Tagarchief: afkoeling

Sneeuwbedekking op het Noordelijk halfrond dikker dan normaal

Volgens het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University was er in februari 2015 gemiddeld 45 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw. Dat oppervlak is iets kleiner dan het gemiddelde over de afgelopen 10 jaar. Maar de sneeuwbedekking in februari vertoont over de laatste 30 jaar nog altijd een stijgende trend.

Schermafbeelding 2015-03-04 om 13.49.37

Het Canadian Cryospheric Information Network maakt ook een schatting van de totale hoeveelheid sneeuw, die op de continenten op het Noordelijk Halfrond ligt. Die hoeveelheid sneeuw, het “snow water equivalent” was in februari veel groter dan het gemiddelde over de periode 1998-2011.
Volgens de grafiek lag er 500 kubieke kilometer water extra in de vorm van sneeuw op het Noordelijk Halfrond. (zie onderstaande grafiek)

nh_swe22feb2015

Een grotere hoeveelheid sneeuw over het gelijke oppervlak uitgesmeerd betekent dat de laag sneeuw gemiddeld dikker is dan normaal. Misschien heeft dat tot gevolg dat het langer duurt voordat de sneeuw in het voorjaar weggesmolten is. We zullen het gaan zien in april en mei.

Opwarming van de Atlantische Oceaan lijkt gestopt

In de periode 1980-2005 steeg de gemiddelde temperatuur van het zee-oppervlak van de Atlantische Oceaan. Met de Climate Explorer van het KNMI heb ik gekeken naar de temperatuur van het zee-gebied tussen 30° en 70° Noorderbreedte en 15° en 60° Westerlengte.
Dat gebied heb ik in onderstaande kaart met een gele rechthoek aangegeven.

Schermafbeelding 2015-03-02 om 20.38.24

De gemiddelde temperatuur van dat zeegebied steeg tussen 1981 en 2003 van 13,6°C naar 14,2°C.

tsisstoi_v2_-60--15E_30-70N_n_1980-2002_1980-2001yr0

De dikke groene lijn in de grafiek geeft het voortschrijdend gemiddelde over 10 jaar weer.

Maar als je kijkt naar de metingen van de afgelopen 12 jaar, dan is de gemiddelde temperatuur van dat stuk Atlantische Oceaan niet verder gestegen.

tsisstoi_v2_-60--15E_30-70N_nyr0

Sterker nog: de groene lijn van het voortschrijdend gemiddelde lijkt na 2007 iets te dalen.

Waarom treedt er een trendbreuk op na een opwarmingsperiode van ongeveer 20 jaar?
Welke factoren (natuurlijk of menselijk) houden de temperatuur van het zee-oppervlak van de Atlantische Oceaan al 10 jaar lang min of meer constant, in een tijd dat een verdergaande opwarming werd verwacht?
Wat kunnen we voor de komende 10 jaar verwachten?
Meer opwarming? Of een geleidelijke afkoeling?

Over de vertraging van de klimaatverandering

In de afgelopen 30 jaar is de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer gestegen. Op de website van het Goddard Institute for Space Studies (onderdeel van NASA) kun je die opwarming duidelijk zichtbaar maken. Hieronder een kaart van de wereld waarop ingekleurd is hoeveel de gemiddelde jaartemperatuur steeg tussen 1984 en 2014.

nmaps19842014

De gemiddelde mondiale jaartemperatuur (van december t/m november) steeg met 0,51°C. En er zijn ook plekken op Aarde (het Noordpoolgebied) waar de gemiddelde temperatuur 2°C steeg.

Als deze opwarmende trend nog eens 90 jaar doorgaat, dan kan de mondiale gemiddelde temperatuur in het jaar 2104 nog eens 1,5°C hoger zijn, ofwel 2 graden warmer dan in de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw. Die 2 graden is de prognose waar de meestgebruikte klimaatmodellen op uitkomen en waar het IPCC in ontzaggelijk dikke rapporten voor waarschuwt.

Met de tool op de GISS-website kun je ook laten zien dat het grootste deel van de stijging met 0,51°C optrad in de eerste 20 jaar van de periode 1984-2014. Tussen 1984 en 2004 steeg de mondiale jaartemperatuur al met 0,44°C.

nmaps19842004

De laatste 10 jaar is de opwarming veel langzamer gegaan: sinds 2004 steeg de gemiddelde mondiale jaartemperatuur marginaal met slechts 0,03°C. Sommige delen van de Aarde koelden de laatste 10 jaar met meer dan 0,5°C af.

nmaps20042014

Als de trend van de laatste 10 jaar zich de komende eeuw voortzet, dan is de temperatuurstijging tot het jaar 2100 slechts 0,3°C en dat is minder dan tijdens de afgelopen 30 jaar. Als de trend van de afgelopen 10 jaar doorzet, dan hebben we het grootste deel van de opwarming door broeikasgassen al achter de rug.

