Tagarchief: wetenschap

De zon gaat weer slapen. Krijgen we weer koude winters?

In de periode 2008 t/m 2010 vertoonde de zon nauwelijks zonnevlekken. Het jaar 2008 telde 266 dagen zonder zonnevlekken; 2009 telde 262 vlekkeloze dagen en 2010 kwam tot 51 vlekkeloze dagen.
In het lopende jaar, 2016, is het aantal vlekken op de zon weer afgenomen. En tot nu toe werden er dit jaar al 22 vlekkeloze dagen genoteerd.
In de grafiek hieronder is het gemiddelde maandelijkse zonnevlekkengetal ingetekend vanaf januari 2000.

schermafbeelding-2016-11-08-om-19-22-22

In de komende jaren zal het zonnevlekkengetal nog iets verder dalen en zullen er meer zonnevlekloze dagen optreden.

Nu hebben veel wetenschappers het idee dat een afname van de zonne-activiteit, een afname van het aantal zonnevlekken op aarde leidt tot lagere temperaturen. In de 17e en 18e eeuw waren er relatief weinig zonnevlekken en waren er in Europa lange koude winters. Daarom wordt die periode door klimatologen ook wel de Kleine IJstijd genoemd.

Het is ook opvallend dat er in jaren met weinig zonnevlekken Elfstedentochten gereden werden. In 1985 en 1986 waren er nauwelijks zonnevlekken. En 1996, het jaar van de laatste Elfstedentocht, was een jaar met een minimale zonne-activiteit.

Als we kijken naar de laatste jaren, dan zien we eenzelfde trend.
In de jaren met weinig zonnevlekken en dus veel zonnevlekloze dagen (2008, 2009 en 2010) lag in Nederland de gemiddelde wintertemperatuur (over december t/m februari) onder normaal. De eerste winter van het zonneminimum (december 2007 t/m februari 2008) leverde nog een boven-normale temperatuur op.

In jaren zonder zonnevlekloze dagen (2011 t/m 2015) kwam de gemiddelde wintertemperatuur uit boven het langjarig gemiddelde.
in de grafiek hieronder heb ik geprobeerd dat verband duidelijk te maken. Voor alle duidelijkheid: de gemiddelde wintertemperatuur van 2006 is het gemiddelde over december 2006, januari 2007 en februari 2007. Zo is de wintertemperatuur van 2015 berekend over december 2015 en januari en februari van 2016.

schermafbeelding-2016-11-08-om-21-20-07

Een dergelijk korte meetreeks zegt op zich niet zoveel. Het kan toeval zijn dat de reeks jaren met veel vlekkeloze dagen een daling van de wintertemperatuur laat zien. En dat in een reeks jaren zonder vlekkeloze dagen de wintertemperatuur weer oploopt to ver boven het langjarig gemiddelde.
Maar het wordt interessant of we in de komende vier jaar, 2017 – 2021, weer een aantal koude winters zullen krijgen.

Zonnecyclus 24 loopt op haar einde: wat betekent dat voor het klimaat?

De huidige zonnecyclus, nr. 24, begon in 2009. Dat jaar waren er nog heel weinig zonnevlekken. Wetenschappers telden in 2009 260 dagen zonder zonnevlekken.
De zon ontwaakte langzaam uit het activiteitsminimum. In 2010 waren er nog 51 dagen zonder zonnevlekken. In 2014 en 2015 bereikte de zonne-activiteit een maximum: er waren nauwelijks zonnevlekloze dagen. Het zonnevlekkengetal liep één maand op tot boven de 100.
In de grafiek hieronder is het aantal zonnevlekken weergegeven door het zonnevlekkengetal.
In het laatste jaar is het zonnevlekkengetal snel gedaald tot onder de 25.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21.22.45

Het jaar 2016 telt inmiddels 20 dagen zonder zonnevlekken. We zijn hard op weg naar een nieuwe periode van minimale zonne-activiteit: het inde van zonnecyclus 24.

Het magneetveld van de zon beschermt de Aarde tegen kosmische straling. Aan het eind van een zonnecyclus verzwakt het magneetveld van de zon. Dat magneetveld wordt door wetenschappers uitgedrukt in de Ap-index. In de grafiek hieronder zie je dat de Ap-index in 2008 en 2009 erg laag was.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21.23.09

In 2016 is de Ap-index nog vrij hoog. De Ap-index daalde ook in de vorige zonnecyclus later dan het aantal zonnevlekken.

In de jaren met lage zonne-activiteit aan het eind van een zonnecyclus is er in Europa een hogere kans op koude winters.
In 1963 eindigde zonnecyclus 19: in dat jaar beleefde Europa de koudste winter in eeuwen.
Aan het einde van zonnecyclus 20 (1974) traden geen koude winters op.
Aan het eind van cyclus 21 kreeg Nederland twee Elfstedenwinters op rij: 1985 en 1986.
Ook aan het eind van cyclus 22 in 1996 was er een Elfstedentocht.
En de winters van 2008, 2009 en 2010 aan het eind van cyclus 23 waren kouder dan normaal.

