Tagarchief: schuldencrisis

Is er geld tekort of is er geld genoeg?

Nog nooit in de geschiedenis was er zoveel geld als nu.
En de hoeveelheid geld neemt nog ieder jaar toe.
En toch hoor je heel vaak dat ‘we ergens geen geld voor hebben’.
Dat lijkt met elkaar in tegenspraak.

In de video ‘Money as a debt’ wordt uitgelegd waarom er steeds meer geld bijkomt.
Het is verrassend eenvoudig: banken maken continu nieuw geld aan in de vorm van leningen. De overheid heeft de banken die macht gegeven en vertrouwd erop dat de banken die macht niet misbruiken.
Zolang we de banken kunnen vertrouwen, blijft dit systeem werken.

Als het zo makkelijk is om geld te maken en uit te lenen, waarom is er dan geld te kort?
Waarom moet de regering bezuinigen?
Waarom moeten wij koopkracht inleveren?
Als we meer geld krijgen, dan kunnen we meer spullen kopen en dan groeit de economie.
Kennelijk is geld alleen niet genoeg voor economische groei.

Diminishing returns : afnemende meeropbrengst

Op haar weblog ‘Our Finite World” levert Gail Tverberg kritiek op de World Energy Outlook 2012, die deze week werd gepubliceerd door het International Energy Agentschap (IEA).
Ook Gail Tverberg wijst op het afnemende rendement bij de winning van fossiele brandstoffen.  Investeren van één vat aardolie leverde vroeger meer dan 30 vaten olie op. In de huidige praktijk is het rendement (EROEI) van één vat aardolie afgenomen tot minder dan 10.

In general, what happens as we reach a situation of diminishing returns, and thus rising real oil prices, seems to be as follows:

As the price of oil rises, the price of food and commuting tend to rise. Both of these are considered essential by most consumers, so consumers cut back in discretionary spending, to have sufficient funds for the essentials. This leads to layoffs in discretionary industries, such as vacation travel and restaurant eating. The rise in laid off workers leads to an increase in debt defaults, and problems for banks. Housing and commercial real estate prices tend to fall, because of reduced demand, further adding to debt default problems.

Governments of oil importers get drawn into this in many ways: (1) Their revenues are reduced, because they receive less tax revenue from people who are laid off from work and from businesses with fewer sales. (2) They are asked to prop up failing banks, and to stimulate the economy. (3) They are also asked to pay workers who have been laid off from work. The net of all of this is that the governments of many oil importers find themselves with huge budget deficits, and declining ability to fix these deficits. This pattern is precisely what we are seeing today in many of Eurozone countries, the United States, Japan.

In het algemeen zien we bij afnemende meeropbrengst en nu dus ook bij de stijgende olieprijs, het volgende gebeuren:

Als de olieprijs stijgt, worden voedsel en transport duurder. Voor de meeste consumenten zijn voedsel en transport onmisbaar, daarom zullen consumenten de hand op de knip houden om genoeg geld over te houden voor voedsel en transport. Dit leidt tot een ontslaggolf in de luxe-industrie, zoals de horeca en reisbranche.
De stijgende werkeloosheid zorgt ervoor dat meer mensen hun schulden niet kunnen terugbetalen. Daardoor komen banken in problemen en zullen huizenprijzen dalen.

Regeringen van olie-importerende landen krijgen hier op een aantal manieren last van:
(1) De belastinginkomsten nemen af door hogere werkeloosheid en dalende winkelverkopen.
(2) De regering moet (systeem)banken subsidieren en zich garant stellen voor de tegoeden van de burgers.
(3) De regering moet de werkelozen een inkomen of uitkering uitbetalen.
Hierdoor lopen de begrotingstekorten van olie-importerende landen steeds hoger op en de regeringen hebben steeds minder mogelijkheden om daar iets aan te doen. Dit patroon treedt op in de VS , Japan en steeds meer van de landen in de eurozone.

Geld lenen wordt steeds goedkoper en makkelijker

De Nederlandse overheid kan geld lenen tegen negatieve rente: de beleggers betalen rente om aan Nederland geld uit te lenen.
Ook kortlopende Duitse staatsleningen hebben tegenwoordig een negatieve rente.
Kennelijk wordt het voor overheden steeds makkelijker om geld te lenen.

Op dit overzicht van tradingeconomics.com kun je zien dat de rente, die België betaalt voor een 10 jaarslening, afgelopen jaar met 1,9% daalde tot 2,5%. Vrijwel alle landen in het overzicht betalen nu een lagere rente dan vorig jaar.
Alleen Zuid-Afrika, Spanje en Griekenland betalen nu een hogere rente.

