Tagarchief: grenzen aan de groei

Gaat het steenkoolverbruik in China dalen?

De Chinese economie gebruikt de helft van alle steenkool, die jaarlijks wereldwijd wordt geproduceerd. In het afgelopen decennium groeide de hoeveelheid steenkool, die China per jaar opstookt snel. Van 868 miljoen ton olie-equivalent in 2003 tot 1925 miljoen ton olie-equivalent in 2013: een toename van 120% in 10 jaar tijd.

De hoeveelheid steenkool die China zelf produceert is gigantisch: 1840 miljoen ton olie-equivalent in 2013: 95% van de hoeveelheid die China verbruikte in 2013. De overige 5% werd geïmporteerd uit Australië en Indonesië.

Volgens Patzek en Croft kan de mondiale steenkoolproduktie niet veel verder stijgen. Sinds 2007 groeit de Chinese produktie steeds langzamer.
Schermafbeelding 2014-09-18 om 09.55.54

De curve vlakt steeds verder af en zoals bij de winning van alle grondstoffen, zal de produktie vroeger of later gaan dalen. Misschien al in 2014 of 2015.

De afnemende produktie werd in 2012 en 2013 gecompenseerd door de import van steenkool te vergroten. De import van steenkool in 2013 was anderhalf keer zo groot als in 2012.
Diverse bronnen wijzen er nu op dat de import van steenkool in 2014 afneemt t.o.v. 2013. Vorige week schreef Justin Guay in de Huffington Post dat de steenkoolimport over de eerste 8 maanden van dit jaar 5,3% lager was dan in 2013.

Schermafbeelding 2014-09-18 om 10.06.47

Ook Greenpeace en het weblog 24/7 Wall Street meldden dat de Chinese import van steenkool daalt. De dalende vraag uit China heeft ervoor gezorgd dat de marktprijzen voor steenkool gedaald zijn tot het prijsnivo uit de zomer van 2009, het dieptepunt van de mondiale economische crisis.

Er zijn twee ontwikkelingen, waardoor China minder steenkool nodig heeft.
Ten eerste groeit de Chinese economie een stuk langzamer dan aan het begin van deze eeuw.
Ten tweede stijgt het gebruik van duurzaam opgewekte elektriciteit (waterkracht, windenergie en zonne-energie) in China exponentieel.

duurzamelektriciteeitchina

Dalende CO2-uitstoot?
Als het steenkoolverbruik in China afneemt, zonder dat er meer aardgas en aardolie verbruikt wordt, zal de Chinese CO2-uitstoot in 2014 zal dalen t.o.v. 2013. China is een van de grootste CO2-uitstoters van de wereld. Als de daling van de Chinese CO2-uitstoot groot genoeg is, dan zou zelfs de wereldwijde CO2-uitstoot voor 2014 lager uitvallen dan die van 2013.
Ik verwacht dat het Chinese steenkoolverbruik van 2013 en 2014 nooit meer overtroffen zal worden. Het gebruik van duurzame energiebronnen zal niet worden teruggedraaid. De Chinese overheid probeert het gebruik van steenkool en de milieuvervuiling, die daarbij ontstaat terug te dringen. De industriële produktie en het Chinese energieverbruik groeien sinds 2007 veel trager dan aan het begin van de eeuw.

energieverbruikChina

Mijns inziens zal de mondiale CO2-uitstoot door deze ontwikkelingen voor 2020 al gaan afnemen. De doemscenario’s van het IPCC zullen dan niet gaan uitkomen. Maar het betekent wel dat de Club van Rome met haar Grenzen aan de Groei gelijk gaat krijgen.

Olieprijs zakt tot onder de $100 per vat.. waarom?

