Tagarchief: olieprijs

Peakoil: Nederlands aardolieverbruik in 2014 verder afgenomen

Aardolie is weer goedkoop geworden. De prijs voor een vat schommelt tussen de 50 en 60 dollar, net als in 2005 en 2006. Er wordt momenteel meer aardolie gewonnen dan de wereldeconomie nodig heeft. Olieproducenten geven grote kortingen aan hun afnemers. Je hoort bijna niemand meer waarschuwen voor peakoil en dat we moeten afkicken van onze aardolie-verslaving.
De cijfers van het CBS laten echter duidelijk zien dat wij in Nederland minder aardolie gebruiken dan voor de kredietcrisis. In 2014 importeerde Nederland 55 miljoen ton aardolie, net zoveel als in 1993.

Schermafbeelding 2015-04-05 om 08.37.51 de doorgetrokken zwarte lijn in de grafiek is het voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar

Het afkicken van onze olieverslaving is al begonnen, ook al merken we daar weinig van. We verbruiken net zoveel aardolie als 20 jaar geleden en toch rijden er meer auto’s rond in Nederland. In 2014 stegen er in Nederland meer volgetankte vliegtuigen op dan ooit tevoren, dus de luchtvaartsector verbruikt juist meer aardolie dan in 1993. Dat betekent dat er in andere sectoren minder aardolie wordt verbruikt.
Er wordt steeds minder olie gestookt voor verwarming en elektriciteitsopwekking (aggregaten). De auto’s zijn een stuk zuiniger dan 20 jaar geleden en gemiddeld rijden ze wat minder kilometers per jaar. Er wordt veel minder gebouwd dan 20 jaar geleden en dus ook minder aardolie en aardolieprodukten verbruikt door die sector.
Het aardolieverbruik kan weer stijgen als we weer in inefficiënte auto’s gaan rijden of als de bouwnijverheid weer terugkomt op et nivo van de jaren ’90.

Persoonlijk denk ik dat het Nederlandse aardolieverbruik, ondanks de lage olieprijs, geleidelijk zal blijven dalen. In de periode tussen 2007 en 2014 met een hoge olieprijs, zijn economische veranderingen en hervormingen in gang gezet, die het komende decennium nog zullen doorwerken. De krimp in de bouwsector, het dalen van de koopkracht, het zuiniger worden van auto’s en vliegtuigen. Deze ontwikkelingen zullen niet meer worden teruggedraaid.

Inkomsten uit Noordzee-olie nemen verder af

Een jaar geleden schreef ik een post over de dalende opbrengst van oliewinning in de Noordzee. Door de daling van de olieprijs is de waarde van de dagelijkse olieproduktie in de Noordzee gehalveerd.

In 2008 en 2009 produceerden de Noorse en Britse olievelden in de Noordzee gezamenlijk ongeveer 3,5 miljoen vaten ruwe olie per dag. In de periode van 2009 tot 2013 nam de produktie af tot ca. 2,5 miljoen vaten. In de laatste 2 jaar is de produktie niet verder meer gedaald.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 15.40.28

Door de scherpe daling van de olieprijs is de marktwaarde van die produktie wel flink gedaald.
In juli 2008 lag de prijs van een vat Noordzee-olie boven de 130 dollar. De marktwaarde van de dagelijks geproduceerde hoeveelheid kwam boven de 450 miljoen dollar.
Zes maanden later stond de olieprijs op $41 per vat en bedroeg de dagelijkse marktwaarde voor de Noordzeeproduktie nog maar 147 miljoen dollar.
De afgelopen schommelde de marktwaarde van de Noordzeeproduktie rond de 250 miljoen dollar per dag.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 15.40.06

In het laatste half jaar daalde de marktwaarde van de Noordzee-olie met 50% tot ongeveer 125 miljoen dollar per dag.
In de komende jaren zullen veel olieplatforms in de Noordzee gesloten worden omdat de kosten van het in bedrijf houden hoger zijn dan de opbrengst van de olie, die gewonnen wordt. Daarna zullen de platforms afgebroken moeten worden en die kosten moeten worden opgebracht door de oliemaatschappijen.
Oliemaatschappij Shell zag de bui in 2014 al hangen en heeft al wat [url=http://www.telegraph.co.uk/finance/newsbysector/energy/oilandgas/10635549/Shell-to-sell-three-North-Sea-oil-assets.html]produktieplatforms in de Noordzee verkocht[/url] aan kleine onafhankelijke oliemaatschappijen. En Shell kondigde aan om nog meer bezittingen in de verkoop te doen. Afgelopen week kwam het nieuws dat Shell 250 werknemers, die werken in het Britse deel van de Noordzee zal ontslaan.

