Tagarchief: klimaat

Is het tijdperk van afnemende CO2-uitstoot begonnen?

PEAKCO2

In de afgelopen 200 jaar is de mensheid steeds meer fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Door steeds grotere hoeveelheden steenkool, aardgas en aardolie te verbranden is de CO2-produktie van de mens gestegen tot een verontrustende hoeveelheid. In de grafiek hieronder staat de CO2-uitstoot van de afgelopen 48 jaar weergegeven.

Schermafbeelding 2015-03-10 om 11.07.35

De wetenschap is het erover eens dat de menselijke CO2-uitstoot de drijvende kracht is achter de stijgende CO2-concentratie in de atmosfeer. En dat die stijgende CO2-concentratie zal leiden tot opwarming van de atmosfeer.

In Europa daalt de menselijke CO2-uitstoot sinds begin jaren 90 en in Noord-Amerika (Mexico, de VS en Canada) is de CO2-uitstoot sinds 2007 al 7% gedaald.

Schermafbeelding 2015-03-10 om 11.22.55

In 2007 bedroeg de gezamenlijke CO2-uitstoot van Noord-Amerika en Europa ruim 15000 Megaton ofwel 48% van de totale mondiale CO2-uitstoot. In 2013 was de gezamenlijk Amerikaanse en Europese CO2-uitstoot gedaald tot 14000 Megaton. En dat is nog maar 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot.

Omdat de makkelijk winbare aardolie, steenkool en gasreserves al grotendeels verbruikt zijn, kunnen we verwachten dat ook in de rest van de wereld de CO2-uitstoot zal gaan afnemen. Het is alleen de vraag wanneer dat precies zal gaan gebeuren. Het is interessant om de CO2-uitstoot van China in de gaten te houden. Hieronder is de Chinese CO2-uitstoot uitgezet samen met de totale mondiale CO2-uitstoot.

Schermafbeelding 2015-03-10 om 11.02.59

In 2007 kwam de Chinese CO2-uitstoot op 6516 Megaton, ofwel 20% van de mondiale CO2-uitstoot.
Maar het Chinese aandeel in de mondiale CO2-uitstoot is sindsdien gestegen. In 2013 produceerde China 9524 Megaton CO2 en dat was 27% van de wereldwijde CO2-uitstoot.

Maar volgens de meest recente cijfers lijkt de Chinese CO2-uitstoot in 2014 lager uit te vallen dan die van 2013. Een lager verbruik van steenkool en een stagnerende cementproduktie hebben er volgens Glenn Peters van het CICERO-onderzoeksinstituut voor gezorgd dat de Chinese CO2-uitstoot niet verder is gestegen en misschien wel een procentje is afgenomen.
De grafiek hieronder is door Glenn Peters gemaakt en via internet verspreid.

Schermafbeelding 2015-03-08 om 21.55.00

Volgens Jiang Kejun, wetenschapper bij het Energy Research Institute in Beijing zal het verbruik van steenkool in China de komende jaren verder afnemen en daarmee dus ook de Chinese CO2-uitstoot.
Het is nog een beetje vroeg om definitieve conclusies te trekken. Maar als in Europa, Noord-Amerika en in China de CO2-uitstoot in 2014 is afgenomen dan is er een gerede kans dat de mondiale CO2-uitstoot in 2014 ook ietsje lager zal uitvallen dan die van 2013.
Misschien is het tijdperk van de afnemende mondiale CO2-uitstoot al in 2014 begonnen. Misschien begint dat tijdperk pas dit jaar of in 2016.

Sneeuwbedekking op het Noordelijk halfrond dikker dan normaal

Volgens het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University was er in februari 2015 gemiddeld 45 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw. Dat oppervlak is iets kleiner dan het gemiddelde over de afgelopen 10 jaar. Maar de sneeuwbedekking in februari vertoont over de laatste 30 jaar nog altijd een stijgende trend.

