Tagarchief: olieprijs

Is de Nigeriaanse aardolie voor ons of voor de Nigerianen?

Nigeria is een olieproducerend en exporterend land. Per dag produceert Nigeria tussen de 2 en 2,5 miljoen vaten aardolie. Het grootste deel (>90%) van die produktie wordt geëxporteerd. Slechts enkele tienduizenden vaten blijven in Nigeria en worden in Nigeria geraffineerd tot bruikbare produkten.
In de grafiek hieronder zie je dat de olieproduktie over de laatste jaren geleidelijk afneemt. Het binnenlandse verbruik is weergegeven door rode lijn onder in de grafiek.

Schermafbeelding 2015-05-28 om 16.38.25

Het deel van de Nigeriaanse aardolieproduktie, dat naar Nigeriaanse raffinaderijen gaat is het afgelopen jaar gedaald van 5% naar minder dan 2%. De rode stippellijn in onderstaande grafiek is het voortschrijdend gemiddelde over 4 maanden.

Schermafbeelding 2015-05-28 om 17.05.48

Er zijn in Nigeria maar weinig raffinaderijen. Als de binnenlandse produktie aan brandstoffen onvoldoende is, dan importeert Nigeria aardolieprodukten zoals benzine, diesel en kerosine. Dat kan het land zich makkelijk veroorloven door de hoge inkomsten uit de olie-export.
Wanneer door stakingen, ongelukken of reparaties een raffinaderij stilligt, dan treedt er al heel snel een tekort op aan benzine, diesel en kerosine. Dat laatste is momenteel (mei 2015) het geval. Door stakingen van olie- en brandstofhandelaren is er een accuut tekort aan diesel, benzine en kerosine ontstaan. Volgens schattingen zit 80% van de tankstations al zonder benzine en diesel.
De kleine hoeveelheid brandstof, die nog beschikbaar is, wordt bij opbod verkocht op de zwarte markt.
Sommige vluchten vanuit Lagos zijn geannuleerd vanwege het kerosinetekort. Buitenlandse maatschappijen wijken uit naar Dakar omdat daar wel brandstof is.
Andere economische activiteiten vallen stil door het gebrek aan diesel.

Van de aardolie, die wij in Nederland gebruiken, is ongeveer 5% afkomstig uit Nigeria.
In 2014 importeerde Nederland maandelijks tussen de 250 en 650 miljoen kg. aardolie uit Nigeria.(bron: CBS).
En terwijl in Nigeria steeds minder aardolie naar de Nigeriaanse raffinaderijen werd vervoerd, vertoonde de export van Nigeriaanse aardolie naar Nederland een stijgende trend.

In de grafiek hieronder zie je welk percentage van de Nigeriaanse olieproduktie naar Nederland werd geëxporteerd en welk percentage in Nigeriaanse raffinaderijen werd verwerkt tot benzine en diesel.

Schermafbeelding 2015-05-28 om 21.13.42

De grafiek is duidelijk: Nederland koopt steeds meer aardolie van Nigeria, omdat de prijs nu lekker laag is. En om de olie-inkomsten bij de lage olieprijs zo hoog mogelijk te houden, wordt nu de volledige olieproduktie geëxporteerd. De Nigeriaanse bevolking gebruikt zelf steeds minder olie, die uit de Nigeriaanse bodem komt.

Misschien is het toeval dat het zo loopt. Misschien is het toeval dat er zo weinig raffinaderijen zijn. Misschien is de staking van de oliehandelaren gewoon domme pech.
Ik vermoed dat er iets anders aan de hand is. Westerse landen kopen, net als voor de Tweede Wereldoorlog, met versgedrukt Monopolygeld de bodemschatten uit Afrikaanse landen op. Die bodemschatten zijn niet bestemd voor de Afrikanen, maar voor de Europeanen. Het is gewoon ouderwets kolonialisme.

Peakoil in Indonesië: is meer palmolie een duurzame oplossing?

In elk olieproducerend land wordt vroeger of later de maximaal haalbare produktie, peakoil, bereikt. Indonesië bereikte in 1992 peakoil.
Sinds 1992 is de olieproduktie langzaam aan het afnemen. In de grafiek hieronder (afkomstig van de website Trading Economics) is de afnemende olieproduktie over het afgelopen decennia weergegeven.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 12.02.56

Gemiddelde dagelijkse olieproduktie in Indonesië (x 1000 vaten per dag) tussen 1982 en 2015

Sinds 2004 is de olieproduktie in Indonesië onvoldoende om in de eigen binnenlandse olieconsumptie te voorzien. Vanaf 2004 is Indonesië dan ook een netto-importeur van aardolie.