De rente die Nederland betaalt voor leningen met een looptijd van 10 jaar was in 1992 nog 8%. In juni 2012 nog maar 1,5%.

Pensioenfondsen, die traditioneel veel beleggen in staatsobligaties, zien door deze rentedaling hun rendementen en dekkingsgraad snel dalen. Binnenkort zullen veel pensioenfondsen de pensioenuitkeringen gaan verlagen en de premies gaan verhogen.

De lage rente wordt mede veroorzaakt doordat de centrale banken heel makkelijk geld uitlenen, tegen zeer lage rente.
De Britse centrale bank (Bank of England) hield de rente in 1990 nog op 15% (!!). Die rente is gestaag gedaald tot maart 2009 toen de Bank of England de rente verlaagde tot 0,5%.

Ook de Europese Centrale Bank (ECB) heeft het lenen van geld zeer goedkoop gemaakt. De rente daalde van 4,75% in 2000 tot 0,75% in de zomer van 2012.

De centrale banken in de wereld, zoals de ECB, de Amerikaanse FED en de Bank of England lenen enorme bedragen uit tegen zeer lage rente. Daardoor groeit de hoeveelheid geld in de wereld sterk.
Er is nu meer geld op de wereld dan ooit tevoren. En de totale schuldenlast van de wereld is ook hoger dan ooit tevoren.

Het is voor Westerse landen makkelijk om duur voedsel zoals mais en soja te kunnen kopen op de wereldmarkt. Ze hebben immers geld genoeg.
Westerse landen hebben ook weinig moeite om dure olie of Russisch aardgas te kopen: de centrale banken kunnen onbeperkt geld uitlenen aan banken en staatsobligaties opkopen.
Het lijkt een eenvoudig truukje: zelf geld drukken en dat ruilen tegen voedsel en grondstoffen van andere landen. En nu maar hopen dat die andere landen onze dollars, ponden en euro’s blijven accepteren.

Ka-ching: Geld was nog nooit zo goedkoop

Er was nog nooit zoveel geld als nu.
Het is dan ook onzin als mensen zeggen dat ergens geen geld voor is. Ze bedoelen: daar willen we geen energie, geen tijd en geen moeite insteken.

Geld kun je heel makkelijk lenen.
Geld voor een nieuwe auto kun je zelfs lenen zonder rente.
Landen kunnen ook nog altijd geld lenen, al moeten die dan wel rente betalen.
Maar als alles heel erg tegen zit, dan krijg wordt een deel van je schulden kwijtgescholden. En dan zit het opeens heel erg mee.

Geld lenen was nog nooit zo goedkoop als nu. Maar als je spullen wilt kopen, dan moet je waarschijnlijk steeds meer geld meenemen.

“We’ve created us a credit card mess
We spend the money that we don’t possess
Our religion is to go and blow it all
So it’s shoppin’ every Sunday at the mall

When you’re broke go and get a loan
Take out another mortgage on your home
Consolidate so you can afford
To go and spend some more when
you get bored”

Weer 100 miljard erbij op de schuldenberg

Spanje krijgt 100 miljard aan financiële noodhulp.
Dat geldt was er niet. Het lag niet te wachten in de kluis van de ECB. Niemand had geld opzij gelegd voor dit speciale geval.
Die 100 miljard zijn speciaal voor Spanje gecreëerd uit het niets.

In de jaren tussen 2000 en 2008 is er in Spanje heel veel geld gecreëerd uit het niets door banken. Dat geld was nodig om een huizenzeepbel op te blazen. Er werden heel veel huizen gebouwd en die werden verkocht voor hoge bedragen. Die bedragen werden geleend bij de banken. Maar nu daalt de waarde van de huizen snel en blijkt dat de banken de uitgeleende bedragen alleen nog op papier zullen terugkrijgen.
Hoe moeten de Spaanse banken nu aan hun betalingsverplichtingen voldoen?
Omdat de Spaanse huizenprijzen dalen moeten de banken gered worden met spiksplinternieuwe euro’s uit de andere eurolanden (ofwel de ECB).
De andere eurolanden staan garant voor deze lening aan de Spaanse overheid.

Door deze lening, euh steunoperatie, is de totale schuldenberg weer wat groter geworden.
Als je alle schulden bij elkaar optelt kom je op een bedrag van 45 biljoen dollar.

Op de website van The Economist kun je de Global Public Debt Clock volgen.
En je kunt er ook bekijken wat de schuld van ieder afzonderlijk land bedraagt.
Spanje heeft een schuld van ruim $1000 miljard.
De totale Nederlandse schuld bedraagt: $520 miljard ofwel $31.230 per Nederlander.
In 2003 bedroeg de gezamenlijke schuld van alle landen tezamen nog maar $22 biljoen, de helft van de huidige schuld.

