Tagarchief: saoedi-arabië

Eén derde van de Nederlandse olie-import komt uit ondemocratische landen

Schermafbeelding 2015-04-04 om 21.44.33

In december 2014 importeerde Nederland ruim 4,6 miljoen ton aardolie. Het CBS houdt nauwkeurig bij uit welke landen deze aardolie afkomstig is.
Ongeveer 20% van de aardolie, die in december geïmporteerd werd, kwam uit Rusland…
En 15% kwam uit een ander and waar de mensenrechten niet hoog in het vaandel staan, Saoedi-Arabië.

Schermafbeelding 2015-04-04 om 19.04.22

Van de Nederlandse olie-import komt ca. 5,5% uit Koeweit, ook niet echt democratisch.
Nederland koopt jaarlijks voor miljarden euro’s aardolie. Een derde deel van die euro’s gaat naar regimes die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten, met de rechten van vrouwen en de rechten van homo’s. Zo lang wij gewoon aardolie kopen van Rusland en Saoedi-Arabië ondersteunen wij die regimes, die we eigenlijk verwerpelijk vinden.

De doodgezwegen opstand in Saoedi-Arabië

De bevolking van Libië kwam in opstand tegen kolonel Gadaffi. De Syriërs kwamen in opstand tegen president Assad.
In Irak heeft een groot leger van Soenitische opstandelingen hele provincies veroverd en bedreigt de oliewinning. Daardoor is de olieprijs op de wereldmarkt flink opgelopen. Gelukkig is er geen opstand in het belangrijkste olieproducerende land in het Midden-Oosten, Saoedi-Arabië.

Hoewel.
In maart 2011 was er in Saoedi-Arabië een dag van woede. Die verliep zonder grote incidenten. Maar daarna zijn er nog regelmatig berichten demonstraties geweest. In 2011 en 2012 verschenen er berichten in de media, dat de Arabische Lente ook in Saoedi-Arabië onrust veroorzaakte. De sjiitische minderheid in Qatif in de Oostelijke provincie bleef demonstreren tegen discriminatie en willekeurige arrestaties. Daarbij vielen soms doden.
In maart van dit jaar werden twee sjiitische demonstranten (waaronder de zoon van een belangrijke geestelijke) ter dood veroordeeld. Het vonnis werd eind mei 2014 voltrokken.

De van oorsprong Saoedische documentairemaakster Safa Al Ahmad, maakte voor de BBC een film over de broeiende opstand in de olierijke Oostelijke provincie van Saoed-Arabië.
Je kunt de gehele documentaire bekijken op Journeyman Pictures.
Hieronder een korte versie, die op YouTube staat.

De opstand wordt tot nu toe hard onderdrukt. Moeten wij in Europa de opstandelingen steunen, zoals we ook de opstand tegen kolonel Gadaffi en president Assad hebben gesteund?
Of kijken we de andere kant op als de Saoedische regering de protesten keihard onderdrukt. Als de opstand zich uitbreidt, bestaat de mogelijkheid bestaat dat opstandelingen, net als in Libië, die olie-export zullen gaan hinderen. En dan zal Europa nog sneller moeten afkicken van haar verslaving aan aardolie.

Syrië, Israël, Qatar, Saoedi-Arabië en het militair-industrieel complex

James Corbett praat ons even bij over alle partijen, die betrokken zijn bij de burgeroorlog in Syrië.
Israël wil graag dat het vijandige Syrië uiteenvalt (Balkanisering).
Qatar en Saoedi-Arabië willen voorkomen dat Europa aardgas gaat kopen van Iran.
De Amerikaanse wapenindustrie is flink gegroeid na 11 sep. 2001. Het militair-industrieel complex was nog nooit zo groot als nu en wakkert graag het vuurtje aan.

50 min. en niet ondertiteld, maar zeer de moeite waard

De aardgaspijpleiding van Qatar naar Europa loopt door Syrië

4-nabucco-terminateQatar heeft gigantische aardgasreserves: 25 biljoen kubieke meter, ofwel 25 keer de hoeveelheid, die nu nog over is in de Nederlandse bodem. Afgelopen jaar produceerde het kleine Qatar 4,7% van de totale wereldproduktie. Het kost weinig moeite om het gas naar boven te halen, het is conventioneel aardgas, vergelijkbaar met het gas uit Slochteren.
Het Bruto Nationaal Produkt van Qatar bestaat voor 60% uit aardgasinkomsten. Qatar wil dolgraag de aardgasinkomsten graag verhogen, maar het transport van het gas naar de gebruikers in Europa is op het ogenblik de beperkende factor, de bottleneck.

