Tagarchief: inzicht

Groeiende economie bij een dalend energieverbruik

In Europa en in Nederland groeit de economie al eeuwen. Sinds wij in Europa fossiele brandstoffen zijn gaan gebruiken is ons Bruto Binnenlands Produkt gegroeid: we werden steeds welvarender.
Lange tijd was er sprake van een positieve correlatie. Als het energieverbruik in ons land steeg, dan groeide ook het BNP. Ook in de periode van 1995 tot 2006 was er een positieve correlatie tussen het energieverbruik en het BBP. In die 11 jaar tijd steeg het energieverbruik in Nederland van 83,3 miljoen ton olie-equivalent (1995) naar 95,3 miljoen ton olie-equivalent. Het BBP groeide tussen 1995 en 2006 met 36% van 449 miljard euro in 1995 naar 614 miljard in 2006.
Ik heb dat grafisch uitgezet in onderstaande figuur. Op de Y-as staat het energieverbruik en op de X-as het BBP dat in dat jaar gerealiseerd werd.

Schermafbeelding 2016-09-05 om 16.44.35

Tussen 2005 en 2015 is het Nederlands energieverbruik gedaald. In 2005 verbruikte Nederland 96,1 miljoen ton olie-equivalent. In 2015 was dat nog maar 81,6 miljoen ton olie-equivalent; 15% minder dan in 2005.
Ondanks de zware economische crisis groeide het Nederlands BBP tussen 2006 en 2015 met 6,8% van 614 miljard euro naar 656 miljard euro. In het afgelopen decennium daalde het Nederlands energieverbruik met 15%, maar ondanks dat kon het BBP groeien met 6,8%. Over het afgelopen decennium was er sprake van een negatieve correlatie: een stijging in het BBP treedt op bij een dalend energieverbruik.
In onderstaande grafiek heb ik de negatieve correlatie tussen BBP en energieverbruik weergegeven met een doorzichtige oranje pijl.

Schermafbeelding 2016-09-05 om 15.09.53

Voor 2006 steeg het energieverbruik in Nederland nog gestaag met gemiddeld 1,2% per jaar
In de afgelopen 10 jaar is er iets fundamenteel veranderd: het Nederlands energieverbruik daalt met ca. 1,5% per jaar. Maar toch groeide het Bruto Binnenlands Produkt met gemiddeld 0,7% per jaar.

Ik kan een paar mogelijke verklaringen bedenken, die het mogelijk maken dat het BBP blijft groeien bij een dalend energieverbruik.
1. De BBP-groei komt uit sectoren, die weinig energie verbruiken. Voorbeelden zijn de financiële sector, die geld kan creëren zonder energie te verbruiken, en de zorgsector.
2. Het BBP-op een andere manier berekenen: door creatief boekhouden kan de waarde van het BBP hoger uitvallen.
3. Activiteiten, die veel energie verbruiken naar het buitenland verplaatsen maar wel blijven meerekenen in het Nederlands BBP.

We werken steeds minder, maar ons BBP groeit.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde vandaag hoeveel uur er afgelopen jaar in Nederland betaalde arbeid is verricht. De berekening kwam uit op 5,79 miljoen arbeidsjaren. Dat is iets meer dan de 5,74 miljoen arbeidsjaren van 2014, maar beduidend minder dan de 5,92 miljoen arbeidsjaren van 2010.
De 5,79 miljoen arbeidsjaren voor 2015 komen neer op 10,592 miljard gewerkte uren. Per hoofd van de bevolking is dat 627 uur. In 2010 werkte de gemiddelde Nederlander nog 654 uur.
In onderstaande grafiek heb ik het aantal arbeidsuren per hoofd van de bevolking uitgezet.

Schermafbeelding 2016-09-06 om 10.32.35

Het aantal uren in een jaar blijft gelijk. We krijgen dus geleidelijk meer vrije tijd, die je kunt besteden aan vrijwilligerswerk of mantelzorg.

De opbrengst per gewerkt uur is de laatste jaren gestegen. Het BBP groeit immers nog ondanks het feit dat we minder werken.
Als je het Nederlandse BBP deelt door het aantal gewerkte uren, dan kom je voor 2010 op een bedrag van 58,29 euro per gewerkt uur. In 2015 is dat opgelopen naar 61,89 euro per gewerkt uur. We zijn goed bezig.

Schermafbeelding 2016-09-06 om 10.33.03

De grote terrorisme-show

Rob Wijnberg van De Correspondent schreef een column waarin hij de telkens terugkerende terreuraanslagen in Westerse steden vergeleek met de klassieke film Groundhog Day. In die film beleeft journalist Bill Murray telkens opnieuw dezelfde dag. Elke ochtend als Murray wakker wordt is het weer 2 februari en moet hij voor een televisiestation dezelfde reportage maken.