Schermafbeelding 2014-09-15 om 20.21.50

De prijs van een vat aardolie is aan het dalen. De belangrijkste olieprijs voor Europese landen, die van Brent, is gezakt tot onder de $98 per vat. Dat is merkwaardig, want veel mensen, waaronder ik, dachten juist dat aardolie schaars zou worden en dat de olieprijs juist hoger zou worden.
In 2008 kwamen er door een huizenzeepbel in de VS ontzettend veel dollars in omloop. In die situatie kon de olieprijs door speculanten worden opgedreven tot boven de 140 dollar per vat.
In 2014 is er ontzettend veel geld in de wereldeconomie gepompt door de centrale banken van de OECD (de FED, de Bank of England, de Bank of Japan en in mindere mate de ECB).Je zou verwachten dat de olieprijs opnieuw zou oplopen tot recordhoogte. Maar er zijn twee ontwikkelingen, waardoor de olieprijs niet stijgt, maar juist daalt.
1. dalende vraag naar aardolie
2. olieproducenten zetten alles op alles om de produktie hoog te houden

De vraag naar aardolie daalt: maar waarom?
De afgelopen jaren is de vraag naar aardolie in veel OECD-landen gdaald.
De import van aardolie naar de grootste Europese landen daalde in de periode 2006-2014 al met 25%. In de VS is het verbruik van aardolie met 9% gedaald van 20,8 miljoen vaten per dag in 2005 tot 18,9 miljoen vaten per dag in 2013. In Japan daalde het aardolieverbruik met bijna 15% van 5,4 miljoen vaten per dag in 2005 tot 4,6 miljoen vaten per dag in 2013.
De vraaguitval in Europa, Japan en de VS komt doordat aardolie in 10 jaar tijd ongeveer vier keer zo duur werd en doordat het besteedbaar inkomen van de bevolking sinds 2006 constant is gebleven of zelfs is gedaald. Hierdoor wordt er in Japan, Europa en de VS veel minder gebouwd en gereden dan voor 2006.

De groei van het olieverbruik in opkomende economieën, zoals Brazilië en China, blijft achter bij de verwachtingen. Het olieverbruik neemt in de opkomende economieën nog wel toe, maar niet zoveel als voor de wereldwijde economische recessie van 2008 en 2009.
Hieronder is het dagelijks olieverbruik van China uitgezet tegen de tijd.
De laatste 5 jaar groeit het aardolieverbruik nog altijd, maar niet meer zo snel als in de eerste jaren van de 21e eeuw.

Schermafbeelding 2014-09-15 om 20.57.00

De vraag naar aardolie stijgt minder snel omdat de economische teruggang in Europa en Noord-Amerika ook leidt tot een lagere groei in de opkomende economieën. De dalende koopkracht in het rijke Westen vertraagt de groei van de industrie in China, India en Brazilië. De industrie en het aardolieverbruik is de laatste jaren nog wel gestegen, maar niet meer zo snel als men gewend was en gehoopt had.

Olieproducenten zetten alles op alles om de produktie hoog te houden
Veel olieproducerende landen gebruiken de inkomsten uit aardolie om de bevolking te verwennen. Dat kan door allerlei sociale voorzieningen of door subsidies op brandstof en voedsel. De bevolking is de afgelopen jaren gewend geraakt aan de olierijkdom in de vorm van subsidies en voorzieningen. De regeringen van olieproducerende landen doen er alles aan om te voorkomen dat de bevolking er op achteruit gaat en proberen de olie-inkomsten zo hoog mogelijk te houden.

Anderhalf jaar geleden wees Bill Spindle in een Wall Street Journal-blog al op de risico’s van een dalende olieprijs (of een dalende olieproduktie) voor de olieproducerende landen in het Midden-Oosten. Hij merkt in zijn artikel fijntjes op dat Saoedi-Arabië jaarlijks 100 miljard dollar besteed aan werkeloosheidsuitkeringen, bouwprojecten, studiebeurzen en andere aardigheidjes voor de bevolking.

