Tagarchief: winter

Deze winter is al 75% van de Nederlandse aardgasbuffer opgestookt

Volgens de cijfers van Gas Infrastructure Europe zat er op 11 februari in de Nederlandse aardgasopslag nog 34,3 TWh aan aardgas opgeslagen. Dat is 24,6% van de totale capaciteit van de winterbuffer.
Op 11 februari van het vorig jaar resteerde er nog 52% van de totale buffervoorraad. En op 11 februari 2015 was er nog 50% van de buffer over.

In de grafiek hieronder heb ik de resterende gasvoorraad in deze winter vergeleken met de vorige winter.

schermafbeelding-2017-02-14-om-08-04-28

Waarschijnlijk is het de rest van februari minder koud. Misschien krijgen we een vroege lente, zodat de resterende hoeveelheid gas precies genoeg is.
Maar er is een kans dat de komende twee winters kouder zullen zijn. En dan is de omvang van de buffer misschien ontoereikend. In dat geval zal of de levering van aardgas aan de Nederlandse verbruikers worden beperkt of er zal meer aardgas uit de Nederlandse bodem gehaald moeten worden… indien dat nog mogelijk is.

De zon gaat weer slapen. Krijgen we weer koude winters?

In de periode 2008 t/m 2010 vertoonde de zon nauwelijks zonnevlekken. Het jaar 2008 telde 266 dagen zonder zonnevlekken; 2009 telde 262 vlekkeloze dagen en 2010 kwam tot 51 vlekkeloze dagen.
In het lopende jaar, 2016, is het aantal vlekken op de zon weer afgenomen. En tot nu toe werden er dit jaar al 22 vlekkeloze dagen genoteerd.
In de grafiek hieronder is het gemiddelde maandelijkse zonnevlekkengetal ingetekend vanaf januari 2000.

schermafbeelding-2016-11-08-om-19-22-22

In de komende jaren zal het zonnevlekkengetal nog iets verder dalen en zullen er meer zonnevlekloze dagen optreden.

Nu hebben veel wetenschappers het idee dat een afname van de zonne-activiteit, een afname van het aantal zonnevlekken op aarde leidt tot lagere temperaturen. In de 17e en 18e eeuw waren er relatief weinig zonnevlekken en waren er in Europa lange koude winters. Daarom wordt die periode door klimatologen ook wel de Kleine IJstijd genoemd.

Het is ook opvallend dat er in jaren met weinig zonnevlekken Elfstedentochten gereden werden. In 1985 en 1986 waren er nauwelijks zonnevlekken. En 1996, het jaar van de laatste Elfstedentocht, was een jaar met een minimale zonne-activiteit.

Als we kijken naar de laatste jaren, dan zien we eenzelfde trend.
In de jaren met weinig zonnevlekken en dus veel zonnevlekloze dagen (2008, 2009 en 2010) lag in Nederland de gemiddelde wintertemperatuur (over december t/m februari) onder normaal. De eerste winter van het zonneminimum (december 2007 t/m februari 2008) leverde nog een boven-normale temperatuur op.

In jaren zonder zonnevlekloze dagen (2011 t/m 2015) kwam de gemiddelde wintertemperatuur uit boven het langjarig gemiddelde.
in de grafiek hieronder heb ik geprobeerd dat verband duidelijk te maken. Voor alle duidelijkheid: de gemiddelde wintertemperatuur van 2006 is het gemiddelde over december 2006, januari 2007 en februari 2007. Zo is de wintertemperatuur van 2015 berekend over december 2015 en januari en februari van 2016.

schermafbeelding-2016-11-08-om-21-20-07

Een dergelijk korte meetreeks zegt op zich niet zoveel. Het kan toeval zijn dat de reeks jaren met veel vlekkeloze dagen een daling van de wintertemperatuur laat zien. En dat in een reeks jaren zonder vlekkeloze dagen de wintertemperatuur weer oploopt to ver boven het langjarig gemiddelde.
Maar het wordt interessant of we in de komende vier jaar, 2017 – 2021, weer een aantal koude winters zullen krijgen.

Zonnecyclus 24 loopt op haar einde: wat betekent dat voor het klimaat?

De huidige zonnecyclus, nr. 24, begon in 2009. Dat jaar waren er nog heel weinig zonnevlekken. Wetenschappers telden in 2009 260 dagen zonder zonnevlekken.
De zon ontwaakte langzaam uit het activiteitsminimum. In 2010 waren er nog 51 dagen zonder zonnevlekken. In 2014 en 2015 bereikte de zonne-activiteit een maximum: er waren nauwelijks zonnevlekloze dagen. Het zonnevlekkengetal liep één maand op tot boven de 100.
In de grafiek hieronder is het aantal zonnevlekken weergegeven door het zonnevlekkengetal.
In het laatste jaar is het zonnevlekkengetal snel gedaald tot onder de 25.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21.22.45

Het jaar 2016 telt inmiddels 20 dagen zonder zonnevlekken. We zijn hard op weg naar een nieuwe periode van minimale zonne-activiteit: het inde van zonnecyclus 24.

