Tagarchief: grondstoffen

Is de wereld peak-steenkool al gepasseerd?

De produktie van steenkool in een land bereikt op een bepaald moment een maximum en neemt daarna af. In de meeste Europese landen werd de maximale steenkoolproduktie al in de eerste helft van de 20e eeuw bereikt.
In 1913 bereikte Groot-Brittannië peak-coal, zoals duidelijk zichtbaar in onderstaande grafiek.

BItishcoalproduction

In Duitsland piekte de produktie van “hard coal” in 1958. De totale Duitse steenkoolproduktie piekte in 1985.

Vroeger of later zal de gezamenlijke mondiale steenkoolproduktie ook een maximum bereiken en daarna gaan afnemen. Tadeusz Patzek en Gregory Croft berekenden in 2011 dat de mondiale steenkoolproduktie al dicht tegen het maximum aanzat. Zij voorzagen de mondiale peak-coal in 2011 of 2012.

Uit de nieuwste editie van BP’s Statistical Review of World Energy blijkt dat de mondiale steenkoolproduktie in 2014 lager was dan in 2013. In het afgelopen jaar bedroeg de wereldwijde produktie 8165 miljoen ton en dat was 0,7% minder dan de 8231 miljoen ton uit 2013 en ook minder dan de 8187 miljoen ton uit 2012.
De produktie van China, de grootste steenkoolproducent en verbruiken van de wereld daalde in 2014 met 2,6% t.o.v. 2013. De 3874 miljoen ton, die China in 2014 produceerde was ook nog 1,8% minder dan de 3945 miljoen ton uit 2012.

In de grafiek hieronder heb ik de mondiale steenkoolproduktie en de Chinese steenkoolproduktie voor de afgelopen decennia uitgezet. Op de Y-as staat de produktie in miljoen ton olie-equivalent.

Schermafbeelding 2015-07-01 om 15.41.10

in de grafiek zie je dat China de laatste jaren verantwoordelijk is voor ruim 45% van de mondiale produktie. Als de steenkoolproduktie in China verder afneemt, dan zal ook de mondiale produktie verder dalen.
In de eerste 3 maanden van 2015 lag de Chinese steenkoolproduktie 3,5% lager dan in dezelfde periode van 2014. Ook in Indonesië is de produktie lager dan vorig jaar. En in de VS, de op één na grootste steenkoolproducent ter wereld, verwacht men 5% minder te produceren dan in 2014.
Al met al lijkt de mondiale steenkoolproduktie in 2015 lager ook uit te vallen dan in 2013 en 2012. De kans dat de voorlopig maximale produktie  uit 2013 ooit zal worden overtroffen, wordt alsmaar kleiner. Misschien is de wereld peak-steenkool al in 2013 gepasseerd.

Heeft de mondiale steenkoolwinning al gepiekt?

Coal+mine

Bij de winning van delfstoffen treedt vrijwel altijd hetzelfde patroon op. De winning neemt gestaag toe, totdat door geologische, logistieke of economische factoren een maximale produktie wordt bereikt. Daarna neemt de produktie van de grondstof geleidelijk weer af. De makkelijk winbare reserves zijn het eerst geëxploiteerd en het kost steeds meer energie om de produktie op peil te houden. Uiteindelijk daalt de produktie naar nul. Ook de winning van steenkool vertoont dit klassieke piek-patroon.
Als voorbeeld de steenkoolwinning in Polen. De maximale Poolse steenkoolproduktie werd bereikt in 1988, ruim 266 miljoen ton. In 2013 was de steenkoolproduktie alweer afgenomen tot 143 miljoen ton.

