Tagarchief: olieprijs

Grenzen aan de groei van biobrandstofproduktie

Het afgelopen decennium is de mondiale produktie van biobrandstof (bio-ethanol en biodiesel) sterk gegroeid. Maar nu lijkt de groei te stagneren. Misschien komt dat doordat aardolie zo goedkoop geworden is.

Schermafbeelding 2016-06-10 om 13.28.23

In de Statistical Review of World Energy 2016 staan gegevens over de biobrandstofproduktie in afzonderlijke landen.
Ik heb eerst eens gekeken naar de produktie in Latijns-Amerika. In de grafiek hieronder zie je dat de biobrandstofproduktie in Argentinië het afgelopen jaar is afgenomen, maar dat die afname gecompenseerd wordt door een groei in Brazilië.
Je ziet wel dat de groei van de biobrandstofproduktie de laatste jaren afneemt.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 17.12.33

De biobrandstofproduktie in Europa is in 2015 licht gedaald t.o.v. 2014. Dit komt doordat de produktie in Frankrijk en Duitsland licht daalde en in de overige Europese landen niet of nauwelijks groeide.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 17.20.48

De biobrandstofproduktie in Azië is het afgelopen jaar gedaald t.o.v. 2014.
De daling komt geheel op rekening van Indonesië waar de hoeveelheid geproduceerde biobrandstof overeenkomt met 1344 duizend ton olie-equivalent. Tegenover 2532 duizend ton olie-equivalent in 2014.

Schermafbeelding 2016-06-15 om 18.03.12

Ik denk dat de mondiale produktie van biobrandstof dit jaar zal gaan afnemen om twee redenen:
– aardolie en aardolieprodukten zijn momenteel nog erg goedkoop
– de noodzaak om over te stappen op biobrandstof en de bezorgdheid om de klimaatverandering lijken in 2016 niet meer zo urgent

Aardolieverbruik in Europa sinds 2006 met 15% afgenomen

In 2006 verbruikten de gezamenlijke raffinaderijen in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk gemiddelde 10,8 miljoen vaten aardolie per dag. Over 2015 is het gemiddelde dagelijks verbruik van aardolie door raffinaderijen in voornoemde landen afgenomen tot 9,1 miljoen vaten. M.a.w. het olieverbruik was afgelopen jaar 15% lager dan in 2006.
De bron voor deze cijfers is de JODI-database, die maandelijks cijfers publiceert over olieproductie, olieverbruik en import en export van aardolie.
In de grafiek hieronder is de gemiddelde olie-inname door raffinaderijen in een aantal belangrijke Europese landen over de afgelopen 10 jaar weergegeven.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 13.49.01

In het jaar 2015 is het aardolieverbruik weer iets gestegen t.o.v. 2014 en 2013; vermoedelijk een gevolg van de sterk gedaalde olieprijs.

In sommige Europese landen is het olieverbruik niet gedaald, maar lichtjes gestegen. Dit is het geval in Spanje en Nederland.
In Spanje lag het olieverbruik door raffinaderijen in 2015 met 1,296 miljoen vaten 7,6% hoger dan in 2006. In Nederland steeg het verbruik door raffinaderijen van 0,98 miljoen vaten per dag in 2006 tot 1,06 miljoen vaten per dag in 2015. Dat is een stijging van 8,1%. Waarschijnlijk is de lage olieprijs in het afgelopen jaar een belangrijke factor bij het gestegen verbruik.
De grafiek hieronder laat het gestegen olieverbruik in Spanje en Nederland zien.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 18.42.37

In het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië is het olieverbruik door raffinaderijen gedaald sinds 2006.
In onderstaande grafiek is het olieverbruik van die landen sinds 2006 weergegeven.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 13.51.16

In Duitsland lag het olieverbruik in 2015 16,9% lager dan in 2006. In Italië en het Verenigd Koninkrijk was de daling 27% en in Frankrijk zelfs 30%.
In Duitsland, Italië en Frankrijk is het olieverbruik in 2015, vermoedelijk vanwege de lage olieprijs, weer iets gestegen t.o.v. 2014.
Je zou kunnen beargumenteren dat het afgenomen olieverbruik in Europa, één van de factoren is, die zorgde voor de daling van de olieprijs na de zomer van 2014.

Of het olieverbruik in 2016 verder zal stijgen hangt af van een groot aantal factoren. Bij een forse stijging van de olieprijs zal het olieverbruik niet verder groeien. Maar als de prijs laag blijft (< $50 per vat) dan kan het verbruik in Europa nog iets verder toenemen.
Het Europees olieverbruik in 2016 hangt ook af van de koopkracht van de Europeanen. Als er een economische recessie komt, met oplopende werkeloosheid  en stagnerende lonen, dan zal het aardolieverbruik gaan dalen.

Grenzen aan de groei van import

Het CBS houdt nauwkeurig bij hoeveel grondstoffen er in Nederland worden geïmporteerd. Onlangs werden de importcijfers over het jaar 2014 aan de statistieken toegevoegd.
Groeit de import van grondstoffen nog altijd, of is inmiddels peak-import bereikt en daalt de invoer van materialen?