Schermafbeelding 2015-03-04 om 13.49.37

Het Canadian Cryospheric Information Network maakt ook een schatting van de totale hoeveelheid sneeuw, die op de continenten op het Noordelijk Halfrond ligt. Die hoeveelheid sneeuw, het “snow water equivalent” was in februari veel groter dan het gemiddelde over de periode 1998-2011.
Volgens de grafiek lag er 500 kubieke kilometer water extra in de vorm van sneeuw op het Noordelijk Halfrond. (zie onderstaande grafiek)

nh_swe22feb2015

Een grotere hoeveelheid sneeuw over het gelijke oppervlak uitgesmeerd betekent dat de laag sneeuw gemiddeld dikker is dan normaal. Misschien heeft dat tot gevolg dat het langer duurt voordat de sneeuw in het voorjaar weggesmolten is. We zullen het gaan zien in april en mei.

Opwarming van de Atlantische Oceaan lijkt gestopt

In de periode 1980-2005 steeg de gemiddelde temperatuur van het zee-oppervlak van de Atlantische Oceaan. Met de Climate Explorer van het KNMI heb ik gekeken naar de temperatuur van het zee-gebied tussen 30° en 70° Noorderbreedte en 15° en 60° Westerlengte.
Dat gebied heb ik in onderstaande kaart met een gele rechthoek aangegeven.

Schermafbeelding 2015-03-02 om 20.38.24

De gemiddelde temperatuur van dat zeegebied steeg tussen 1981 en 2003 van 13,6°C naar 14,2°C.

tsisstoi_v2_-60--15E_30-70N_n_1980-2002_1980-2001yr0

De dikke groene lijn in de grafiek geeft het voortschrijdend gemiddelde over 10 jaar weer.

Maar als je kijkt naar de metingen van de afgelopen 12 jaar, dan is de gemiddelde temperatuur van dat stuk Atlantische Oceaan niet verder gestegen.

tsisstoi_v2_-60--15E_30-70N_nyr0

Sterker nog: de groene lijn van het voortschrijdend gemiddelde lijkt na 2007 iets te dalen.

Waarom treedt er een trendbreuk op na een opwarmingsperiode van ongeveer 20 jaar?
Welke factoren (natuurlijk of menselijk) houden de temperatuur van het zee-oppervlak van de Atlantische Oceaan al 10 jaar lang min of meer constant, in een tijd dat een verdergaande opwarming werd verwacht?
Wat kunnen we voor de komende 10 jaar verwachten?
Meer opwarming? Of een geleidelijke afkoeling?

Over de vertraging van de klimaatverandering

In de afgelopen 30 jaar is de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer gestegen. Op de website van het Goddard Institute for Space Studies (onderdeel van NASA) kun je die opwarming duidelijk zichtbaar maken. Hieronder een kaart van de wereld waarop ingekleurd is hoeveel de gemiddelde jaartemperatuur steeg tussen 1984 en 2014.

nmaps19842014

De gemiddelde mondiale jaartemperatuur (van december t/m november) steeg met 0,51°C. En er zijn ook plekken op Aarde (het Noordpoolgebied) waar de gemiddelde temperatuur 2°C steeg.

Als deze opwarmende trend nog eens 90 jaar doorgaat, dan kan de mondiale gemiddelde temperatuur in het jaar 2104 nog eens 1,5°C hoger zijn, ofwel 2 graden warmer dan in de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw. Die 2 graden is de prognose waar de meestgebruikte klimaatmodellen op uitkomen en waar het IPCC in ontzaggelijk dikke rapporten voor waarschuwt.

Met de tool op de GISS-website kun je ook laten zien dat het grootste deel van de stijging met 0,51°C optrad in de eerste 20 jaar van de periode 1984-2014. Tussen 1984 en 2004 steeg de mondiale jaartemperatuur al met 0,44°C.

nmaps19842004

De laatste 10 jaar is de opwarming veel langzamer gegaan: sinds 2004 steeg de gemiddelde mondiale jaartemperatuur marginaal met slechts 0,03°C. Sommige delen van de Aarde koelden de laatste 10 jaar met meer dan 0,5°C af.

nmaps20042014

Als de trend van de laatste 10 jaar zich de komende eeuw voortzet, dan is de temperatuurstijging tot het jaar 2100 slechts 0,3°C en dat is minder dan tijdens de afgelopen 30 jaar. Als de trend van de afgelopen 10 jaar doorzet, dan hebben we het grootste deel van de opwarming door broeikasgassen al achter de rug.