Het kan zijn dat de kans op een koude winter in Europa hoger is als het magneetveld van de zon zwakker is en er meer kosmische straling uit de ruimte doordringt in de aardatmosfeer.
Op het plaatje hieronder staan metingen van de kosmische straling in het Finse Oulu weergegeven. De grafiek loopt van 1966 tot 2016.
De koude winters van 1979, 1985, 1986, 1997 en 2010 heb ik met een rood sterretje weergegeven.

Schermafbeelding 2016-08-08 om 21

Ik vind het opvallend dat koude winters vooral optreden in periodes dat de kosmische straling flink hoger is dan het gemiddelde. De afgelopen jaren 2014 en 2015 hadden we zeer zachte winters in Europa en dat was bij een gemiddelde hoeveelheid kosmische straling.

Met de afname van het aantal zonnevlekken en het zwakker worden van het magneetveld van de zon, zal de hoeveelheid kosmische straling weer groter worden. Komende winter zal nog wel een milde winter zijn. Maar de kans op een koude winter neemt m.i. weer toe in 2018, 2019 en 2020.

Is de opwarming van het klimaat in Nederland gestopt? (deel 2)

Het KNMI is er van overtuigd dat de gemiddelde temperatuur in Nederland de komende decennia verder zal stijgen. In de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI uit 2014 staat duidelijk te lezen:

Schermafbeelding 2016-06-04 om 08.03.49

Deze bewering slaat echter op de periode 2050 tot 2085 en tegen die tijd zal er niemand meer zijn, die je kunt afrekenen op eventuele blunders.

Maar goed: laten we eens kijken of de gemiddelde temperatuur in Nederland het afgelopen decennium verder is gestegen. Om dat zichtbaar te maken heb ik gekeken naar de afwijking van de maandelijkse gemiddelde temperatuur t.o.v. het langjarig gemiddelde over de periode 1981-2010. Dat langjarig gemiddelde zal ik hierna aanduiden met normaal.

In de maand mei 2016 bedroeg de gemiddelde temperatuur in De Bilt 14,5ºC en dat is 1,4ºC warmer dan de normale temperatuur voor mei: 13,1ºC.
Zo heb ik voor alle maanden vanaf januari 1977 een afwijking berekend. Sommige maanden zijn veel warmer dan normaal: december 2015 was 5,9ºC te warm. Maar andere maanden zijn veel kouder dan normaal: januari 1979 was 6,3ºC te koud. De spreiding is echt heel groot.

Om in al die schommelingen toch een trend te kunnen ontwarren heb ik het voortschrijdend gemiddelde genomen over 132 maanden, ofwel een periode van 11 jaar. Dan wordt inzichtelijk dat het in de jaren 90 en de eerste jaren van de 21e eeuw duidelijk warmer is geworden.
De gemiddelde afwijking van de normale temperatuur loopt op van -0,4ºC naar +0,2ºC.

Schermafbeelding 2016-06-07 om 07.10.32

In de periode tussen 2000 en 2010 steeg de gemiddelde afwijking van de normale temperatuur naar +0,6ºC. Maar in de afgelopen 10 jaar blijft de afwijking t.o.v. de normale temperatuur gemiddeld genomen tussen de 0,3 en 0,5 ºC schommelen. Er is geen sprake van een verdergaande stijging, maar de gemiddelde temperatuur lijkt zelf weer iets dichter bij de normale temperatuur te liggen.
Nu ik deze gegevens op een rijtje heb staan is het vrij gemakkelijk om elk jaar een update te geven over de stand van de opwarming in Nederland.

Het is goed mogelijk dat door één of meerdere natuurlijke oorzaken de opwarming in Nederland de laatste 10 jaar stagneert. Maar wat zou die oorzaak of oorzaken dan kunnen zijn. Moet het KNMI dan geen onderzoek naar de factoren, die de verdergaande opwarming tegenwerken?
En waarom doet het KNMI alleen nog maar vage voorspellingen over de periode na 2050 en geen concretere voorspellingen voor de komende 30 jaar?

IJsman Wim Hof houdt van kou

Is de opwarming van het klimaat in Nederland gestopt?

In 2014 bereikte de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland, gemeten in De Bilt, een nieuw record 11,7ºC. Zo warm was het nog nooit geweest sinds de metingen begonnen. Daardoor lijkt het of de opwarming van het klimaat nog altijd doorgaat.
Maar over de eerste 5 maanden van 2016 was de gemiddelde temperatuur in De Bilt 7,6ºC. En dat is eigenlijk heel normaal als je kijkt naar de afgelopen 30 jaar. In 1988 was het bijvoorbeeld over de periode januari t/m mei 7,74 ºC.
In de grafiek hieronder is de gemiddelde temperatuur over de eerste 5 kalendermaanden van het jaar weergegeven.

