Tagarchief: klimaatmodellen

Over de vertraging van de klimaatverandering

In de afgelopen 30 jaar is de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer gestegen. Op de website van het Goddard Institute for Space Studies (onderdeel van NASA) kun je die opwarming duidelijk zichtbaar maken. Hieronder een kaart van de wereld waarop ingekleurd is hoeveel de gemiddelde jaartemperatuur steeg tussen 1984 en 2014.

nmaps19842014

De gemiddelde mondiale jaartemperatuur (van december t/m november) steeg met 0,51°C. En er zijn ook plekken op Aarde (het Noordpoolgebied) waar de gemiddelde temperatuur 2°C steeg.

Als deze opwarmende trend nog eens 90 jaar doorgaat, dan kan de mondiale gemiddelde temperatuur in het jaar 2104 nog eens 1,5°C hoger zijn, ofwel 2 graden warmer dan in de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw. Die 2 graden is de prognose waar de meestgebruikte klimaatmodellen op uitkomen en waar het IPCC in ontzaggelijk dikke rapporten voor waarschuwt.

Met de tool op de GISS-website kun je ook laten zien dat het grootste deel van de stijging met 0,51°C optrad in de eerste 20 jaar van de periode 1984-2014. Tussen 1984 en 2004 steeg de mondiale jaartemperatuur al met 0,44°C.

nmaps19842004

De laatste 10 jaar is de opwarming veel langzamer gegaan: sinds 2004 steeg de gemiddelde mondiale jaartemperatuur marginaal met slechts 0,03°C. Sommige delen van de Aarde koelden de laatste 10 jaar met meer dan 0,5°C af.

nmaps20042014

Als de trend van de laatste 10 jaar zich de komende eeuw voortzet, dan is de temperatuurstijging tot het jaar 2100 slechts 0,3°C en dat is minder dan tijdens de afgelopen 30 jaar. Als de trend van de afgelopen 10 jaar doorzet, dan hebben we het grootste deel van de opwarming door broeikasgassen al achter de rug.

Om betere voorspellingen te kunnen doen is het belangrijk te analyseren waarom er de laatste 10 jaar minder opwarming optrad dan in de periode 1984-2004. Daarom onderzoeken wetenschappers de rol van de oceanen en de invloed, die cyclische patronen in de oceaanstromingen hebben op de temperatuur van de atmosfeer. Het is goed mogelijk dat de stromingen in de Stille Oceaan (PDO) en Atlantische Oceaan (AMO) de opwarming van de atmosfeer (door broeikasgassen) hebben versterkt in de periode 1984-2004. En dat de veranderde oceaanstromingen na 2004 ervoor zorgen dat de opwarming van de atmosfeer de laatste 10 jaar en de komende 10 jaar wordt onderdrukt.

Tussen 1925 en 1940, toen de mensheid veel minder broeikasgassen produceerde, steeg de gemiddelde jaartemperatuur met 0,25°C. Die opwarming was nagenoeg uitsluitend te danken aan natuurlijke factoren, waaronder de cyclische stromingspatronen in de oceanen, zoals de PDO en de AMO. Ook in die periode warmde vooral het Noordpoolgebied sterk op.

nmaps19251940

Als die opwarmende trend tussen 1925 en 1940 had doorgezet, dan was het nu (75 jaar later) ruim 1,2 graden warmer geweest dan in 1940. In werkelijkheid werd het in 2014 ‘slechts’ 0,75°C warmer dan in 1940.

Sneeuwval op Noordelijk Halfrond nog altijd flink hoger

Half oktober ligt er op de landmassa’s van het Noordelijk Halfrond al flink wat sneeuw.
Op het kaartje (van het Global Snow Lab) hieronder is met blauw aangegeven welke gebieden normaal gesproken nog sneeuwvrij zijn, maar waar dit jaar al wel sneeuw ligt.

2014291

In grote delen van Siberië, Scandinavië en Centraal-Azië ligt al vroeger dan normaal sneeuw. Het gaat om miljoenen vierkante kilometers.
Met rood is aangegeven waar nu nog geen sneeuw ligt terwijl dat normaal gesproken wel het geval is.

Uit de statistieken van het Global Snow Lab blijkt dat in oktober het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond de laatste 10 jaar meestal groter is dan het langjarig gemiddelde over de periode 1981-2010.

