Tagarchief: duurzaamheid

Oneconomische groei II: meer staatsschuld levert steeds minder op

Waarom leent de overheid eigenlijk kapitaal van banken?
Dat doet de overheid om te investeren in een beter en competitiever Nederland. Beter onderwijs leidt tot hoger geschoolde arbeiders. Betere gezondheidszorg brengt het ziekteverzuim omlaag. Betere infrastructuur maakt transport makkelijker en efficiënter. Maar zoals bij alle investeringen is er bij overheidsinvesteringen ook sprake van diminishing returns.
Een snelweg aanleggen zorgt voor heel veel tijdwinst. Die snelweg verbreden levert ook nog wel tijdwinst op, maar alleen tijdens de spits. En de snelweg nog een keer verbreden levert nog nauwelijks tijdwinst op.
Algemene gezondheidszorg leidt tot een lager ziekteverzuim en een hogere produktiviteit. Maar buitengewone gezondheidszorg voor bejaarden en gehandicapten levert voor de BV Nederland weinig op behalve dan een mooi humaan imago.

law-of-diminishing-returns

Het kapitaal dat de overheid leent van banken werkt verslavend. De overheid zal ook blijven lenen als dat eigenlijk niet meer nodig is. De financiële industrie is op haar beurt afhankelijk geworden van de makkelijk lenende overheid. De beide partijen kunnen niet meer zonder elkaar.
De nieuwste cijfers van Eurostat laten zien dat de Nederlandse overheid zich afgelopen jaar nog dieper in de schulden heeft gestoken. De totale Nederlandse staatsschuld steeg het afgelopen jaar met bijna 10 miljard euro naar 451 miljard.
Gelukkig is het Nederlandse BNP ook verder gestegen: met ruim 12 miljard euro naar 655 miljard.

Afnemend rendement op de oplopende staatsschuld
Als je de toename van het BNP deelt door de toename van de schuld dan kom je op een ratio van 1,26. Voor elke euro extra staatsschuld steeg het BNP met 1 euro en 26 cent. Dat klinkt goed, zeker omdat de Nederlandse overheid kan lenen tegen zeer lage rente (rente op 10-jaars-staatsleningen staat al onder de 0,3%). Als je het BNP van 2014 deelt door de huidige Nederlandse staatsschuld dan kom je op een cumulatief langlopend rendement van 1,46. In het verleden was dat cumulatief rendementen hoger.
In 2008 bedroeg de verhouding tussen BNP en de totale staatsschuld nog 1,83. En in 2011 leverde elke euro staatsschuld 1 euro 63 aan BNP op. In onderstaande grafiek is dat afnemende rendement goed zichtbaar.

Schermafbeelding 2015-04-21 om 16.21.11

De rente op Nederlandse staatsleningen daalt gestaag verder. En het rendement van die staatsleningen voor het Nederlands BNP daalt ook verder.
Dankzij de bankiers en centrale bankiers is er geld genoeg om te lenen. Er was nog nooit zoveel geld als nu. Maar helaas is er een gebrek aan rendement. Geld maken is hardstikke makkelijk. Geld op een nuttige manier besteden wordt steeds moeilijker.

Heeft de mondiale steenkoolwinning al gepiekt?

Coal+mine

Bij de winning van delfstoffen treedt vrijwel altijd hetzelfde patroon op. De winning neemt gestaag toe, totdat door geologische, logistieke of economische factoren een maximale produktie wordt bereikt. Daarna neemt de produktie van de grondstof geleidelijk weer af. De makkelijk winbare reserves zijn het eerst geëxploiteerd en het kost steeds meer energie om de produktie op peil te houden. Uiteindelijk daalt de produktie naar nul. Ook de winning van steenkool vertoont dit klassieke piek-patroon.
Als voorbeeld de steenkoolwinning in Polen. De maximale Poolse steenkoolproduktie werd bereikt in 1988, ruim 266 miljoen ton. In 2013 was de steenkoolproduktie alweer afgenomen tot 143 miljoen ton.