Brussels-terrorists-725x375

Toen ik afgelopen dinsdag van de aanslagen in Brussel hoorde, dacht ik ook… het wordt weer zo’n zelfde dag. Een dag vol met hijgerige berichten over de kans op meer aanslagen, over de daders en het aantal slachtoffers en over voortvluchtige handlangers. Je hoort dezelfde mensen dezelfde dingen zeggen als vorig jaar: “Het komt nu wel heel dichtbij” of “Het is een aanval op onze manier van leven”.
Nog dagenlang zien we in de media de nieuwste aflevering van de grote terrorisme-show:
foto’s van bebloede slachtoffers, zwaarbewapende agenten, die huiszoekingen doen en pleinen vol met bloemen, waxinelichtjes en medelijden.

Het ergste van de terrorisme-show vind ik de deskundigen en politici, die kennelijk precies weten waarom de aanslagen gepleegd worden. Ze draaien consequent hetzelfde verhaal af. De daders zijn altijd geradicaliseerde moslims, die meestal hebben gevochten in de Syrische burgeroorlog. Bij terugkeer in Europa worden ze wel in de gaten gehouden door de politie en geheime dienst, maar de geradicaliseerde jongens slagen er toch altijd in om kalasjnikovs en munitie te kopen en in hun keuken explosieven te maken. Dat vind ik onderhand al een beetje ongeloofwaardig worden.
Als de politie de huizen van de terroristen doorzoekt vinden ze steevast een IS-vlag, het ultieme bewijs. En bij onderzoek van de computers blijken de daders veel jihadistische websites te bezoeken en een testament of rechtvaardiging te hebben geschreven.
We gaan er maar vanuit dat de politie en de deskundigen niet liegen en dat de terroristen gewoon slordig zijn om zoveel bewijs achter te laten.

In de dagen na de aanslagen worden andere onderwerpen in verband gebracht met de aanslagen. Sommige mensen proberen de aanslagen voor hun eigen karretje te spannen. De geheime diensten vragen om meer bevoegdheden. De Turkse president Erdogan kan zichzelf op de borst kloppen dat hij de terroristen tegenhoudt. En de voorstanders van een associatieverdrag met Oekraïne zeggen dat we met een NEE-stem op 6 april de terroristen in de kaart spelen.

Net als bij een succesvol televisieprogramma hoeven we niet lang te wachten op de volgende grote terrorismeshow. Soms zit er 6 weken tussen twee aanslagen en soms 6 maanden. Maar je kunt er zeker van zijn dat er weer een soortgelijke aanslag zal komen gepleegd door hetzelfde type dader.
De reeks van succesvolle terreuraanslagen kun je ook heel goed vergelijken met de reeks IS-onthoofdingsfilmpjes uit 2014. Telkens hetzelfde ritueel, maar iedere keer hadden de slachtoffers een andere nationaliteit. Het gevolg was dat steeds meer landen met de Westerse coalitie in Irak en Syrië gingen bombarderen. Toen er een Jordaniër gedood werd, ging ook Jordanië meebombarderen.
De aanslagen zijn ook elke keer in een ander land: Canada, Australië, de VS, Frankrijk en nu België.

1408576884000-Foley

Uiteindelijk stopte IS met het maken van onthoofdingsfilmpjes. Het shock-effect nam bij iedere volgende onthoofding af. De laatste filmpjes veroorzaakten nauwelijks nog opschudding en verontwaardiging. Deskundigen begonnen te suggereren dat de onthoofdingen niet echt waren.

Ik hoop dat het ook zo zal gaan met de grote terrorisme-show. Dat bij de volgende aanslag meer mensen zullen reageren zoals Rob Wijnberg: met een diepe zucht de TV uitzetten en de eerste paar dagen uit laten. Als we murw geworden zijn voor de aanslagen, geen waxinelichtjes meer aansteken en niet meer naar de politici en deskundigen luisteren, dan houden de aanslagen misschien eindelijk op.

Steeds meer elektriciteit uit windmolens

In Nederland wordt steeds meer elektriciteit geproduceerd door windmolens.
Volgens cijfers van het CBS werd er in het 4e kwartaal van 2015 2555 miljoen KWh aan elektrische energie opgewekt door windmolens, de grootste hoeveelheid ooit. Dat is bijna 35% meer dan in het 4e kwartaal van 2014.

In de grafiek hieronder de met-windmolens-opgewekte hoeveelheid elektriciteit per kwartaal, zoals gerapporteerd door het CBS.

