Tagarchief: staatsleningen

Lagere rente, lagere rendementen, lagere EROEI


De rente staat overal ter wereld op recordlaagte. Het was nog nooit zo goedkoop om geld te lenen. Centrale banken (de FED, de ECB, de Bank of Japan) lenen geld bijna renteloos uit om de economie te stimuleren. Landen met hoge schulden en een krimpende economie, zoals Griekenland betalen veel minder rente op hun leningen dan 2 jaar geleden. Italië betaalt slechts 0,5% rente op een staatslening met een looptijd van 6 maanden. De Nederlandse overheid leent zelfs tegen negatieve rente.

Diminishing Returns
Het gevolg van die lage rente is dat de rendementen op investeringen ook steeds lager worden. Je kunt zonder grote risico’s veel geld lenen voor investeringen, die nauwelijks rendement opleveren. Speculatie met grondstoffen, edelmetalen of bitcoins bijvoorbeeld. Zolang het rendement maar ietsje groter is dan de rente, die de bank rekent.
Oliemaatschappijen kunnen zonder al te veel rente te betalen geld lenen voor projecten om moeilijk winbare olie en gasvoorraden te ontginnen. Het hoeft geen groot rendement op te leveren. Zolang de olieprijs maar net iets hoger is dan de produktiekosten.
Ondertussen maakt het midden- en kleinbedrijf kennis met “diminishing returns”. Winkels die op zondag opengaan, verhogen hun omzet met een paar procent. Maar daar staan ook hogere (loon)kosten tegenover. Het netto-rendement van koopzondagen is waarschijnlijk negatief.
Ook andere sectoren (bouw, toerisme en entertainment) zien de winst (het rendement van investeringen) teruglopen door de economische recessie en lagere koopkracht.

Dalende Energy Return On Energy Invested (EROEI)
De rentedaling en de daling van rendementen treden op in een tijd waarin het netto-rendement van energie-opwekking ook afneemt. Dertig jaar geleden leverde eeninvestering van 1 vat aardolie nog een 20-voudig rendement op: de Energy Return On Energy Invested (EROEI) bedroeg toen 20:1.
Tegenwoordig levert investeren van één vat aardolie in de exploitatie van teerzand nog maar 3 vaten aardolie op. De EROEI van teerzandolie bedraagt slechts 3:1.
Voor de winning van diepzee-olie en de winning van schaliegas is het netto-energie-rendement waarschijnlijk ook dik onder de 10:1. Precieze berekeningen zijn moeilijk te maken.

In mijn ogen is het geen toeval dat de rente op leningen en het rendement van investeringen door het bedrijfsleven tegelijkertijd dalen met het gemiddelde rendement van energie-opwekking. Dalende rente en rendementen zijn een direct gevolg van de lagere energierendementen waar we het tegenwoordig mee moeten doen.
Aangezien de Energy Return On Energy Invested (EROEI) steeds verder zal dalen, verwacht ik niet dat de rente en het gemiddelde rendement van het bedrijfsleven veel zullen stijgen. Er is geen reden tot optimistische economische voorspellingen.

Peak-kredietwaardigheid

In de huidige economische recessie worden de kredietbeoordelaars (Moody’s, S&P) wel eens bekritiseerd. Maar de ‘rating agencies’ zijn slechts de officiële woordvoerders van het sentiment in de financiële markten. De boodschappers, die slecht nieuws brengen.

De afgelopen jaren hebben de kredietbeoordelaars de kredietwaardigheid voor veel landen naar beneden bijgesteld. De mondiale kredietwaardigheid vertoont een dalende trend: we zijn peak-kredietwaardigheid gepasseerd.

Eén van de oorzaken zou kunnen zijn de almaar oplopende schuldenlast van veel landen. Hoe hoger de schuld, hoe lager de kredietwaardigheid. Voor de meeste landen gaat deze regel op.
Hieronder de totale mondiale overheidsschuld, zoals die wordt bijgehouden op de Global Public Debt Clock

De kredietwaardigheid van landen kan volgens deze hypothese alleen maar verhoogd worden als zij hun schulden afbetalen en de tering naar de nering zetten.

Ook voor bedrijven dreigt een verlaging van kredietwaardigheid. Uit een onderzoek van Graydon blijkt de kredietwaardigheid van Nederlandse bedrijven de afgelopen jaren te zijn afgenomen.

De rating van de kredietbeoordelaars is van invloed op de prijs die een land moet betalen voor krediet. Landen met een lage rating zoals Griekenland en Portugal betalen een hoge rente op staatsleningen. Landen met een hoge rating zoals Duitsland betalen heel weinig rente.

De hoge prijs, die sommige landen betalen voor krediet, zou moeten leiden tot uitval van de vraag. Landen als Griekenland, Portugal en Ierland moeten stoppen met lenen, het is te duur voor ze. Ze moeten hun overheidsuitgaven terugdringen en belastingen verhogen: streven naar begrotingsevenwicht.
Regeringen, die de tering naar de nering zetten, hebben geen krediet meer nodig. Regeringen, die hervormingen en bezuinigingen voor zich uit schuiven en de overheidstekorten laten oplopen, die zullen hun kredietwaardigheid verder zien afnemen.

