Tagarchief: grenzen aan de groei

Peak-paprika

2624773535_2cb9e64be8_z
foto: RA Torsten Kellotat

Er gaan binnenkort Nederlandse paprika’s naar China. Het handelsplatform Frugi Venta en het ministerie van Economische Zaken hebben twee jaar onderhandeld met de Chinese autoriteiten, maar nu is er een exportvergunning. Frugi Venta wacht nog op officiële goedkeuring door de Chinese overheid, maar heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt. En dan zullen voor het eind van het jaar vliegtuigen vol Nederlandse paprika’s naar China vliegen.

Maar laten we niet te vroeg de champagne ontkurken. Die paar vliegtuigen vol paprika’s zullen het tij niet doen keren. De export van paprika’s loopt al jaren terug. Peak-paprika, de maximale paprikaproduktie, die ooit gehaald zal worden, ligt al achter ons.

In 2009 exporteerde Nederland nog 328 miljoen kilo aan paprika’s (cijfers Frugi Venta)
De afgelopen jaren is die export gestaag gedaald.

Schermafbeelding 2014-08-26 om 11.03.07

Je kunt op je vingers uitrekenen dat de paprika-export in 2014 nog lager zal uitvallen door de Russische boycot van Europese groenten en fruit.

Toekomstperspectief
De brandstof waarmee de paprika’s naar Rusland gereden werden en naar China zullen vliegen, wordt gemaakt uit aardolie. En we weten allemaal dat het steeds moeilijker wordt om aardolie te winnen. Dat betekent dat er in de toekomst minder diesel en kerosine zal zijn om paprika’s te vervoeren. Uiteindelijk zal de Nederlandse paprika-export helemaal terugvallen tot 0 kilo, zoals in de jaren 50 van de vorige eeuw, toen geluk nog heel gewoon was.
Als de paprika een plekje weet te veroveren in de Chinese keuken, dan zullen de Chinezen de paprikazaadjes niet weggooien, maar gaan planten in Chinese bodem. Ze zullen hun eigen paprika’s gaan telen.
En dan hoeven wij niet meer zoveel moeite te doen om de laatste restjes aardolie uit de Noordzeebodem naar boven te halen.

Waarom moeten zoveel Nederlandse groenten helemaal naar Rusland?

De Russische boycot van Europese landbouwprodukten laat de absurditeit van de huidige industriële Europese voedselproduktie zien. Rusland kan het zich permitteren om uit heel Europa voedsel te importeren. Dit is een luxe voor de Russen, die landbouwgrond genoeg hebben om zelf voldoende voedsel te produceren.

Op de website van het CBS heb ik de cijfers van de Nederlandse export naar Rusland voor het jaar 2013 eens opgezocht.
Nederland exporteerde in 2013 naar Rusland:
– meer dan 200 miljoen bloembollen (narcissen, tulpen, gladiolen enz.)
– ruim 94 miljoen rozen
– ruim 170 miljoen chrysanten

- 14 miljoen kilo pootaardappelen
– 36 miljoen kilo consumptie-aardappels
– 25 miljoen kilo tomaten
– 43 miljoen kilo uien
– 22 miljoen kilo wortelen en rapen

Het zijn duizenden vrachtwagens vol met Nederlandse produkten die duizenden kilometers afleggen. Honderden bedrijven (waaronder transportondernemingen) draaien op het verslepen van bloemen, groente en fruit over duizenden kilometers. Deze situatie kan alleen bestaan als het transport snel genoeg is en de transportkosten laag zijn in vergelijking met de waarde van de produkten. En toevallig leven wij in een tijd waarin deze situatie heeft kunnen ontstaan. Het is grappig dat ongeveer 25% van de brandstof, die nodig is voor het transport afkomstig is uit Russische bodem.

Inmiddels weet iedereen dat er maar een beperkte voorraad aardolie op aarde aanwezig is. Langzamerhand zal het steeds meer moeite kosten om brandstof voor vrachtwagens te maken. Een alternatief (elektrische vrachtwagens of waterstof als brandstof) zal vele malen duurder zijn en onvoldoende om de huidige hoeveelheid vrachtwagens in bedrijf te houden.

In de komende tien jaar zal het aantal vrachtwagens op de Europese wegen gaan afnemen, omdat er steeds minder brandstof beschikbaar zal zijn. Dat betekent dat de export van Nederlandse produkten naar Rusland hoe dan ook zal gaan afnemen.
Nederlandse bedrijven doen er goed aan om hun klanten dichter bij huis te gaan zoeken, zo dicht mogelijk zelfs.
En Rusland doet er goed aan om weer zelf aardappelen, groenten en bloemen te gaan produceren.