De goede jaren zijn voorbij. De laatste miljarden vaten Noordzee-olie, die gewonnen zullen worden, leveren geen winst meer op maar verlies. Misschien kunnen we die olie beter in de zeebodem laten zitten.

Nederlandse aardgasproduktie en aardgasexport nemen af

De nieuwste cijfers uit de JODI-Gas-database laten zien dat de Nederlandse aardgasproduktie afneemt. Dit betekent een trendbreuk met de stijgende Nederlandse gasproduktie, waar ik eerder over blogde.
De jaarlijkse produktie vertoont tot 2013 een stijgende lijn. Maar als je kijkt naar de gasproduktie sinds januari 2011, dan zie je een dalende trend.

Schermafbeelding 2015-03-19 om 11.14.55

In januari 2015 produceerde Nederland 10,1 miljard m³: 600 miljoen meer dan in januari 2014, maar minder dan in de januarimaanden van 2011, 2012 en 2013.

Door de lagere produktie kan Nederland ook minder aardgas exporteren.
In januari 2015 exporteerde Nederland 6,7 miljard m³. In januari 2014 was dat nog ruim 7 miljard m³.
De hoeveelheid gas die Nederland de afgelopen jaren in januari exporteerde heb ik hieronder in een grafiek weergegeven. De grafiek laat een dalende trend zien.

De Nederlandse aardgasproduktie zal verder gaan dalen en daarmee zal ook de export van aardgas afnemen. De Nederlandse overheid zal steeds minder aardgasbaten binnenkrijgen. En daarom zal de overheid moeten gaan bezuinigen: bijvoorbeeld door subsidies af te schaffen en te bezuinigen op bouw en onderhoud van infrastructuur.
Het alternatief is het verhogen van belastingen of het begrotingstekort verder laten oplopen.

Lage olieprijs brengt olie-industrie in de problemen

De oliewinnings-industrie is de afgelopen 4 jaar gewend geraakt aan een olieprijs van $100 per vat of meer. Er zijn projecten opgestart, die bij die olieprijs winst opleveren. De exploitatie van olievelden kent een lange aanlooptijd, zeker bij offshore- en diepzee-oliewinning. Het duurt jaren om produktieplatforms te bouwen en pijpleidingen aan te leggen. De hoge aanloopkosten worden door oliemaatschappijen betaald met geleend geld. De olie-industrie ging ervan uit dat de aanloopkosten makkelijk terugverdiend konden worden bij een prijs van meer dan $100 dollar per vat.

Maar vanwege de prijs van $100 per vat werd de wereldeconomie zuiniger met olie en ging op zoek naar goedkopere alternatieven. Door de hoge olieprijs daalde het aardolieverbruik in de landen van de OECD, met name in de VS, in Japan en Europa.
De vraag naar aardolie daalde sterk in landen als Italië, Portugal en Griekenland. Juist in landen, die de hoge prijs konden betalen, daalde het olieverbruik.

De vraag naar olie in de opkomende economiëen (China, India, Brazilië) steeg minder dan verwacht. Ook in deze landen werd men vanwege de hoge olieprijs zuiniger met aardolie en ging men op zoek naar duurzame alternatieven, zoals windenergie, zonnepanelen en stuwdammen. De wereldwijde vraag naar aardolie steeg niet zo snel als de olie-industrie gehoopt had. De wereld wil ook niet de prijs betalen waarop de olie-industrie gerekend had.

Olieprijs is nu lager dan de industrie had begroot
Grote oliewinningsprojecten zoals de exploitatie van teerzand in Canada, de winning van diepzee-olie voor de kust van Brazilië en de winning van olie in de Noordelijke IJszee zijn alleen rendabel bij een hoge olieprijs. De hoge kosten kunnen alleen worden terugverdiend als er consumenten zijn, die meer dan $100 per vat willen betalen.
De afgelopen jaren zijn al vele projecten in de aanloopfase stopgezet vanwege technische problemen of vanwege de oplopende kosten.
Shell en Total aarzelen over investeringen in het Shtokman-project in de Russische poolzee en de Noorse staatsoliemaatschappij Statoil trok zich al terug uit dat project. Shell staakte de proefboringen in de wateren bij Alaska. Oliemaatschappij Statoil heeft het opstarten van het Johan Castberg-project al een paar keer uitgesteld omdat de produktiekosten per vat olie kunnen oplopen tot $85. Het begin van de oliewinning uit het Goliat-veld in de Barentszee is door Statoil uitgesteld naar half 2015.
Een paar maanden terug, toen de olieprijs nog boven de $80 lag, zetten Total en Statoil hun teerzandolie-project in Alberta (Canada) al in de koelkast. Bij $60 per vat is dat project helemaal niet meer rendabel.