Om minder aardolie te hoeven importeren begon Indonesië op grote schaal biobrandstof in de vorm van palmolie te produceren. Een flink deel van die palmolie wordt geëxporteerd en o.a. in Europa tot biobrandstof verwerkt. De rest wordt in Indonesië zelf omgezet in biodiesel.
In de grafiek hieronder zie je hoe sterk de produktie van palmolie is gestegen.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 13.51.32

De rode lijn in de grafiek geeft het stijgende binnenlands verbruik weer.
De bron voor de grafiek is dit artikel van Indonesia-investments.
In dat artikel staat ook te lezen, dat de Indonesische regering de subsidie op de produktie van biobrandstof wil verhogen.
Door de daling van de aardolieprijs kampt palmolie-sector in Indonesië met dalende vraag naar palmolie. De prijs voor palmolie is indirect gekoppeld aan de aardolieprijs. De producenten worden gedwongen om hun prijs te verlagen.
In de laatste 12 maanden daalde de prijs voor een ton palmolie met 28% tot $592.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 16.24.49

De subsidie is een indirecte subsidie voor de palmolieproducenten.

Is palmolie een duurzame oplossing?
Voor de aanleg van palmolie-plantages is al heel veel tropisch regenwoud, de natuurlijke vegetatie van Indonesië, gekapt. De palmolie-produktie kan alleen groeien door meer regenwoud te kappen. De groei van de palmolie-produktie wordt vroeger of later beperkt door de hoeveelheid regenwoud, die men nog kan kappen.
Het kappen van het regenwoud leidt tot een verlies aan biodiversiteit. Diersoorten die in hun voortbestaan bedreigd worden zijn: Orang Oetans, de Sumatraanse olifant en de Javaanse neushoorn.
Het verwijderen van de complexe vegetatie van het regenwoud maakt de bodem kwetsbaar voor erosie. De bodem van het regenwoud is vaak arm aan mineralen: die mineralen zitten in de levende vegetatie die tot tientallen meters hoogte groeit. Om de opbrengst aan palmolie te vergroten wordt vaak kunstmest gebruikt. Hierdoor wordt de bodem ongeschikt voor de regenwoud-vegetatie, die er oorspronkelijk groeide. Door de dalende prijs voor palmolie zullen de producenten proberen om nog hogere opbrengsten per hectare te halen door nog meer kunstmest te gebruiken.
De subsidie op palmolie is een voorbeeld van korte-termijn denken. De regering wil in de komende jaren de produktie van (bio)brandstof verhogen en de rijke en machtige palmolieproducenten tevreden houden. Op de langere termijn betekent het platbranden en kappen van het regenwoud een ecologische ramp voor de Gordel van Smaragd.

Nederlandse aardgasproduktie neemt af, maar de gasimport stijgt

In het eerste kwartaal van 2015 werd er 25,9 miljard m³ uit de Nederlandse bodem gewonnen. Bijna 2 miljard kuub meer dan in het zachte eerste kwartaal van 2014. Maar over de afgelopen 5 jaar vertoont de aardgasproduktie een dalende trend.

Schermafbeelding 2015-05-22 om 08.29.48

Het aardgasverbruik in het eerste kwartaal is sterk afhankelijk van de temperatuur en het weer. Over de afgelopen jaren is er een trend naar een lager verbruik.

Schermafbeelding 2015-05-22 om 08.41.53

Het dalende verbruik kan mede voortkomen uit het toegenomen gebruik van steenkool voor elektriciteitsopwekking, waar ik eerder over blogde.

Tegelijk met de afnemende produktie zien we een stijgende import van aardgas. Tijdens de eerste drie maanden van 2015 werd er 7,2 miljard kuub geïmporteerd. Dat is meer dan in de afgelopen jaren.

Schermafbeelding 2015-05-22 om 08.48.44

In het 1e kwartaal van 2011 was binnenlandse produktie zes keer zo groot als de geïmporteerde hoeveelheid. In het afgelopen kwartaal was de verhouding tussen binnenlandse produktie en import gedaald tot 3,6.

Nederland is nog altijd een netto-exporteur van aardgas. In het eerste kwartaal werd er door Nederland 18,4 miljard m³ aardgas geëxporteerd. Omdat Nederland ook aardgas importeert, kijk ik liever naar de netto-export: de totale export verminderd met de import.
Die netto-export van aardgas bedroeg in het eerste kwartaal van dit jaar 11,2 miljard m³.
In de grafiek hieronder kun je zien dat de netto-export van aardgas de laatste jaren langzaam afneemt.

