Tagarchief: olieprijs

Nederlandse aardgasproduktie en aardgasexport nemen af

De nieuwste cijfers uit de JODI-Gas-database laten zien dat de Nederlandse aardgasproduktie afneemt. Dit betekent een trendbreuk met de stijgende Nederlandse gasproduktie, waar ik eerder over blogde.
De jaarlijkse produktie vertoont tot 2013 een stijgende lijn. Maar als je kijkt naar de gasproduktie sinds januari 2011, dan zie je een dalende trend.

Schermafbeelding 2015-03-19 om 11.14.55

In januari 2015 produceerde Nederland 10,1 miljard m³: 600 miljoen meer dan in januari 2014, maar minder dan in de januarimaanden van 2011, 2012 en 2013.

Door de lagere produktie kan Nederland ook minder aardgas exporteren.
In januari 2015 exporteerde Nederland 6,7 miljard m³. In januari 2014 was dat nog ruim 7 miljard m³.
De hoeveelheid gas die Nederland de afgelopen jaren in januari exporteerde heb ik hieronder in een grafiek weergegeven. De grafiek laat een dalende trend zien.

De Nederlandse aardgasproduktie zal verder gaan dalen en daarmee zal ook de export van aardgas afnemen. De Nederlandse overheid zal steeds minder aardgasbaten binnenkrijgen. En daarom zal de overheid moeten gaan bezuinigen: bijvoorbeeld door subsidies af te schaffen en te bezuinigen op bouw en onderhoud van infrastructuur.
Het alternatief is het verhogen van belastingen of het begrotingstekort verder laten oplopen.

Lage olieprijs brengt olie-industrie in de problemen

De oliewinnings-industrie is de afgelopen 4 jaar gewend geraakt aan een olieprijs van $100 per vat of meer. Er zijn projecten opgestart, die bij die olieprijs winst opleveren. De exploitatie van olievelden kent een lange aanlooptijd, zeker bij offshore- en diepzee-oliewinning. Het duurt jaren om produktieplatforms te bouwen en pijpleidingen aan te leggen. De hoge aanloopkosten worden door oliemaatschappijen betaald met geleend geld. De olie-industrie ging ervan uit dat de aanloopkosten makkelijk terugverdiend konden worden bij een prijs van meer dan $100 dollar per vat.

Maar vanwege de prijs van $100 per vat werd de wereldeconomie zuiniger met olie en ging op zoek naar goedkopere alternatieven. Door de hoge olieprijs daalde het aardolieverbruik in de landen van de OECD, met name in de VS, in Japan en Europa.
De vraag naar aardolie daalde sterk in landen als Italië, Portugal en Griekenland. Juist in landen, die de hoge prijs konden betalen, daalde het olieverbruik.

De vraag naar olie in de opkomende economiëen (China, India, Brazilië) steeg minder dan verwacht. Ook in deze landen werd men vanwege de hoge olieprijs zuiniger met aardolie en ging men op zoek naar duurzame alternatieven, zoals windenergie, zonnepanelen en stuwdammen. De wereldwijde vraag naar aardolie steeg niet zo snel als de olie-industrie gehoopt had. De wereld wil ook niet de prijs betalen waarop de olie-industrie gerekend had.

Olieprijs is nu lager dan de industrie had begroot
Grote oliewinningsprojecten zoals de exploitatie van teerzand in Canada, de winning van diepzee-olie voor de kust van Brazilië en de winning van olie in de Noordelijke IJszee zijn alleen rendabel bij een hoge olieprijs. De hoge kosten kunnen alleen worden terugverdiend als er consumenten zijn, die meer dan $100 per vat willen betalen.
De afgelopen jaren zijn al vele projecten in de aanloopfase stopgezet vanwege technische problemen of vanwege de oplopende kosten.
Shell en Total aarzelen over investeringen in het Shtokman-project in de Russische poolzee en de Noorse staatsoliemaatschappij Statoil trok zich al terug uit dat project. Shell staakte de proefboringen in de wateren bij Alaska. Oliemaatschappij Statoil heeft het opstarten van het Johan Castberg-project al een paar keer uitgesteld omdat de produktiekosten per vat olie kunnen oplopen tot $85. Het begin van de oliewinning uit het Goliat-veld in de Barentszee is door Statoil uitgesteld naar half 2015.
Een paar maanden terug, toen de olieprijs nog boven de $80 lag, zetten Total en Statoil hun teerzandolie-project in Alberta (Canada) al in de koelkast. Bij $60 per vat is dat project helemaal niet meer rendabel.

