Tagarchief: zon

Nieuwe NASA-prognose voor zonnevlekken

Mensen, die denken dat CO2 belangrijker is voor het klimaat dan de Zon, hoeven niet verder te lezen. Voor klimaatsceptici is dit een interessant berichtje.

David Hathaway, de zon-expert van NASA, heeft opnieuw zijn prognose voor zonnecyclus 24 bijgesteld. Het blijkt ontzettend moeilijk om de zonne-activiteit te voorspellen.
In september 2007, dacht Hathaway dat zonnecyclus 24 op het maximum een zonnevlekkengetal zou halen van 150. Hij verwachtte meer zonnevlekken dan tijdens cyclus 23 (1997-2008), met een maximaal zonnevlekkengetal van 120.

In december 2009 stelde Hathaway de voorspelling naar beneden bij. Hij gokte dat cyclus 24 zou pieken in 2013 met een zonnevlekkengetal van ongeveer 80.
In oktober 2010 gaat Hathaway nog iets lager zitten op een maximum-zonnevlekkengetal van 66, in de zomer van 2013.
En zelfs de 66 bleek te hoog ingeschat: Hathaway denkt nu aan een maximum van 59.

(klik voor een vergroting)


Van 1645 tot 1715 maakte de Zon 6 cycli door met bijzonder weinig zonnevlekken. Deze periode noemen astronomen het Maunder-minimum. In deze periode koelde de atmosfeer sterk af: klimaatdeskundigen spreken van de Kleine IJstijd.
Tussen 1800 en 1830 waren er ook weinig zonnevlekken: men noemt de cycli 5, 6 en 7 ook wel het Dalton-minimum. Ook toen was het een stuk kouder dan in de 20se eeuw.

Zonnecyclus 24, die zal duren tot 2020, wordt een kopie van cyclus 5. Niemand, ook niet David Hathaway, heeft een idee wat er daarna gebeurt. Blijft de Zon daarna nog 25 jaar in rust? Of wordt de Zon weer zo actief als tussen 1970 en 2000?

Het verzwakte broeikaseffect

Wordt het broeikaseffect versterkt door de menselijke CO2-uitstoot?
Of zijn er andere oorzaken aan te wijzen voor de opwarming van de atmosfeer?

Tussen 1950 en 2010 nam de Outgoing Longwave Radiation (OLR), de langgolvige warmtestraling die de aarde afgeeft, toe met 2,5%.

Een warmere planeet zal meer warmte uitstralen, maar dit verklaart slechts een deel van de toename van de OLR.

Dr. Noor van Andel meent dat de extra toename van de OLR betekent dat de atmosfeer meer warmtestraling doorlaat. Het broeikaseffect is sinds 1950 juist zwakker geworden i.p.v. sterker. In de periode dat de CO2-concentratie toenam, is de waterdamp in de hogere luchtlagen afgenomen.

Uit de metingen blijkt dat de afname van het broeikasgas waterdamp een groter effect heeft dan de toename van het broeikasgas CO2.
Hier is al eerder op gewezen door Ferenc Miskolczi. De atmosfeer verliest nu meer warmtestraling dan 50 jaar geleden: het broeikaseffect is juist zwakker geworden.

Hoe kan de atmosfeer dan met 0,6 °C zijn opgewarmd tussen 1950 en 2010?
Daar heeft Noor van Andel wel een verklaring voor.
Tussen 1984 en 2010 nam de bewolking af met 4%.

Minder bewolking leidt ertoe dat er meer zonlicht (energie) het aardoppervlak bereikt.
Dit is gemeten door Pinker et al. en werd in 2005 gepubliceerd in Science. In de periode 1984 – 2000 nam de hoeveelheid zonlicht, die het aardoppervlak bereikte, gemiddeld ieder jaar met 0,16 W/m2 toe.

(klik voor vergroting)

Als er minder witte wolken zijn en meer zonlicht het donkere zeeoppervlak bereikt, dan ziet de aarde er vanaf de maan ietsje donkerder uit: de aarde weerkaatst minder licht.
Dat is ook gemeten door wetenschappers.

(klik voor vergroting)


Tussen 1985 en 1998 nam het albedo (het weerkaatsend vermogen) van de Aarde af.
Sinds 2000 neemt het weer toe.

Minder bewolking zorgt dat meer zonne-energie het oceaanoppervlak bereikt en dat zorgt ervoor dat de oceanen warmer worden. Dat kon je hier al eerder lezen.
Die extra warmte in de oceanen zorgde ervoor dat de atmosfeer warmer werd.

De opwarming kan dus heel goed verklaard worden zonder CO2 en dat vinden steeds meer mensen.

De stijgende CO2-concentratie heeft nog wel een positief effect op het aantal klimaatonderzoekers dat een dikbelegde boterham verdient. Meer CO2 leidt tot meer onderzoekssubsidies.