Anderhalf jaar geleden schreef Gail Tverberg een boeiend essay over globalisering:
Twelve Reasons Why Globalization is a Huge Problem.
De huidige handelsoorlog tussen Europa en Rusland laat zien dat globalisering inderdaad een reusachtig verraderlijk probleem is.

(zie ook: 12 redenen waarom globalisering een groot probleem is)

Peak-oil leidt tot peak-uranium

Uraniumwinning wordt steeds duurder
In 2006 verwachtte het IEA dat de mondiale uraniumproduktie in 2020 zou stijgen tot 55 kiloton (het oranje gebied in de grafiek hieronder) wanneer de extractiekosten beperkt worden tot maximaal $40 per kg.


(bron: Energy Watch Group dec. 2006)

Als de mijnbouwbedrijven de extractiekosten laten oplopen tot maximaal $130 per kg. dan kunnen ook de moeilijk winbare uraniumreseves worden geëxploiteerd en is een hogere produktie van 70 kiloton per jaar haalbaar (aangegeven door het gele gebied in het plaatje hierboven). Maar die hogere extractiekosten moeten wel opgebracht worden door de afnemers.
Eind 2006 schommelde de olieprijs rond de $60 per vat.

De prijs, die de afnemers wilden betalen voor uranium, liep het afgelopen decennium snel op van $8 per pound in 2001 naar meer dan $50 per pound vanaf augustus 2006. De hogere extractiekosten kunnen bij die prijzen makkelijk worden terugverdiend.


(bron:Cameco)

De mondiale uraniumproduktie steeg geheel volgens de verwachting van 39 kiloton in 2006 naar 58 kiloton in 2012. Maar omdat er wereldwijd jaarlijks 70 kiloton uranium verbruikt wordt, is er nog altijd een onderproduktie ofwel supply-deficit.

Minder kernenergie betekent minder vraag naar uranium
Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

De afname van de hoeveelheid opgewekte kernenergie gaat gepaard met een dalende prijs voor uranium. De prijs voor een pound uranium is in de laatste 3 jaar weer gedaald tot onder de $30. Het wordt erg moeilijk om de stijgende mijnbouwkosten terug te verdienen.

uraniumprijs20112014
(bron:Cameco)

De dalende prijs duidt op een dalende vraag naar uranium. Maar waardoor is de vraag afgenomen?
Enerzijds zal de kernramp in Fukushima en de politieke keuze in Japan en Duitsland om kerncentrales te sluiten leiden tot een lagere vraag en lagere uraniumprijs.
Anderzijds kan de prijs van meer dan $50 per pound uranium te hoog zijn voor een deel van de afnemers.
Toen de prijs van een vat aardolie meer dan $140 bedroeg, trad er ook uitval van de vraag naar aardolie op (demand-destruction). Waarschijnlijk daalt ook de vraag naar uranium omdat het gewoon te duur is geworden.

De winning en zuivering van uranium wordt steeds duurder omdat de rijkste ertsen al in de 20e eeuw zijn verbruikt. Het uraniumerts dat over is, bevat minder uranium en er moet dus veel meer gesteente worden verplaatst en vermalen om dezelfde hoeveelheid splijtbaar uranium te winnen. En dat terwijl door de gestegen olieprijs de brandstof van de mijnbouwmachines en de elektriciteit voor de opwerkingsfabrieken de afgelopen 10 jaar veel duurder is geworden.

Er zit ook uranium opgelost in zeewater. En in principe hebben we de technologie om uranium uit zeewater te winnen. Maar in de praktijk zal uranium uit zeewater te halen zo duur zijn, dat de elektriciteit uit kerncentrales voor de afnemers onbetaalbaar wordt.
Aan het begin van het kernenergie-tijdperk dacht men dat elektriciteit uit kerncentrales zo goedkoop zo zijn, dat het verbruik niet meer gemeten hoefde te worden (“too cheap to meter“, waren de woorden van Lewis Strauss).
Dat is een fabeltje gebleken.
Binnenkort wordt elektriciteit uit kerncentrales te duur om te verkopen (too expensive to market).

Peak-kernenergie

Fossiele brandstoffen zijn eindige grondstoffen: steenkool, aardgas en aardolie zullen ooit opraken. De makkelijk winbare fossiele brandstoffen heeft de mens als eerste verbruikt. Nu rest de mensheid alleen de moeilijk winbare fossiele brandstof.