Transport via LNG-tankers
Het aardgas uit Qatar wordt voor een groot deel verkocht als LNG, vloeibaar aardgas. In het afgelopen koude voorjaar raakte de gasvoorraad in Groot-Brittannië leeg. De Britten kochten vier tankerladingen LNG van Qatar om de voorraad aan te vullen.
Maar het transport via LNG-tankers is traag en duur. Het kost tijd en energie om het gas vloeibaar te maken. De ontvangende landen moeten een LNG-terminal bouwen met voldoende capaciteit. De schepen zijn traag en er is maar een beperkt aantal LNG-tankers (gigantische drijvende bommen) op de wereld.
Een gewone pijpleiding voor aardgas van Qatar naar Europa kan de transportcapaciteit verhogen.

De Nabucco-pijpleiding
Er ligt al een pijpleiding voor aardgas van Turkije naar Europa, de Nabucco-pijpleiding.
nabucco2013

Oorspronkelijk was de Nabucco-pijpleiding bedoeld om aardgas uit Iran en Turkmenistan naar Europa te brengen. Maar Europa wil liever geen gas kopen van Iran. En Rusland heeft nog altijd een dikke vinger in de pap in Turkmenistan en belet het land om gas via de Nabucco-pijpleiding te leveren. De pijpleiding is bijna klaar, maar er kan nauwelijks gas gevonden worden om via de pijpleiding te vervoeren.

Een pijpleiding van Qatar naar Turkije via Syrië
De regering van Qatar wil graag aardgas verkopen en via de Nabucco-pijpleiding aan Europa leveren. En de Europese regeringen willen graag het gas van Qatar afnemen, om zo minder afhankelijk te worden van Gazprom en Poetin.
Daarom zou het prachtig zijn als er een pijpleiding van Qatar via Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrië naar Turkije (een afstand van 2000 km.) zou worden aangelegd.
De burgeroorlog in Syrië draait niet alleen om de aanleg van een gaspijpleiding die Qatar aansluit op de Nabucco-pijpleiding. Maar er zijn wel partijen, die er groot (financieel) belang bij hebben dat de burgeroorlog snel is afgelopen.
Het steenrijke Qatar steunt de Syrische rebellen en levert wapens en hoopt op die manier de aanleg van een pijpleiding te bespoedigen.
Europa wil niet dat een onvoorspelbare dictator als Assad de toevoer van goedkoop, niet-Russisch aardgas nog jarenlang kan blokkeren. Ook Europa is erbij gebaat als de pijpleiding er snel komt en goed bewaakt wordt.

qatarturkije

Bij de oorlog in Afghanistan speelde op de achtergrond de aanleg van de TAPI-gaspijpleiding van Turkmenistan naar Pakistan mee.
Ook bij de burgeroorlog in Syrië is de aanleg van een gaspijpleiding mogelijk een reden voor buitenlandse inmenging. En ook over deze pijpleiding zul je maar weinig horen van politici en journalisten.

Lees ook: The Geopolitics of Gas and the Syrian Crisis – Dmitry Minin en
Syria: The path of the pipeline – Daily Paul

Saoedi-Arabië: meer olie opgepompt, maar ook meer olie verbruikt

De afgelopen maanden is de olieproduktie van Saoedi-Arabië gestegen. De Saoedi’s doen dat niet om de olieprijs op de wereldmarkt omlaag te krijgen. Ze produceren meer olie om meer geld te verdienen.

Om de bevolking tevreden te houden en de Arabische lente buiten de deur te houden, heeft de Saoedische regering sociale programma’s opgezet, die miljarden kosten. Om deze sociale programma’s te betalen moeten de olie-inkomsten omhoog. Er is uitgerekend, dat bij de huidige produktie een minimumprijs van $88 per vat nodig is om de begroting sluitend te krijgen.
Omdat de olieprijs de laatste maanden licht daalt, probeert Saoedi-Arabië de olieproduktie omhoog te krijgen.

Om meer olie op te pompen, moet er ook meer olie verbruikt worden. Om de produktie te verhogen, moeten er meer boorgaten geboord worden. In bovenstaande grafiek zie je dat het aantal actieve boorplatforms ofwel rigs (de rode lijn onderin) oploopt. De hogere olieproduktie betekent ook dat er meer pompen werken en meer machines draaien.
Om meer olie te winnen, wordt er dus meer energie verbruikt.
Het binnenlands olieverbruik van Saoedi-Arabië stijgt dus ook. In sep 2011 lag het binnenlands gebruik op 1,78 miljoen vaten per dag. In oktober was dat gestegen tot 2,02 miljoen vaten per dag. Elke dag verbruikte Saoedi-Arabië 200.000 vaten meer dan in september.

Die 200.000 vaten is ongeveer de helft van de produktiestijging in de laatste maanden. De netto-opbrengst van de extra inspanning is dus 200.000 vaten per dag. Investeren van één vat olie levert nog maar twee vaten olie op: de netto-energieopbrengst (EROEI) bedraagt 2:1.