Op de website crudeoilpeak.info hebben ze de groei van de schuldenberg in een plaatje gezet. De lagen in de grafiek zijn herkenbaar aan de vlag: met name de VS en Japan helpen om de schuldenberg te laten groeien.

In de grafiek zie je ook de gemiddelde (jaar)prijs van aardolie op de oliebeurs in New York (NYMEX). Vanaf 2002 is de olieprijs flink gestegen. In diezelfde periode groeide de schuldenberg.

489 miljard euro op zoek naar rendement

De Europese Centrale Bank gaat over het monetaire beleid in de eurozone. De ECB bepaalt hoeveel euro’s er in omloop zijn en op die manier kan men de euro waardevast houden of in waarde laten stijgen of dalen.
Maar nu krijgt de ECB door politici en economen de taak opgedrongen om nationale overheden uit de financiële problemen te helpen.

De laatste anderhalf jaar koopt de ECB onder politieke druk al staatsobligaties op van de landen met problemen, Griekenland, Portugal, Italië en Spanje.
En afgelopen week besloot de ECB ook om tegen 1% rente geld uit te lenen aan particuliere banken. De banken leenden totaal 489 miljard euro van de ECB. Deze ‘steunoperatie’ wordt door vele deskundigen sterk bekritiseerd.

De ECB had deze 489 miljard euro niet opgespaard klaarliggen. Het zijn spiksplinternieuwe euro’s, die speciaal voor deze ‘steunoperatie’ zijn gecreëerd.
Door de steun aan nationale overheden en particuliere banken zijn de bedragen op de balans van de ECB sterk opgelopen.

Op zoek naar rendement
De particuliere banken, die de 489 miljard euro van de ECB leenden, kunnen weinig met dat kapitaal. De banken zijn strenger geworden met het verstrekken van leningen aan bedrijven en particulieren. Het is moeilijker om een hypotheek te krijgen als de huizenprijzen dalen.
Investeren in bedrijven heeft ook weinig zin. De rendementen van bedrijven lopen terug door de afnemende koopkracht en bezuinigingen. In Europa zijn er te weinig winstgevende projecten om 489 miljard in te investeren.

De enige uitzondering is waarschijnlijk het speculeren met voedsel, olie en grondstoffen. De laatste jaren is ook landbouwgrond in de tropen interessant geworden voor speculanten. De 489 miljard euro zullen waarschijnlijk langzaam worden besteed aan steeds duurder wordend voedsel, olie en grondstoffen.

De stimuleringsmaatregelen van de ECB (+800 miljard euro over 2011) hebben als belangrijkste gevolg dat voedsel, grondstoffen en landbouwgrond in prijs zullen stijgen. Er worden schulden mee afgelost uit het verleden. En de Europeanen kunnen er nog een paar jaar dure olie, grondstoffen en aardgas kopen van landen buiten Europa.

De devaluatie van de euro (2): import wordt steeds duurder

De euro is sinds januari 1999 officieel als valuta in gebruik. Sinds 1999 is de werkelijke waarde van de euro snel afgenomen.
In 1999 kon je voor één euro nog bijna 17 liter aardolie kopen.
In 2011 is dat nog maar 2 liter.

In 1999 was 1 miljard euro ongeveer 100 miljoen vaten aardolie waard. Dat is nu nog maar 12,5 miljoen vaten. Dit maakt het duidelijker waarom de landen in de eurozone zoveel geld moeten lenen als ze hun welvaart (hun energieverbruik) op peil willen houden. Het maakt ook duidelijk dat bezuinigen op het aardolieverbruik, een flinke kostenbesparing is.

Ook t.o.v. een belangrijke grondstof als koper is de euro sterk in waarde gedaald. Voor één euro kreeg je in 1999 nog meer dan 800 gram koper. Nu krijg je voor dezelfde euro nog slechts 140 gram koper.

Landen, die erg veel koper nodig hebben, houden minder euro’s over voor andere dingen of ze moeten meer geld lenen om hun dure import te kunnen betalen.

Europa heeft zelf weinig grondstoffen en moet voor de import van grondstoffen steeds meer euro’s betalen. Landen, die zelf veel exporteren, zoals Duitsland en Nederland, hebben niet veel problemen met de devaluatie van de euro. Landen met een negatieve handelsbalans, een handelstekort, zullen steeds dieper in de schulden geraken. Die landen zullen de tering naar de nering moeten zetten ofwel de import moeten verminderen totdat die in evenwicht is met de export.