Schermafbeelding 2015-04-16 om 19.50.24

Zo zal ook de gezamenlijke steenkoolproduktie van de gehele wereld uiteindelijk een maximum bereiken en daarna weer gaan afnemen. Patzek en Croft dachten in 2011 al dat de mondiale piekproduktie zeer nabij was. Het is interessant om te kijken of zij er ver naast zaten.
De mondiale steenkoolproduktie is het afgelopen decennium flink gestegen, vooral doordat de produktie in China sterk werd opgevoerd. China werd ‘s werelds grootste steenkoolproducent en is verantwoordelijk voor de helft van de wereldproduktie. Het afgelopen jaar daalde de produktie in China met ongeveer 2,5%.
De VS zijn de op één na grootste steenkoolproducent. In de VS steeg de steenkoolproduktie met 1,2%. De afname van de Chinese steenkoolproduktie is ongeveer 8x zo groot als toename in de Amerikaanse produktie. De gezamenlijke produktie van China en de VS bedraagt 58% van de mondiale produktie en was in 2014 lager dan in 2013.
De steenkoolproduktie in de landen, die de resterende 42% produceren, is nog niet in detail bekend. Het is mogelijk dat de mondiale steenkoolproduktie in 2014 iets hoger was dan de 7896 miljoen ton, die in 2013 uit de aardkorst werd opgegraven.

In de eerste maanden van 2015 is de steenkoolprijs verder gedaald. Die prijsdaling wijst op een overproduktie. De lage steenkoolprijs zal er waarschijnlijk toe leiden dat de winning voor sommige mijnbouwgebieden onrendabel wordt. Sommige mijnen zullen in 2015 gesloten worden. Andere mijnen zullen minder steenkool winnen dan in het afgelopen jaar.
De Chinese steenkoolproduktie is in het eerste kwartaal van 2015 verder gedaald en lag 3,5% lager dan in 2014. Het Energy Information Agency (EIA) verwacht dat de Amerikaanse steenkoolproduktie in 2015 flink lager (>5%) zal zijn dan in 2014. In de op vier na grootste steenkoolproducent, Indonesië, wordt gemeld dat de steenkoolproduktie in het eerste kwartaal van 2015 21% lager was in vergelijking met 2014.
Als drie van ‘s werelds vijf grootste steenkoolproducenten een lagere produktie melden, dan wordt het waarschijnlijk dat de mondiale steenkoolproduktie over heel 2015 lager zal zijn dan in 2014. Op basis van recente cijfers zou de mondiale steenkoolproduktie in 2014 gepiekt kunnen hebben.

Maar. Als de vraag naar steenkool flink gaat toenemen, kan de prijs snel stijgen en kan de steenkoolwinning weer lucratief worden. Het is mogelijk dat de steenkoolproduktie in 2016 of later nog boven de recordproduktie van 2014 zal uitkomen. Naarmate er meer makkelijk winbare wordt opgestookt, wordt het echter steeds waarschijnlijker dat peak-steenkool in 2014 werd bereikt.

Peak-tin: makkelijk winbaar tin raakt op, moeilijk winbaar tin is te duur

tinprijs20082014

In 2011 liep de prijs van tin korte tijd op tot boven de 30000 dollar per ton. N.a.v. een artikel van Dave Cohen schreef ik een blog over Peak-Tin. De tinprijs liep zo hoog op omdat de vraag naar tin (soldeertin voor printplaatjes en conservenblikken) sneller groeide dan de wereldwijde produktie. Drie jaar geleden dacht Dave Cohen dat de jaarlijkse wereldwijde tinproduktie in 2011 zou uitkomen op 366 duizend ton en daarna zou gaan afnemen.

De prijs van tin is inmiddels een stuk lager geworden: ongeveer 20000 dollar per ton. Misschien omdat de vraag naar tin is gedaald. Er worden minder printplaatjes met soldeertin gemaakt voor TV’s en computers. En er worden minder conservenblikken verkocht.
Door die lagere prijs wordt het onrendabel om arme tinertsen en moeilijk winbaar tinerts te exploiteren. De lage tinprijs zou ertoe kunnen leiden dat de produktie van tin gaat afnemen. In de praktijk is dat al aan het gebeuren.

De hoogste mondiale jaarproduktie, peak-tin, dateert van 2007. Toen bedroeg de mondiale produktie volgens de statistieken van de British Geological Survey ruim 340 duizend ton geproduceerd. In 2012 was de produktie 12% lager dan in 2007: ruim 300 duizend ton. Over 2013 heb ik geen cijfers kunnen vinden.