Waarom lenen regeringen geld?

Bedrijven lenen geld omdat ze willen investeren en de productiviteit willen verbeteren.
Regeringen lenen om dezelfde reden. De regering wil het land verbeteren, zodat er meer geproduceerd kan worden en geëxporteerd kan worden.
De regering investeert het geleende geld in allerlei zaken.

Infrastructuur
De regering kan nieuwe autowegen, spoorlijnen en vliegvelden laten aanleggen. Daardoor kunnen goederen sneller vervoerd worden.
Het nadeel is dat de werknemers meer gaan reizen (woon-werk-verkeer) en dat er meer brandstof ingevoerd moet worden.

Onderwijs
Investeren in onderwijs zorgt ervoor dat de bevolking meer vaardigheden leert. Daardoor zou de productiviteit moeten stijgen.
Maar…. iemand die onderwijs volgt, werkt niet en produceert ook niets.
En werknemers met een hogere opleiding eisen een hoger salaris. En dat verslechtert de concurrentiepositie van het land.

Zorg
Extra investeren in gezondheidszorg, kan ervoor zorgen dat het ziekteverzuim daalt en dat arbeidsongeschikten weer aan het werk kunnen. Als de gezondheid (en levensverwachting) verbetert dan kan de bevolking langer doorwerken.
Maar… ouderen die geen bijdrage meer leveren zullen ook langer doorleven en langer een beroep doen op sociale voorzieningen en gezondheidszorg.

De Nederlande regering leent geld: van banken, van individuen, van beleggers. De regering zou ook gewoon genoegen kunnen nemen met de (belasting)inkomsten en die gebruiken om te investeren in het land. Maar op een of andere manier is het de gewoonte geworden om meer uit te geven dan je binnenkrijgt. Dat gaat goed als de investeringen inderdaad zorgen voor meer inkomsten, voor een verhoging van de productiviteit. Maar als de productiviteit niet verhoogd wordt, hoe moeten dan de leningen en rente worden betaald?
Niet meer lenen
Stel je nu eens voor dat de regering niet meer zou lenen en de tering naar de nering zou zetten.
Dat is even door de zure appel heenbijten, zoals de Grieken, de Ieren en de IJslanders. Maar het maakt ons leven een stuk eenvoudiger, zonder die staatsleningen.
We hoeven ons nooit meer zorgen te maken om onze kredietwaardigheid en de rating-agencies.

Over het terugbetalen van leningen en verkoop van staatsbedrijven

Bijna ieder land ter wereld heeft een financieringstekort en bijna ieder land ter wereld leent geld (op de markt) om dat tekort te dichten. De regering schrijft staatsleningen uit en de markt bepaalt dan hoe hoog de rente zal zijn die de regering moet betalen.

De Nederlandse regering betaalt momenteel 3,27% rente op een staatslening met een looptijd van 10 jaar.
De Griekse regering moet momenteel 16,4% betalen.

De regering leent dat geld om de economie te laten groeien: het is een investering, die rendement oplevert. Na 10 jaar is het Bruto Binnenlands Produkt gegroeid en het is dan geen probleem om de lening af te lossen en de rente te betalen.

Maar als het Bruto Binnenlands Produkt niet groeit of zelfs krimpt, dan is het een probleem om de lening af te lossen en de rente te betalen. De regering kan de lening en de rente alleen betalen als er bezuinigd wordt op andere uitgaven of veel meer belasting wordt geïnd.

Sterke bezuinigingen en hoge belastingen laten de economie nog meer krimpen. Landen met een krimpende economie (kleiner wordend BBP) hebben de grootste moeite om geld te lenen van banken en investeerders. Men heeft er weinig vertrouwen in dat de lening wordt afgelost en de rente zal worden betaald.

De afgelopen jaren is in veel landen de economische groei gestopt en die landen hebben de grootste moeite om leningen terug te betalen en nieuw geld te lenen.
De investeringen, die de regeringen doen, leveren geen rendement meer op. Het geld dat met staatsleningen wordt binnengehaald, gaat op aan import van steeds duurder voedsel, fossiele brandstoffen en andere grondstoffen.

De regering kan staatsbedrijven verkopen aan buitenlandse investeerders. Dit levert geld op, maar het is een eenmalige meevaller. Het is geen duurzame oplossing voor een regering, die structureel meer uitgeeft dan ze binnenkrijgt.

In Nederland zijn de afgelopen jaren veel staatsbedrijven geprivatiseerd, verkocht aan investeerders. De opbrengst van die verkoop is inmiddels uitgegeven. En Nederland geeft nog altijd structureel meer uit aan dan we binnenkrijgen. De Nederlandse regering heeft nog altijd een financieringstekort.

Om de staatsleningen en de rente te kunnen betalen moet de Nederlandse economie blijven groeien. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend als het de afgelopen 50 jaar is geweest.
We leven in een nieuw tijdperk met stijgende prijzen van grondstoffen en energie.

Raoul Heertje probeert het ook even uit te leggen (in onderstaande clip vanaf 2:45)

Gail Tverberg schrijft ook over terugbetalen van leningen bij economische krimp.