(zie ook: climategate.nl en JoNova)

70% van de zonnestraling

.. die het aardoppervlak bereikt, komt terecht op zeewater. De energie (warmte) van al dat zonlicht wordt opgenomen door het water. Hierdoor warmt de zee op. Vrijwel al het licht wordt in de bovenste 10 meter geabsorbeerd.

In de zomer schijnt de zon langer op de Noordzee dan ’s winters. In de zomer warmt de Noordzee geleidelijk op, van 8 graden in april tot 18 graden in september. Dat is allemaal zonlicht omgezet in warmte. In een zonneboiler wordt het water op dezelfde manier verwarmd.

De zee warmt niet op door de lucht die erboven hangt. Een badkuip vol koud water opwarmen door in de badkamer de temperatuur te verhogen duurt heel erg lang. Als je daarentegen de badkuip vult met heet water, dan wordt de lucht in de badkamer binnen de kortste keren warmer.
Zo werkt het klimaat ook. Warm zeewater zorgt ervoor dat de atmosfeer opwarmt en niet andersom. De warmte stroomt vanuit de oceanen naar de atmosfeer, voornamelijk door verdamping.

Op het plaatje hieronder zie je dat de warmte-inhoud van de oceanen sterk is toegenomen sinds 1970.

Die warmte is zonnestraling, geabsorbeerd door het zeewater.
Nu is de vraag waarom er na 1970 meer energie opgeslagen werd in de oceaan dan eruit ging door verdamping.
Misschien bereikte meer zonlicht het zeeoppervlak omdat er minder bewolking was in de periode 1970 – 2000.
Of misschien is de oceaan in die periode minder afgekoeld omdat er minder verdamping plaatsvond.

De opwarming van de oceaan kan niet veroorzaakt zijn door CO2. Verdamping van zeewater wordt niet verhinderd door CO2. De hoeveelheid zonlicht, die het zeeoppervlak bereikt is niet afhankelijk van de CO2-concentratie.

De laatste jaren warmt de oceaan niet verder op. De oorzaak van de opwarming is verdwenen. Niemand weet waarom, niemand weet waarheen.
De CO2 in de atmosfeer is er nog altijd. Maar we weten allemaal dat CO2 de oceaan niet heeft opgewarmd.

Stop met de bangmakerij over CO2 en het klimaat.
Vertel nu eindelijk eens de werkelijke reden waarom we moeten overstappen op duurzame energiebronnen.

We hebben geen enkele invloed op de Zon

In de 17e en 18e eeuw waren de winters koud in Europa. Dat kwam niet door CO2 of afsmeltend poolijs. De meest waarschijnlijke oorzaak van de Kleine IJstijd was de Zon.
Tijdens het Maunder minimum van 1645-1715 waren er zeer weinig zonnevlekken en was het magneetveld van de Zon sterk verzwakt. In die periode drong er veel kosmische straling door in de atmosfeer.
De laatste 100 jaar zijn er veel meer zonnevlekken, is het magneetveld van de zon sterker en dringt er minder kosmische straling in de atmosfeer. In die afgelopen eeuw 100 jaar is het ook geleidelijk warmer geworden.

Komt er opnieuw een periode met weinig zonnevlekken?
Ja, daar heeft de mens geen enkele invloed op.
Er komt hoe dan ook een nieuwe Kleine IJstijd. Alleen weten we nog niet wanneer.

Sinds 2008 wachten astronomen op een toename van zonnevlekken. In 2009 waren er 260 dagen zonder zonnevlekken. In 2010 zijn dat er slechts 51 zonnevlekloze dagen, maar het aantal zonnevlekken blijft achter bij de verwachtingen.
Het magneetveld van de Zon blijft ook verzwakt. Astronomen denken serieus dat de zon de komende eeuw weer een minimum zal gaan doormaken.

De invloed die de Zon heeft op het geomagnetisch veld kan worden uitgedrukt met de Ap-index. De afgelopen jaren is die index gedaald.

Ap-index is de afgelopen jaren lager dan tijdens de 20e eeuw

Het magneetveld van de Zon, dat ons beschermt tegen kosmische straling, is nu een stuk zwakker dan tijdens de warme jaren 90 van de 20e eeuw. We weten gelukkig niet hoe zwak het magneetveld werd tijdens de Kleine IJstijd.

sterkte van het interplanetaire magneetveld van de Zon 1965 - 2009

Op de website van ESA wordt de Ap-index dagelijks bijgehouden.

De mens kan het magneetveld van de Zon niet beinvloeden, net zoals we de seizoenen niet kunnen tegenhouden of stilzetten. Voorspellen van de zonne-activiteit kunnen we niet, het heeft geen zin om elkaar bang te maken. We moeten maar afwachten wat er gaat gebeuren.