Schermafbeelding 2015-04-16 om 19.50.24

Zo zal ook de gezamenlijke steenkoolproduktie van de gehele wereld uiteindelijk een maximum bereiken en daarna weer gaan afnemen. Patzek en Croft dachten in 2011 al dat de mondiale piekproduktie zeer nabij was. Het is interessant om te kijken of zij er ver naast zaten.
De mondiale steenkoolproduktie is het afgelopen decennium flink gestegen, vooral doordat de produktie in China sterk werd opgevoerd. China werd ‘s werelds grootste steenkoolproducent en is verantwoordelijk voor de helft van de wereldproduktie. Het afgelopen jaar daalde de produktie in China met ongeveer 2,5%.
De VS zijn de op één na grootste steenkoolproducent. In de VS steeg de steenkoolproduktie met 1,2%. De afname van de Chinese steenkoolproduktie is ongeveer 8x zo groot als toename in de Amerikaanse produktie. De gezamenlijke produktie van China en de VS bedraagt 58% van de mondiale produktie en was in 2014 lager dan in 2013.
De steenkoolproduktie in de landen, die de resterende 42% produceren, is nog niet in detail bekend. Het is mogelijk dat de mondiale steenkoolproduktie in 2014 iets hoger was dan de 7896 miljoen ton, die in 2013 uit de aardkorst werd opgegraven.

In de eerste maanden van 2015 is de steenkoolprijs verder gedaald. Die prijsdaling wijst op een overproduktie. De lage steenkoolprijs zal er waarschijnlijk toe leiden dat de winning voor sommige mijnbouwgebieden onrendabel wordt. Sommige mijnen zullen in 2015 gesloten worden. Andere mijnen zullen minder steenkool winnen dan in het afgelopen jaar.
De Chinese steenkoolproduktie is in het eerste kwartaal van 2015 verder gedaald en lag 3,5% lager dan in 2014. Het Energy Information Agency (EIA) verwacht dat de Amerikaanse steenkoolproduktie in 2015 flink lager (>5%) zal zijn dan in 2014. In de op vier na grootste steenkoolproducent, Indonesië, wordt gemeld dat de steenkoolproduktie in het eerste kwartaal van 2015 21% lager was in vergelijking met 2014.
Als drie van ‘s werelds vijf grootste steenkoolproducenten een lagere produktie melden, dan wordt het waarschijnlijk dat de mondiale steenkoolproduktie over heel 2015 lager zal zijn dan in 2014. Op basis van recente cijfers zou de mondiale steenkoolproduktie in 2014 gepiekt kunnen hebben.

Maar. Als de vraag naar steenkool flink gaat toenemen, kan de prijs snel stijgen en kan de steenkoolwinning weer lucratief worden. Het is mogelijk dat de steenkoolproduktie in 2016 of later nog boven de recordproduktie van 2014 zal uitkomen. Naarmate er meer makkelijk winbare wordt opgestookt, wordt het echter steeds waarschijnlijker dat peak-steenkool in 2014 werd bereikt.

Afnemende rendementen: diminishing returns

Mensen, die een marathon willen lopen, gaan ervoor trainen. Als je maar 40 km. per week traint, dan zul je langer dan 3 uur over de marathon doen.
Sommigen hardlopers, die ik ken, trainen wel 100 km. per week in de voorbereiding voor een marathon. Zij lopen de marathon tussen de 2 uur 30 en 3 uur. Die investering van trainingsarbeid levert een tijdwinst op van 30 min of meer.
Topatleten trainen nog meer: ongeveer 200 km. per week. De toppers lopen de marathon in 2 uur en 10 minuten. Een verdubbeling van de trainingsarbeid levert nog 20 min. tijdwinst op.
Als je 400 km. per week zou trainen: zou je dan de marathon nog 20 min. sneller kunnen lopen? In 1 uur 50 minuten? Waarschijnlijk niet. Er is een punt waarbij nog meer trainingsarbeid nauwelijks tijdwinst oplevert. Op dat punt wordt het rendement van nog meer trainingsarbeid heel laag.