Oliemaatschappijen in de rode cijfers
Veel kleine energiemaatschappijen, die in de VS schaliegas en Light Tight Oil uit de bodem fracken zitten diep in de schulden. De aandelen van deze energiemaatschappijen zijn de laatste maand in waarde gedaald. En daarom krijgen deze maatschappijen het moeilijker om investeerders aan te trekken en kapitaal te lenen van banken.
Oliemaatschappij Shell zal het nog moeilijker krijgen vanwege de tegenvallende inkomsten.
De Noorse oliemaatschappij Statoil verkocht vorige week haar schaliegasbelangen in de Amerikaanse Marcellus-shale. En Statoil heeft het opstarten van het gasproduktieplatform Valemon in de Noordzee uitgesteld.
Voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras dreigt zelfs een failissement. Amerikaanse schuldeisers dreigen het bedrijf voor de Amerikaanse rechter te slepen omdat het bedrijf te laat is met de (tegenvallende) kwartaalcijfers over het derde kwartaal van 2014.
De Mexicaanse oliemaatschappij Pemex heeft een slecht jaar achter de rug en moet op zoek naar buitenlandse investeerders. Voor de kust van Nigeria liggen tankers vol olie te wachten op kopers. Als de prijs laag genoeg wordt, zal er wel iemand happen. Schoorvoetend schroeven OPEC-landen de olieproduktie toc een beetje terug.

Hoe verder in 2015?
De lage olieprijs is een buitenkansje voor eindgebruikers van olieprodukten. Zij kunnen goedkope voorraden aanleggen, omdat de olieprijs waarschijnlijk wel weer zal gaan stijgen. Benzine en vliegtuigbrandstof worden goedkoper: een meevaller voor vliegtuigmaatschappijen en landen met een grote luchtmacht.
Maar de langjarige trend van dalend olieverbruik in de OECD zal niet zo snel omkeren. Automobilisten zullen hun zuinige auto niet gaan inruilen voor een benzineslurper. Gesloten autofabrieken zullen niet worden heropend. Windmolens en stuwdammen zullen niet worden afgebroken. Geïsoleerde gebouwen blijven geïsoleerd.
De lagere benzineprijs zorgt dat autobezitters wat meer koopkracht krijgen. Maar leidt ook tot dalende inkomsten voor oliemaatschappijen en aan de oliewinning gerelateerde bedrijven, zoals SBM Offshore en Fugro.
De lage olieprijs heeft voordelen, maar ook nadelen. Wat het netto-effect op de economie zal zijn is moeilijk in te schatten. Maar het is duidelijk dat de olieproduktie in de komende jaren zal gaan dalen. Veel moeilijk winbare aardolie (in de diepzee, in schaliegesteente en in de Poolzee) zal niet geëxploiteerd worden en misschien wel voor eeuwig in de aardkorst blijven.

Gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje

Op haar blog ‘Our Finite World’ zet Gail Tverberg de gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje. Hieronder een korte Nederlandse samenvatting van dat uitgebreide overzicht.

1. Als olie te goedkoop wordt, dan blijft het gewoon in de grond.
Als de klanten meer willen betalen voor olie, dan zullen de leveranciers ook de moeilijk winbare olie proberen te gaan exploiteren. Maar wanneer de klanten voor de olie zo weinig betalen, dat de producenten niet eens de gemaakte kosten terugverdienen, dan zal de producent, op straffe van failissement, minder kosten moeten maken en de olieproduktie omlaag brengen.

2. De lage olieprijs heeft nu al effect op winning van schalie-olie en winning op zee.
Volgens Reuters lag het aantal verleende boorvergunningen in de VS in november 40% lager dan in oktober. Oliemaatschappij Shell gaat produktieplatforms in de Noordzee sluiten en afbreken, omdat de kosten hoger zijn dan de baten.
Transocean, dat de grootste vloot aan diepzee-boorplatform bezit, moet flink in de kosten snijden.

3. Krimp van de Amerikaanse schalie-industrie leidt tot hogere werkeloosheid
Sinds eind 2007 zijn er in de staten waar schaliegas en schalie-olie gewonnen wordt 1,36 miljoen banen bijgekomen zijn. In de overige staten gingen 242 duizend banen verloren.