Update: Dr. David Hathaway, de zonexpert van NASA heeft opnieuw zijn voorspelling voor zonnecyclus 24 naar beneden bijgesteld. Hij verwacht een maximum-zonnevlekgetal van 64 in juni van 2013. Op Anthony Watts-blog (WUWT) kun je lezen hoe moeilijk het is om de zonne-activiteit te voorspellen.

Zonnevlekken-update

Cassandra houdt van de zon. De zon is de bron van alle leven op aarde.
Maar de zon weet zelf niet dat wij op aarde volkomen afhankelijk zijn van haar. De zon gaat haar eigen gang.
Tijdens de Kleine IJstijd was de zon erg rustig. Er waren zeer weinig zonnevlekken en het magneetveld van de zon was zo zwak dat het minder bescherming bood tegen kosmische straling.

Dat gaat vast en zeker nog een keer gebeuren. Daarom houdt Cassandra de zon in de gaten.
Er zijn meer zonnevlekken dan een jaar geleden.

Maar het aantal zonnevlekken blijft achter bij de prognose, gemaakt door de knapste koppen van NASA.
Het magneetveld van de zon, dat de aarde beschermt tegen kosmische straling, kan worden uitgedrukt in de geomagnetische Ap-index. Die Ap-index is iets hoger dan vorig jaar, maar wel aan het dalen.

Het is nog veel te vroeg om een nieuwe Kleine IJstijd aan te kondigen. Maar nu het magneetveld van de zon tijdelijk verzwakt is, kunnen we kijken of de hypothese van Henrik Svensmark juist is. Svensmark denkt dat een zwak magneetveld van de zon leidt tot meer kosmische straling en meer bewolking. Extra bewolking kan op lange termijn zorgen voor een afkoeling van het klimaat.

Cassandra is benieuwd.

Wordt de Zon wakker, of wordt de Zon zwakker


Klimatologen denken dat het zwakke magneetveld van de Zon tijdens de 16e en 17e eeuw de oorzaak was van de wereldwijde afkoeling in die periode, de Kleine IJstijd. De sterkte van het magneetveld van de Zon kan min of meer worden afgelezen uit het aantal zonnevlekken.
Weinig zonnevlekken betekenen een zwak magneetveld en als dat langere tijd (tientallen jaren) verzwakt blijft, dan kan dat op Aarde zorgen voor afkoeling.

In het begin van de 19e eeuw was er opnieuw een periode met weinig zonnevlekken, het Dalton-minimum. Ook in die periode was het aanmerkelijk koeler dan de afgelopen eeuw.
De afgelopen eeuw was het magneetveld van de Zon een stuk sterker. Natuurlijk hebben wetenschappers die periode tot de normale situatie bestempeld, hoewel daar strikt genomen geen goed reden voor is.

Het magneetveld van de Zon voorspellen is erg moeilijk. De zon-voorspellingsexpert van NASA heet Dr. David Hathaway. Uit zijn laatste voorspellingen blijkt dat we eigenlijk geen idee hebben hoe de Zon en haar magneetveld zich ontwikkelen.
Aan het eind van zonnecyclus 23, in september 2007, dacht Hathaway dat zonnecyclus 24 op het maximum een zonnevlekkengetal zou halen van 150. Dat is meer dan cyclus 23 (1997-2008), die op het maximum een zonnevlekkengetal van 120 bereikte.
Volgens NASA zou de Zon juist sterker worden.

In december 2009 stelde Hathaway de voorspelling naar beneden bij. Bij nader inzien verwachtte hij dat cyclus 24 zou pieken in 2013 met een zonnevlekkengetal van ongeveer 80.

In oktober 2010 gaat Hathaway nog iets lager zitten op een maximum-zonnevlekkengetal van 66, in de zomer van 2013. Heel wat lager dan de 150 van 3 jaar geleden.

Voor Hathaway is het vervelend, maar het is niet wereldschokkend.

Behalve als de invloed van de Zon op de temperatuur op Aarde groter blijkt te zijn dan we tot nu toe dachten. Als zonnecyclus 24 gevolgd wordt door nog een zwakke zonnecyclus (25), dan zou dat een wereldwijde afkoeling tot gevolg kunnen hebben.

Er zijn wetenschappers, die menen dat het zwakke magneetveld van de Zon in de afgelopen jaren, nu al gevolgen heeft voor het klimaat op Aarde.
Hoe dan ook: we kunnen er niets aan veranderen.

Het actuele zonnevlekkengetal kun je vinden op de mooie website van het Solar Influences Data Analysis Center (SIDC) in België.
Nog interessanter is misschien de Ap-index, een maat voor het magneetveld van de Zon.

Het zonnevlekkengetal is al iets aan het stijgen, maar de Ap-index blijft nog altijd laag.