Deze trend zie je overal ter wereld. Investeren van veel kapitaal en energie levert veel minder rendement op dan vroeger: diminishing returns. En dat is de onderliggende oorzaak van onze economische problemen.

Peak-oil in Saoedi-Arabië

Saoedi-Arabië heeft onlangs aangekondigd dat het een plan van 100 miljard dollar om de olieproduktiecapaciteit te verhogen naar 15 miljoen vaten per dag niet doorgaat. Het land beweert momenteel een capaciteit van 12 miljoen vaten per dag te hebben.
Wat betekent dit besluit voor de toekomst? Laten we eens een kijkje nemen achter de cijfers.

Deze figuur laat zien dat in Saoedi-Arabië de olieproduktie (in grijs) de laatste jaren eigenlijk niet gestegen is. Het binnenlands verbruik (consumption, de zwarte lijn) stijgt wel. Die combinatie betekent dat de export (in groen) van olie ieder jaar afneemt.
Saoedi-Arabië beweert dat de produktiecapaciteit is 12 miljoen vaten per dag. In feite, kwam de produktie van ruwe olie de afgelopen jaren niet boven 10 miljoen vaten per dag. Misschien kwam in augustus 2011 de produktie net boven de 9,9 miljoen vaten per dag, maar dit is nog niet bewezen is.

Volgens Jadwa Investments is de produktiecapaciteit de afgelopen jaren uitgebreid met nieuwe olievelden.

Saoedi-Arabië beweert dat deze aanvullingen bovenop de bestaande produktiecapaciteit komen.  Maar ik denk dat we moeten vragen of dit echt waar is. De produktie uit de nieue velden lijkt min of meer  een daling van 5% of 6% per jaar te compenseren. Zo’n daling uit bestaande olievelden is een bekend verschijnsel. Het is ook mogelijk, dat de verklaring het midden houdt tussen compensatie van afname en uitbreiding van de capaciteit.

Tussen nu en 2020 zal er weinig nieuwe produktiecapaciteit in Saoedi-Arabië bijkomen. Het enige grote project dat is aangekondigd heeft betrekking op het Manifa olieveld en dat betreft zware olie. Manifa kan in 2014 een capaciteit bereiken van 900.000 vaten per dag.
Daarnaast is er in 2012 en 2013 een aanzienlijke uitbreiding gepland van de aardgasproduktie. Jadwa Investments verwacht een verhoging van 70% ten opzichte van het niveau van 2010. Deze stijging in de productie van aardgas zou moeten helpen om de groei van het binnenlands olieverbruik te beperken.

Maar wat gebeurt er met de olieproduktie tussen nu en 2020?
Bij de meeste oliebronnen neemt de produktie af met de leeftijd. Olievelden, die al  lange tijd in gebruik zijn, zoals Ghawar, gaan op een gegeven moment minder produceren. (Helaas weten we niet of de produktie van Ghawar al aan het dalen is)
Het lijkt erop dat we in de komende jaren een begin van de produktiedaling zullen zien, als er geen nieuwe projecten worden opgestart.
We moeten er rekening mee houden dat de olie-export van Saoedi-Arabië sneller zal dalen. Als dit gebeurt, zal Saoedi-Arabië problemen krijgen om de sociale programma’s te financieren, tenzij de prijs van de olie sterk stijgt.

Deutsche Bank-analist Paul Sankey schat dat Saoedi-Arabië nu 92 dollar per vat nodig heeft om fiscaal rond te komen ten gevolge van grotere sociale uitgaven. Als de export in de komende jaren daalt door afname van produktie en stijgend binnenands verbruik, zal de minimumprijs die Saoedi-Arabië nodig heeft nog verder oplopen.

Persberichten uit Saoedi-Arabië geven een rooskleurig beeld van de olieproduktiecapaciteit, die zogenaamd nog opgevoerd kan worden tot 12 miljoen vaten per dag en wijzen erop dat er veel olie te verwachten is uit andere bronnen, zoals Irak en schalie-afzettingen. Bovendien is er in tijden van recessie minder olie nodig… toch? Al deze uitspraken zijn verre van bewezen. Ze lijken bedoeld om de indruk te wekken dat peakoil geen ernstig probleem is en geven geen antwoord op belangrijke vragen: “Waarom zou een land waarvan de hele economie  om olie draait en dat vermoedelijk ’s werelds grootste oliereserves  heeft, aankondigen haar plannen voor uitbreiding van de capaciteit schrappen?  Hoe moet het land zijn sociale programma’s dan financieren, zo niet uitbreiden?