Om betere voorspellingen te kunnen doen is het belangrijk te analyseren waarom er de laatste 10 jaar minder opwarming optrad dan in de periode 1984-2004. Daarom onderzoeken wetenschappers de rol van de oceanen en de invloed, die cyclische patronen in de oceaanstromingen hebben op de temperatuur van de atmosfeer. Het is goed mogelijk dat de stromingen in de Stille Oceaan (PDO) en Atlantische Oceaan (AMO) de opwarming van de atmosfeer (door broeikasgassen) hebben versterkt in de periode 1984-2004. En dat de veranderde oceaanstromingen na 2004 ervoor zorgen dat de opwarming van de atmosfeer de laatste 10 jaar en de komende 10 jaar wordt onderdrukt.

Tussen 1925 en 1940, toen de mensheid veel minder broeikasgassen produceerde, steeg de gemiddelde jaartemperatuur met 0,25°C. Die opwarming was nagenoeg uitsluitend te danken aan natuurlijke factoren, waaronder de cyclische stromingspatronen in de oceanen, zoals de PDO en de AMO. Ook in die periode warmde vooral het Noordpoolgebied sterk op.

nmaps19251940

Als die opwarmende trend tussen 1925 en 1940 had doorgezet, dan was het nu (75 jaar later) ruim 1,2 graden warmer geweest dan in 1940. In werkelijkheid werd het in 2014 ‘slechts’ 0,75°C warmer dan in 1940.

Ten onrechte toegeschreven aan klimaatverandering

Jim Steele, bioloog aan de San Francisco State University, wilde onderzoek aan vlinderpopulaties, dat gedaan was door Camille Parmesan, reproduceren.
Mevr. Parmesan had na jaren van onderzoek geconcludeerd dat bepaalde soorten vlinders steeds noordelijker voorkomen. Zij zag hierin een bewijs van de opwarming van het kliumaat: plaatsen die voorheen te koud waren voor de vlinder, zijn nu wel warm genoeg.

Steele vroeg om meer gegevens van Parmesan, om het onderzoek zo nauwkeurig mogelijk te kunnen reproduceren. Dat is heel gebruikelijk in de wetenschap. Maar Camille Parmesan weigerde elke medewerking.
Jim Steele ging op eigen houtje verder en ontdekte dat de conclusie van Camille Parmesan niet klopte. Veranderingen in het landschap waren de oorzaak voor het verschuiven van de vlinderpopulaties.

Steele onderzocht nog meer verschijnselen, die aan klimaatverandering worden toegeschreven, zoals de verzuring van de oceanen en de afname van het aantal ijsberen.
In de lezing hieronder (in 4 delen van 20 min) vertelt hij zijn bevindingen.
(De kwaliteit is niet best, de inhoud is leerzaam)

Deel 2: Droughts and Heatwaves: Ocean Oscillations vs CO2

Deel 3: Recovering Whales, Ocean Acidification, and Climate Horror Stories

Deel 4: Penguins, Polar Bears and Sea Ice

Sneeuwbedekking Noordelijk Halfrond in oktober 27% groter dan normaal

5273182691_ccd5ddf4ac_mFoto van Fran Taylor via Flickr

Het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University heeft berekend dat gedurende de maand oktober gemiddeld 22,88 miljoen km² op het Noordelijk Halfrond door sneeuw bedekt was.
Dat is 4,9 miljoen km², ofwel 27%, meer dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar.
In de grafiek hieronder is duidelijk zichtbaar dat de sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond over de afgelopen 30 oktober maanden geleidelijk groter wordt.

Schermafbeelding 2014-11-06 om 15.12.13

De berekeningen van het Global Snow Lab zijn gebaseerd op satelliet-waarnemingen en worden bevestigd door het Canadian Cryospheric Information Network, dat waarnemingen van grondstations verzameld. Ook volgens de waarnemingen op de grond was de sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond de afgelopen maand flink boven normaal, zoals in de grafiek hieronder is te zien.

nh_sceoct2014

Veel klimatologen denken dat de toename van de sneeuwbedekking in de herfst een gevolg is van de klimaatverandering door de toename van broeikasgassen in de atmosfeer. In het nieuwste Assesment Report (AR5) schrijft het IPCC niets over de toename van sneeuwval in herfst en winter. Het klimaatpanel schrijft alleen over afname van sneeuwbedekking in het voorjaar.