Schermafbeelding 2014-10-20 om 07.33.50

Het Amerikaanse US National Ice Center (afgekort NIC) hougt ook de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond in de gaten.
Op het plaatje hieronder zie je afwisselend het sneeuwdek van 18 oktober 2013 en 18 oktober 2014.
Het is duidelijk te zien dat er dit jaar veel meer sneeuw in Siberië gevallen is dan vorig jaar.

d7a6s

Land dat door sneeuw bedekt is, weerkaatst veel zonlicht. Als er meer sneeuw ligt dan normaal zal er ook meer zonlicht weerkaatst worden. Dit leidt ertoe dat de atmosfeer minder opgewarmd wordt dan in normale jaren (de periode 1981-2010).
Het is onwaarschijnlijk dat de meestgebruikte klimaatmodellen van klimaatwetenschappers rekening houden met een toename van de sneeuwbedekking. De toegenomen sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond zou zelfs een van de redenen kunnen zijn waarom de opwarming van het klimaat de laatste 12 jaar langzamer gaat dan de klimaatmodellen voorspellen.

Meeste Europese landen voldoen al aan Kyoto-doelstelling

In het klimaatverdrag van Kyoto is afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag gebracht moet worden tot onder het niveau van 1990. Voor de meeste Europese landen geldt als doelstelling dat de uitstoot 6 tot 8% onder de uitstoot van 1990 moet worden.
Als je kijkt naar de uitstoot van CO2 in 2013, dan blijkt dat de meeste Europese landen al ruimschoots voldoen aan die doelstelling.

CO2-uitstoot van 2013 vergeleken met die van 1990 voor Europese landen

CO2-uitstoot van 2013 vergeleken met die van 1990 voor Europese landen

In het plaatje hierboven is zichtbaar dat Litouwen en Roemenië hun CO2-uitstoot al met meer dan 50% terugdrongen: zij zijn Europees kampioen klimaatbeleid.
Slechts een klein groepje landen, België, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Noorwegen en Ierland hebben in 2013 meer CO2 geproduceerd dan in 1990.

Als je de CO2-uitstoot van alle landen in de grafiek bij elkaar optelt dan kom je in 2013 op 4125 miljoen ton CO2. Dat is 13% minder dan de CO2-uitstoot van dezelfde groep landen in 1990.
M.a.w. de gezamenlijke CO2-uitstoot van Europa is in 2013 ook al lager dan afgesproken in het Kyoto-protocol. (een aantal kleine landjes buiten beschouwing gelaten).
Ik ga ervan uit dat de Europese landen ook de uitstoot van andere broeikasgassen (methaan, lachgas en de fluorverbindingen CFK’s, PFK’s en zwavelhexafluoride) ook met succes hebben kunnen terugdringen onder het niveau van 1990.

De vermindering van de CO2-uitstoot in Europa en de snelheid waarmee dat is bereikt, maken de emissiescenario’s van het IPCC ongeloofwaardig.
Het klimaatpanel verwacht zelfs in haar meest optimistische prognose (RCP2.6) dat de mondiale CO2-uitstoot zal blijven stijgen tot 2020.

In de emissiescenario’s RCP4.5, RCP6.0 en RCP8.5 blijft de CO2-uitstoot stijgen tot 2035 of zelfs tot 2080. Dat is gezien de huidige ontwikkeling, erg onrealistisch te noemen.

Sneeuwdek op Noordelijk Halfrond kleiner dan normaal, maar wel dikker

Het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers Universiteit houdt bij hoeveel land van het Noordelijk Halfrond is bedekt met sneeuw.
In de afgelopen meimaand was het sneeuwdek kleiner dan het gemiddelde over de periode 1981-2010. In de grafiek hieronder wordt dat weergegeven door het rode balkje.

Schermafbeelding 2014-06-04 om 15.15.54

In de grafiek is goed te zien dat het sneeuwdek de afgelopen 10 meimaanden elke keer kleiner was dan het langjarig gemiddelde.
In mei 2014 was er 17 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt met sneeuw. Het gemiddelde over de periode 1981-2010 bedraagt 19,02 miljoen km². In april 2014 was het door sneeuw bedekte oppervlak ook al kleiner dan het langjarig gemiddelde.