Schermafbeelding 2015-05-22 om 08.58.53

De afnemende produktie en afnemende netto-export van gas zorgen voor dalende aardgasbaten voor de Nederlandse staatskas. Omdat de prijs voor aardgas het afgelopen jaar (in navolging van de olieprijs) flink is gedaald, nemen de aardgas-inkomsten nog verder af. Ik ben benieuwd wanneer de politiek dit ontdekt en hoeveel men denkt te gaan bezuinigen.

De Nederlandse aardgasproduktie zal verder gaan dalen. Dat is onvermijdelijk. Het kan nog 5 tot 10 jaar duren voordat de produktie net zo groot is geworden als het binnenlands verbruik. Als dat punt bereikt wordt, dan is Nederland niet langer een netto-exporteur van aardgas. In de jaren daarna zal Nederland een netto-importeur worden van aardgas, met vervelende gevolgen voor de staatskas. Of het binnenlands verbruik van aardgas zal met de produktie mee moeten dalen.
We gaan het zien.

Peakoil: Nederlands aardolieverbruik in 2014 verder afgenomen

Aardolie is weer goedkoop geworden. De prijs voor een vat schommelt tussen de 50 en 60 dollar, net als in 2005 en 2006. Er wordt momenteel meer aardolie gewonnen dan de wereldeconomie nodig heeft. Olieproducenten geven grote kortingen aan hun afnemers. Je hoort bijna niemand meer waarschuwen voor peakoil en dat we moeten afkicken van onze aardolie-verslaving.
De cijfers van het CBS laten echter duidelijk zien dat wij in Nederland minder aardolie gebruiken dan voor de kredietcrisis. In 2014 importeerde Nederland 55 miljoen ton aardolie, net zoveel als in 1993.

Schermafbeelding 2015-04-05 om 08.37.51 de doorgetrokken zwarte lijn in de grafiek is het voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar

Het afkicken van onze olieverslaving is al begonnen, ook al merken we daar weinig van. We verbruiken net zoveel aardolie als 20 jaar geleden en toch rijden er meer auto’s rond in Nederland. In 2014 stegen er in Nederland meer volgetankte vliegtuigen op dan ooit tevoren, dus de luchtvaartsector verbruikt juist meer aardolie dan in 1993. Dat betekent dat er in andere sectoren minder aardolie wordt verbruikt.
Er wordt steeds minder olie gestookt voor verwarming en elektriciteitsopwekking (aggregaten). De auto’s zijn een stuk zuiniger dan 20 jaar geleden en gemiddeld rijden ze wat minder kilometers per jaar. Er wordt veel minder gebouwd dan 20 jaar geleden en dus ook minder aardolie en aardolieprodukten verbruikt door die sector.
Het aardolieverbruik kan weer stijgen als we weer in inefficiënte auto’s gaan rijden of als de bouwnijverheid weer terugkomt op et nivo van de jaren ’90.

Persoonlijk denk ik dat het Nederlandse aardolieverbruik, ondanks de lage olieprijs, geleidelijk zal blijven dalen. In de periode tussen 2007 en 2014 met een hoge olieprijs, zijn economische veranderingen en hervormingen in gang gezet, die het komende decennium nog zullen doorwerken. De krimp in de bouwsector, het dalen van de koopkracht, het zuiniger worden van auto’s en vliegtuigen. Deze ontwikkelingen zullen niet meer worden teruggedraaid.

Inkomsten uit Noordzee-olie nemen verder af

Een jaar geleden schreef ik een post over de dalende opbrengst van oliewinning in de Noordzee. Door de daling van de olieprijs is de waarde van de dagelijkse olieproduktie in de Noordzee gehalveerd.