Hetzelfde geldt voor uranium. Ook dat is een eindige grondstof: het begint al langzaam op te raken. Het makkelijkst winbare uraniumerts met het hoogste gehalte aan uranium is als eerste gewonnen in de 20e eeuw. Nu dat begint op te raken wordt er steeds meer erts met een laag uraniumgehalte gewonnen. Er moet steeds meer erts worden opgegraven voor eenzelfde hoeveelheid kernbrandstof.
Daar komt nog bij dat de brandstof voor de graafmachines en de energie, die nodig is het uranium op te werken de laatste jaren flink duurder is geworden. Dat betekent dat het opwekken van kernenergie steeds duurder wordt.

Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

In sommige landen zoals China en Iran stijgt het gebruik van kernenergie nog. Maar veel OECD-landen zijn al post-peak, kwa kernenergie. Als voorbeeld hieronder Frankrijk.

Kernenergiefrankrijk

Na de kernramp in Fukushima (2011) stopte Japan vrijwel volledig met kernenergie. In 2013 werd er in Japan 14,6 TWh opgewekt door kerncentrales. Dat was nog maar 5% van de 292 TWh die in 2010 door Japanse kerncentrales werd opgewekt.
Duitsland wil het voorbeeld van Japan volgen en alle kerncentrales sluiten. Maar vorig jaar werd in er Duitsland nog 97,3 TWh in kerncentrales opgewekt.

In 2001 bedroeg de hoeveelheid opgewekte kernenergie 6,4% van het totale mondiale energieverbruik. In de jaren daarna is de mensheid meer energie gaan halen uit andere bronnen (vooral steenkool en aardgas), zodat het kernenergie-aandeel kleiner werd. In 2013 bedroeg de hoeveelheid kernenergie nog maar 4,4% van het mondiale energieverbruik.
Je zou 2001 ook het jaar van de mondiale kernenergie-piek kunnen noemen.

peakkernenergie03

Hoe nu verder met kernenergie?
Kernenergie vergt grote investeringen in mijnbouw, verrijkingsfabrieken, kerncentrales, opwerkingsfabrieken en verwerking van het gevaarlijke afval. Door de hoge kosten worden kerncentrales alleen ingezet om grote nationale en supranationale netwerken op spanning te houden.
De laatste jaren is er een trend naar steeds kleinschaliger en decentrale elektriciteitsopwekking door warmtekracht-centrales, windmolens en zonnepanelen. Ik verwacht dat deze trend verder zal doorzetten en daardoor zullen steeds meer grootschalige kerncentrales overbodig worden en sluiten.
Het aandeel kernenergie zal verder afnemen en de nucleaire industrie zal krimpen. Als het aantal centrales wereldwijd afneemt, lopen de kosten voor de nucleaire infrastructuur (uraniumwinning en verrijking) per centrale verder op. Uiteindelijk zullen boekhouders ook de overgebleven kerncentrales sluiten omdat ze veel duurder zijn dan windmolens en kolencentrales.
Het kernenergietijdperk begon in 1954 met de Obninsk-kerncentrale in de Sovjet-Unie en zou wel eens binnen 100 jaar al weer ten einde kunnen zijn.

Duurzame energie-opwekking heeft ook vervelende kanten

Voordat we ons helemaal overgeven aan duurzame elektriciteitsopwekking, moeten we ook maar even advocaat van de duivel spelen. Is het de ideale oplossing? Of zijn er ook nadelen verbonden aan windmolens en zonnepanelen?
Kim Hill van Creative Ecology zette een aantal nadelen op een rijtje.

1. Zonnepanelen en windmolens worden gemaakt van hoogwaardige materialen: plastic, metaal en chemicaliën. Die materialen moeten gewonnen worden, getransporteerd en gezuiverd. Daarbij laten de materialen een spoor van vernieling, uitbuiting, vervuiling en CO2 achter. Multinationals verdienen er dik aan. Om windmolens en zonnepanelen te maken zijn fossiele brandstoffen noodzakelijk.

2. De elektriciteit die windmolens en zonnepanelen opwekken wordt gebruikt in mijnbouw, industrie en andere activiteiten, die grote schade toebrengen aan het milieu. Zelfs als je op een milieuvriendelijke manier elektriciteit kunt opwekken. Elektriciteit gebruiken is meestal erg milieuonvriendelijk.

3. Het doel van overstappen naar duurzame energiebronnen is het in stand houden van onze huidige manier van leven, die bedreigend is voor het mondiale ecosysteem. Moeten we doorgaan op de doodlopende weg.