Schermafbeelding 2014-11-06 om 16.46.20

Voor de toekomst verwacht het IPCC alleen een verdere afname van sneeuwbedekking in het voorjaar en kennelijk geen verdere toename van sneeuwval in de herfst.

Schermafbeelding 2014-11-06 om 16.47.30

In Kazachstan is dit najaar een deel van de landbouwoogst verloren gegaan door de vroege sneeuwval. Als dit een trend wordt, zal het IPCC dit verschijnsel niet langer kunnen doodzwijgen, dunkt me.

De uitgebreide sneeuwval op het Noordelijk Halfrond heeft misschien ook wel een voordeeltje. Volgens het Canadian Cryospheric Information Network is de hoeveelheid zeewater, die momenteel in de vorm van sneeuw (snow water equivalent) op het Noordelijk Halfrond ligt al meer dan 600 km³ (kubieke kilometer). Dat is veel meer dan in de afgelopen 20 oktobermaanden, zoals aangegeven in de grafiek hieronder.

nh_sweoct2014

Al dat water dat als sneeuw op het land ligt zit niet meer in de oceanen. Een toename van sneeuwbedekking op het land betekent dat op termijn een daling van de zeespiegel. En dat lijkt me heel goed nieuws.

Sneeuwval op Noordelijk Halfrond nog altijd flink hoger

Half oktober ligt er op de landmassa’s van het Noordelijk Halfrond al flink wat sneeuw.
Op het kaartje (van het Global Snow Lab) hieronder is met blauw aangegeven welke gebieden normaal gesproken nog sneeuwvrij zijn, maar waar dit jaar al wel sneeuw ligt.

2014291

In grote delen van Siberië, Scandinavië en Centraal-Azië ligt al vroeger dan normaal sneeuw. Het gaat om miljoenen vierkante kilometers.
Met rood is aangegeven waar nu nog geen sneeuw ligt terwijl dat normaal gesproken wel het geval is.

Uit de statistieken van het Global Snow Lab blijkt dat in oktober het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond de laatste 10 jaar meestal groter is dan het langjarig gemiddelde over de periode 1981-2010.

Schermafbeelding 2014-10-20 om 07.33.50

Het Amerikaanse US National Ice Center (afgekort NIC) hougt ook de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond in de gaten.
Op het plaatje hieronder zie je afwisselend het sneeuwdek van 18 oktober 2013 en 18 oktober 2014.
Het is duidelijk te zien dat er dit jaar veel meer sneeuw in Siberië gevallen is dan vorig jaar.

d7a6s

Land dat door sneeuw bedekt is, weerkaatst veel zonlicht. Als er meer sneeuw ligt dan normaal zal er ook meer zonlicht weerkaatst worden. Dit leidt ertoe dat de atmosfeer minder opgewarmd wordt dan in normale jaren (de periode 1981-2010).
Het is onwaarschijnlijk dat de meestgebruikte klimaatmodellen van klimaatwetenschappers rekening houden met een toename van de sneeuwbedekking. De toegenomen sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond zou zelfs een van de redenen kunnen zijn waarom de opwarming van het klimaat de laatste 12 jaar langzamer gaat dan de klimaatmodellen voorspellen.

September 2014: grootste sneeuwbedekking op Noordelijk Halfrond in 30 jaar

Volgens het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University was er in september 2014 7,2 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt door sneeuw. Dat is de grootste sneeuwbedekking, die in de afgelopen 30 septembermaanden is.
In de grafiek hieronder heb ik het sneeuwbedekte oppervlak van de laatste 20 septembermaanden uitgezet.

Schermafbeelding 2014-10-08 om 16.04.33

Het Canadese Environment Canada Snow Anomaly Tracking Program laat zien dat het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond de afgelopen maand flink lag boven het gemiddelde van de periode 1998-2011.

nh_sce

Het door sneeuwbedekte land weerkaatst meer zonlicht dan de afgelopen jaren. Dat betekent dat de aarde minder snel opwarmt. Zie ook: “Eerste sneeuwval op Noordelijk Halfrond vroeg en meer dan gemiddeld.
Paradoxnl schrijft ook regelmatig over de hoeveelheid sneeuw op het Noordelijk Halfrond.

De Canadese meteorologen berekenen ook de hoeveelheid water, die in de vorm van sneeuw op de landmassa op het Noordelijk Halfrond ligt. Ook dit Snow-Water-Equivalent is momenteel groter dan gemiddeld over de afgelopen 15 jaar.

nh_swe

Het water, dat in de vorm van sneeuw op het land ligt, komt uit de oceanen. Als er heel veel sneeuw op de continenten ligt, dan wordt de zeespiegel tijdelijk lager.