Tagarchief: onderwijs

De onderwijszeepbel: onderwijsuitgaven en studieschulden lopen steeds hoger op

Als erin een bepaalde sector van de economie steeds meer wordt geïnvesteerd, dan dreigt daar een zeepbel te ontstaan. Op een gegeven moment wordt er zoveel geïnvesteerd dat het rendement of resultaat niet meer toeneemt, maar zelfs afneemt. Dan spreken we van diminishing returns.

In Nederland stijgen de onderwijsuitgaven en de studieschuld harder dan het Bruto Nationaal Produkt. In het ‘Jaarboek Onderwijs in cijfers’ van het CBS vond ik daar cijfers over.

CBSonderwijs

De overheidsuitgaven aan onderwijs stegen tussen 2000 en 2011 met meer dan 70% (van 23,2 miljard naar ruim 40 miljard).
Per hoofd van de bevolking stegen de uitgaven tussen 2000 en 2011 met 64%.

In 2008 werd in Nederland 5,5% van het BNP uitgegeven aan onderwijs. In 2009 was dat al 5,9%. Dat is hoger dan de het gemiddelde van de 21 Europese OESO-landen (dat stond in 2009 op 5,8%).

Naast deze groeiende overheidsuitgaven stijgt ook het bedrag dat studenten zelf in het onderwijs investeren. De totale studieschuld van alle studenten aan universiteiten en hogescholen loopt schrikbarend snel op. De studentenorganisaties ISO en LSVb schatten in maart 2012 de totale studieschuld op 5,8 miljard euro. De studieschuld groeit volgens schattingen met 20 euro per seconde (31,5 miljoen per jaar). Er gaan steeds meer jongeren studeren, dus de verwachting is dat de studieschuld nog sneller zal gaan oplopen.

In de VS lopen de gezamenlijke studieschulden ook snel op. De totale studieschuld bedraagt daar al 1 biljoen dollar.
Veel studenten zullen na hun studie werk gaan doen waarvoor ze niet hadden hoeven studeren. Volgens schattingen zal zelfs 50% een baan vinden, die ze ook zonder studie hadden kunnen krijgen. Deze studenten hebben grote problemen om hun studieschuld terug te betalen.

In het filmpje hieronder wordt de Amerikaanse schuldenproblematiek uitgelegd. En er wordt zelfs een mogelijke oplossing aangedragen.

Hoe we in Nederland ooit de groei van onderwijsuitgaven en studieschulden zullen stoppen weet ik niet. Zolang geen enkele politieke partij op onderwijs wil en durft te bezuinigen, zal de onderwijszeepbel blijven groeien.

Grenzen aan de groei van het aantal studenten

In Nederland is de jeugdwerkeloosheid laag in vergelijking met Griekenland en Spanje. Eén van de redenen voor die lage jeugdwerkeloosheid is de leerplicht. In Nederland zijn jongeren tot hun 18e verjaardag verplicht om een opleiding te volgen.
Daarnaast heerst er in Nederland een cultuur om eerst een zo hoog mogelijke opleiding te volgen en pas daarna werk te gaan zoeken. Alle politieke partijen onderschrijven het belang van een goede opleiding. Daarom wordt er in Nederland ook zeer veel overheidsgeld uitgetrokken voor het onderwijs. Uit onderstaande grafiek blijkt dat de Nederlandse uitgaven per student tot de hoogste in de wereld behoren.

spendingperstudent
(bron: OECD)

De positieve waardering voor het onderwijs leidt ertoe dat er in Nederland steeds meer jongeren een hogere opleiding gaan volgen. Vooral in het hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs stijgt het aantal studenten spectaculair.
In de periode 2001-2012 liep het aantal HBO-studenten op van 310.000 tot 420.000. Het aantal universitaire studenten groeide van 166.000 naar 245.000.

HBOenWO20012012

In 2001 studeerde 1,04% van de Nederlandse bevolking aan de universiteit en 1,96% aan het HBO. In 2012 was dat opgelopen tot 1,47% (WO) en 2,53% (HBO).

HBOenWO20012012b

Het is duidelijk dat deze groei gevolgen heeft voor de kwaliteit van het gegeven onderwijs. Maartje ter Horst, die zelf studeert aan de Universiteit Utrecht, schreef afgelopen week een mooi artikel over dit onderwerp. Zij snijdt ook het onderwerp diploma-inflatie aan: hoe meer mensen hetzelfde diploma hebben, hoe minder het waard is voor een werkgever.
Lees het artikel van Maartje: zij vindt net als ik dat er veel te veel studenten zijn.

Vanwege een dalend geboortecijfer zal het aantal studenten weer gaan afnemen, zoals nu het aantal kinderen op de basisschool al daalt. Het is vervelend dat er niet voldoende banen zijn voor al die hoogopgeleiden. Maar dat is de prijs, die we moeten overhebben voor een lage jeugdwerkeloosheid.

Hoger onderwijs in Nederland: verborgen jeugdwerkeloosheid

foto van FaceMePLS via FlickrCC

foto van FaceMePLS via FlickrCC

In vergelijking met Griekenland, Ierland en Spanje heeft Nederland een lage jeugdwerkeloosheid.
In 2011 was het aantal werkeloze jongeren tussen (15 en 25 jaar) in Nederland slechts 7,4%. In Ierland is ruim 30% van die leeftijdscategorie werkeloos. In Griekenland 35% en in Spanje zelfs 44%.

De jeugdwerkeloosheid in Nederland is mede zo laag doordat heel veel jongeren nog onderwijs volgen. Hieronder een grafiekje (gemaakt met gegevens van het CBS) van het aantal leerlingen op het MBO en op het HBO en WO.