Het onderzoeksbureau APICORP Research van de Arab Petroleum Investments Corporation zocht in de zomer van 2013 uit welke olieprijs de olieproducerende landen nodig hebben om hun begroting sluitend te krijgen.Dat liep uiteen van $60 per vat voor Qatar tot $140 per vat voor Iran.
Voor bijna alle olieproducerende landen lag de benodigde olieprijs voor een sluitende begroting in 2013 hoger dan in 2012. (zie de figuur hieronder)

OPEC_fiscal_break-even_oil_prices_changes_2013_2012

Saoedi-Arabië, de grootste of op één na grootste olieproducent te wereld, heeft een minimale olieprijs nodig van $95 tot $100 per vat, wanneer het land in 2014 net zoveel produceert als in 2013, tussen de 9,5 en 10 miljoen vaten per dag. Als Saoedi-Arabië de olieproduktie vrijwillig zou beperken tot minder dan 9 miljoen vaten per dag, dan dalen de inkomsten en moet de regering bezuinigen op de uitgaven. Bezuinigen is in Saoedi-Arabië net zo impopulair als in Europa.
Voor de andere olieproducerende van Noorwegen tot Venezuela (heeft eigenlijk een minimale olieprijs van $121 per vat nodig) geldt hetzelfde: als de olie-inkomsten afnemen moet men impopulaire bezuinigingen doorvoeren. Daarom zal geen enkel olieproducerend land vrijwillig de produktie beperken om op die manier een hogere prijs af te dwingen. Als de grootste producent, Saoedi-Arabië, het al niet aandurft, dan zullen de kleintjes het zeker niet doen.

De lage olieprijs maakt het voor oliemaatschappijen erg lastig om moeilijk winbare aardolie te gaan exploiteren. Olievelden in de poolzee of in de diepzee kunnen pas winstgevend geëxploiteerd worden als de wereld bereid is om een hoge prijs te betalen, meer dan $100 per vat.
Dat de olieprijs weer onder de $100 per vat staat, is een signaal van de consumenten naar de oliemaatschappijen om die moeilijk winbare aardolie voorlopig maar niet naar boven te halen. De koopkracht daalt en de consumenten worden gedwongen om minder te rijden en minder aardolie te gebruiken. Misschien is de moeilijk winbare aardolie in de poolstreken en de diepzee te duur om te verspillen aan massatoerisme, pretkilometers en ruimtevaart.

Autoverkoop in Nederland 5% lager dan in 2013 en 37% lager dan in 2011

De verkoop van nieuwe auto’s ligt in de eerste 8 maanden van 2014 ruim 5% lager dan in dezelfde periode van 2013.
Volgens cijfers van het CBS werden er in augustus 2014 slechts 25722 nieuwe auto’s verkocht en dat cijfer ligt 9% onder het verkoopcijfer van augustus 2013.

Schermafbeelding 2014-09-12 om 17.36.23

De blauwe lijn in bovenstaande grafiek in het voortschrijdend gemiddelde over 6 maanden.

Drie jaar geleden in augustus 2011 werden er ruim 39000 nieuwe auto’s verkocht: 50% meer dan in augustus 2014.

Over de eerste 8 maanden van 2014 werden er in Nederland volgens het CBS 254706 nieuwe auto’s verkocht. Dat is 5% minder dan in dezelfde periode van 2013, toen er 269736 nieuwe auto’s werden verkocht. En t.o.v. de eerste 8 maanden van 2011, toen er 409500 nieuwe auto’s werden verkocht, bedraagt de daling 37%.

Peak-paprika

2624773535_2cb9e64be8_z
foto: RA Torsten Kellotat

Er gaan binnenkort Nederlandse paprika’s naar China. Het handelsplatform Frugi Venta en het ministerie van Economische Zaken hebben twee jaar onderhandeld met de Chinese autoriteiten, maar nu is er een exportvergunning. Frugi Venta wacht nog op officiële goedkeuring door de Chinese overheid, maar heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt. En dan zullen voor het eind van het jaar vliegtuigen vol Nederlandse paprika’s naar China vliegen.