Schermafbeelding 2015-01-04 om 14.05.29

Kennelijk kon de wereld zich in 2012 minder tin permitteren dan in 2011.
In 2007 was de tinprijs 16000 dollar per ton en bedroeg de waarde van de wereldtinproduktie: 5,50 miljard dollar.
In 2011 bij een tinprijs van gemiddeld 26000 dollar per ton kwam de waarde van de mondiale tinproduktie tussen 7,9 en 8,0 miljard dollar uit.
in 2012 was de tinprijs gemiddeld 21000 dollar per ton en bedroeg de waarde van de mondiale jaarproduktie: 6,3 miljard dollar.
Bij een tinprijs van 30000 dollar per ton is er in de wereldeconomie een verandering in gang gezet, die ertoe leidt dat er minder tin nodig is. Misschien werd het bij 30000 dollar per ton interessant om meer tin terug te winnen uit afval (recycling). Misschien heeft men een goedkoper alternatief gevonden voor conservenblikken. Feit is dat de vraag naar tin nu lager is dan in 2007 en 2011. Mijnbouwbedrijven laten het moeilijk winbare en dure tin in de grond zitten. Ze produceren minder tin en krijgen daar een lagere prijs voor.
Ik ga ervan uit dat de maximale tinproduktie van 2007 (340 duizend ton) nooit meer overtroffen zal worden.

Bij aardolie zie je eenzelfde ontwikkeling. Door de hoge olieprijs van de afgelopen jaren is er iets veranderd in de wereldeconomie. We zijn met zijn allen op zoek gegaan naar oplossingen om te besparen op de olie-uitgaven. En dat is vrij aardig gelukt: door de afnemende vraag is er nu een overproduktie aan aardolie. De olieprijs is flink gedaald en die lagere prijs zal olieproducenten dwingen om moeilijk winbare olie in de bodem te laten zitten.

Peak-oil leidt tot peak-uranium

Uraniumwinning wordt steeds duurder
In 2006 verwachtte het IEA dat de mondiale uraniumproduktie in 2020 zou stijgen tot 55 kiloton (het oranje gebied in de grafiek hieronder) wanneer de extractiekosten beperkt worden tot maximaal $40 per kg.


(bron: Energy Watch Group dec. 2006)

Als de mijnbouwbedrijven de extractiekosten laten oplopen tot maximaal $130 per kg. dan kunnen ook de moeilijk winbare uraniumreseves worden geëxploiteerd en is een hogere produktie van 70 kiloton per jaar haalbaar (aangegeven door het gele gebied in het plaatje hierboven). Maar die hogere extractiekosten moeten wel opgebracht worden door de afnemers.
Eind 2006 schommelde de olieprijs rond de $60 per vat.

De prijs, die de afnemers wilden betalen voor uranium, liep het afgelopen decennium snel op van $8 per pound in 2001 naar meer dan $50 per pound vanaf augustus 2006. De hogere extractiekosten kunnen bij die prijzen makkelijk worden terugverdiend.


(bron:Cameco)

De mondiale uraniumproduktie steeg geheel volgens de verwachting van 39 kiloton in 2006 naar 58 kiloton in 2012. Maar omdat er wereldwijd jaarlijks 70 kiloton uranium verbruikt wordt, is er nog altijd een onderproduktie ofwel supply-deficit.

Minder kernenergie betekent minder vraag naar uranium
Momenteel zijn er wereldwijd 435 kernreactors in bedrijf. En wordt er gebouwd aan 71 nieuwe reactors. Je zou verwachten dat de hoeveelheid elektriciteit, die kerncentrales opwekken, nog altijd stijgt.
In 2006 werd er wereldwijd ruim 2800 TeraWattuur (TWh) door kerncentrales opgewekt. Maar in 2013 was dat nog maar 2490 TWh, ofwel 11% minder dan in 2006. (zie grafiek hieronder)

peakkernenergie01

De afname van de hoeveelheid opgewekte kernenergie gaat gepaard met een dalende prijs voor uranium. De prijs voor een pound uranium is in de laatste 3 jaar weer gedaald tot onder de $30. Het wordt erg moeilijk om de stijgende mijnbouwkosten terug te verdienen.