Op de website van het Canadian Cryospheric Information Network (CCIN) is ook een grafiek te vinden, die laat zien dat het door sneeuwbedekte oppervlak in mei 2014 min of meer gelijk was aan het gemiddelde over de periode 1998-2011. (hier).
Op de CCIN-website staat ook een grafiek, waarin (een schatting van) het sneeuwvolume op het Noordelijk Halfrond wordt weergegeven: het zogenaamde Snow Water Equivalent.
Op die grafiek, hieronder, zie je dat het sneeuwvolume op het Noordelijk Halfrond sinds augustus 2013, vrijwel onafgebroken groter is geweest dan het gemiddelde (+ één standaard-deviatie).

nh_swe
Klik voor vergroting

Half mei lag er nog een hoeveelheid sneeuw op het Noordelijk Halfrond, die overeenkomt met 1000 km³ (kubieke kilometer). Als je die 1000 km³ deelt door het oppervlak van 17 miljoen km², dat door het Global Snow Lab werd becijferd, dan kom je op een gemiddelde dikte van 5,9 cm.

De Nederlandse onderzoekers Bintanja en Selten publiceerden onlangs in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift Nature een artikel waarin zij verwachten dat de hoeveelheid sneeuwval op het Noordelijk Halfrond verder zal toenemen door het afsmelten van het zeeijs rond de Noordpool. De grafiek van het Snow Water Equivalent, van CCIN, ondersteunt deze theorie.

Mijn vriend Paradox schrijft op zijn weblog, Paradoxnl, ook over het dikker-dan-normale sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond.

Wordt 2014 in Nederland het warmste jaar ooit?

De jaren 2006 en 2007 waren de warmste jaren ooit gemeten door het KNMI in De Bilt. De gemiddelde temperatuur kwam uit op 11,2°C. De temperatuur over de eerste vijf maanden van een kalenderjaar geeft al een aardige indicatie voor de te verwachten gemiddelde jaartemperatuur.
In 2007 was de gemiddelde temperatuur in De Bilt over de periode januari t/m mei 9,66°C. De eerste vijf maanden van dit jaar (2014) bedroeg de gemiddelde temperatuur 9,18°C en dat is na 2007 het hoogste.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.21.10

Er is een redelijke kans dat 2014 één van de warmste jaren ooit in Nederland gaat worden. In de grafiek hieronder worden de jaargemiddelde in De Bilt vergeleken met de temperatuur over de eerste 5 maanden van dat jaar.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.22.56

Op de website weerstatistieken.nl wordt op basis van de maandgemiddelden een schatting gemaakt voor de gemiddelde temperatuur over het gehele jaar 2014.
Als de temperatuur in laatste 7 maanden precies uitkomt op het langjarig gemiddelde voor die maanden, dan komt de gemiddelde jaartemperatuur over 2014 uit op 11,04°C.

Schermafbeelding 2014-06-01 om 12.26.52

Met een warme zomer en een zacht najaar zal 2014 even warm of zelfs warmer uitvallen dan 2006 en 2007.

Het KNMI presenteerde afgelopen week nieuwe klimaatscenario’s. Met behulp van computermodellen worden schattingen gemaakt voor de gemiddelde temperatuur en neerslag die het KNMI in de komende decennia verwacht: het is een extreme lange termijn voorspelling.
Ik zal in de toekomst wat dieper ingaan op de nieuwe klimaatscenario’s en ze vergelijken met de “oude scenario’s” uit 2006.

De publicatie van de nieuwe klimaatscenario’s kreeg geen enkele aandacht van de grote nationale media. Misschien omdat het vlak voor het vrije Hemelvaartweekend was, misschien omdat klimaatverandering tegenwoordig in het algemeen minder media-aandacht krijgt.

Stijging zeespiegel vertraagd door meer sneeuwval?

De Nederlandse klimaatonderzoekers Richard Bintanja en Frank Selten, werkzaam bij het KNMI, hebben zich de afgelopen tijd verdiept in de gevolgen van het afsmelten van het Noordpoolijs. Het resultaat van hun onderzoek werd afgelopen week gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Nature.

De onderzoekers laten met behulp van klimaatmodellen zien dat de hoeveelheid neerslag in het Noordpoolgebied zal gaan toenemen naarmate er in de zomermaanden meer open water komt. Door het afsmelten van het zeeijs, kan er meer water verdampen uit de Poolzee. Die extra verdamping leidt automatisch tot meer neerslag.

Bintanja en Selten verwachten dat er tot 50% meer neerslag kan gaan vallen, veelal in de vorm van sneeuw.
De extra sneeuwval heeft tot gevolg dat er meer zonlicht zal worden weerkaatst, waardoor het afsmelten van het zeeijs vertraagd zal worden. De klimaatmodellen voorspellen ook dat de ijskap van Groenland door de extra sneeuwval minder snel afsmelt. Hetzelfde geldt voor andere gletsjers in het Noordpoolgebied, zoals de gletsjer op de Kebnekaise in Zweden.