Maar laten we niet te vroeg de champagne ontkurken. Die paar vliegtuigen vol paprika’s zullen het tij niet doen keren. De export van paprika’s loopt al jaren terug. Peak-paprika, de maximale paprikaproduktie, die ooit gehaald zal worden, ligt al achter ons.

In 2009 exporteerde Nederland nog 328 miljoen kilo aan paprika’s (cijfers Frugi Venta)
De afgelopen jaren is die export gestaag gedaald.

Schermafbeelding 2014-08-26 om 11.03.07

Je kunt op je vingers uitrekenen dat de paprika-export in 2014 nog lager zal uitvallen door de Russische boycot van Europese groenten en fruit.

Toekomstperspectief
De brandstof waarmee de paprika’s naar Rusland gereden werden en naar China zullen vliegen, wordt gemaakt uit aardolie. En we weten allemaal dat het steeds moeilijker wordt om aardolie te winnen. Dat betekent dat er in de toekomst minder diesel en kerosine zal zijn om paprika’s te vervoeren. Uiteindelijk zal de Nederlandse paprika-export helemaal terugvallen tot 0 kilo, zoals in de jaren 50 van de vorige eeuw, toen geluk nog heel gewoon was.
Als de paprika een plekje weet te veroveren in de Chinese keuken, dan zullen de Chinezen de paprikazaadjes niet weggooien, maar gaan planten in Chinese bodem. Ze zullen hun eigen paprika’s gaan telen.
En dan hoeven wij niet meer zoveel moeite te doen om de laatste restjes aardolie uit de Noordzeebodem naar boven te halen.

Waarom moeten zoveel Nederlandse groenten helemaal naar Rusland?

De Russische boycot van Europese landbouwprodukten laat de absurditeit van de huidige industriële Europese voedselproduktie zien. Rusland kan het zich permitteren om uit heel Europa voedsel te importeren. Dit is een luxe voor de Russen, die landbouwgrond genoeg hebben om zelf voldoende voedsel te produceren.

Op de website van het CBS heb ik de cijfers van de Nederlandse export naar Rusland voor het jaar 2013 eens opgezocht.
Nederland exporteerde in 2013 naar Rusland:
– meer dan 200 miljoen bloembollen (narcissen, tulpen, gladiolen enz.)
– ruim 94 miljoen rozen
– ruim 170 miljoen chrysanten

- 14 miljoen kilo pootaardappelen
– 36 miljoen kilo consumptie-aardappels
– 25 miljoen kilo tomaten
– 43 miljoen kilo uien
– 22 miljoen kilo wortelen en rapen

Het zijn duizenden vrachtwagens vol met Nederlandse produkten die duizenden kilometers afleggen. Honderden bedrijven (waaronder transportondernemingen) draaien op het verslepen van bloemen, groente en fruit over duizenden kilometers. Deze situatie kan alleen bestaan als het transport snel genoeg is en de transportkosten laag zijn in vergelijking met de waarde van de produkten. En toevallig leven wij in een tijd waarin deze situatie heeft kunnen ontstaan. Het is grappig dat ongeveer 25% van de brandstof, die nodig is voor het transport afkomstig is uit Russische bodem.

Inmiddels weet iedereen dat er maar een beperkte voorraad aardolie op aarde aanwezig is. Langzamerhand zal het steeds meer moeite kosten om brandstof voor vrachtwagens te maken. Een alternatief (elektrische vrachtwagens of waterstof als brandstof) zal vele malen duurder zijn en onvoldoende om de huidige hoeveelheid vrachtwagens in bedrijf te houden.

In de komende tien jaar zal het aantal vrachtwagens op de Europese wegen gaan afnemen, omdat er steeds minder brandstof beschikbaar zal zijn. Dat betekent dat de export van Nederlandse produkten naar Rusland hoe dan ook zal gaan afnemen.
Nederlandse bedrijven doen er goed aan om hun klanten dichter bij huis te gaan zoeken, zo dicht mogelijk zelfs.
En Rusland doet er goed aan om weer zelf aardappelen, groenten en bloemen te gaan produceren.

