Tagarchief: peak-koopkracht

Koopkracht in Nederland terug op het niveau van 14 jaar geleden

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de binnenlandse bestedingen door consumenten de laatste jaren zijn gedaald.
In de grafiek hieronder is het totale volume van de binnenlandse consumentenbestedingen in het jaar 2000 geïndexeerd op de waarde 100.

KoopkrachtNL

In 2008 werd er 10 – 15% meer gekocht dan in het jaar 2000. Daarna kwam de klad erin.
Het laatste jaar is het volume van de bestedingen weer teruggezakt naar ongeveer 100. In 2014 kopen de Nederlandse huishoudens bij elkaar ongeveer evenveel als in het jaar 2000.

Ik kan een paar oorzaken bedenken voor de dalende consumentenbestedingen.
– de huizenprijzen dalen, dus is er geen overwaarde meer om d.m.v. een tweede hypotheek te verzilveren.
– energie, openbaar vervoer en brandstof zijn duurder geworden, terwijl de lonen vrijwel gelijk bleven.
– de werkeloosheid loopt op en van een uitkering kun je minder kopen dan van een salaris.

De Nederlandse huishoudens stellen aankopen uit en in veel gevallen betekent uitstel ook afstel.

Peak-koopkracht: in Nederland stijgen arbeidskosten; in Griekenland dalen ze

Na de financiële crisis van 2008 zijn de arbeidskosten in Nederland gestegen.
In 2008 kostte de gemiddelde Nederlandse werknemer 29,8 euro per uur.
In 2013 was dat opgelopen tot 33,2 euro per uur, een stijging van 11,7% in 5 jaar, aldus een rapport van Eurostat dat afgelopen week werd gepubliceerd.

In Griekenland zijn de arbeidskosten sinds 2008 juist gedaald.
Van 16,7 euro per uur in 2008 naar 13,6 euro per uur in 2013. Da’s een daling van 18,6%.

loonkostenNLGR

Economen zeggen over deze ontwikkeling dat de Griekse economie nu beter kan concurreren met de Nederlandse: de arbeidskosten zijn lager en Griekenland is nu aantrekkelijker als vestigingsplaats voor bedrijven… toch.
Volgens deze redenatie is Bulgarije het aantrekkelijkste lagelonenland in Europa: de arbeidskosten bedragen daar slechts 3,7 euro per werknemer per uur.

Als de arbeidskosten in een land erg laag zijn, dan betekent dat automatisch dat de lonen en de koopkracht in dat land ook laag zijn. Dat is de keerzijde van de medaille.
In een lagelonenland is het aantrekkelijk om iets te produceren, maar het is een slechte afzetmarkt voor die produkten.

In Kroatië, Portugal, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk zijn de arbeidskosten (en dus de koopkracht) ook gedaald in de afgelopen 5 jaar, maar niet zo sterk als in Griekenland.
In Kroatië, Griekenland en Portugal zien we overigens ook een negatieve inflatie, ofwel deflatie. De koopkracht van de bevolking in die landen daalt en tegelijkertijd dalen ook de prijzen in die landen.