ScreenHunter_01 Jan. 03 09.29

Het leerlingenaantal op het MBO groeide het afgelopen decennium van 473 duizend in 2002 tot 523 duizend in 2011.
Het aantal studenten op universiteiten en hogescholen was in 2002 500 duizend. In 2011 volgden 666 duizend jongeren hoger onderwijs: een stijging van 33% in 10 jaar tijd.

Het totaal aantal jongeren, tussen 16 en 25 jaar, dat een MBO-, HBO- of WO-studie volgt is in 2011 opgelopen tot bijna 1,2 miljoen. In de komende 5 jaar zal het overgrote deel van deze jongeren de opleiding afronden en op zoek gaan naar een baan.

De langstudeerders bestormen de meent

Ik zat op de meent en zag hoe kort het gras op de gemeenschappelijke weide was geworden. Er waren ook al kale plekken ontstaan. Iedereen mag zijn vee laten grazen op de meent. Maar als er geen paal en perk gesteld worden aan het gebruik van de meent, dan loopt het slecht af met de weide en is uiteindelijk iedereen de dupe.

Terwijl ik hoofdschuddend zat te somberen, ging de deur van de kroeg open. Er kwamen lachende en juichende studenten naar buiten. En ze begonnen een feestje te bouwen op de meent. Ze dansten en ze zongen. Ze zoenden en namen elkaar op de schouders.
Er kwamen steeds meer studenten van alle kanten naar de meent. Sommigen hadden borden en spandoeken bij zich.

Het studentenfeest ging de hele nacht door. Ik ging naar huis en zag dat mijn eigen dochter nog aan het leren was voor een tentamen.
‘Maak je het niet te laat, lieverd.’
‘Nee, pap, ik ga dat tentamen halen, zodat ik dit jaar nog aan mijn master kan beginnen.’

De weken daarop bleven de studenten feesten op de meent. Totdat de eerste sneeuw begon te vallen. Toen gingen de feestvierders op wintersport.

De kennis-economie fabel

Veel politici spreken er schande van als het kabinet op onderwijs wil bezuinigen. Het zou de kenniseconomie in gevaar brengen. Maar zijn kennis en opleiding nog wel zo belangrijk in het komende decennium?

Iedereen kent wel een drs., die niet in zijn vakgebied werkt. ik ben zelf bioloog en werk parttime in een supermarkt. Mijn dochter studeert psychologie, maar beseft dat ze waarschijnlijk nooit een baan als psycholoog zal vinden. Er zijn in Nederland 14.000 mensen psychologie aan het studeren. Die zullen zich binnen 5 jaar op de arbeidsmarkt melden.

Er zijn in Nederland 25.000 fysiotherapeuten werkzaam. Maar het aanbod is groter dan de vraag: 8% van de fysiotherapeuten is werkeloos. Het is mij niet bekend hoeveel opgeleide fysiotherapeuten inmiddels een andere loopbaan hebben gevonden. Lees verder

Grenzen aan de groei van het onderwijs.


Afgelopen week hoorde ik een persbericht: Nederlanders zijn steeds beter opgeleid. Eén zin uit het bericht bleef in mijn hoofd nadreunen: steeds meer jonge mannen zijn lager opgeleid dan hun vader. Het klinkt als een trendbreuk, alsof het opleidingsniveau van de Nederlandse man over het hoogtepunt heen is.

Dat kan liggen aan de kwaliteit van het onderwijs. Steeds meer jongeren verlaten het onderwijs zonder diploma. Op universiteiten en hogescholen wordt steen en been geklaagd over het niveau van de studenten: ze kunnen niet zo goed spellen en rekenen als de vorige generatie.

Een andere mogelijkheid is dat een hoge opleiding steeds minder een garantie biedt op een goedbetaalde baan. Er zijn duizenden biologen, psychologen, politicologen en antropologen, die in een carriere belanden, waar ze niet voor opgeleid zijn. Het opleidingsprofiel van Nederland is niet afgestemd op de behoefte van de samenleving. We zijn overgekwalificeerd. Dit betekent dat we niet meer hoeven te investeren in de kenniseconomie: we bezitten met zijn allen al meer kennis dan we nodig hebben.

De JOVD heeft dat begrepen. Er moeten minder mensen gaan studeren. Maar de liberalen kiezen niet voor selectie op grond van capacteiten. Ze willen de studiebeurs verlagen met 30% zodat alleen welgestelden kunnen studeren en dat zijn niet per definitie de slimsten.

Ook in Groot-Brittannië moet het aantal studenten worden teruggeschroefd. Ook daar kiest de Conservatief-Liberale regering Cameron voor een economische (en dus sociale) selectie. Men verhoogt het collegegeld. Als je (vader) dat kan betalen, mag je studeren, ook al heb je veel slimmere klasgenoten in de lagere sociale klasse.

Het bezuinigingsmes snijdt aan twee kanten. Door bezuinigingen zullen er minder mensen gaan studeren. En ze zullen korter studeren. En door de opgeworpen financiële drempels zal de gemiddelde student een lager niveau halen.

In de toekomst zullen we minder te besteden hebben. Als individu omdat onze welvaart afneemt. We worden ook collectief armer: de overheid moet flink bezuinigen, dus ook op onderwijs.
Ook in het onderwijs zijn de grenzen aan de groei bereikt.


Dit is geen oproep tot afbraak van het onderwijs en ook geen defaitistisch gejammer. Het onderwijs zal moeten bezuinigingen. Maar laten we dat op doordachte en eerlijke wijze doen, niet met de botte bijl. Laten we ervoor zorgen dat studeren voor iedereen toegankelijk blijft en geen privilege voor de rijke elite.