Anderhalf jaar geleden schreef Gail Tverberg een boeiend essay over globalisering:
Twelve Reasons Why Globalization is a Huge Problem.
De huidige handelsoorlog tussen Europa en Rusland laat zien dat globalisering inderdaad een reusachtig verraderlijk probleem is.

(zie ook: 12 redenen waarom globalisering een groot probleem is)

Peak-oil leidt tot peak-uranium

Uraniumwinning wordt steeds duurder
In 2006 verwachtte het IEA dat de mondiale uraniumproduktie in 2020 zou stijgen tot 55 kiloton (het oranje gebied in de grafiek hieronder) wanneer de extractiekosten beperkt worden tot maximaal $40 per kg.


(bron: Energy Watch Group dec. 2006)

Als de mijnbouwbedrijven de extractiekosten laten oplopen tot maximaal $130 per kg. dan kunnen ook de moeilijk winbare uraniumreseves worden geëxploiteerd en is een hogere produktie van 70 kiloton per jaar haalbaar (aangegeven door het gele gebied in het plaatje hierboven). Maar die hogere extractiekosten moeten wel opgebracht worden door de afnemers.
Eind 2006 schommelde de olieprijs rond de $60 per vat.

De prijs, die de afnemers wilden betalen voor uranium, liep het afgelopen decennium snel op van $8 per pound in 2001 naar meer dan $50 per pound vanaf augustus 2006. De hogere extractiekosten kunnen bij die prijzen makkelijk worden terugverdiend.


(bron:Cameco)

De mondiale uraniumproduktie steeg geheel volgens de verwachting van 39 kiloton in 2006 naar 58 kiloton in 2012. Maar omdat er wereldwijd jaarlijks 70 kiloton uranium verbruikt wordt, is er nog altijd een onderproduktie ofwel supply-deficit.

Minder kernenergie betekent minder vraag naar uranium
Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

De afname van de hoeveelheid opgewekte kernenergie gaat gepaard met een dalende prijs voor uranium. De prijs voor een pound uranium is in de laatste 3 jaar weer gedaald tot onder de $30. Het wordt erg moeilijk om de stijgende mijnbouwkosten terug te verdienen.

uraniumprijs20112014
(bron:Cameco)

De dalende prijs duidt op een dalende vraag naar uranium. Maar waardoor is de vraag afgenomen?
Enerzijds zal de kernramp in Fukushima en de politieke keuze in Japan en Duitsland om kerncentrales te sluiten leiden tot een lagere vraag en lagere uraniumprijs.
Anderzijds kan de prijs van meer dan $50 per pound uranium te hoog zijn voor een deel van de afnemers.
Toen de prijs van een vat aardolie meer dan $140 bedroeg, trad er ook uitval van de vraag naar aardolie op (demand-destruction). Waarschijnlijk daalt ook de vraag naar uranium omdat het gewoon te duur is geworden.

De winning en zuivering van uranium wordt steeds duurder omdat de rijkste ertsen al in de 20e eeuw zijn verbruikt. Het uraniumerts dat over is, bevat minder uranium en er moet dus veel meer gesteente worden verplaatst en vermalen om dezelfde hoeveelheid splijtbaar uranium te winnen. En dat terwijl door de gestegen olieprijs de brandstof van de mijnbouwmachines en de elektriciteit voor de opwerkingsfabrieken de afgelopen 10 jaar veel duurder is geworden.