Oliemaatschappijen in de rode cijfers
Veel kleine energiemaatschappijen, die in de VS schaliegas en Light Tight Oil uit de bodem fracken zitten diep in de schulden. De aandelen van deze energiemaatschappijen zijn de laatste maand in waarde gedaald. En daarom krijgen deze maatschappijen het moeilijker om investeerders aan te trekken en kapitaal te lenen van banken.
Oliemaatschappij Shell zal het nog moeilijker krijgen vanwege de tegenvallende inkomsten.
De Noorse oliemaatschappij Statoil verkocht vorige week haar schaliegasbelangen in de Amerikaanse Marcellus-shale. En Statoil heeft het opstarten van het gasproduktieplatform Valemon in de Noordzee uitgesteld.
Voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras dreigt zelfs een failissement. Amerikaanse schuldeisers dreigen het bedrijf voor de Amerikaanse rechter te slepen omdat het bedrijf te laat is met de (tegenvallende) kwartaalcijfers over het derde kwartaal van 2014.
De Mexicaanse oliemaatschappij Pemex heeft een slecht jaar achter de rug en moet op zoek naar buitenlandse investeerders. Voor de kust van Nigeria liggen tankers vol olie te wachten op kopers. Als de prijs laag genoeg wordt, zal er wel iemand happen. Schoorvoetend schroeven OPEC-landen de olieproduktie toc een beetje terug.

Hoe verder in 2015?
De lage olieprijs is een buitenkansje voor eindgebruikers van olieprodukten. Zij kunnen goedkope voorraden aanleggen, omdat de olieprijs waarschijnlijk wel weer zal gaan stijgen. Benzine en vliegtuigbrandstof worden goedkoper: een meevaller voor vliegtuigmaatschappijen en landen met een grote luchtmacht.
Maar de langjarige trend van dalend olieverbruik in de OECD zal niet zo snel omkeren. Automobilisten zullen hun zuinige auto niet gaan inruilen voor een benzineslurper. Gesloten autofabrieken zullen niet worden heropend. Windmolens en stuwdammen zullen niet worden afgebroken. Geïsoleerde gebouwen blijven geïsoleerd.
De lagere benzineprijs zorgt dat autobezitters wat meer koopkracht krijgen. Maar leidt ook tot dalende inkomsten voor oliemaatschappijen en aan de oliewinning gerelateerde bedrijven, zoals SBM Offshore en Fugro.
De lage olieprijs heeft voordelen, maar ook nadelen. Wat het netto-effect op de economie zal zijn is moeilijk in te schatten. Maar het is duidelijk dat de olieproduktie in de komende jaren zal gaan dalen. Veel moeilijk winbare aardolie (in de diepzee, in schaliegesteente en in de Poolzee) zal niet geëxploiteerd worden en misschien wel voor eeuwig in de aardkorst blijven.

Gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje

Op haar blog ‘Our Finite World’ zet Gail Tverberg de gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje. Hieronder een korte Nederlandse samenvatting van dat uitgebreide overzicht.

1. Als olie te goedkoop wordt, dan blijft het gewoon in de grond.
Als de klanten meer willen betalen voor olie, dan zullen de leveranciers ook de moeilijk winbare olie proberen te gaan exploiteren. Maar wanneer de klanten voor de olie zo weinig betalen, dat de producenten niet eens de gemaakte kosten terugverdienen, dan zal de producent, op straffe van failissement, minder kosten moeten maken en de olieproduktie omlaag brengen.

2. De lage olieprijs heeft nu al effect op winning van schalie-olie en winning op zee.
Volgens Reuters lag het aantal verleende boorvergunningen in de VS in november 40% lager dan in oktober. Oliemaatschappij Shell gaat produktieplatforms in de Noordzee sluiten en afbreken, omdat de kosten hoger zijn dan de baten.
Transocean, dat de grootste vloot aan diepzee-boorplatform bezit, moet flink in de kosten snijden.

3. Krimp van de Amerikaanse schalie-industrie leidt tot hogere werkeloosheid
Sinds eind 2007 zijn er in de staten waar schaliegas en schalie-olie gewonnen wordt 1,36 miljoen banen bijgekomen zijn. In de overige staten gingen 242 duizend banen verloren.

4. De lage olieprijs leidt tot failissementen en afschrijven van schulden. Dit kan grote gevolgen hebben voor de wereldwijde kredietverlening.
In de VS bestaat 16% van de hoogrendements-leningen uit kredieten aan de olie- en gaswinning. Als de bedrijven die leningen niet kunnen terugbetalen moeten de financiers die leningen afschrijven. Om hun kapitaalbuffers weer op peil te brengen zullen ze minder krediet gaan verlenen. Dit gebeurde in ook 2008 en 2009, toen bleek dat er grote hoeveelheden Amerikaanse hypotheken niet afgelost zouden worden. De financiële wereld is nog altijd aan het herstellen van die crisis.
Failissementen in de olie- en gaswinning kunnen leiden tot een nieuwe kredietcrisis.