4. Alle planten en dieren op aarde kunnen overleven zonder elektriciteit. Ze halen hun energie uit het ecosysteem. Alleen het industriële systeem dat de mens in de laatste 3 eeuwen heeft opgebouwd heeft elektriciteit nodig. Moeten we het natuurlijke, zelfvoorzienende ecosysteem opofferen aan onze kortstondige bevlieging met machines?

5. de netto-energie-opbrengst van windmolens en zonnepanelen is laag. Er is ontzettend veel energie nodig om de metalen en kunststoffen te maken, die nodig zijn voor windmolens en zonnepanelen. Het is maar de vraag of windmolens en zonnepanelen tijdens hun levensduur meer energie opwekken dan ze gekost hebben. Onze complexe, zorgzame samenleving kan alleen voortbestaan als windmolens en zonnepanelen 10 keer zoveel energie opleveren dan erin geïnvesteerd werd.

6. Belastinggeld dat wordt besteed aan windmolens en zonnepanelen komt terecht bij multinationals.Bedrijven als General Electric, BP, Samsung en Mitsubishi profiteren van de belangstelling voor duurzame energieopwekking. Zij investeren hun winsten direct in grootschalige projecten, die natuur en milieu beschadigen en bedreigen. Als de milieubeweging gaat geloven dat de multinationals milieuvriendelijk geworden zijn, dan is dat erg naief.

7. Meer duurzame elektriciteit betekent nog geen lagere CO2-uitstoot. De hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit stijgt, maar de hoeveelheid elektriciteit wereldwijd opgewekt m.b.v. fossiele brandstoffen stijgt ook.

8. Slechts 20% van de wereldwijd gebruikte energie is elektriciteit. Zelfs als alle elektriciteit zonder CO2-uitstoot wordt opgewekt, dan daalt de CO2-uitstoot slechts met 20%. Dat heeft weinig zin als de totale CO2-uitstoot blijft stijgen.

9. Windmolens en zonnepanelen gaan 20 tot 30 aar mee en moeten dan vervangen worden. Het hele proces van mijnbouw, zuivering, transport en produktie begint dan opnieuw. Als we niets veranderen, zullen we nog eeuwenlang moeten doorgaan met winning en transporteren van metalen en kunststoffen en het produceren van zonnepanelen en windmolens.

10. De reductie van CO2-uitstoot, die men met windmolens en zonnepanelen wil bereiken kan heel makkelijk gehaald worden door minder energie te verspillen. Door het rendement van bestaande elektriciteitscentrales te verbeteren en door besparingen van consumenten gaat de CO2-uitstoot ook omlaag.

Steek je energie niet in boos worden en het terzijde schuiven van bovenstaande argumenten. Steek je energie in het bedenken van oplossingen voor de genoemde nadelige effecten.

Aanbevolen leesvoer:
Ten Reasons Intermittent Renewables (Wind and Solar PV) are a Problem.
A Problem With Wind Power.
The myth of renewable energy

Peak-doorvoerland: het transport krimpt in Nederland

Nederland is van oudsher een doorvoerland voor veel goederen en grondstoffen. Gedurende de 20e eeuw, het aardolietijdperk, werd de Rotterdamse haven steeds belangrijker vanwege alles wat naar Duitsland en verder moest worden getransporteerd. Veel van dat transport gebeurt via de binnenvaart.

In Nederland wordt relatief veel brandstof gebruikt door de schepen in de zeehavens en de binnenvaart. Het brandstofgebruik door de scheepvaart is in Nederland zelfs groter dan het brandstofverbruik door het wegverkeer. Maar de laatste jaren daalt het brandstofverbruik van de scheepvaart.
In de grafiek hieronder staat het brandstofverbruik van de scheepvaart en het wegverkeer in Nederland over de periode 2010-2014.

Schermafbeelding 2014-06-27 om 15.38.06

Het brandstofverbruik van de scheepvaart daalde van ca. 150 PetaJoule in 2010 en 2011 naar minder dan 130 PetaJoule in de laatste twee kwartalen. Dat is een afname 13%.
In dezelfde periode daalde ook het brandstofverbruik van het wegverkeer met 8% van ca. 120 Petajoule naar ca. 110 PetaJoule.

De daling van het brandstofverbruik kan niet verklaard worden door een toename van vervoer via het spoor. Het brandstofverbruik van het railvervoer bleef de laatste jaren nagenoeg constant op ca. 2 PetaJoule.
De daling valt wel samen met een geleidelijke afname van de industriële produktie en de winkelverkopen in Europa. M.a.w er worden gewoon minder goederen en grondstoffen vanuit de Rotterdamse haven over Europa gedistibueerd.