Om betere voorspellingen te kunnen doen is het belangrijk te analyseren waarom er de laatste 10 jaar minder opwarming optrad dan in de periode 1984-2004. Daarom onderzoeken wetenschappers de rol van de oceanen en de invloed, die cyclische patronen in de oceaanstromingen hebben op de temperatuur van de atmosfeer. Het is goed mogelijk dat de stromingen in de Stille Oceaan (PDO) en Atlantische Oceaan (AMO) de opwarming van de atmosfeer (door broeikasgassen) hebben versterkt in de periode 1984-2004. En dat de veranderde oceaanstromingen na 2004 ervoor zorgen dat de opwarming van de atmosfeer de laatste 10 jaar en de komende 10 jaar wordt onderdrukt.

Tussen 1925 en 1940, toen de mensheid veel minder broeikasgassen produceerde, steeg de gemiddelde jaartemperatuur met 0,25°C. Die opwarming was nagenoeg uitsluitend te danken aan natuurlijke factoren, waaronder de cyclische stromingspatronen in de oceanen, zoals de PDO en de AMO. Ook in die periode warmde vooral het Noordpoolgebied sterk op.

nmaps19251940

Als die opwarmende trend tussen 1925 en 1940 had doorgezet, dan was het nu (75 jaar later) ruim 1,2 graden warmer geweest dan in 1940. In werkelijkheid werd het in 2014 ‘slechts’ 0,75°C warmer dan in 1940.

Sneeuwbedekking van Noordelijk Halfrond iets beneden normaal in december

Volgens het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University was er in december 2014 43,65 miljoen km² op het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw. Dat is ongeveer 500 duizend km² minder dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar..
In een grafiek over de afgelopen 31 jaar ziet dat er als volgt uit:
Schermafbeelding 2015-01-06 om 16.23.02

De dunne stijgende trendlijn in de grafiek laat zien dat er het laatste decennium op het Noordelijk Halfrond gemiddeld meer sneeuw ligt in december.

Het door sneeuw bedekte landoppervlak was volgens het Amerikaanse Global Snow Lab iets kleiner dan we de laatste jaren gewend zijn. Maar volgens het Canadese Cryospheric Information Network (CCIN) lag er eind december ruim 2000 km³ (kubieke kilometer) water in de vorm van sneeuw op het Noordelijk halfrond. Het zogeheten sneeuw-water-equivalent was 200 km³ hoger dan gemiddeld over de periode 1993-2011. (zie de grafiek hieronder)

nh_swe

Momenteel ligt er 200 km³ water meer dan normaal als sneeuw op het vasteland. Die hoeveelheid is afkomstig uit de oceaan. En dat betekent dat de zeespiegel tijdelijk weer iets lager is. Deze seizoensgebonden daling van de zeespiegel is in 2015 groter dan normaal.

Met een kort rekensommetje kun je de gemiddelde dikte van de sneeuwlaag op het Noordelijk Halfrond uitrekenen.
2000 km³ gedeeld door 43,65 miljoen km² …. komt op 4,6 centimeter.

De zeespiegelstijging neemt ietsje af i.p.v. toe

De stijging van de zeespiegel wordt met behulp van satellieten nauwkeurig in de gaten gehouden. Veel klimatologen en politici verwachten dat de zeespiegel, door het afsmelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica, sneller zal gaan stijgen. Ik volg als klimaathobbyist de zeespiegelstijging sinds 2007.

In 2007 rapporteerde de Sealevel-onderzoeksgroep van de University of Colorado dat de gemiddelde zeespiegelstijging over de periode 1993-2007 3,5 mm per jaar bedroeg (met een onzekerheidsmarge van 0,4 mm)

uc_seallevel_2007r2-1

Dat gemiddelde was gebaseerd op de metingen van de TOPEX-satelliet en de Jason-1 satelliet. Voor seizoensinvloeden (zeespiegeldaling door sneeuwval op het Noordelijk Halfrond) is door een berekening gecorrigeerd.