5. Lage olieprijs brengt olieproducerende landen in financiële problemen.
De lage olieprijs aan het eind van de jaren ’80 heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De huidige lage olieprijs kan landen als Nigeria en Venezuela in financiële problemen brengen. En ook in Rusland zal de lage olieprijs gevolgen hebben voor het BNP en de economie.

6. Het positieve effect van een lage olieprijs op de economie is waarschijnlijk kleinre dan het negatieve effect van een hoge olieprijs.
Veel regeringen gebruiken de lage olieprijs (en de lage benzineprijs) om subsidies af te schaffen of belastingen te verhogen. Dat gebeurde in Maleisië en in China. Ook in Nederland zal de benzine-accijns volgend jaar verhoogd worden.

7. De lage olieprijs voorkomt dat de VS aardolie en aardgas gaan exporteren
De afgelopen jaren werd er veel gespeculeerd over eventuele energie-onafhankelijkheid van de VS en zelfs over de Amerikaanse export van aardolie of LNG. Het overschot op de wereldmarkt zal dat voorkomen. De VS zullen voorlopig een tekort op de handelsbalans houden.

8. De lage olieprijs remt de groei van duurzame energieopwekking.
Door een lage prijs van fossiele brandstoffen kunnen duurzame energiebronnen niet concurreren met fossiele brandstoffen.

9. De dalende olieprijs kan leiden tot deflatie en daardoor wordt het moeilijker om schulden terug te betalen.
Spreekt voor zich. Als prijzen en lonen dalen, dan wordt het moeilijker om leningen en rente terug te betalen. Inflatie, stijgende prijzen en lonen maken het makkelijker om leningen terug te betalen.

10. De dalende olieprijs duidt op het bereiken van de maximale, mondiale schuldenlast.
Er zit een natuurlijke grens aan de hoeveelheid schulden die een bedrijf of een land op zich kan nemen. De markt zal alleen geld lenen als er een gerede verwachting bestaat dat de lening terugbetaald zal worden. Deze grens bestaat ook op voor de totale mondiale schuldenlast, de som van alle individuele schulden.
De lage rente, die centrale banken van de OECD rekenen, duidt er ook al op dat de wereld niet nog meer schulden wil aan gaan. Regeringen en bedrijven zouden tegen deze lage rente enorm veel kapitaal kunnen lenen. Maar in de praktijk is er nauwelijks vraag naar krediet. Alleen de oliemaatschappijen steken zich steeds dieper in de schulden om de moeilijk winbare fossiele brandstoffen te kunnen exploiteren.

Bij punt 4: Lage olieprijzen leiden tot failissementen en afschrijven van schulden
De olie- en gasexploitanten in de VS hebben zich diep in de schulden gestoken om schaliegas en schalie-olie te kunnen winnen. Door de dalende olieprijs is het erg onzeker dat die energie-maatschappijen aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Maar net zoals in 2008 bij de hypotheek-crisis, kan de Amerikaanse overheid met hulp van de Federal Reserve besluiten om de schulden van de energiemaatschappijen te nationaliseren vanwege het enorme maatschappelijke belang. De energiesector is, net zoals de hypotheekmarkt, too big to fail.
Hans de Geus van RTLZ, speculeerde afgelopen week ook al over dat scenario.

Peakoil in Europa: 40% van de raffinaderijen kan dicht

Afgelopen week verscheen een rapport dat oliemarktexpert Hamza Khan schreef voor ING. Ik heb het rapport niet zelf gelezen maar volgens dit persbericht kan Europa in de toekomst toe met ongeveer 60 olieraffinaderijen. Er is een overcapaciteit en 40% van de raffinaderijen kan gesloten worden. De oliemaatschappijen wilden voor 2020 al 10 middelgrote raffinaderijen sluiten, maar dat is waarschijnlijk onvoldoende.
Khan constateerde verder dat de oudste raffinaderijen vaak het moeilijkst te sluiten zijn omdat ze al tientallen jaren de grootste werkgever zijn in de omgeving.

De olie-industrie verwacht dat er tot 2020 30 miljard dollar geïnvesteerd moet worden in de raffinaderijen. Maar waarschijnlijk moet daar nog 21 miljard dollar bij. Khan heeft becijferd dat de Europese raffinaderijen bij elkaar slechts 4 of 5 miljard dollar winst maken. Het zal meer dan 10 jaar duren voordat de investeringen terugverdiend zullen worden.