Ik verwacht dat de wereldhandel, de Europese industriële produktie en het volume van de Europese detailhandelsverkopen, verder zullen dalen. Daarmee zal ook de rol van Nederland doorvoerland gaan veranderen.
Aanleg van nieuwe autowegen en goederenspoorlijnen is niet meer nodig. Veel transportbedrijven en binnenvaartschippers zullen failliet gaan. Veel Nederlanders zullen op een andere manier hun brood moeten gaan verdienen.

48 biljoen dollar nodig om de mondiale energiehonger in 2035 te stillen

cash_pile_1358415501_1358415505_540x540

Het Internationaal Energie Agentschap, IEA, heeft deskundigen laten becijferen hoe groot het wereldwijde energieverbruik zal zijn in 2035 en hoeveel dat dan zal gaan kosten.
De bevindingen zijn gepubliceerd in de World Energy Investment Outlook 2014, een boek van 190 pagina’s dat je gratis kunt downloaden.
Op blz. 19 staat de belangrijkste conclusie:

Schermafbeelding 2014-06-13 om 08.52.53

De ‘$48 trillion’ heten in Nederland wat bescheiden: 48 biljoen dollar. Maar dat is nog altijd een gigantisch bedrag dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen.
Tussen 2008 en begin 2014 groeide het balanstotaal van de vier grootste centrale banken van de OECD (FED, ECB, Bank of England en Bank of Japan) van 3 biljoen dollar naar meer dan 10 biljoen dollar. De centrale banken pompten in 5 jaar tijd, 7 biljoen dollar in de wereldeconomie in de vorm van ‘kwantitatieve verruiming’ en ‘stimuleringsmaatregelen’.

Het IEA denkt dat er in de 20 jaar tot 2035, bijna zeven keer zoveel geld in de wereldeconomie moet worden gepompt: 48 biljoen dollar. Als de kwantitatieve verruiming van de grote centrale banken in het huidige tempo door gaat dan komt er tot 2035 ongeveer 28 biljoen bij om te investeren in energievoorziening… dat is veel minder dan de 48 biljoen, die het IEA becijferd.
Er moet dus nog veel meer geld bijkomen dan er de afgelopen 5 jaar in de wereldeconomie is gepompt.
Gaan de centrale banken de rente nog verder verlagen en het geld gratis weggeven aan banken en oliemaatschappijen? Gaan de centrale banken stunten: “Leen één miljard, dan krijg je er twee”.

Of moet er op andere dingen bezuinigd worden om meer energie te kunnen produceren?
Op sociale voorzieningen, op pensioenen, op gezondheidszorg, of op onderwijs? Om dat te bereiken zullen banken en investeerders minder geld moeten uitlenen aan overheden en overheidsprojecten. En juist meer krediet moeten geven aan schaliegasexploitanten en oliemaatschappijen. De koolstofbubbel moet met nog eens 48 biljoen dollar worden opgepompt.
In het 190 pagina’s tellende rapport, dat bol staat van allerlei details en prognoses, gaat welgeteld één pagina (nr.79) over de financiering van de toekomstige olie- en gaswinning. ;-)

Lagere vraag naar energie?
Een derde mogelijkheid is dat het IEA er naast zit en dat de wereld die 48 biljoen dollar gewoon niet heeft om te investeren in de energiewinning. Misschien kan de wereld ook wel toe met minder energie, dan IEA denkt.
De deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap voorzien dat de olieproduktie en de vraag naar olie en aardgas tot 2035 flink zal stijgen. Als voorbeeld hieronder de prognose van het IEA voor het Midden-Oosten.

Schermafbeelding 2014-06-13 om 10.19.58

Zal de vraag naar aardolie in het Midden-Oosten inderdaad stijgen naar 10 miljoen vaten per dag? Ik denk dat die vraag heel erg afhankelijk zal zijn van de prijs, die per vat betaald moet worden.
Zal de vraag naar aardgas in het Midden-Oosten stijgen naar 700 miljard kuub? Of hangt dat ook af van het prijskaartje dat daar aan zit.
Deze fundamentele vraag komt niet aan de orde in het zeer uitgebreide IEA-rapport.

Het IEA blijft maar optimistische rapporten schrijven over de toekomst, waarin er nog altijd meer aardolie, aardgas en energie beschikbaar zal zijn. Het wordt steeds ongeloofwaardiger.