Dit verschijnsel van afnemende rendementen (diminishing returns) komt heel veel voor. In de economie levert investering in een snelweg tijdwinst op. Als er files ontstaan, doordat de weg vaker gebruikt wordt, kun je de weg verbreden. De verbreding levert op sommige momenten van de dag ook weer wat tijdwinst op, maar minder dan de aanleg van de snelweg.
Als je de snelweg nog twee keer zo breed maakt, dan levert dat eigenlijk geen tijdwinst meer op. Het rendement van de laatste investering is nul.

In onderstaande video legt Richard Heinberg het principe van Diminishing Returns uit. Heinberg legt ook uit dat de afnemende rendementen in de energie-winning.

Als wij een 50- of 100-voudig rendement terugkrijgen voor elk vat aardolie dat wij investeren in oliewinning. Dan kunnen we met supersonische vliegtuigen de wereld rond vliegen, ziekenhuizen bouwen en alle kinderen ter wereld goed onderwijs geven.
Maar als het rendement in de energiewinning afneemt van 100-voudig naar 10-voudig. Dan zullen we gaan vliegen met lagere snelheden, een aantal ziekenhuizen moeten sluiten en krijgen alleen de kinderen in rijke westerse landen goed onderwijs.
De afname van het rendement in de energiewinning is onomkeerbaar: de makkelijk winbare energie is op. Het zal steeds moeilijker worden om voldoende energie te winnen om onze complexe samenleving in stand te houden.

Amerikaanse steenkoolproduktie daalt verder

In 2008 produceerde de VS 1172 miljoen “short ton” aan steenkool. Dat was de grootste hoeveelheid die ooit gewonnen werd. In de afgelopen 6 jaar is de steenkoolproduktie langzaam gedaald tot 997 miljoen short ton in 2014. In de grafiek hieronder, gemaakt met cijfers van het Energy Information Agency (EIA), is de produktiepiek aan het begin van de 21e eeuw goed zichtbaar.

Schermafbeelding 2015-04-09 om 07.54.47

In 2014 was de steenkoolproduktie bijna 15% lager dan in 2007.
Over de eerste twee maanden van 2014 werd 158,3 miljoen short ton aan steenkool geproduceerd. Over dezelfde periode van 2015 was dat 156,7 miljoen short ton, ruim 1% minder. Deskundigen becijferen dat de Amerikaanse steenkoolproduktie in 2015 kan uitkomen op 926 miljoen short ton: de laagste produktie sinds 1987.

Het verbruik van steenkool in de VS is ook aan het afnemen.
In 2007 verbruikte de VS 1128 miljoen short ton steenkool. In 2014 was het steenkoolverbruik afgenomen tot 917 miljoen short ton: een daling met 18%.

Schermafbeelding 2015-04-09 om 08.13.19

Volgens een onderzoek van Reuters lag het steenkoolverbruik in China in januari en februari ongeveer 1% lager dan gedurende dezelfde periode in 2014.
China en de VS zijn de twee grootste verbruikers van steenkool: tezamen verbruiken de VS en China meer dan 60% van alle steenkool die jaarlijks wereldwijd wordt geproduceerd.
De VS en China veroorzaken tezamen 44% van de mondiale CO2-uitstoot. Als beide landen hun CO2-uitstoot omlaag weten te brengen, dan is het mogelijk dat ook de totale mondiale CO2-uitstoot in 2015 lager zal uitvallen dan in 2013 en 2014.

Het tijdperk van oneconomische groei

Schermafbeelding 2015-04-02 om 21.16.09

Als in Nederland de economie groeit, betekent dat, dat het Bruto Nationaal Produkt (BNP) groter geworden is. Nu kan de definitie van het Bruto Nationaal Produkt veranderen. Afgelopen jaar hebben de Europese landen een nieuwe rekenmethode ingevoerd om hun BNP (in het Engels GDP genoemd) te berekenen. Het schijnt dat het aanschaffen van wapensystemen voortaan meetelt als investering. En geld dat verdiend wordt in prostitutie en drugshandel schijnt tegenwoordig ook mee te tellen als inkomsten voor een land.