Zeven jaar later, in 2014, bedraagt de gemiddelde zeespiegelstijging volgens het Laboratory for Satellite Altimetry, een onderdeel van NOAA, nog maar 2,9 mm per jaar (met een onzekerheidsmarge van 0,4 mm). De Sealevel-onderzoeksgroep uit Colorado komt tot een gemiddelde jaarlijkse zeespiegelstijging van 3,2 mm (met een onzekerheidsmarge van 0,4 mm)
De grafiek hieronder laat de 21-jarige meetreeks van 3 satellieten (TOPEX, Jason-1 en Jason-2 zien)

sl_ns_global

Ik vind het opvallend dat een 50% langere meetreeks leidt tot een lagere zeespiegelstijging. De afname van de jaarlijkse zeespiegelstijging (van 3,5 mm naar 3,2 mm) is klein en valt technisch gesproken binnen de foutenmarge van de metingen.
Deskundigen, zoals professor Pier Vellinga, suggereren dat de zeespiegelstijging gedurende de 21e eeuw juist zal gaan toenemen. In de praktijk is daar nog niets van te merken.

Het zandsuppletiespel
Omdat professor Pier Vellinga heeft voorspeld dat de zeespiegel sneller zal gaan stijgen, worden in Nederland elk jaar de stranden opgehoogd door professionele strandophogers. Grote zandzuigers halen zand omhoog van de zeebodem, enkele kilometers uit de kust. Met gigantische pompen wordt dat zand, vermengd met water, op het strand gespoten, omdat professor Pier Vellinga heeft voorspeld dat de zeespiegel sneller zal gaan stijgen.
In de 17e eeuw werden de Nederlandse stranden niet opgehoogd.
In de 18e eeuw had men ook geen enkele behoefte om zand uit zee te gaan halen om het strand op te hogen.
In de 19e eeuw schilderde Hendrik Willem Mesdag zijn beroemde Panorama Mesdag. Ook in die eeuw werd het Scheveningse strand niet opgehoogd.

Schermafbeelding 2015-01-05 om 21.00.11
(klik voor vergroting)

Pas na 1960, toen er volop aardolie was om de grote zandzuigers en pompen aan te drijven, zijn we in Nederland begonnen om het strand op te hogen. Jaar in, jaar uit.
Nergens ter wereld is de afgelopen decennia zoveel zand verplaatst door machines als in Nederland. Ook al stoten die motoren en machines CO2 uit. In 2015 gaat het zandsuppletiespel vrolijk door, omdat professor Pier Vellinga heeft voorspeld dat de zeespiegel sneller zal gaan stijgen.

Ten onrechte toegeschreven aan klimaatverandering

Jim Steele, bioloog aan de San Francisco State University, wilde onderzoek aan vlinderpopulaties, dat gedaan was door Camille Parmesan, reproduceren.
Mevr. Parmesan had na jaren van onderzoek geconcludeerd dat bepaalde soorten vlinders steeds noordelijker voorkomen. Zij zag hierin een bewijs van de opwarming van het kliumaat: plaatsen die voorheen te koud waren voor de vlinder, zijn nu wel warm genoeg.

Steele vroeg om meer gegevens van Parmesan, om het onderzoek zo nauwkeurig mogelijk te kunnen reproduceren. Dat is heel gebruikelijk in de wetenschap. Maar Camille Parmesan weigerde elke medewerking.
Jim Steele ging op eigen houtje verder en ontdekte dat de conclusie van Camille Parmesan niet klopte. Veranderingen in het landschap waren de oorzaak voor het verschuiven van de vlinderpopulaties.

Steele onderzocht nog meer verschijnselen, die aan klimaatverandering worden toegeschreven, zoals de verzuring van de oceanen en de afname van het aantal ijsberen.
In de lezing hieronder (in 4 delen van 20 min) vertelt hij zijn bevindingen.
(De kwaliteit is niet best, de inhoud is leerzaam)

Deel 2: Droughts and Heatwaves: Ocean Oscillations vs CO2

Deel 3: Recovering Whales, Ocean Acidification, and Climate Horror Stories

Deel 4: Penguins, Polar Bears and Sea Ice