Met de Climate Explorer van het KNMI heb ik gekeken naar de sneeuwbedekking in het noorden van Noorwegen en Zweden. Ik heb de data van het Global Snow Lab van de Rutgers University opgezocht voor het gebied van 65 tot 68°NB en van 15 tot 22°OL.
Het is maar een klein gebiedje, maar in de periode 1984-2014 is de sneeuwbedekking in het gebied toegenomen (zie de grafiek hieronder)

tsirutgers_nhsnow_16-22E_65-67N_n_1984-2014yr1

De groene lijn is het voortschrijdend gemiddelde over 10 jaar.

Met de Climate Explorer kun je ook aparte grafiekjes maken voor het winter- en het zomer-halfjaar. Het blijkt dat de sneeuwbedekking in het winter-halfjaar (oktober tot en met maart) toegenomen is en in de zomermaanden min of meer constant is gebleven.

tsirutgers_nhsnow_16-22E_65-67N_n_1984-2014half

 

De onderzoekers Bintanja en Selten denken dat door de extra sneeuwval in het poolgebied de stijging van de zeespiegel afgeremd zal worden. Dat is in mijn ogen goed nieuws.
Maar het is wel in tegenspraak met de algemeen heersende opinie dat de stijging van de zeespiegel in de loop van de 21e eeuw zal toenemen.

Schat het IPCC de toekomstige CO2-uitstoot niet veel te hoog in?

Ik schreef hier al eerder over de toekomstige CO2-uitstoot en de rooskleurige, economische prognoses van het IPCC.
Afgelopen week hoorde ik een interview met Jeff Rubin over zijn boek The End of Growth. Het is zeker de moeite waard om het hele interview te beluisteren.

Maar vandaag wil ik even stil staan bij de laatste 90 seconden van het interview.
Daarin zegt Jeff Rubin:

We’re not going to be able to afford to cook ourselves to death. If you look at what the IPCC is forecasting in terms of carbon-emissions, in terms of coal and oil consumption in the next 20 years…..
We’re not going to emit half of the carbon that the IPCC says we are.
Not because of ecological-conscience governance. We’re going to not be able to afford the fuel…..
This is a very hopeful story, because it takes the future out of our hands.

Ofwel.
We kunnen het ons niet veroorloven om de planeet te koken. Als je kijkt naar wat het IPCC voorspelt voor de CO2-uitstoot, voor het olie- en steenkoolverbruik in de komende 20 jaar…
We zullen niet eens de helft van die CO2 produceren, die het IPCC ons voorspiegelt. Niet omdat regeringen klimaatbeleid voeren, maar omdat we de benodigde brandstof niet kunnen betalen….
Dit is een zeer hoopgevende ontwikkeling, omdat de toekomst niet langer in onze handen ligt.

In dit najaar zal het IPCC een nieuw rapport uitbrengen: AR5.
In dat rapport zullen nieuwe prognoses staan voor de te verwachten CO2-uitstoot in de komende decennia.
Het slechtste scenario van het IPCC (MESSAGE 8.5) voorziet dat de menselijke CO2-uitstoot in de 21e eeuw zal verviervoudigen en zal oplopen tot 100 gigaton per jaar.

Jeff Rubin vindt dit scenario zeer onrealistisch. Ik ook trouwens.
Maar ook de andere emissie-scenarios (GCAM 4.5 en AIM 6.0) gaan ervan uit dat de menselijke CO2-uitstoot nog zeker 20 jaar zal blijven stijgen. Gezien de recente economische ontwikkelingen lijkt die veronderstelling ongegrond. Zelfs in China, India en Brazilië is de economische groei afgezwakt. Ook de politieke beslissing van Indonesië, Egypte en Libië om de subsidie op brandstof af te schaffen maakt deze voorspellingen(GCAM 4.5 en AIM 6.0) ongeloofwaardig.

Eigenlijk is alleen het groenste emissie-scenario IMAGE 2.6, waarin de CO2-uitstoot zal blijven groeien tot 2020 en pas na 2025 zal gaan dalen, realistisch te noemen.
De vraag dringt zich op waarom het IPCC dan toch zeer optimistische, maar volkomen onrealistische voorspellingen doet over de menselijke CO2-uitstoot, ons energieverbruik en economische ontwikkeling.
En waarom zullen wetenschappers, journalisten en politici de ongeloofwaardige economische scenario’s van het IPCC slikken als zoete koek?