uraniumprijs20112014
(bron:Cameco)

De dalende prijs duidt op een dalende vraag naar uranium. Maar waardoor is de vraag afgenomen?
Enerzijds zal de kernramp in Fukushima en de politieke keuze in Japan en Duitsland om kerncentrales te sluiten leiden tot een lagere vraag en lagere uraniumprijs.
Anderzijds kan de prijs van meer dan $50 per pound uranium te hoog zijn voor een deel van de afnemers.
Toen de prijs van een vat aardolie meer dan $140 bedroeg, trad er ook uitval van de vraag naar aardolie op (demand-destruction). Waarschijnlijk daalt ook de vraag naar uranium omdat het gewoon te duur is geworden.

De winning en zuivering van uranium wordt steeds duurder omdat de rijkste ertsen al in de 20e eeuw zijn verbruikt. Het uraniumerts dat over is, bevat minder uranium en er moet dus veel meer gesteente worden verplaatst en vermalen om dezelfde hoeveelheid splijtbaar uranium te winnen. En dat terwijl door de gestegen olieprijs de brandstof van de mijnbouwmachines en de elektriciteit voor de opwerkingsfabrieken de afgelopen 10 jaar veel duurder is geworden.

Er zit ook uranium opgelost in zeewater. En in principe hebben we de technologie om uranium uit zeewater te winnen. Maar in de praktijk zal uranium uit zeewater te halen zo duur zijn, dat de elektriciteit uit kerncentrales voor de afnemers onbetaalbaar wordt.
Aan het begin van het kernenergie-tijdperk dacht men dat elektriciteit uit kerncentrales zo goedkoop zo zijn, dat het verbruik niet meer gemeten hoefde te worden (“too cheap to meter“, waren de woorden van Lewis Strauss).
Dat is een fabeltje gebleken.
Binnenkort wordt elektriciteit uit kerncentrales te duur om te verkopen (too expensive to market).

Waar komt het Europese aardgas vandaan?

Tijdens en na de omwenteling in de Oekraïne is er veel aandacht geweest voor de Europese afhankelijkheid van Russisch aardgas. Voor Euan Mearns was dit reden genoeg om eens te kijken naar de herkomst van het aardgas dat Europa opstookt. Op zijn weblog Energy Matters staat een uitgebreid verhaal getiteld “The Fantasy of European Gas Independence“.

In de eerste grafiek van Mearns zie je dat ongeveer de helft van het Europese aardgas in Europa zelf gewonnen wordt. Ca. 30% komt uit de voormalige Sovjet-Unie (FSU), 10% uit Noord-Afrika en 10% wordt als vloeibaar gas geïmporteerd (LNG).

EU_gas_supply

In figuur 3 van Euan Mearns zie je de hoeveelheid aardgas, die Europa importeert uit Noord-Afrika (Libië en Algerije)

imports_N_africa

De hoeveelheid aardgas, die Noord-Afrika levert aan Europa is aan het afnemen, door de onrust in Libië en doordat de Algerijnse gasexport daalt.

Ik wil ook even figuur 4 van Mearns laten zien.
Nederland draagt ongeveer 20% bij aan de totale Europese gasproduktie. Noorwegen ongeveer 45%, Groot-Brittannië ongeveer 15% en de rest komt voor rekening van Denemarken en andere landen.

european_gas_forecast

In het plaatje is een prognose voor de komende 7 jaar getekend. De Europese gasproduktie zal verder afnemen tot minder dan 200 miljard kubieke meter.
In de komende jaren zal Europa het aardgasverbruik moeten terugschroeven… of Europa zal meer gas moeten gaan invoeren. De invoer uit Noord-Afrika is al aan het afnemen. Dus Europa zal meer vloeibaar gas (LNG) moeten gaan invoeren of meer gas gaan afnemen uit de voormalige Sovjet-Unie.