Het magneetveld van de zon beschermt de Aarde tegen kosmische straling. Aan het eind van een zonnecyclus verzwakt het magneetveld van de zon. Dat magneetveld wordt door wetenschappers uitgedrukt in de Ap-index. In de grafiek hieronder zie je dat de Ap-index in 2008 en 2009 erg laag was.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21.23.09

In 2016 is de Ap-index nog vrij hoog. De Ap-index daalde ook in de vorige zonnecyclus later dan het aantal zonnevlekken.

In de jaren met lage zonne-activiteit aan het eind van een zonnecyclus is er in Europa een hogere kans op koude winters.
In 1963 eindigde zonnecyclus 19: in dat jaar beleefde Europa de koudste winter in eeuwen.
Aan het einde van zonnecyclus 20 (1974) traden geen koude winters op.
Aan het eind van cyclus 21 kreeg Nederland twee Elfstedenwinters op rij: 1985 en 1986.
Ook aan het eind van cyclus 22 in 1996 was er een Elfstedentocht.
En de winters van 2008, 2009 en 2010 aan het eind van cyclus 23 waren kouder dan normaal.

Het kan zijn dat de kans op een koude winter in Europa hoger is als het magneetveld van de zon zwakker is en er meer kosmische straling uit de ruimte doordringt in de aardatmosfeer.
Op het plaatje hieronder staan metingen van de kosmische straling in het Finse Oulu weergegeven. De grafiek loopt van 1966 tot 2016.
De koude winters van 1979, 1985, 1986, 1997 en 2010 heb ik met een rood sterretje weergegeven.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21

Ik vind het opvallend dat koude winters vooral optreden in periodes dat de kosmische straling flink hoger is dan het gemiddelde. De afgelopen jaren 2014 en 2015 hadden we zeer zachte winters in Europa en dat was bij een gemiddelde hoeveelheid kosmische straling.

Met de afname van het aantal zonnevlekken en het zwakker worden van het magneetveld van de zon, zal de hoeveelheid kosmische straling weer groter worden. Komende winter zal nog wel een milde winter zijn. Maar de kans op een koude winter neemt m.i. weer toe in 2018, 2019 en 2020.

Najaar 2013: opnieuw meer sneeuw dan normaal op het Noordelijk Halfrond

November 2013 werd de 5e opeenvolgende novembermaand waarin er meer sneeuw lag op het Noordelijk Halfrond dan gemiddeld. Hieronder de grafiek van het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University.

rutgersnov2013

Het gemiddelde dat Global Snow Lab hanteert beslaat de periode 1970-2000.

November 2013 was de 8e maand van 2013 waarin het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond groter was dan het langjarig gemiddelde.
In janauri, februari, maart, april, augustus, september en oktober van het lopende jaar constateerde het Global Snow Lab met behulp van satellieten ook al een bovennormale sneeuwval in Europa, Azië en Noord-Amerika.
Alleen in de maanden mei, juni en juli was de sneeuwbedekking beneden normaal.

Het is niet duidelijk waarom de opwarming van het klimaat in de afgelopen 30 jaar leidt tot meer sneeuwval op het Noordelijk Halfrond. Ook in Nederland neemt de sneeuwbedekking de laatste 25 jaar weer toe.

Als het landoppervlak op het Noordelijk Halfrond met sneeuw bedekt is, weerkaatst het meer zonlicht. Een toename van de sneeuwbedekking zou ertoe kunnen leiden dat de Aarde meer zonlicht weerkaatst en daardoor geleidelijk afkoelt. De extra sneeuwval zou op deze manier de opwarming door meer CO2 kunnen tegengaan.

Zeespiegel daalt als er meer sneeuw valt op het Noordelijk Halfrond

Tijdens de IJstijden was een flink deel van het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw en ijs. Er lag zoveel water in bevroren toestand op de continenten dat de zeespiegel flink lager was. Aan het eind van de laatste IJstijd smolt vrijwel al het landijs en steeg de zeespiegel tot het huidige niveau.
Geleerden maken zich zorgen dat ook de ijskap van Groenland zal smelten en dat de zeespiegel daardoor nog verder zal stijgen.

Als het winter wordt op het Noordelijk Halfrond, dan vat er flink wat sneeuw in Noord-Amerika, Europa en Azië. Door die sneeuwval treedt er een meetbare daling op van de zeespiegel. Hieronder de metingen van de zeespiegel door de Jason2-satelliet. Het seizoenseffect, de daling in de maanden januari tot april, is duidelijk zichtbaar.