4. De lage olieprijs leidt tot failissementen en afschrijven van schulden. Dit kan grote gevolgen hebben voor de wereldwijde kredietverlening.
In de VS bestaat 16% van de hoogrendements-leningen uit kredieten aan de olie- en gaswinning. Als de bedrijven die leningen niet kunnen terugbetalen moeten de financiers die leningen afschrijven. Om hun kapitaalbuffers weer op peil te brengen zullen ze minder krediet gaan verlenen. Dit gebeurde in ook 2008 en 2009, toen bleek dat er grote hoeveelheden Amerikaanse hypotheken niet afgelost zouden worden. De financiële wereld is nog altijd aan het herstellen van die crisis.
Failissementen in de olie- en gaswinning kunnen leiden tot een nieuwe kredietcrisis.

5. Lage olieprijs brengt olieproducerende landen in financiële problemen.
De lage olieprijs aan het eind van de jaren ’80 heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De huidige lage olieprijs kan landen als Nigeria en Venezuela in financiële problemen brengen. En ook in Rusland zal de lage olieprijs gevolgen hebben voor het BNP en de economie.

6. Het positieve effect van een lage olieprijs op de economie is waarschijnlijk kleinre dan het negatieve effect van een hoge olieprijs.
Veel regeringen gebruiken de lage olieprijs (en de lage benzineprijs) om subsidies af te schaffen of belastingen te verhogen. Dat gebeurde in Maleisië en in China. Ook in Nederland zal de benzine-accijns volgend jaar verhoogd worden.

7. De lage olieprijs voorkomt dat de VS aardolie en aardgas gaan exporteren
De afgelopen jaren werd er veel gespeculeerd over eventuele energie-onafhankelijkheid van de VS en zelfs over de Amerikaanse export van aardolie of LNG. Het overschot op de wereldmarkt zal dat voorkomen. De VS zullen voorlopig een tekort op de handelsbalans houden.

8. De lage olieprijs remt de groei van duurzame energieopwekking.
Door een lage prijs van fossiele brandstoffen kunnen duurzame energiebronnen niet concurreren met fossiele brandstoffen.

9. De dalende olieprijs kan leiden tot deflatie en daardoor wordt het moeilijker om schulden terug te betalen.
Spreekt voor zich. Als prijzen en lonen dalen, dan wordt het moeilijker om leningen en rente terug te betalen. Inflatie, stijgende prijzen en lonen maken het makkelijker om leningen terug te betalen.

10. De dalende olieprijs duidt op het bereiken van de maximale, mondiale schuldenlast.
Er zit een natuurlijke grens aan de hoeveelheid schulden die een bedrijf of een land op zich kan nemen. De markt zal alleen geld lenen als er een gerede verwachting bestaat dat de lening terugbetaald zal worden. Deze grens bestaat ook op voor de totale mondiale schuldenlast, de som van alle individuele schulden.
De lage rente, die centrale banken van de OECD rekenen, duidt er ook al op dat de wereld niet nog meer schulden wil aan gaan. Regeringen en bedrijven zouden tegen deze lage rente enorm veel kapitaal kunnen lenen. Maar in de praktijk is er nauwelijks vraag naar krediet. Alleen de oliemaatschappijen steken zich steeds dieper in de schulden om de moeilijk winbare fossiele brandstoffen te kunnen exploiteren.

Bij punt 4: Lage olieprijzen leiden tot failissementen en afschrijven van schulden
De olie- en gasexploitanten in de VS hebben zich diep in de schulden gestoken om schaliegas en schalie-olie te kunnen winnen. Door de dalende olieprijs is het erg onzeker dat die energie-maatschappijen aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Maar net zoals in 2008 bij de hypotheek-crisis, kan de Amerikaanse overheid met hulp van de Federal Reserve besluiten om de schulden van de energiemaatschappijen te nationaliseren vanwege het enorme maatschappelijke belang. De energiesector is, net zoals de hypotheekmarkt, too big to fail.
Hans de Geus van RTLZ, speculeerde afgelopen week ook al over dat scenario.

Peakoil in Europa: 40% van de raffinaderijen kan dicht

Afgelopen week verscheen een rapport dat oliemarktexpert Hamza Khan schreef voor ING. Ik heb het rapport niet zelf gelezen maar volgens dit persbericht kan Europa in de toekomst toe met ongeveer 60 olieraffinaderijen. Er is een overcapaciteit en 40% van de raffinaderijen kan gesloten worden. De oliemaatschappijen wilden voor 2020 al 10 middelgrote raffinaderijen sluiten, maar dat is waarschijnlijk onvoldoende.
Khan constateerde verder dat de oudste raffinaderijen vaak het moeilijkst te sluiten zijn omdat ze al tientallen jaren de grootste werkgever zijn in de omgeving.