Het laatste plaatje dat ik wil laten zien is de hoeveelheid gas, die Europese landen van de voormalige Sovjet-Unie afnemen. Die is in de afgelopen 35 jaar gestaag opgelopen tot 120 miljoen ton olie-equivalent. En misschien zal die grafiek in de toekomst nog verder stijgen.

EU_imports_FSU

Lees vooral het hele aardgasverhaal op Energy Matters. De andere verhalen op het blog van Euan Mearns zijn ook goed onderbouwd en informatief.
Als je wilt, kun je Euan Mearns sponsoren, zodat hij onafhankelijk kan blijven berichten over peakoil en aanverwante zaken.

Van warme douches komen aardbevingen

De wantoestanden in de bio-industrie ontstaan doordat wij met zijn allen teveel vlees eten en daar te weinig voor willen betalen.
Als we maar één dag per week vlees eten en daar het drievoudige voor willen betalen, dan worden megastallen overbodig. Dan kun je bij een ambachtelijke slager een eerlijk stuk vlees kopen van een dier dat een redelijk normaal leven heeft gehad.

De aardbevingen in het noorden van het land worden veroorzaakt door de gaswinning. Omdat wij ons huis in de winter warm stoken en elke dag een warme douche nemen van langer dan 5 minuten.
Als we de verwarming wat lager zetten en slechts één kamer van het huis verwarmen, dan hoeft er minder aardgas gewonnen te worden.
Als we maar 3 keer per week douchen, korter dan 5 minuten en het liefst met koud water, dan scheelt dat over heel Nederland miljoenen kubieke meters aardgas.

Afgelopen jaar haalde de Nederlandse Aardolie Maatschappij ruim 54 miljard m³ aardgas uit de bodem onder Groningen. Dat is 14% meer dan in 2012.
In januari 2011 stelde minister Verhagen van Economische Zaken voor het Groningenveld een productieplafond vast van 425 miljard m³ voor de periode 2011 tot en met 2020. Dat komt neer op een jaarlijks gemiddelde van 42,5 miljard m³.
In 2011 werd dit plafond met 10% overschreden. In 2012 lag de produktie 12% boven het afgesproken plafond en afgelopen jaar bedroeg de overschrijding meer dan 25%.
We kunnen ervan uit gaan dat ook in 2014 het produktieplafond wordt overschreden.

Deskundigen van het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerden de produktie van gas zo snel mogelijk te verminderen vanwege het toenemende aantal stevige aardbevingen in Groningen. Een produktievermindering van bijvoorbeeld 30 procent zou al leiden tot 30 procent minder bevingen.

30% minder aardgas: wat betekent dat?
Een produktiebeperking van het Groningenveld van 30% komt neer op 12,8 miljard m³ aardgas. Als je uitgaat van de produktie van 2013 (54 miljard m³) dan komt die 30% uit op ruim 16 miljard m³.
We kunnen natuurlijk 12,8 miljard m³ aardgas uit Noorwegen of Rusland importeren. Maar bij de huidige prijs kost die hoeveelheid aardgas 8,3 miljard euro. Het is natuurlijk slecht voor de Nederlandse economie als we ruim 8 miljard euro aan Noorwegen of Rusland moeten betalen voor een grondstof, die al decennialang gratis voor ons is.

Gasverbruik verminderen de beste oplossing: op korte en lange termijn
De produktiebeperking, die de deskundigen voorstellen, is niet eenmalig, maar zal vanaf 2014 vast worden ingevoerd. Daarom is het ook op de lange termijn verstandig om het Nederlandse aardgasverbruik drastisch te beperken.
Allereerst kunnen we de verspilling aanpakken. Huizen beter isoleren en de Nederlanders oproepen om de thermostaat lager te zetten. De overheid kan het goede voorbeeld geven door in openbare gebouwen de thermostaat lager te zetten.
Aardgas gebruiken als brandstof voor stadsbussen is voor de luchtkwaliteit. Maar om het aardgasverbruik te beperken moeten we op zoek naar andere alternatieven.

douche

Verspilling door lang en warm douchen
Het verwarmen van leidingwater en dat warme water het riool in laten lopen, lijkt ook een behoorlijke verspilling.
Bijna 20% van het Nederlands aardgasverbruik gaat op aan het verwarmen van water voor de badkamer en de keuken. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de gewoonte om met warm water te douchen bijdraagt aan het aantal aardbevingen in Groningen.
We kunnen dus aardbevingen in Groningen voorkomen door korter te douchen en met koud water te douchen. Het lijkt me goed dat de overheid de Nederlanders oproept om korter te douchen en met koud water te douchen.