In 2014 bedroeg de totale import van materialen 387,4 miljoen ton. Minder dan de 394 miljoen ton van 2012 en 2013. Maar meer dan de import in het crisisjaar 2009.
Hieronder de ontwikkeling van de import sinds 1996.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.15.19

Nederlandse import van metaal
De import van metaal (en erts) bedroeg in 2007 en 2008 meer dan 40 miljoen ton. In de afgelopen jaren schommelt de ingevoerde hoeveelheid metaal rond de 36 miljoen ton (zie de grafiek hieronder).

piekm

 

De import van ijzererts wordt specifiek door het CBS gerapporteerd. In 2007 werd meer dan 25 miljoen ton ijzererts ingevoerd. In 2014 was dat nog 20,9 miljoen ton, ofwel 16% minder.

piekijz

 

Nederlandse import van biomassa en afgeleide producten
Het CBS rapporteert dat er in 2014 ruim 78 miljoen ton aan biomassa en afgeleide producten werd geïmporteerd. Hieronder vallen voedingsgewassen, levende dieren en vlees, vis en schaaldieren, maar ook hout en andere producten uit biomassa.
De import in 2014 was ietsje lager dan de 80 miljoen ton, die het jaar ervoor werd ingevoerd.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.31.27

Nederlandse import van fossiele brandstoffen
De import van fossiele brandstoffen vertoont in Nederland nog altijd een stijgende trend. Hoewel de import in 2014 met 203 miljoen ton iets lager was dan in 2012 en 2013 toen de import uitkwam op respectievelijk 209 en 211 miljoen ton fossiele brandstof.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.36.24NB.: de rode stippellijntjes in de grafieken heb ik handmatig getrokken

Momenteel is de prijs voor steenkool en aardolie erg laag. Het ligt voor de hand, dat bij die lage prijs meer steenkool en aardolie ingekocht zal worden door Nederlandse grootverbruikers. De import van fossiele brandstoffen is in 2015 misschien wel weer gestegen naar het nivo van 2013.
Aan de andere kant staat de Baltic Dry Index, een graadmeter voor de kosten van vervoer per vrachtschip, op een zeer lage stand. Dat betekent dat er momenteel zeer weinig vraag is naar vrachtvervoer per zeeschip. Wereldwijd zijn er begin 2016 weinig schepen met aardolie en steenkool onderweg. En dat betekent dat de invoer van materialen (zoals aardolie en steenkool) door Europese landen is afgenomen.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Hoe de olie-industrie de wereld naar haar hand wist te zetten

Onze maatschappij is verslaafd aan aardolie. Het is vrijwel onmogelijk om helemaal te stoppen met het gebruik van aardolie. Om dat te bereiken moet je jezelf buiten de samenleving plaatsen en terugtrekken in de natuur.
Hebben wij zelf gekozen voor die olieverslaving? Nee, er is een lange geschiedenis voorafgegaan waardoor wij zo afhankelijk zijn geworden van aardolie.

James Corbett maakte een documentaire waarin hij de uitlegt hoe het zover heeft kunnen komen. Het klinkt af en toe als een ongeloofwaardige complottheorie: zijn politici dan zo makkelijk te manipuleren door de olie-industrie?
Ik vond het erg leerzaam.

Nicole Foss over grenzen aan de groei en de komende financiële crisis

Nicole Foss was een van de peakoil-pioniers, die voor het weblog The Oildrum schreven.
Tegenwoordig schrijft zij op haar eigen weblog The Automatic Earth over de problemen waar wij de volgende generaties mee opzadelen.

De video hieronder is een weergave van een interview met Nicole Foss van bijna 2 uur.
Zij legt helder en duidelijk uit dat de lage olieprijs van het afgelopen jaar niet betekent dat peakoil niet bestaat. De lage olieprijs laat zien dat onze industriële samenleving aan het krimpen is. En dat onze maatschappij zich de moeilijk winbare, onconventionele olie helemaal niet kan veroorloven.
In het tweede deel gaat Nicole Foss in op het financiële kaartenhuis dat de afgelopen 30 jaar is opgebouwd. Bij de kredietcrisis van 2008 is maar een klein deel van dat wankele kaartenhuis ingestort. De financiële sector produceert zelf helemaal niets en parasiteert op de echte economie.

Paradoxnl maakte mij vorige week via zijn weblog attent op dit boeiende interview.
Ik heb het interview niet in één keer beluisterd, maar opgesplitst in vier delen van ca. 30 min. Mijn aandachtsspanne is niet meer zo lang als vroeger.

Teerzandolie-exploitatie in Canada hapert door de lage olieprijs

Bij een olieprijs van $100 per vat of meer is het winstgevend om uit het teerzand in de Canadese provincie Alberta olie te winnen. Volgens Richard Heinberg wordt er bij een olieprijs van $60 per vat nog nauwelijks winst gemaakt op het winnen van olie uit teerzand. Bij de huidige olieprijs van minder dan $50 per vat is de winning van teerzandolie waarschijnlijk verliesgevend.

Begin dit jaar zagen deskundigen de bui al hangen. Na jaren van groei en economische voorspoed is het tij gekeerd. Voor het jaar 2015 verwachtte men een recessie met oplopende werkeloosheid, dalende koopkracht en afnemende investeringen. In mei becijferde de Conference Board van Canada dat de economie van Alberta met 0,7% zou krimpen in 2015. Voor het volgend jaar verwacht men weer een groei van 1,2%… nog maar even afwachten.
Shell trok zich deze zomer terug uit een teerzandolie-project.

Deze ontwikkelingen zullen op de lange termijn leiden tot een afname van de Canadese olieproduktie. Ik heb daarom de olieproduktiecijfers uit de JODI Oil World Database er eens bij gepakt.
Het afgelopen half jaar is de Canadese olieproduktie niet verder gegroeid en gestabiliseerd op ca. 2,8 miljoen vaten per dag.
In de grafiek hieronder heb ik de Canadese produktie en export van olie voor de afgelopen 4 jaar uitgezet.

Schermafbeelding 2015-08-21 om 18.07.37

De doorgetrokken lijnen in de grafiek geven het voortschrijdend gemiddelde over 6 maanden weer.
Het is nog te vroeg om te zeggen dat de groei definitief voorbij is. Maar ik verwacht dat de groei pas terugkeert bij een olieprijs boven de $75 per vat.