Andere dingen, die in een land gedaan worden tellen niet mee in het Bruto Nationaal Produkt. Vrijwilligerswerk, dat mensen in hun vrije tijd doen, zoals bijvoorbeeld NLdoet, telt niet mee, omdat het geen meetbare opbrengst oplevert. Als de hoeveelheid vrijwilligerswerk met 25% toeneemt, dan wordt dat niet zichtbaar als economische groei.
Als mensen ‘s winters een warme trui aantrekken en de verwarming lager zetten, dan besparen ze aardgas. In Nederland verlaagt dat het BNP, omdat in Nederland juist verdiend wordt aan het verbranden van aardgas.

Het aanleggen van een snelweg of een vliegveld zorgt voor een hoger BNP, maar betekent voor sommige huizenbezitters dat de waarde van hun huis daalt. Meer aardgas winnen levert een hoger BNP op, maar zorgt ook voor aardbevingen en waardedaling van huizen. En de aardgaswinning doet de bodem dalen, zodat er hogere dijken en meer gemalen moeten komen.

Oneconomische groei
Op een bepaald moment zijn de negatieve gevolgen (disutility) van een economische activiteit groter dan de positieve effecten (utility). Maar omdat de negatieve effecten niet meetellen in het BNP, lijkt het alsof de activiteit goed is voor de economie. Er is nog wel sprake van economische groei, maar die groei is eigenlijk achteruitgang als je alle negatieve effecten mee zou tellen. Dan kunnen we spreken van oneconomische groei. De term oneconomische groei werd in 2005 al gebruikt door Herman Daly in het artikel “Economics in a full world” dat hij schreef voor Scientific American. (Lees dat artikel!!!)

Schermafbeelding 2015-04-02 om 21.38.10

De negatieve effecten, die niet goed meetbaar zijn en niet in het BNP meetellen, kunnen zo groot worden dat mensen zich af gaan vragen of het nog wel de moeite waard is om de natuur of het levensgeluk van de volgende generaties op te offeren aan een half procentje extra groei.
Herman Daly noemde in zijn artikel uit 2005 de industriële visserij als voorbeeld van oneconomische groei. In de 21e eeuw is er sprake van overbevissing: de vangsten lopen terug. Het bouwen van nog meer vissersschepen leidt niet meer tot hogere visvangst, maar wel tot hogere kosten en het verder uitputten van de vispopulaties (natuurlijke hulpbron).

Schermafbeelding 2015-04-02 om 22.01.52

Soms zijn de nadelen van een economische activiteit duidelijk groter dan de voordelen. Dan komen mensen in verzet.
Je ziet dat optreden bij schaliegaswinning.
De fracking-techniek maakt aardgas vrij uit gesteente, dat levert economische groei op. Maar de hoeveelheid gas is veel minder dan bij ouderwetse aardgaswinning en de risico’s op milieuvervuiling zijn groter dan bij ouderwetse aardgaswinning. Veel mensen maken dan de afweging dat een schoon milieu meer waarde heeft dan dat kleine beetje schaliegas.

Het begin van de 21e eeuw is het tijdperk van oneconomische groei. Er wordt nog wel geïnvesteerd in snelwegen, hogesnelheidstreinen en olie- en gaswinning, omdat de banken, de investeerders en de politici alleen kijken naar de goed meetbare economische opbrengst van de investeringen. De nadelige effecten tellen niet mee in de berekeningen en worden doorgeschoven naar het volgende boekjaar, de volgende regeerperiode of de volgende generatie.
Er worden op grote schaal verkeerde keuzes gemaakt door investeerders en politici in naam van de economische groei.
Het roer moet om en liefst zo snel mogelijk.