Er zit ook uranium opgelost in zeewater. En in principe hebben we de technologie om uranium uit zeewater te winnen. Maar in de praktijk zal uranium uit zeewater te halen zo duur zijn, dat de elektriciteit uit kerncentrales voor de afnemers onbetaalbaar wordt.
Aan het begin van het kernenergie-tijdperk dacht men dat elektriciteit uit kerncentrales zo goedkoop zo zijn, dat het verbruik niet meer gemeten hoefde te worden (“too cheap to meter“, waren de woorden van Lewis Strauss).
Dat is een fabeltje gebleken.
Binnenkort wordt elektriciteit uit kerncentrales te duur om te verkopen (too expensive to market).

Peak-kernenergie

Fossiele brandstoffen zijn eindige grondstoffen: steenkool, aardgas en aardolie zullen ooit opraken. De makkelijk winbare fossiele brandstoffen heeft de mens als eerste verbruikt. Nu rest de mensheid alleen de moeilijk winbare fossiele brandstof.

Hetzelfde geldt voor uranium. Ook dat is een eindige grondstof: het begint al langzaam op te raken. Het makkelijkst winbare uraniumerts met het hoogste gehalte aan uranium is als eerste gewonnen in de 20e eeuw. Nu dat begint op te raken wordt er steeds meer erts met een laag uraniumgehalte gewonnen. Er moet steeds meer erts worden opgegraven voor eenzelfde hoeveelheid kernbrandstof.
Daar komt nog bij dat de brandstof voor de graafmachines en de energie, die nodig is het uranium op te werken de laatste jaren flink duurder is geworden. Dat betekent dat het opwekken van kernenergie steeds duurder wordt.

Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

In sommige landen zoals China en Iran stijgt het gebruik van kernenergie nog. Maar veel OECD-landen zijn al post-peak, kwa kernenergie. Als voorbeeld hieronder Frankrijk.

Kernenergiefrankrijk

Na de kernramp in Fukushima (2011) stopte Japan vrijwel volledig met kernenergie. In 2013 werd er in Japan 14,6 TWh opgewekt door kerncentrales. Dat was nog maar 5% van de 292 TWh die in 2010 door Japanse kerncentrales werd opgewekt.
Duitsland wil het voorbeeld van Japan volgen en alle kerncentrales sluiten. Maar vorig jaar werd in er Duitsland nog 97,3 TWh in kerncentrales opgewekt.

In 2001 bedroeg de hoeveelheid opgewekte kernenergie 6,4% van het totale mondiale energieverbruik. In de jaren daarna is de mensheid meer energie gaan halen uit andere bronnen (vooral steenkool en aardgas), zodat het kernenergie-aandeel kleiner werd. In 2013 bedroeg de hoeveelheid kernenergie nog maar 4,4% van het mondiale energieverbruik.
Je zou 2001 ook het jaar van de mondiale kernenergie-piek kunnen noemen.

peakkernenergie03

Hoe nu verder met kernenergie?
Kernenergie vergt grote investeringen in mijnbouw, verrijkingsfabrieken, kerncentrales, opwerkingsfabrieken en verwerking van het gevaarlijke afval. Door de hoge kosten worden kerncentrales alleen ingezet om grote nationale en supranationale netwerken op spanning te houden.
De laatste jaren is er een trend naar steeds kleinschaliger en decentrale elektriciteitsopwekking door warmtekracht-centrales, windmolens en zonnepanelen. Ik verwacht dat deze trend verder zal doorzetten en daardoor zullen steeds meer grootschalige kerncentrales overbodig worden en sluiten.
Het aandeel kernenergie zal verder afnemen en de nucleaire industrie zal krimpen. Als het aantal centrales wereldwijd afneemt, lopen de kosten voor de nucleaire infrastructuur (uraniumwinning en verrijking) per centrale verder op. Uiteindelijk zullen boekhouders ook de overgebleven kerncentrales sluiten omdat ze veel duurder zijn dan windmolens en kolencentrales.
Het kernenergietijdperk begon in 1954 met de Obninsk-kerncentrale in de Sovjet-Unie en zou wel eens binnen 100 jaar al weer ten einde kunnen zijn.