Tagarchief: uruzgan

Afghanistan verworden tot een narco-staat

In het Amerikaanse Rolling Stone staat een uitgebreid artikel over Afghanistan.

In de afgelopen 13 jaar is de produktie van opium in Afghanistan verdubbeld. Afgelopen jaar werd er (volgens schattingen) 224 duizend hectare landbouwgrond ingezaaid met papavers. Dat leverde 6400 ton opium op, ongeveer 90% van de totale wereldproduktie.
De produktie en export van opium is verantwoordelijk voor ongeveer 15% van het Bruto Binnenlands Produkt van Afghanistan. Ter vergelijking: in de jaren 80 droeg de produktie en export van cocaïne 6% bij aan de economie van Colombia. Afghanistan is een grotere narco-staat dan Colombia ooit is geweest.

De Afghaanse samenleving en politiek is doordrenkt met papaverteelt en drugshandel. Het centrum van de papaverteelt ligt in de provincie Helmand waar op ca. 100.000 hectare papaver geteeld wordt. De drugshandel genereert zoveel inkomsten, dat de politiek en de buitenlandse strijdkrachten de drugkartels ongemoeid laten of zelfs faciliteren.

In het jaar voor de invasie van Amerikaanse troepen in oktober 2001 drongen de Taliban de opiumproduktie terug tot 185 ton. Het anti-papaverbeleid van de Taliban brak de macht van de warlords en hun drugsbendes.
Na de invasie in 2001 sloten de Amerikaanse bevelhebbers een monsterverbond met de tegenstanders van de Taliban… de warlords en hun drugsbendes. Dit leidde tot een snelle terugkeer van de papaverteelt. In 2002, 6 maanden na de Amerikaanse invasie, bedroeg de produktie alweer 3400 ton opium.

Het drugsgeld doordrenkt de Afghaanse samenleving. Het gaat direct naar de boeren en als afkoopsom naar ambtenaren en politici. En indirect profiteert de Afghaanse bevolking net zoveel van de papaverteelt als de Nederlandse bevolking van het Groningse aardgas.

Osama Bin Laden is dood. Al Qaeda is verdwenen of opgesplitst in Al Shabaab, Boko Haram en IS. Maar nog altijd vechten er Amerikaanse militairen tegen de Taliban.
Waarom zijn er nog zoveel Amerikanen in Afghanistan? Vechten ze voor de rechten van meisjes en vrouwen? Of vechten ze tegen de mensen die de papaverteelt en drugshandel willen bestrijden?

Het uitgebreide originele artikel in Rolling Stone beantwoordt die vragen helaas niet.

De balans van de missie naar Uruzgan: 80 burgerslachtoffers

De Nederlandse militairen komen allemaal terug uit Uruzgan. Onder hen 140 gewonden en 24 doden.
De “opbouwmissie” eiste nog meer slachtoffers. Bij de slag om Chora en bij andere incidenten doodden de Nederlanders ongeveer 80 Afghaanse burgers.
In Srebenica waren het de Serviërs, die de moslims vermoordden. In Uruzgan haalden de Nederlanders zelf de trekker over.
Een schrale troost: onze bondgenoten, de Britten en Amerikanen, hebben veel meer Afghaanse burgers gedood.

Nederlandse artillerie in actie in Uruzgan

De Nederlandse militairen hebben ook vijanden gedood. Misschien waren dat moordlustige Taliban, verblind door extreem-godsdienstige ideologie. Misschien waren het trotse Afghanen, die hun eeuwenlange tradities en cultuur wilden verdedigen tegen de vrijzinnige, christelijke waarden, die hen worden opgedrongen door Westerse troepen en “hulpverleners”. Vanuit een F-16 zie je niet het verschil tussen moordende Taliban en moedige verzetsstrijders.
Hoe dan ook, de vijanden werden gedood: de vaders, zonen, broers, neven, de bloedverwanten van de andere Afghanen, die ze wel in leven lieten.