Nederland tast steeds dieper in de slinkende aardgasreserves

De regering heeft aangekondigd dat de aardgaswinning uit het Groningse Slochteren-gasveld beperkt zal worden tot 39 miljard m³. Door deze zelfopgelegde beperking zal er meer gas gehaald moeten worden uit andere, kleinere gasvelden. Want de hoeveelheid aardgas, die jaarlijks uit de Nederlandse bodem gehaald wordt, vertoont een stijgende trend.

In de periode 1991 tot 2000 werd er jaarlijks gemiddeld 62 miljard m³ aan de reserves onttrokken. Tussen 2000 en 2008 was het gemiddelde 68 miljard m³. In het jaar 2009 werden er nieuwe gasreserves ontdekt zodat er netto 22 miljard m³ werd toegevoegd aan de reserves. In de periode 2010 tot en met 2013 werd er jaarlijks 90 miljard m³ gas aan de reserve onttrokken, bijna 50% meer dan tussen 1991 en 2000.
In de grafiek hieronder is goed zichtbaar dat de hoeveelheid, die jaarlijks gewonnen wordt flink is gestegen.

Schermafbeelding 2015-03-17 om 19.35.08

De belofte van de regering om minder gas te gaan winnen staat haaks op de stijgende trend van de laatste decennia.

Hoeveel aardgas is er nu nog over?
Interessante vraag. Het CBS publiceerde in september 2014 de meest recente schatting van de reserves: 1044 miljard m³. Dat is de helft van de reserves die Nederland in 1991 had.
In de grafiek hieronder is de afname van de aardgasreserves zichtbaar.

Schermafbeelding 2015-03-17 om 22.00.03

Als de aardgaswinning de komende jaren op hetzelfde nivo blijft (90 miljard m³), dan is de Nederlandse reserve over 11 jaar uitgeput. (dus in 2025)
Waarschijnlijk kan de jaarlijkse produktie van 90 miljard kuub niet volgehouden worden. Om aardbevingen en maatschappelijke onrust te voorkomen zal de gaswinning beperkt gaan worden. En ook door geologische factoren zal de gaswinning afnemen. Bij een lagere produktie van 60 miljard m³ per jaar,  zal het 17 jaar (tot 2031)  duren voordat de reserves uitgeput zijn.

We moeten ook rekening houden met de mogelijkheid dat de laatste 100 miljard kuub zeer moeilijk te winnen zal zijn. Ik stel voor dat we onze huizen nog beter isoleren, alvast dikke truien gaan breien en heel veel bomen gaan planten.

Oekraïnse landbouwgrond in uitverkoop na instorten van economie

Oekraïne kampt met een tekort op de handelsbalans: het land importeert meer dan het exporteert. Dat is een ongezonde economische situatie, die niet onbeperkt kan voortduren.
In 2014 liep het tekort op de handelsbalans op naar 9,2% van het Bruto Binnenland Produkt.

Schermafbeelding 2015-03-08 om 08.02.38

Deze economische crisis kan leiden tot grote veranderingen in de belangrijke landbouwsector van Oekraïne. Nu bestaat het landbouwareaal uit grootschalige staatslandbouwbedrijven en kleinschalige familiebedrijfjes. Deskundigen vrezen dat deze binnenkort in de verkoop zullen komen.
Oekraïne heeft op acht landen na het grootste landbouwareaal van de wereld. Op de ranglijst van mais-exporteurs staat het op de derde plaats en op de lijst van graan-exporteurs is het nummer 6. Dit maakt de landbouwsector interessant voor buitenlandse investeerders.