Schermafbeelding 2016-02-12 om 11.52.31

Als je kijkt naar de elektriciteitsproduktie per jaar dan zie je eenzelfde indrukwekkende stijging. In 2015 werd er 7489 miljoen KWh aan elektriciteit opgewekt door Nederlandse windmolens. Dat is 29% meer dan de 5797 miljoen KWh die in 2014 werd opgewekt.

Schermafbeelding 2016-02-12 om 12.08.12

Vroeger draaide Nederland ook voor een groot deel op windmolens. Het graan werd gemalen met windmolens en polders werden drooggelegd en drooggehouden door windmolens. Langzamerhand gaan we weer terug naar die tijd.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Fruitteelt langs muren en in kassen

Op Low Tech Magazine, een prachtig hoekje internet bijgehouden door Kris De Decker, staat een mooi verhaal over het gebruik van muren en kassen om de opbrengst van fruitstruiken en bomen te verhogen. In de 16e t/m de 20e eeuw was het in Noord-West Europa heel gewoon om langs de zuidkant van muren fruitbomen en wijnranken te planten. Langs de muren kon zo een microklimaat gecreëerd worden waarin het 10 graden warmer was dan in de omgeving.

De muur weerkaatst het zonlicht en houdt warmte vast, die ’s nachts weer wordt uitgestraald. Op deze manier is het microklimaat van de muur het gehele etmaal warmer dan de omgeving.

Kris De Decker beschrijft dat er in Montreuil in Parijs in 1870 (toen de stadsteelt op het hoogtepunt was) 600 km muur stond met fruitbomen (hoofdzakelijk perziken) erlangs.

In het artikel wordt ook ingegaan op het gebruik van passief verwarmde kassen langs zuidmuren. Dat was voor de toepassing van aardgas als brandstof heel gebruikelijk in Nederland en Engeland. Deze kassentechniek wordt de laatste decennia op grote schaal toegepast in China.

In de uitgestrekte Vinex-wijken in Nederland zijn ook duizenden muren op het zuiden. Er is een enorm potentieel aan gunstig microklimaat voor druiven en fruitbomen langs alle nieuwbouwwijken in Nederland.

Een hardloopvriend van mij brengt in september elke training een krat heerlijke druiven mee, omdat hij de oogst niet in zijn eentje kan opeten. Bij mij in de straat staat al één druivenrank langs een zuidmuur. Ik heb er nu ook een geplant in mijn voortuin en hoop in september ook druiven te kunnen uitdelen aan mijn hardloopvrienden.

Zijn er bewakingscamera’s in het Bataclan-theater?

In openbare gebouwen zijn tegenwoordig meestal bewakingscamera’s. Als er iets opvallends gebeurt, dan kunnen de camerabeelden worden teruggekeken en kunnen de autoriteiten achterhalen wie wat gedaan heeft.
Bij de terroristische aanslag op de Boston Marathon vormden beelden van bewakingscamera’s de sleutel voor het achterhalen van de daders.

Na de terroristische aanslag op een winkelcentrum in Nairobi in Kenya werden de beelden van bewakingscamera’s uitgebreid op TV vertoond.

Ook in andere gevallen, zoals de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov, de aanslag op het Joods Museum in Brussel en de schietpartij in een marinebasis in Washington zagen we de beelden van de aanslag binnen een week op TV of internet.

De aanslagen op het voetbalstadion en het Bataclan-theater in Parijs zijn alweer een maand geleden. En het is net alsof er geen bewakingscamera’s zijn in het Parijse voetbalstadion waar 2 terroristen zichzelf opbliezen. Het is net alsof in het Bataclantheater geen bewakingscamera’s zijn.
Natuurlijk zijn de beelden van die aanslagen gruwelijk, maar we zien tegenwoordig heel vaak gruwelijke beelden op TV en internet. Je kunt de beelden wazig maken als ze te gruwelijk zijn. Of je laat alleen de daders zien en de bloederige beelden niet.
Omdat alle daders inmiddels dood zijn, zal er geen proces meer komen. De bewakingsbeelden hoeven ook niet geheim te blijven in afwachting van een proces.

Er is inmiddels één bewakingsvideo van de Parijse aanslagen openbaar gemaakt. Het betreft een schietpartij bij een café. Er zijn op deze video geen doden en gewonden te zien. De terrorist laat twee mensen die dekking zoeken op het terras ongemoeid. Niemand bloedt, het loopt allemaal met een sisser af.

Waarschijnlijk word ik bestempeld tot complotdenker als ik me afvraag waarom er geen beelden van bewakingscamera’s worden vrijgegeven. Het stellen van vragen is steeds vaker aanleiding om iemand als complotdenker weg te zetten, buiten het debat.
Camera’s kunnen geen aanslagen voorkomen. Maar ja, waarom worden die camera’s eigenlijk opgehangen als de beelden, die ze maken, nooit bekeken worden?