In 2008 en 2009 produceerden de Noorse en Britse olievelden in de Noordzee gezamenlijk ongeveer 3,5 miljoen vaten ruwe olie per dag. In de periode van 2009 tot 2013 nam de produktie af tot ca. 2,5 miljoen vaten. In de laatste 2 jaar is de produktie niet verder meer gedaald.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 15.40.28

Door de scherpe daling van de olieprijs is de marktwaarde van die produktie wel flink gedaald.
In juli 2008 lag de prijs van een vat Noordzee-olie boven de 130 dollar. De marktwaarde van de dagelijks geproduceerde hoeveelheid kwam boven de 450 miljoen dollar.
Zes maanden later stond de olieprijs op $41 per vat en bedroeg de dagelijkse marktwaarde voor de Noordzeeproduktie nog maar 147 miljoen dollar.
De afgelopen schommelde de marktwaarde van de Noordzeeproduktie rond de 250 miljoen dollar per dag.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 15.40.06

In het laatste half jaar daalde de marktwaarde van de Noordzee-olie met 50% tot ongeveer 125 miljoen dollar per dag.
In de komende jaren zullen veel olieplatforms in de Noordzee gesloten worden omdat de kosten van het in bedrijf houden hoger zijn dan de opbrengst van de olie, die gewonnen wordt. Daarna zullen de platforms afgebroken moeten worden en die kosten moeten worden opgebracht door de oliemaatschappijen.
Oliemaatschappij Shell zag de bui in 2014 al hangen en heeft al wat [url=http://www.telegraph.co.uk/finance/newsbysector/energy/oilandgas/10635549/Shell-to-sell-three-North-Sea-oil-assets.html]produktieplatforms in de Noordzee verkocht[/url] aan kleine onafhankelijke oliemaatschappijen. En Shell kondigde aan om nog meer bezittingen in de verkoop te doen. Afgelopen week kwam het nieuws dat Shell 250 werknemers, die werken in het Britse deel van de Noordzee zal ontslaan.

De goede jaren zijn voorbij. De laatste miljarden vaten Noordzee-olie, die gewonnen zullen worden, leveren geen winst meer op maar verlies. Misschien kunnen we die olie beter in de zeebodem laten zitten.

Nederlandse aardgasproduktie en aardgasexport nemen af

De nieuwste cijfers uit de JODI-Gas-database laten zien dat de Nederlandse aardgasproduktie afneemt. Dit betekent een trendbreuk met de stijgende Nederlandse gasproduktie, waar ik eerder over blogde.
De jaarlijkse produktie vertoont tot 2013 een stijgende lijn. Maar als je kijkt naar de gasproduktie sinds januari 2011, dan zie je een dalende trend.

Schermafbeelding 2015-03-19 om 11.14.55

In januari 2015 produceerde Nederland 10,1 miljard m³: 600 miljoen meer dan in januari 2014, maar minder dan in de januarimaanden van 2011, 2012 en 2013.

Door de lagere produktie kan Nederland ook minder aardgas exporteren.
In januari 2015 exporteerde Nederland 6,7 miljard m³. In januari 2014 was dat nog ruim 7 miljard m³.
De hoeveelheid gas die Nederland de afgelopen jaren in januari exporteerde heb ik hieronder in een grafiek weergegeven. De grafiek laat een dalende trend zien.

De Nederlandse aardgasproduktie zal verder gaan dalen en daarmee zal ook de export van aardgas afnemen. De Nederlandse overheid zal steeds minder aardgasbaten binnenkrijgen. En daarom zal de overheid moeten gaan bezuinigen: bijvoorbeeld door subsidies af te schaffen en te bezuinigen op bouw en onderhoud van infrastructuur.
Het alternatief is het verhogen van belastingen of het begrotingstekort verder laten oplopen.

Lage olieprijs brengt olie-industrie in de problemen

De oliewinnings-industrie is de afgelopen 4 jaar gewend geraakt aan een olieprijs van $100 per vat of meer. Er zijn projecten opgestart, die bij die olieprijs winst opleveren. De exploitatie van olievelden kent een lange aanlooptijd, zeker bij offshore- en diepzee-oliewinning. Het duurt jaren om produktieplatforms te bouwen en pijpleidingen aan te leggen. De hoge aanloopkosten worden door oliemaatschappijen betaald met geleend geld. De olie-industrie ging ervan uit dat de aanloopkosten makkelijk terugverdiend konden worden bij een prijs van meer dan $100 dollar per vat.

Maar vanwege de prijs van $100 per vat werd de wereldeconomie zuiniger met olie en ging op zoek naar goedkopere alternatieven. Door de hoge olieprijs daalde het aardolieverbruik in de landen van de OECD, met name in de VS, in Japan en Europa.
De vraag naar aardolie daalde sterk in landen als Italië, Portugal en Griekenland. Juist in landen, die de hoge prijs konden betalen, daalde het olieverbruik.

