Categorie archief: Met een gouden randje

Voorspellingen waar wat goeds uit kan voortkomen

Terug naar een lokale economie

Als ik eten koop, probeer ik zoveel mogelijk lokale produkten te kopen. Melk, groenten, fruit en vlees wil ik het liefst direct van de producent, de boer en boerin kopen.

Een paar jaar geleden ben ik geleidelijk aan gestopt met het kopen van voedsel van andere continenten. Die produkten hebben duizenden kilometers afgelegd in schepen, vrachtauto’s, treinen of zelfs vliegtuigen. Dat kost ontzettend veel energie, aardolie en steenkool.  Dat kan zo niet blijven doorgaan.
In de film hieronder leggen nog meer mensen uit waarom het zinvol is om lokaal geproduceerd voedsel en andere spullen te gaan kopen.

De niet-uitgekomen voorspellingen van 10 jaar geleden

Voorspellen is heel moeilijk, vooral de toekomst voorspellen is extreem lastig.
Toch zijn er prestigieuze instituten die zich vaak bezondigen aan toekomstvoorspellingen.

Het Amerikaanse energiebureau EIA (Energy Information Agency) maakt ieder jaar een prognose voor het energieverbruik van het volgende decennium. Die prognose heet Annual Energy Outlook (AEO). Het EIA publiceert gelukkig ook regelmatig een terugblik over de gemaakte prognoses. In december 2018 verscheen een retrospectief overzicht van de Annual Energy Outlooks van de afgelopen decennia. Ik ben er eens ingedoken en laat hieronder zien hoe ver de prognoses en de werkelijkheid uit elkaar kunnen lopen.

Aardolieverbruik in de VS 2007 – 2017
Het aardolieverbruik in de VS daalde sinds 2007 licht. In 2017 werden 7255 miljoen vaten olie verbruikt: 3,9% minder dan in 2007.
De prognose uit 2007 schatte het verbruik in 2017 op ruim 8500 miljoen vaten.
De grafiek hieronder laat de prognose zien met de stippellijn en het feitelijk verbruik met de rode lijn.

Steenkoolverbruik in de VS 2007 – 2017
Het verbruik van steenkool in de VS is sterk gedaald, doordat er steeds meer aardgas gestookt wordt om elektriciteit op te wekken.
In 2007 werd er 1128 miljoen steenkool verstookt. In 2017 was dat slechts 717 miljoen ton: een daling van maar liefst 36%.
Het EIA ging er in 2007 nog van uit dat het steenkoolverbruik zou groeien tot meer dan 1300 miljoen ton in 2017.
De grafiek hieronder laat de discrepantie tussen de prognose en de werkelijke ontwikkeling zien.

Amerikaans energieverbruik 2007 – 2017
In 2007 lag het totale energieverbruik in de VS op 101 triljoen BTU’s. Volgens de prognose in de Annual Energy Outlook van 2007 zou dat verbruik geleidelijk stijgen tot 114 triljoen BTU in 2017.
Maar de werkelijkheid verliep anders. Het energieverbruik daalde tussen 2007 en 2017 met 3,3% van 101 triljoen BTU naar 97,7 triljoen BTU.
De grafiek hieronder laat de werkelijke ontwikkeling zien (de rode lijn) afgezet tegen de optimistische prognose uit 2007 (stippellijn).

Dalende CO2-uitstoot van de Amerikaanse energiesector
In de AEO van 2007 voorzagen de experts van het EIA dat de CO2-uitstoot van de Amerikaanse energiesector zou stijgen van 6000 miljoen ton in 2007 tot ruim 6700 miljoen ton in 2017. Die prognose wordt in de grafiek hieronder weergegeven met de stippellijn.
Met de rode lijn is de feitelijk opgetreden CO2-emmissie van de energiesector weergegeven.

In 2017 bleek de feitelijke CO2-uitstoot 14% lager dan in 2007. De uitstoot lag maar 23% lager dan de schatting, die het EIA in 2007 maakte.

De nieuwste Annual Energy Outlook AEO2018 kun je downloaden van de EIA-website. Ik garandeer je nu alvast dat de prognoses niet zullen uitkomen.