Schermafbeelding 2016-06-02 om 16.57.30

De donkerblauwe doorgetrokken lijn in de grafiek is het voortschrijdend gemiddelde over 7 jaar. En aan dat voortschrijdend gemiddelde kun je zien dat het de laatste 25 jaar gemiddeld genomen niet warmer is geworden.

Kijken we alleen naar de maand mei, dan lijkt het ook wel alsof de opwarming de laatste jaren stagneert. In de grafiek hieronder zie je de gemiddelde temperatuur in mei over de afgelopen 40 jaar. De doorgetrokken lijn geeft het voortschrijdend gemiddelde over 7 jaar weer.

Schermafbeelding 2016-06-02 om 19.08.08

Het is jammer dat het KNMI dit soort grafiekjes nooit laat zien en ook niet aan het publiek uitlegt hoe het nu precies zit met de opwarming in Nederland.
Ik kan zelf geen verklaring bedenken waarom de opwarming in Nederland stagneert.

Warmste Kerst ooit, maar geen reden voor paniek

Het is de laatste maanden ongewoon warm in Nederland. De gemiddelde temperatuur over het jaar 2015 komt uit in de buurt van de 10,9 en dat is 0,6 graden warmer dan normaal.
Toch is dat geen reden voor paniek.

In de video hieronder legt wetenschapsjournalist Marcel Crok geduldig uit dat er geen reden is voor ongerustheid. Crok gaf deze lezing in Delft in november 2015.

Opwarming leidt tot meer sneeuwval

Het Global Snow Lab heeft berekend dat in november 2015 ruim 36 miljoen km² van het Noordelijk Halfrond bedekt was met sneeuw. Dat is 5,5% meer dan het gemiddelde sneeuwdek over de afgelopen 30 jaar.
Als we kijken naar de sneeuwbedekking van het Noordelijk Halfrond over de afgelopen decennia, dan zien we een stijgende trend.

Schermafbeelding 2015-12-05 om 15.18.31

De doorgetrokken donkere lijn in de grafiek geeft het voortschrijdend gemiddelde over 5 jaar weer.
Vooral in de laatste 10 jaar ligt er in november (en in oktober) gemiddeld meer sneeuw dan in de decennia daarvoor. Het lijkt alsof het opwarmen van de atmosfeer en de oceanen tot gevolg hebben dat er meer sneeuw valt in de aanloop naar de winter.
Het grotere sneeuwdek in de herfst weerkaatst meer zonlicht en zou daarmee een deel van de opwarming teniet kunnen doen. Maar in het voorjaar zien we juist een kleiner sneeuwdek dan gemiddeld en dat zou juist zorgen voor meer opwarming omdat er minder zonlicht wordt weerkaatst.
Ik zou het interessant vinden als klimatologen met hun klimaatmodellen een sneeuwval-prognose voor de toekomst zouden maken en die zouden vergelijken met de waargenomen veranderingen. Als ik dat interessant vind, dan zullen er ook klimatologen zijn, die het interessant vinden. Dus zo’n prognose zal vroeger of later wel gepubliceerd worden… hoop ik.

Sneeuwdek op Noordelijk Halfrond groter en dikker dan normaal

Het sneeuwdek op het Noordelijk Halfrond was in oktober opnieuw groter dan het langjarig gemiddelde voor oktober, aldus het Global Snow Lab van de Amerikaanse Rutgers University. Maar op de plaatsen waar sneeuw ligt is het sneeuwtapijt gemiddeld ook dikker dan normaal.

Volgens het Canadese CCIN (Canadian Cryspheric Information Network) is de hoeveelheid sneeuw, uitgedrukt als Snow Water Equivalent (SWE) die momenteel op het Noordlijk Halfrond ligt boven normaal.

nh_swe8112015

Er ligt momenteel al 700 km³ water in de vorm van sneeuw op het Noordelijk Halfrond, tegen een gemiddelde van 550 – 600 km³. Dit betekent dat de sneeuwlaag op veel plaatsen dikker is dan normaal.
Het CCIN presenteert de sneeuwdikte ook in kaartvorm. In de groengekleurde gebieden is het sneeuwdek dikker dan normaal. In de roze gebieden is het sneeuwdek dunner.

plot_anom_sdep8112015

Tot slot nog een andere bron, die ook laat zien dat er op het Noordelijk Halfrond meer sneeuw ligt dan normaal. De FMI/GCW SWE Tracker, ontwikkeld door het Finse Meteorologisch Instituut (FMI), geeft ook het Sneeuw Water Equivalent (SWE) weer. Ook deze metingen laten zien dat de hoeveelheid sneeuw groter is dan normaal. De FMI/GCW SWE Tracker geeft de hoeveelheid sneeuw weer in gigaton.

fmi_swe_tracker8112015