Peak-oil: Europa gebruikt steeds minder aardolieprodukten
Europa produceert zelf steeds minder aardolie. En Europa gebruikt ook steeds minder aardolieprodukten.
In de grafiek hieronder is het verbruik van aardolieprodukten in de 19 belangrijkste Europese landen weergegeven. De gegevens zijn afkomstig uit de JODI-database (secondary prodcts table).

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.08.06

Sinds eind 2006 daalde het Europese verbruik van aardolieprodukten van 14,5 miljoen vaten per dag naar 12,5 miljoen vaten: een afname van 13%.
In de produktcategorie Gas/dieseloil is de daling niet zo scherp. Van 5,5 miljoen vaten per dag eind 2010 naar 5,2 miljoen vaten (5% minder) 4 jaar later.

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.43.36

In een andere produktcategorie, ‘motor and aviation-gasoline’, is het verbruik sterker gedaald. Van 3,5 miljoen vaten per dag eind 2006 naar 2,5 miljoen vaten eind 2014. Die afname bedraagt bijna 30%.

Schermafbeelding 2014-11-26 om 11.50.47

Deskundigen, zoals Hamza Khan, verwachten dat de vraag naar aardolieprodukten niet meer zal toenemen maar nog verder zal afnemen. Vandaar dat ze concluderen dat er nog wel wat raffinaderijen zullen sluiten.
Ik denk zelf ook dat de vraag naar aardolie-produkten steeds verder zal afnemen. Peakoil betekent niet alleen dat de produktie van aardolie na een maximum zal gaan afnemen. Peakoil betekent automatisch dat ook het verbruik van aardolie en aardolieprodukten zal afnemen. In Europa is het al zo ver.

Lagere olieprijs leidt tot een lagere olieproduktie

De gevolgen van de daling van de olieprijs worden langzamerhand zichtbaar.
Olieproducenten zullen gaan bezuinigen op de kosten, die ze maken bij de produktie. Een aantal oliemaatschappijen heeft al aangekondigd om minder te gaan investeren. Afgelopen week maakte het Amerikaanse Continental Resources bekend dat het volgend jaar 12% minder zal uitgeven aan boringen en bodemonderzoek. Continental Resources verwacht dat de olieproduktie volgend jaar desondanks met 29% zal stijgen Conoco Philips voorziet ook nog een produktiestijging van 3 tot 5% ondanks de afname van investeringen.
Barclays denkt dat de lagere olieprijs op de lange termijn tot gevolg kan hebben dat er jaarlijks 40 miljard dollar minder zal worden geïnvesteerd in de Amerikaanse oliewinning.
Er zal in de komende jaren daardoor minder olie geproduceerd worden, dan door sommige optimisten wordt voorspeld.

De olie-inkomsten van Nigeria dalen door de lagere olieprijs en door de afnemende olieproduktie. De olieproduktie lag in het derde kwartaal van 2014 3% lager dan in het tweede kwartaal. De Nigeriaanse regering kondigde aan dat de subsidie op benzine volgend jaar gehalveerd moet worden. Eerder leidde verlaging van de benzine-subsidie tot grootschalige protesten.

Komende week zullen de olieproducerende landen verenigd in OPEC overleggen of ze de olieproduktie zullen verlagen om daarmee de olieprijs te verhogen.Het is nog even afwachten wat er besloten gaat worden en of dat besluit ook tot een produktiebeperking zal leiden.
Rusland heeft alvast een schot voor de boeg gegeven. De Russische energieminister kondigde deze week aan dat Rusland voor 2015 een produktiebeperking van 300.000 vaten per dag overweegt.

Het ziet er naar uit dat de olieproduktie de komende jaren lager zal uitvallen. Dat betekent automatisch dat de mondiale uitstoot van CO2 lager zal zijn, dan het IPCC in haar emissiescenario’s voorziet. De prognoses van het IPCC worden daardoor steeds minder realistisch.

Europese olie-import neemt verder af

De olieprijs is flink gedaald. Een vat Brent-olie kostte in juni nog $111. Half november hoef je nog maar $80 dollar te betalen: 28% minder.
De olieprijs daalt zo snel omdat er minder vraag is naar olie. De VS importeert steeds minder olie en uit de nieuwste cijfers blijkt dat ook Europese landen steeds minder olie importeren.

Nederlandse olie-import daalt gestaag
Volgens de JODI-database importeert Nederland steeds minder aardolie. In de grafiek hieronder is de aardolie-import sinds mei 2011 weergegeven.