De olie-industrie verwacht dat er tot 2020 30 miljard dollar geïnvesteerd moet worden in de raffinaderijen. Maar waarschijnlijk moet daar nog 21 miljard dollar bij. Khan heeft becijferd dat de Europese raffinaderijen bij elkaar slechts 4 of 5 miljard dollar winst maken. Het zal meer dan 10 jaar duren voordat de investeringen terugverdiend zullen worden.

Peak-oil: Europa gebruikt steeds minder aardolieprodukten
Europa produceert zelf steeds minder aardolie. En Europa gebruikt ook steeds minder aardolieprodukten.
In de grafiek hieronder is het verbruik van aardolieprodukten in de 19 belangrijkste Europese landen weergegeven. De gegevens zijn afkomstig uit de JODI-database (secondary prodcts table).

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.08.06

Sinds eind 2006 daalde het Europese verbruik van aardolieprodukten van 14,5 miljoen vaten per dag naar 12,5 miljoen vaten: een afname van 13%.
In de produktcategorie Gas/dieseloil is de daling niet zo scherp. Van 5,5 miljoen vaten per dag eind 2010 naar 5,2 miljoen vaten (5% minder) 4 jaar later.

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.43.36

In een andere produktcategorie, ‘motor and aviation-gasoline’, is het verbruik sterker gedaald. Van 3,5 miljoen vaten per dag eind 2006 naar 2,5 miljoen vaten eind 2014. Die afname bedraagt bijna 30%.

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.50.47

Deskundigen, zoals Hamza Khan, verwachten dat de vraag naar aardolieprodukten niet meer zal toenemen maar nog verder zal afnemen. Vandaar dat ze concluderen dat er nog wel wat raffinaderijen zullen sluiten.
Ik denk zelf ook dat de vraag naar aardolie-produkten steeds verder zal afnemen. Peakoil betekent niet alleen dat de produktie van aardolie na een maximum zal gaan afnemen. Peakoil betekent automatisch dat ook het verbruik van aardolie en aardolieprodukten zal afnemen. In Europa is het al zo ver.

Lagere olieprijs leidt tot een lagere olieproduktie

De gevolgen van de daling van de olieprijs worden langzamerhand zichtbaar.
Olieproducenten zullen gaan bezuinigen op de kosten, die ze maken bij de produktie. Een aantal oliemaatschappijen heeft al aangekondigd om minder te gaan investeren. Afgelopen week maakte het Amerikaanse Continental Resources bekend dat het volgend jaar 12% minder zal uitgeven aan boringen en bodemonderzoek. Continental Resources verwacht dat de olieproduktie volgend jaar desondanks met 29% zal stijgen Conoco Philips voorziet ook nog een produktiestijging van 3 tot 5% ondanks de afname van investeringen.
Barclays denkt dat de lagere olieprijs op de lange termijn tot gevolg kan hebben dat er jaarlijks 40 miljard dollar minder zal worden geïnvesteerd in de Amerikaanse oliewinning.
Er zal in de komende jaren daardoor minder olie geproduceerd worden, dan door sommige optimisten wordt voorspeld.

De olie-inkomsten van Nigeria dalen door de lagere olieprijs en door de afnemende olieproduktie. De olieproduktie lag in het derde kwartaal van 2014 3% lager dan in het tweede kwartaal. De Nigeriaanse regering kondigde aan dat de subsidie op benzine volgend jaar gehalveerd moet worden. Eerder leidde verlaging van de benzine-subsidie tot grootschalige protesten.

Komende week zullen de olieproducerende landen verenigd in OPEC overleggen of ze de olieproduktie zullen verlagen om daarmee de olieprijs te verhogen.Het is nog even afwachten wat er besloten gaat worden en of dat besluit ook tot een produktiebeperking zal leiden.
Rusland heeft alvast een schot voor de boeg gegeven. De Russische energieminister kondigde deze week aan dat Rusland voor 2015 een produktiebeperking van 300.000 vaten per dag overweegt.

Het ziet er naar uit dat de olieproduktie de komende jaren lager zal uitvallen. Dat betekent automatisch dat de mondiale uitstoot van CO2 lager zal zijn, dan het IPCC in haar emissiescenario’s voorziet. De prognoses van het IPCC worden daardoor steeds minder realistisch.