Het Openbaar Ministerie in Arnhem heeft (voorbarig) geconcludeerd, dat al het geweld dat Nederlandse militairen in Afghanistan hebben gebruikt, rechtmatig was.
Let wel: het Openbaar Ministerie is niet hetzelfde als een onafhankelijke rechter.
Het Openbaar Ministerie valt onder de Minister van Justitie, dat is nu Ernst Hirsch Balin, en maakt deel uit van de regering.
Het Ministerie van Justitie, de regering, heeft dus besloten dat de Nederlandse militairen niet vervolgd zullen worden voor het geweld dat ze in Uruzgan gebruikten.
Dezelfde regering, die de militairen naar Uruzgan stuurde, zal zichzelf niet tegenspreken door het geweld dat ze sanctioneert, te veroordelen.

Ik zou graag zien dat een onafhankelijke rechter zich uitspreekt over de vraag of de dood van 80 burgers en van 24 Nederlandse soldaten volgens internationale wetten rechtmatig was. En of dat opweegt tegen de vooruitgang, die de afgelopen 4 jaar schijnt te zijn gemaakt.

Slag om Chora – juni 2007

Drie jaar geleden vochten Nederlandse militairen in Uruzgan een zware veldslag uit om het gehucht Chora. Er vielen twee doden aan Nederlandse zijde: Timo Smeeshuijzen en sergeant Jos Leunissen. Ook de Amerikaan Roy Lewsader sneuvelde.

Om de Taliban terug te dringen werd er vanuit Tarin Kowt op 30 km. afstand met zware artillerie op het gebied geschoten, zonder dat er sprake was van een goede observatie en vuurleiding. De Australische militaire leiding heeft de Nederlanders gewaarschuwd dat hierdoor onschuldige burgers gedood werden.
Ook door de bombardementen van alle Nederlandse F-16’s, die op dat moment in Afghanistan waren, zijn onschuldige burgers gedood.
Journalisten en onafhankelijke waarnemers schatten dat er bij de slag om Chora 50 tot 80 burgers gedood zijn.

Het aantal burgerslachtoffers is niet precies vast te stellen. Het onderscheid tussen Talibanstrijder en burger is onduidelijk. En er zijn geruchten dat er ook burgers werden gedood door de Taliban of werden gebruikt als menselijk schild.
Hopelijk heeft de militaire leiding van de slag om Chora geleerd dat de inzet van F-16’s en houwitsers vermeden moet worden als er burgers in het strijdgebied zijn. Dat ze gebruikt worden als menselijk schild moet een reden zijn voor terughoudendheid.

De tientallen burgerslachtoffers blijven voor altijd een schandvlek op de Nederlandse missie naar Uruzgan. Doodzwijgen verandert daar niets aan.

Defensie gebruikt de Slag om Chora voor een propagandafilmpje
Geen woord over burgerslachtoffers.

Badmeesters naar Uruzgan

In september, als de Nederlandse militaire missie in Uruzgan beeindigd is, zullen Nederlandse badmeesters en zweminstructeurs vertrekken naar de Afghaanse provincie. Op deze manier kan Nederland zijn betrokkenheid bij de Afghaanse bevolking tonen. De ervaren en gediplomeerde badmeesters zullen de autoriteiten in Uruzgan gaan helpen bij het opzetten van adequaat zwemonderwijs. Er is in Afghanistan een grote behoefte aan goed opgeleide zweminstructeurs zonder pedofiele neigingen. Naar schatting kan slechts 10% van de Afghanen zich redden als hij te water raakt. Minder dan 1% beschikt over een geldig zwemdiploma.

De opleidingsmissie maakt deel uit van een gezamenlijke Europese missie van de overkoepelende beroepsorganisatie van zweminstructeurs, European Organisation for Swimming Education and Water Safety (EOSEWS). Een woordvoerder van de EOSEWS zei ernaar te streven dat er ook vrouwelijke zweminstructeurs mee zullen gaan uiteraard in aangepaste badkleding.

Hoewel er in Uruzgan maar één zwembad is, dat sinds de Amerikaanse inval in oktober 2001, gesloten is, zullen er 12 Nederlandse zweminstructeurs afreizen. Voor de beveiliging van de instructeurs wordt er overlegd met de Rijkspolitie te water. Maar er ligt ook een aanbod van de Marine om een fregat mee te sturen en een peloton zoetwatermariniers.
De opleidingsmissie zal maximaal 1 jaar duren, maar men sluit niet uit dat de missie een vervolg zal krijgen.