Krimpt het wegtransport in Europa?

In het afgelopen decennium is het aardolieverbruik in Europa gedaald. In 2015 verbruikten de gezamenlijke raffinaderijen in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk 15% minder aardolie dan in 2006. Die afname in het Europees aardolieverbruik zou voor een deel op rekening kunnen komen van een afname n het wegtransport.
Uit cijfers van het CBS blijkt dat het wegtransport in Nederland in het afgelopen decennium is afgenomen. In 2006 werd er in Nederland nog 519 miljoen ton over de weg getransporteerd. In 2015 was dat 509 miljoen ton. In de grafiek hieronder over de afgelopen 10 jaar is de krimp duidelijk zichtbaar.

Het CBS houdt ook bij hoeveel vracht Nederlandse transporteurs vervoeren naar andere EU-landen. Maar ook daar lijkt sprake van een afname.
In 2015 werd er beduidend minder vracht vanuit Nederland vervoerd naar de ons omringende landen Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ik heb die cijfers van het CBS samengevat in onderstaande grafiek.

In 2006 werd er ca 65 miljoen ton getransporteerd naar Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In 2015 was dat gedaald tot ca 50 miljoen ton.
Minder transport betekent een lager energieverbruik en minder milieuvervuiling. Ik verwacht dat het wegtransport (en de internationale handel) in de toekomst verder zullen krimpen.

Hoeveel tropische dagen zullen we in de zomer van 2020 krijgen?

In 2006 publiceerde het KNMI klimaatscenario’s, zeg maar lange termijn voorspellingen voor het weer in de komende decennia. Het KNMI maakte een prognose voor 2020, 2050 en 2100.
In die klimaatscenario’s kun je ook een verwachting vinden voor het aantal tropische dagen, dat ons te wachten staat bij een voortschrijdende opwarming van het klimaat. De deskundigen van het KNMI schatten het aantal tropische dagen (met een temperatuur van boven de 30°C.) rond 2020 op vijf tot negen.
Het laagste aantal tropische dagen, vijf, zouden we kunnen verwachten bij het G-scenario (met de G van Gematigd).
Hieronder staat de tropische-dagen-tabel uit de KNMI’06-scenario’s.

Misschien komt die klimaat-voorspelling uit 2006 gewoon uit. Maar in de zomer van 2017 staat de “tropische dagen-teller” in De Bilt voorlopig op slechts drie, hetzelfde aantal als in de zomer van vorig jaar. Over de afgelopen 5 zomer was het gemiddelde aantal tropische dagen in De Bilt 3,6. Dat is ietsje lager dan het gemiddeld aantal over de periode 1976 – 2005: 4 tropische dagen.

In de grafiek hieronder is het aantal tropische dagen in De Bilt over de afgelopen 17 jaar weergegeven; ik heb ook het voorlopige aantal voor 2017 ingetekend.

Het hoogste aantal tropische dagen sinds het begin van de metingen werd in de zomer van 1947 opgetekend: op 16 dagen werd het in De Bilt warmer dan 30°C. Dat was in een tijd voordat de wetenschappers klimaatmodellen hadden en waarschuwden voor het versterken van het broeikaseffect.

In de KNMI’06-scenario’s wordt nadrukkelijk vermeld dat er nog veel onzekerheid zit in de prognoses. Hieronder een citaat uit de KNMI-publicatie.

Welke onzekerheden zijn er?
De uitkomsten van de modelberekeningen van de toekomstige temperatuurstijging op aarde verschillen onderling aanzienlijk. Dit hangt samen met:
– onzekerheid over de toekomstige bevolkingsgroei en de economische, technologische en sociale ontwikkelingen, en de daarmee samenhangende uitstoot van broeikasgassen en stofdeeltjes;
– onvolledige kennis van de complexe processen in het klimaatsysteem. Zo is de invloed van waterdamp, wolken, sneeuw en ijs op de stralingshuishouding en de temperatuur nog niet goed gekwantificeerd. Sommige processen worden in de modelberekeningen zelfs nog helemaal niet meegenomen. Zo heeft geen van de gebruikte klimaatmodellen een actieve koolstofkringloop. Bovendien zijn er ook fundamentele grenzen aan de voorspelbaarheid van complexe systemen zoals het klimaatsysteem.