Tot nu toe heeft de regering de verkoop van landbouwgrond aan buitenlandse investeerders tegengehouden uit angst vaar maatschappelijke onrust en vanwege de lage prijs van de kleine perceeltjes met een lage produktiviteit.
Maar Heinz Strubenhoff, agribusiness investment manager van de International Finance Corporation van de Wereldbank, denkt dat de economische teruggang en het conflict in Oost-Oekraïne de noodzaak van hervormingen dichterbij brengt. De Wereldbank en het IMF dringen al langer aan op het openstellen van de Oekraïnse landbouwsector voor buitenlandse investeerders. Het tij is aan het keren.
“Het is tijd om te gaan nadenken over privatisering en voorbereidingen te treffen voor de verkoop van landbouwgrond (aan buitenlandse of Oekraïnse) investeerders in de komende 3 a 4 jaar”, zei Strubenhoff tegen de Thomson Reuters Foundation. Nu is het nog onmogelijk om landbouwgrond te verkopen in Oekraïne, hoewel men wel langjarige pachtovereenkomsten kan afsluiten.

Strubenhoff zei verder dat president Poroshenko na lange onderhandelingen met vertegenwoordigers van de Wereldbank overwoog om het verbod op verkoop van landbouwgrond op te heffen. Maar de regering in Kiev durfde dat niet aan uit angst voor maatschappelijke onrust op het platteland. Het ministerie van Landbouw was onbereikbaar voor commentaar.
De minister van Landbouw, Oleksiy Pavlenko, sprak vorige week de verwachting uit dat Oekraïne in 2020 wel 100 miljoen ton graan zal produceren: een behoorlijke stijging van de 620 miljoen ton uit 2014. Om dit voor elkaar te krijgen is een kapitaal-injectie door buitenlandse investeerders van 25 miljard dollar nodig.
Jean-Jacques Hervé, landbouwkundig adviseur van de Franse bank Credit Agricole merkte op dat de lokale bevolking geen geld heeft om te investeren. “Speculanten kunnen met harde, buitenlandse valuta grote winsten behalen (als het land op de markt komt).”

Frédéric Mousseau, van het Oakland Institute (een NGO die kritisch staat tegenover het privatiseren van landbouw), zegt dat het openen van het Oekraïnse landbouwareaal ertoe zal leiden dat binnenlandse en buitenlandse oligarchen meer controle zullen krijgen over de Oekraïnse landbouwproduktie. “Ongeveer 20% van de vruchtbaarste gebieden zijn door langlopende pachtovereenkomsten al in handen van landbouwconglomeraten. De voorgestelde hervormingen zullen deze concentratie van macht verergeren,” zei Mousseau tegen de Thomson Reuters Foundation.

Volgens Dmitry Prikhodko, econoom van de Food and Agriculture Organization (FAO), moet Oekraïne op de lange termijn streven naar het openen van het landbouwareaal en optimale benutting van het aanwezige potentieel.
De regering in Kiev zit te springen om buitenlandse valuta en een lening van de Wereldbank t.w.v. 2 miljard dollar dit jaar en een volgende injectie van het IMF van 8 miljard dollar geeft mensen als Strubenhoff meer armslag om hun plannen te realiseren.

Het ziet ernaar uit dat de Oekraïnse bevolking de zeggenschap over de landbouwgrond, die ze al eeuwenlang beheert en bewerkt, zal kwijtraken, zoals dat ook op grote schaal in Afrika gebeurt. Onder druk van de Wereldbank en het IMF willen buitenlandse investeerders de landbouw moderniseren. Het verhogen van de landbouwopbrengsten lijkt een nobel doel waar ook de Oekraïnse bevolking van zou kunnen profiteren. Maar de modernisering zou ook tot gevolg kunnen hebben dat in Oekraïne genetisch gemodificeerde gewassen met de bijbehorende pesticiden zullen worden geintroduceerd door de grote landbouwconglomeraten. De boeren hebben nu nog de macht om zelf te bepalen wat er verbouwd wordt. Maar in de toekomst zullen ze slechts arbeiders zijn op die moeten zaaien en oogsten wat de directie besloten heeft.

(Bron: “Ukraine crisis seen softening political ground for foreign farm land sales” van Chris Arsenault voor de Thomas Reuters Foundation)

Meer over ‘landroof’ in de rest van de wereld vind je op farmlandgrab.org.