaar verkocht Shell al haar laatste raffinaderij in Australië. De Financial Times schreef dat dit raffinage-overschot vooral in Europa speelt. Sinds 2008 zijn er al raffinaderijen gesloten met een dagelijkse capaciteit van 1,7 miljoen vaten. Maar de Europese dagelijkse vraag naar aardolieprodukten is in die periode al met 2,0 miljoen vaten gedaald.
Door het overschot aan raffinaderijen is de gemiddelde benuttingsgraad (utilisation) in Europa gedaald tot onder de 70%.

utilisatie2013

Het plaatje hieronder (ook uit het Oil Market Report) laat zien dat in oktober 2013 de raffinage van olie in Europa daalde tot 10,3 miljoen vaten per dag. Dat is ongeveer dezelfde hoeveelheid olie als in 1988. Tussen 1998 en 2007 bleef de hoeveelheid olie, die in Europa geraffineerd werd, min of meer constant tussen 13 en 14,5 miljoen vaten per dag. Sinds 2007 is de hoeveelheid olie, die in Europa geraffineerd wordt aan het dalen. We kunnen verwachten dat er steeds minder olie geraffineerd zal worden in Europa.

totalrefiningeurope

Het overschot aan raffinage-capaciteit in Europa drukt de raffinage-marge, de prijs, die raffinaderijen kunnen vragen voor het raffineren. Het laatste plaatje hieronder laat zien dat de raffinage-marge in Noord-West Europa voor veel oliesoorten negatief is. Je kunt ook zeggen dat benzine in Noord-West Europa te goedkoop is, zodat oliemaatschappijen in Noord-West Europa geen geld meer verdienen.

refiningmargins

Ook in Europa zal Shell raffinaderijen gaan verkopen of sluiten en daarmee zal de omzet verder dalen.
De kosten om nieuwe olievelden te exploiteren zullen voor Shell blijven stijgen, terwijl de omzet blijft dalen en de marge op raffinage gevaarlijk laag is geworden.
Het komend jaar wordt erg moeilijk voor Shell en andere oliemaatschappijen. Ik vraag me af of de oliemaatschappijen nog veel kapitaal overhouden in te investeren in nieuwe olieprojecten.

Oliemaatschappijen in zwaar weer: Shell

just

De winsten van oliemaatschappijen worden kleiner. De kosten van olie- en gaswinning stijgen sterk en de inkomsten stijgen niet mee. Daarom staan oliemaatschappijen voor moeilijke keuzes. Moeten ze nog wel beginnen aan risicovolle olieprojecten in de diepzee en het Noordpoolgebied?

Het afgelopen jaar is met name Shell in het nieuws gekomen doordat de maatschappij dure projecten stopzette of afblies.
– Shell gaat in Nigeria stoppen met oliewinning op het land. De kosten worden te hoog door sabotage en diefstal.
– Shell stopt met winning van Light Tight Oil (schalie-olie) in Colorado.
– Shell heeft de exploratie-activiteit in het Noordpoolgebied voorlopig gestaakt. Maar in 2014 zal er waarschijnlijk opnieuw geboord gaan worden.

De exploitatie van olievelden in het Noordpoolgebied vergt zeer grote investeringen.

– Shell besloot onlangs om toch maar geen gas-to-liquids-fabriek te bouwen in Louisiana in de VS. Door het tijdelijke overschot van aardgas in Noord-Amerika leek het winstgevend om dat aardgas om te zetten in vloeibare brandstof. De fabriek, die 20 miljard dollar zou kosten gaat nu toch niet door.
De baas van Shell, Peter Voser, zei:

“We are making tough choices here, focusing our efforts and capital on the most attractive opportunities in our world-wide portfolio to add value for shareholders.”
We maken moeilijke keuzes en richten onze inspanningen op de aantrekkelijkste projecten in onze portfolio om zoveel mogelijk rendement te halen voor onze aandeelhouders.

Volgens mij zeggen de daden van Shell meer dan de verhullende woorden van Peter Voser en de mooie presentaties op de Shell-website. Om de aandeelhouders tevreden te houden kan Shell zich geen kostbare miskleunen en afschrijvingen meer permitteren.
Zeker niet omdat de produktie van ruwe olie en natural gas liquids (NGL’s) door Shell sinds 2002 aan het dalen is.

Eerder dit jaar zei Voser nog dat “investeren in nieuwe energiebronnen de eerste prioriteit is. Als we dat niet doen, ontstaat er krapte op de energiemarkt en zullen de prijzen sterk gaan fluctueren.
Voser zal in het eerste half jaar van 2014 plaatsmaken voor een nieuwe CEO. Maar de nieuwe topman krijgt te maken met dezelfde moeilijke beslissingen.
2014 wordt voor Shell de andere oliemaatschappijen een erg moeilijk jaar.
… om nog maar te zwijgen van 2015 😉

Opruimen van oude Noordzee-olieplatforms kan erg duur worden

De olieproduktie in de Noordzee is over haar hoogtepunt heen In de afgelopen 10 jaar daalde de produktie met 60% van 5 miljoen vaten per dag naar 2 miljoen vaten per dag.

noordzeeolie2013

In de komende jaren zal de olieproduktie verder afnemen. En de kosten van onderhoud van de produktie-platforms zullen op den duur hoger worden dan de dalende opbrengst. Steeds vaker zullen oliemaatschappijen produktieplatforms sluiten en gaan afbreken.
Ik ben bang dat de oliemaatschappijen de kosten van het opruimen van olieplatforms onderschatten.

ekofisk

Het plaatje hierboven laat installaties op Ekofisk 1 zien in het Noorse deel van de Noordzee. De afbraak van de installaties begon a in 2005 en zal dit jaar voltooid worden.
De foto komt uit een overzichtsartikel waarin een aantal grote olie-installaties worden bekeken.