Een ding dat opvalt aan Saoedi-Arabië is, dat het extreem afhankelijk is van olie (of olie en aardgas). Volgens het CIA World Factbook:
De aardolie-sector is goed voor ongeveer 80% van de inkomsten op de begroting ofwel 45% van het BBP. Saoedi-Arabië probeert de groei van de particuliere sector te stimuleren om de economie te diversifiëren en om meer werkgelegenheid te creëeren. De diversificatie is gericht op energie-opwekking, telecommunicatie, gas-exploratie, en de petrochemische sector.
Die diversificatie is een vreemde term, gezien de vermelding van elektriciteit, aardgas-exploratie en petrochemie, die allemaal nogal afhankelijk zijn van de aardoliesector.
Saoedi-Arabië is ’s werelds grootste producent van ontzilt zeewater(24miljoen kubieke meter per dag), tot voor kort  liep 90% van de ontziltingsinstallaties op olie of aardgas. Saoedi-Arabië heeft jarenlang de landbouw gesubsidieerd, maar is nu van plan om vanaf 2016 volledig te vertrouwen op de invoer van voedsel in. Of een woestijn land als Saoedi-Arabië nu probeert zijn eigen voedsel te verbouwen, of compleet afhankelijk wordt van voedselimport, het zal veel olie om 26 miljoen mensen te voeden.
Het hoge binnenlandse olieverbruik van Saoedi-Arabië blijkt uit onderstaande grafiek, waarin het verbruik per hoofd van de bevolking wordt vergeleken met het verbruik in de Verenigde Staten, Frankrijk en de wereld in totaal. (Frankrijk wordt getoond als typerend voor de Europese landen.)

Figure 3. Olieverbruik per hoofd van de bevolking. Olieverbruik volgens cijfers van BP, inclusief biobrandstof en natural gas liquids. Bevolkingsgegevens uit de database van EIA.

Als de olieproductie haar grenzen bereikt, moeten landen overal ter wereld hun consumptie verminderen. En Saudi-Arabië is daarop geen uitzondering. Het is niet duidelijk hoe snel deze consumptiedaling zich voor Saoedi-Arabië zal aandienen, maar op een gegeven moment zal de olie-export en de olieopbrengst benodigd voor de huidige overheidsprogramma’s dalen. Dan zal zelfs Saoedi-Arabië, het land met de grootste oliereserves,  gedwongen worden het olieverbruik te beperken.
Ik verwacht dat die neerwaartse overgang moeilijker voor Saoedi-Arabië wordt dan voor veel andere landen . In Saoedi-Arabië is het niet makkelijke om achtertuinen om te toveren in landbouwgrond of om over te stappen naar een “service economie”. Zonne-energie en aardgas kunnen enigszins helpen, maar voor transport blijft de economie is nog steeds erg afhankelijk van olie. Interessante tijden liggen voor ons, tenzij de Saoedi-Arabische regering de problemen van het komend decennium kan oplossen.

Dit is een vertaling van het artikel dat Gail Tverberg schreef voor de ASPO-USA Nieuwsbrief, uitgegeven 05 december 2011.

Lees ook: In 2030 heeft zelfs Saoedi-Arabië onvoldoende olie

In 2030 heeft zelfs Saoedi-Arabië onvoldoende olie

Abdul Salam Alyamani, vice-president van de Saudi Electricity Company (SEC), zei onlangs dat het binnenlands olieverbruik zo snel stijgt, dat de Saoedische olieproduktie in 2030 achter zal blijven bij de vraag.

Als je kijkt naar de ontwikkeling van de afgelopen jaren zie je de binnenlandse consumptie (de zwarte lijn) gestaag stijgen.

De Saoedische export van aardolie, de groene balkjes, wordt steeds kleiner. Deze ontwikkeling vormt de basis voor het Export-Land-Model van Jeff Brown.

In 2030 gaat Saoedi-Arabië dus misschien olie importeren. Ze hebben de infrastructuur, havens en olieterminals al klaar. Maar waar gaan ze die olie vandaan halen? Uit Rusland? Uit de teerzanden in Canada? Uit Venezuela?

Na 2030 zal de voorspelling van Sheikh Rashid bin Saeed Al Maktoum, emir van Dubai, ook in Saoedi-Arabië werkelijkheid worden. De man, die 32 jaar Dubai regeerde en groot maakte, sprak de profetische woorden:

“My grandfather rode a camel, my father rode a camel, I drive a Mercedes, my son drives a Land Rover, his son will drive a Land Rover, but his son will ride a camel.”

“Mijn grootvader reed een kameel, mijn vader ook. Ik rijd in een Mercedes en mijn zoon in een Landrover. Mijn kleinzoon zal ook in een Landrover rijden, maar zijn zoon zal weer kameel rijden.”