De vraag naar olie in de opkomende economiëen (China, India, Brazilië) steeg minder dan verwacht. Ook in deze landen werd men vanwege de hoge olieprijs zuiniger met aardolie en ging men op zoek naar duurzame alternatieven, zoals windenergie, zonnepanelen en stuwdammen. De wereldwijde vraag naar aardolie steeg niet zo snel als de olie-industrie gehoopt had. De wereld wil ook niet de prijs betalen waarop de olie-industrie gerekend had.

Olieprijs is nu lager dan de industrie had begroot
Grote oliewinningsprojecten zoals de exploitatie van teerzand in Canada, de winning van diepzee-olie voor de kust van Brazilië en de winning van olie in de Noordelijke IJszee zijn alleen rendabel bij een hoge olieprijs. De hoge kosten kunnen alleen worden terugverdiend als er consumenten zijn, die meer dan $100 per vat willen betalen.
De afgelopen jaren zijn al vele projecten in de aanloopfase stopgezet vanwege technische problemen of vanwege de oplopende kosten.
Shell en Total aarzelen over investeringen in het Shtokman-project in de Russische poolzee en de Noorse staatsoliemaatschappij Statoil trok zich al terug uit dat project. Shell staakte de proefboringen in de wateren bij Alaska. Oliemaatschappij Statoil heeft het opstarten van het Johan Castberg-project al een paar keer uitgesteld omdat de produktiekosten per vat olie kunnen oplopen tot $85. Het begin van de oliewinning uit het Goliat-veld in de Barentszee is door Statoil uitgesteld naar half 2015.
Een paar maanden terug, toen de olieprijs nog boven de $80 lag, zetten Total en Statoil hun teerzandolie-project in Alberta (Canada) al in de koelkast. Bij $60 per vat is dat project helemaal niet meer rendabel.

Oliemaatschappijen in de rode cijfers
Veel kleine energiemaatschappijen, die in de VS schaliegas en Light Tight Oil uit de bodem fracken zitten diep in de schulden. De aandelen van deze energiemaatschappijen zijn de laatste maand in waarde gedaald. En daarom krijgen deze maatschappijen het moeilijker om investeerders aan te trekken en kapitaal te lenen van banken.
Oliemaatschappij Shell zal het nog moeilijker krijgen vanwege de tegenvallende inkomsten.
De Noorse oliemaatschappij Statoil verkocht vorige week haar schaliegasbelangen in de Amerikaanse Marcellus-shale. En Statoil heeft het opstarten van het gasproduktieplatform Valemon in de Noordzee uitgesteld.
Voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras dreigt zelfs een failissement. Amerikaanse schuldeisers dreigen het bedrijf voor de Amerikaanse rechter te slepen omdat het bedrijf te laat is met de (tegenvallende) kwartaalcijfers over het derde kwartaal van 2014.
De Mexicaanse oliemaatschappij Pemex heeft een slecht jaar achter de rug en moet op zoek naar buitenlandse investeerders. Voor de kust van Nigeria liggen tankers vol olie te wachten op kopers. Als de prijs laag genoeg wordt, zal er wel iemand happen. Schoorvoetend schroeven OPEC-landen de olieproduktie toc een beetje terug.

Hoe verder in 2015?
De lage olieprijs is een buitenkansje voor eindgebruikers van olieprodukten. Zij kunnen goedkope voorraden aanleggen, omdat de olieprijs waarschijnlijk wel weer zal gaan stijgen. Benzine en vliegtuigbrandstof worden goedkoper: een meevaller voor vliegtuigmaatschappijen en landen met een grote luchtmacht.
Maar de langjarige trend van dalend olieverbruik in de OECD zal niet zo snel omkeren. Automobilisten zullen hun zuinige auto niet gaan inruilen voor een benzineslurper. Gesloten autofabrieken zullen niet worden heropend. Windmolens en stuwdammen zullen niet worden afgebroken. Geïsoleerde gebouwen blijven geïsoleerd.
De lagere benzineprijs zorgt dat autobezitters wat meer koopkracht krijgen. Maar leidt ook tot dalende inkomsten voor oliemaatschappijen en aan de oliewinning gerelateerde bedrijven, zoals SBM Offshore en Fugro.
De lage olieprijs heeft voordelen, maar ook nadelen. Wat het netto-effect op de economie zal zijn is moeilijk in te schatten. Maar het is duidelijk dat de olieproduktie in de komende jaren zal gaan dalen. Veel moeilijk winbare aardolie (in de diepzee, in schaliegesteente en in de Poolzee) zal niet geëxploiteerd worden en misschien wel voor eeuwig in de aardkorst blijven.