Op basis van de eerste afbraakklussen probeert de olie-industrie de totale kosten van het opruimen van de olieplatforms te schatten.
In maart 2012 organiseerde the Royal Academy of Engineering een workshop over dit onderwerp. De deskundigen schatten dat de kosten (voor het Britse deel van de Noordzee) geleidelijk zullen oplopen van 0,5 miljard pond in 2010 tot meer dan 1,5 miljard pond (1,8 miljard euro) per jaar tussen 2017 en 2020.

kosten01

Tel je al deze kosten bij elkaar op, dan kom je uiteindelijk boven de 30 miljard pond ofwel 36 miljard euro uit.

kosten02

Het mag duidelijk zijn dat de betrokken oliemaatschappijen dit geld niet opzij hebben gezet. De afbraak- en opruimkosten zullen worden uit de inkomsten van de oliemaatschappijen.
De winsten van oliemaatschappijen staan al onder druk omdat de kosten van exploratie en exploitatie steeds hoger worden: het kost steeds meer om moeilijk winbare olie uit de aardkorst te halen. Het afbreken van afgeschreven installaties zal de winst nog verder drukken.
In het verslag van de workshop staat te lezen dat de Britse overheid de oliemaatschappijen tegemoet zal komen door belastingvrijstelling.

taxrebate

Omdat de olie-industrie via de Petroleum Revenue Tax al miljarden aan extra belasting heeft afgedragen, kan de overheid de belastingvrijstelling, die kan oplopen tot 60% van de kosten (20 miljard pond), uitleggen aan de kiezers.
Zoals de Britse belastingbetaler geprofiteerd heeft van de olieproduktie in de Noordzee, zo draait de Britse bevolking ook deels op voor het afbreken en opruimen na afloop van het Noordzeefeestje.

Mark MacArthur, olie-expert van het Britse adviesbureau EC Harris, meent dat de kosten van van afbraak van de olie-installaties, niet goed ingeschat kunnen worden. Het is onbekend terrein en er zijn veel onzekere factoren. Ter illustratie van deze mening:
In 2005 schatte de olie-industrie de kosten op ca. 10 miljard pond; in 2010 was deze schatting al opgelopen tot de 30 miljard pond.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Peakoil: de produktie en de winst van oliemaatschappijen krimpen

peakoil2013

Afgelopen week publiceerden BP en Shell hun cijfers over het 3e kwartaal van 2013.
BP meldde dat de winst met 34% daalde t.o.v. het 3e kwartaal van 2012. Onder de streep hield BP 3,69 miljard dollar over. Flink hoger dan het tweede kwartaal van 2013, toen BP een enorme Russische belastingsaanslag moest betalen. Maar een stuk lager dan de $5,02 miljard van vorig jaar.

Shell rapporteerde een winstdaling van 32%. De winst bedroeg afgelopen kwartaal $4,2 miljard tegen $6,6 miljard vorig jaar.

Opvallend is dat beide oliemaatschappijen ook een daling van de produktie rapporteerden. De olie- en gasproduktie van BP daalde op jaarbasis met 2,3% tot 2,21 miljoen vaten per dag. Hierbij wordt de olieproduktie in het Rusland (een gezamenlijk project met Rosneft) buiten beschouwing gelaten.
De olie- en gasproduktie van Shell daalde ook, met 2% tot 2,9 miljoen vaten. Men verwacht dat ook in het 4e kwartaal de produktie lager zal uitvallen.

De olieproduktie van Shell, BP en andere oliemaatschappijen is al jaren aan het afnemen. Op de website Crude Oil Peak staat een mooi overzichtsartikel over deze trend.
In de grafiek hieronder zie je dat de produktie van grote oliemaatschappijen tussen 1998 en 2006 piekte en daarna begon af te nemen.
oilmajors2013

De produktie van ruwe olie en natural gas liquids (NGL’s) door Shell daalde van 2002 tot 2011 al ruim 30%.

shellcrudeandNGL

De olie- en gasproduktie van de oliemaatschappijen zal blijven dalen. Daardoor dalen de inkomsten van oliemaatschappijen. Alleen door hogere prijzen van olie, gas, benzine enzovoorts kunnen de inkomsten weer stijgen.
Omdat de makkelijk winbare olie opraakt, zullen oliemaatschappijen steeds meer geld moeten uitgeven aan onderzoek en exploitatie. Het is maar de vraag of de stijgende investeringen nog wel rendement zullen opleveren. Shell heeft voorlopig de peperdure boorplannen in de Beaufortzee bij Alaska op de lange baan geschoven.