Voor kleinschaliger regio’s, zoals West Europa of Nederland, is de onzekerheid nog groter. Dan speelt de luchtstroming een belangrijke rol. De meeste klimaatmodellen berekenen een duidelijke verandering in de luchtstromingspatronen boven West Europa, maar de uitkomsten verschillen sterk in de aard en grootte van die verandering.

Heel verstandig om zoveel slagen om de arm te houden.
Ik verwacht niet dat het gemiddeld aantal tropische dagen (in De Bilt) tussen 2020 en 2025 op 9 zal uitkomen, maar misschien wel op 5. En dan valt het eigenlijk best wel mee met de klimaatverandering.

Mijn eigen gas- en elektriciteitsverbruik

Over het kalenderjaar 2016 bedroeg het aardgasverbruik van mijn huishouden 527 m³. Dat is ietsje minder dan in 2015: 545 m³.
Maar een stuk minder dan in 2010 t/m 2012.
In de grafiek hieronder zie je de daling over de afgelopen 7 jaar. Ik ben er zeer tevreden over.

Het elektriciteitsverbruik was in 2016 bijna 10% lager dan het jaar ervoor. Geen idee waar het aan licht, maar we zijn goed bezig.
Ons elektriciteitsverbruik daalt al jaren en was het afgelopen jaar 35% lager dan in 2012.

Ik denk dat ons gasverbruik nog wel wat lager kan. Ik spaar voor een zonneboiler.

Nederlandse auto’s gaan steeds langer mee

In 2016 groeide het aantal personenauto’s in Nederland met 122 duizend tot 8,22 miljoen, volgens de cijfers van het CBS. Maar het CBS houdt ook bij hoeveel auto’s er ieder jaar gesloopt worden. In 2016 kwamen er volgens het CBS 193 duizend auto’s vrij voor de sloop. Dat is iets meer dan de 189 duizend in 2015, maar veel minder dan in 2000 toen er nog 310 duizend auto’s naar de sloop werden gebracht.
In de grafiek hieronder is het aantal gesloopte auto’s per jaar weergegeven.

schermafbeelding-2017-02-26-om-09-04-04

Er is een duidelijke dalende trend. Er worden steeds minder auto’s gesloopt.
In 2009 werd er een sloopregeling voor oude auto’s door de overheid ingesteld. Het resultaat was dat er in 2009 247 duizend auto’s voor sloop werden aangeboden. Een flinke stijging t.o.v. 2008. De sloopregeling liep door tot april 2010 en heeft waarschijnlijk ook het aantal gesloopte auto’s in 2010 verhoogd.
Na 2010 zette de dalende trend in het aantal gesloopte auto’s door.

In het jaar 2000 waren er 6,34 miljoen personenauto’s in Nederland. In dat jaar werd 4,9% van alle Nederlandse personenauto’s naar de sloop gebracht. En als er jaarlijks 4,9% van het wagenpark wordt vervangen, duurt het 20 jaar om alle personenauto’s te slopen en te vervangen door nieuwe.
Het totaal aantal personenauto’s in Nederland liep in 2016 op naar 8,22 miljoen. En als er, zoals in 2016, maar 193 duizend auto’s worden gesloopt, dan duurt het 42 jaar voordat het totale aantal personenauto’s is vervangen door nieuwe.
Het wagenpark van 2016 gaat derhalve twee keer zo lang mee als het wagenpark van 2000.

In de grafiek hieronder staat het aantal jaar dat nodig is om het totale aantal Nederlandse personenauto’s te vervangen weergegeven. Die “vervangingsperiode” is berekend uit het totale aantal auto’s gedeeld door het aantal dat in het betreffende jaar vrijkwam voor sloop.

schermafbeelding-2017-02-26-om-17-24-02

Je zou kunnen zeggen dat een personenauto in 2016 twee keer zo lang meegaat als een personenauto in het jaar 2000.