MSL_Serie_J2_Global_IB_RWT_GIA_NoAdjust

De zeespiegel kan dus ook weer gaan dalen als er meer sneeuw valt in de winters en als die sneeuw in de hoger gelegen gebieden niet helemaal wegsmelt.
De laatste jaren komt het regelmatig voor dat er meer sneeuw valt dan gewoonlijk. De sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond vertoont een stijgende trend.

Als deze trend zich doorzet, zullen de gletsjers in hooggelegen gebieden weer gaan groeien. In 2012 kwam al het bericht dat sommige gletsjers in de Himalaya groeien. En afgelopen week las ik dat sommige gletsjers in de Alpen niet verder krimpen.

Het is nog even afwachten of de komende winter (2013-2014) weer een dik pak sneeuw op het Noordelijk Halfrond zal brengen. Dit jaar is de winter wel erg vroeg begonnen. In september lag er al meer sneeuw dan vorig jaar.
Op het plaatje hieronder wordt de sneeuwbedekking van 29 sep. 2012 vergeleken met het sneeuwdek van dit jaar.

snowcover28092013

Sneeuwval op Noordelijk Halfrond in september al boven normaal

De opwarming van het klimaat lijkt te stagneren. De temperatuur stijgt de laatste 10 jaar niet meer en lijkt volgens sommige bronnen zelfs te dalen. Het vroege begin van de winter op het Noordelijk Halfrond past in die trend.

Volgens het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University is de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond half september al groter dan normaal.

globalsnow14sep2013

De blauwe vierkantjes geven aan waar normaal gesproken nog geen sneeuw hoort te liggen, maar waar nu wel sneeuw ligt: Het uiterste noorden van Canada en een paar streken in Siberië.

Aan de Florida State University (FSU) houden ze ook bij hoeveel sneeuw er ligt op het Noordelijk Halfrond. Hieronder de grafiek van 12 sep. 2013.

13sep2013NHsnow
(klik op het plaatje voor de meest recente grafiek)

Het blauwe gebiedje (aan de rechterkant) in de onderste grafiek laat duidelijk zien dat er meer sneeuw dan normaal ligt in de lopende maand. In de periode mei t/m augustus lag er minder sneeuw dan gemiddeld over de periode 1995-2009. Vorig jaar werd de sneeuwbedekking pas half oktober boven normaal.

Tot slot nog een plaatje van het U.S. National Ice Center (NIC). Dat instituut publiceert ook dagelijks actuele kaartjes van de sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond. Hieronder een plaatje van Europa en Azië van 14 sep. 2013.

14sep2013Eurasiasnow

Voor uitgebreide informatie over de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond verwijs ik naar Neven’s weblog over het Noordpoolijs en naar De Wintersportweerman.
Voor actuele informatie kun je klikken op de links in het verhaal hierboven.

Winter van 2012-2013: kouder dan gemiddeld en veel sneeuw

Het KNMI heeft een mooi overzicht gemaakt van de afgelopen wintermaanden.
De gemiddelde temperatuur over december t/m februari was 2,9°C, een halve graad kouder dan het langjarig gemiddelde van 3,4 °C.
Daarmee wordt de afgelopen winter de 4e winter, die kouder is dan normaal in de afgelopen 5 jaar.
Maar vergeet daarbij niet dat de winters van 2007 en 2008 zeer zacht waren.

(de gele lijn geeft het langjarig gemiddelde van 3.4°C aan)

(de gele lijn geeft het langjarig gemiddelde van 3.4°C aan)

Het KNMI constateert ook dat er de laatste winters vrij veel sneeuw valt.
De afgelopen winter telde 18 dagen met een sneeuwdek. Het langjarig gemiddelde staat op 13 sneeuwdagen. In de winter van 2010 waren er 43 sneeuwdagen en in de winter van 2011 28. Kortom: van de laatste vier winters hadden er drie meer sneeuw dan normaal.

De afgelopen 5 jaar valt er ’s winters veel sneeuw op het Noordelijk Halfrond. Dit verschijnsel is onderzocht door klimaatwetenschappers.
Vorig jaar verscheen een onderzoek van Cohen et al. getiteld “Arctic warming, increasing snow cover and widespread boreal winter cooling“, waarin de auteurs stellen dat het ijsvrij worden van de Noordelijke IJszee leidt tot extra verdamping en extra neerslag op het Noordelijk Halfrond.
Curry en Liu berekenden met behulp van klimaatmodellen dat het ijsvrij worden van de poolzee tot extra sneeuwval kan leiden (“Impact of declining Arctic sea ice on winter snowfall“).

Ook deze winter is er op het Noordelijk Halfrond meer sneeuw gevallen dan we gewend waren in de afgelopen 20 jaar.
Op de grafiek hieronder zie je dat de sneeuwbedekking van eind oktober tot eind februari vrijwel continu boven normaal was.

nhtime-4month

Of deze trend naar meer sneeuwval doorzet, is nog even afwachten. Voorlopig kijkt Cassandra uit naar de lente en de zomer.