Wordt terrorisme in Afrika een aanleiding voor Amerikaanse interventie?

enhanced-buzz-wide-1076-1379777727-15 Overlevenden van de aanslag op de Westgate Shoppingmall in Nairobi

De afgelopen maanden horen we veel berichten over terreuraanslagen in Afrikaanse landen. In Nigeria pleegt de terreurgroep Boko Haram aanslagen. In Kenia viel de islamitische terreurbeweging Al Shabab een winkelcentrum aan. Ook in Libië en Mali plegen moslimextremisten aanslagen. Tot dusver proberen de lokale regeringen de terroristen aan te pakken, maar hoelang zal het nog duren voordat er buitenlandse militaire hulp ingeroepen wordt?

De afgelopen jaren heeft het Amerikaanse leger al in veel Afrikaanse landen voet aan de grond gekregen. In 2008 werd door het Pentagon AFRICOM opgezet, een nieuwe tak van het Amerikaanse leger dat de Amerikaanse belangen in Afrikaanse landen zal gaan verdedigen, als dat nodig is. Op de website van AFRICOM kun je lezen wat de doelstellingen van dit legeronderdeel zijn.
Op internet zijn al een paar kritische beschouwingen geschreven over de Amerikaanse (neokoloniale) inmenging in Afrika.
Nick Turse gaf op TomDispatch.com een overzicht van de snel groeiende activiteit van AFRICOM. Op het kaartje hieronder kun je zien dat Amerikaanse militairen actief zijn in 49 van de 54 Afrikaanse landen.

africom01

De gele markers geven activiteiten aan gestart in 2012.
De groene merktekens wijzen op activiteit , die in 2013 werd opgestart. Dus vooral in de laatste 2 jaar groeit de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Afrika sterk.

Het weblog Security Assistance Monitor meldt dat ook in 2014 de militaire aanwezigheid verder zal groeien.
Het Pentagon heeft in de begroting voor 2014 een bedrag van 1,4 miljard dollar uitgetrokken voor operaties in Afrika.

Als reden voor de militaire operaties zal de strijd tegen het moslimterrorisme worden opgevoerd. Terwijl ik dit verhaal schreef, kwam op de radio het bericht langs dat Amerikaanse commando’s in Libië een leider van terreurgroep (gelieeerd aan Al Qaida) hebben opgepakt. En het bericht dat een aanval op een basis van Al Shabab in Somalië mislukte.

Terrorisme-bestrijding of is er een andere reden voor militaire aanwezigheid?
De terreuraanval op de Westgate-shoppingmall in Nairobi, van twee weken geleden, zal nog lang worden gebruikt als rechtvaardiging voor het Amerikaanse militaire optreden in Afrika. Er zullen nog wel meer aanslagen in Oost-Afrika volgen van Al Shabab en in West-Afrika door Boko Haram. Het is belangrijk dat er schokkende beelden van die aanslagen zijn waarmee de Amerikaanse regering het zenden van militairen naar Afrika voor de kiezers kan rechtvaardigen. Zo maakten de topfotografen Tyler Hicks en zijn vrouw Nichole Sobecki een uitgebreide fotoreportage van de aanval op de Westgate-shoppingmall in Nairobi.

Maar op de achtergrond is er nog een andere reden voor de neokoloniale militaire activiteit in Afrika. Voor veel Afrikaanse landen is China de belangrijkste handelspartner. Dat betekent dat veel Afrikaanse grondstoffen (en gewassen) niet naar Amerika gaan, maar naar het verre Oosten.
Het weblog Fabius Maximus schreef daar in februari van dit jaar al over. En Franklin Spinney schreef in maart een artikel in Counterpunch over dit onderwerp.