Schermafbeelding 2014-11-19 om 09.36.54

In september 2013 importeerde Nederland 934 duizend vaten per dag bij een olieprijs van $111 per vat (Brent). Dat kostte Nederland dagelijks 103 miljoen dollar.
In september 2014 bedroeg de olieprijs gemiddeld $97 en was de dagelijkse Nederlandse olie-import van 1,06 miljoen vaten. Die import kostte Nederland nog maar 102 miljoen dollar.

Britse olie-import neemt af
Ook de olie-import van het Verenigd Koninkrijk daalt. De grafiek hieronder laat de olie-import sinds mei 2011 zien: er is een dalende trend.

Schermafbeelding 2014-11-19 om 09.40.25

In september betaalde het Verenigd Koninkrijk voor een olie-import van 929 duizend vaten dagelijks een bedrag van 103 miljoen dollar. Maar in september 2014 zijn de Britten veel goedkoper uit. De dagelijkse olie-import van 876 duizend vaten kostte nog maar 85 miljoen dollar per dag.

Italiaanse olie-import daalt snel
In Italië neemt de import van aardolie sterk af. In september 2011 importeerde het land nog 1,53 miljoen vaten per dag. In september 2014 is dat nog maar 1,03 miljoen vaten per dag: een afname van 32% in 3 jaar tijd.

Schermafbeelding 2014-11-19 om 09.59.11

Europese economie verbruikt steeds minder olie
Ik heb de aardolie-import van 9 Westeuropese landen (Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk) opgeteld en in de grafiek hieronder uitgezet.

Schermafbeelding 2014-11-19 om 10.21.26

De afnemende vraag naar olie in Europa is duidelijk. Er wordt minder gebouwd, de industriële produktie in Europa neemt af. Er wordt meer elektriciteit opgewekt met windmolens en zonnepanelen. De Europeanen rijden minder kilometers en in steeds zuiniger auto’s.
De vraag naar olie daalt in Europa al sinds 2008. In de onderstaande grafiek is de gemiddelde aardolie-import van de groep van 9 Westeuropese landen per jaar uitgezet.

Schermafbeelding 2014-11-19 om 10.42.22

Deze afname zal verder doorzetten en is mijns inziens onomkeerbaar.

Koolstof-bubbel-update: steenkoolmijnen dicht en schalie-olie nieuws

Er wordt ontzettend veel geleend geld geïnvesteerd in de winning van fossiele brandstoffen. Aangelokt door de hoge prijzen van aardgas, steenkool en olie en beloftes over onuitputtelijke voorraden hebben investeerders hun kapitaal geïnvesteerd in teerzand- en schalie-olieprojecten en in boorplatforms om in de poolstreken en in de diepzee te boren. Er is sprake van overinvestering: een koolstof-zeepbel.

Of de investeringen ooit terugverdiend zullen worden is maar de vraag. Oliemaatschappijen hebben de afgelopen jaren al enorme bedragen moeten afschrijven. De produktiekosten stijgen en de prijs van fossiele brandstoffen is aan het dalen, zodat er per vat olie of per ton steenkool steeds minder winst gemaakt kan worden.

Australische steenkoolmijnen 3 weken dicht
Vanwege het grote steenkoolaanbod op de wereldmarkt, ofwel vanwege de tegenvallende vraag, is de prijs voor steenkool de afgelopen jaren flink gedaald. Om de produktie te beperken zal het Australische mijnbouwbedrijf Glencore 13 steenkoolmijncomplexen 3 weken lang stilleggen. Het gaat om 20 mijnen en 5000 man personeel. Het is de bedoeling om 5 miljoen ton steenkool minder te produceren / in de grond te laten zitten.
Ik denk dat we in de toekomst meer steenkoolmijnen vanwege de lage steenkoolprijs (of de hoge produktiekosten) zullen zien sluiten: tijdelijk of permanent.

Schalie-olie levert geen winst meer op
De olieprijs is ook weer iets gedaald: een vat Brent-olie kost nu minder dan $80.
Dat betekent dat er ook met aardolie minder geld valt te verdienen. Moeilijk winbare olie, uit teerzand, uit de poolzee of uit schaliegesteente is bij deze lage olieprijs zelf verliesgevend.
In het filmpje hieronder legt Chris Martenson (van Peak-Prosperity) uit waarom schalie-olie alleen bij een hoge olieprijs winstgevend is.
In het filmpje vertelt Chris Martenson ook uit dat de schalie-olie-reserves altijd naar beneden worden bijgesteld: de initiële schatting van de hoeveelheid winbare is altijd veel te hoog. De hoeveelheid olie, die uiteindelijk gewonnen zal worden valt zwaar tegen.

Met dank aan Paradoxnl