Categorie archief: overig

Grenzen aan de groei van import

Het CBS houdt nauwkeurig bij hoeveel grondstoffen er in Nederland worden geïmporteerd. Onlangs werden de importcijfers over het jaar 2014 aan de statistieken toegevoegd.
Groeit de import van grondstoffen nog altijd, of is inmiddels peak-import bereikt en daalt de invoer van materialen?

In 2014 bedroeg de totale import van materialen 387,4 miljoen ton. Minder dan de 394 miljoen ton van 2012 en 2013. Maar meer dan de import in het crisisjaar 2009.
Hieronder de ontwikkeling van de import sinds 1996.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.15.19

Nederlandse import van metaal
De import van metaal (en erts) bedroeg in 2007 en 2008 meer dan 40 miljoen ton. In de afgelopen jaren schommelt de ingevoerde hoeveelheid metaal rond de 36 miljoen ton (zie de grafiek hieronder).

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.20.45

De import van ijzererts wordt specifiek door het CBS gerapporteerd. In 2007 werd meer dan 25 miljoen ton ijzererts ingevoerd. In 2014 was dat nog 20,9 miljoen ton, ofwel 16% minder.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.25.18

Nederlandse import van biomassa en afgeleide producten
Het CBS rapporteert dat er in 2014 ruim 78 miljoen ton aan biomassa en afgeleide producten werd geïmporteerd. Hieronder vallen voedingsgewassen, levende dieren en vlees, vis en schaaldieren, maar ook hout en andere producten uit biomassa.
De import in 2014 was ietsje lager dan de 80 miljoen ton, die het jaar ervoor werd ingevoerd.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.31.27

Nederlandse import van fossiele brandstoffen
De import van fossiele brandstoffen vertoont in Nederland nog altijd een stijgende trend. Hoewel de import in 2014 met 203 miljoen ton iets lager was dan in 2012 en 2013 toen de import uitkwam op respectievelijk 209 en 211 miljoen ton fossiele brandstof.

Schermafbeelding 2016-02-04 om 22.36.24

Momenteel is de prijs voor steenkool en aardolie erg laag. Het ligt voor de hand, dat bij die lage prijs meer steenkool en aardolie ingekocht zal worden door Nederlandse grootverbruikers. De import van fossiele brandstoffen is in 2015 misschien wel weer gestegen naar het nivo van 2013.
Aan de andere kant staat de Baltic Dry Index, een graadmeter voor de kosten van vervoer per vrachtschip, op een zeer lage stand. Dat betekent dat er momenteel zeer weinig vraag is naar vrachtvervoer per zeeschip. Wereldwijd zijn er begin 2016 weinig schepen met aardolie en steenkool onderweg. En dat betekent dat de invoer van materialen (zoals aardolie en steenkool) door Europese landen is afgenomen.

Bombarderen in Syrië, helpt dat?

Nederlandse F-16’s hebben jarenlang bommen gegooid op Afghanistan. Ze hebben gebouwen verwoest en mensen gedood. Maar ik kan zo gauw niet bedenken of die bommen ook een positief effect hebben gehad. Het afgelopen jaar hebben Nederlandse F-16’s niet meer in Afghanistan, maar in Irak gebombardeerd. Meer dan 1000 bommen zijn afgeworpen. Maar er wordt nooit uitgelegd wat die bommen hebben aangericht.
Schermafbeelding 2016-01-30 om 10.02.43
Kun je met bombardementen voorkomen dat mensen terreuraanslagen gaan plegen? Rob Wijnberg van de Correspondent denkt van niet. Wijnberg denkt dat bombardementen er juist toe leiden dat de jongemannen in Afghanistan, Libië, Irak en Syrië die arrogante Westerlingen met hun moderne wapentuig gaan haten. De bombardementen voeden juist de woede, die terroristen kweekt.
Zelfs minister Koenders zegt, na het van het kabinet om in Syrië te gaan bombarderen: “Bombarderen alleen is nooit de oplossing in complexe conflicten”. Heeft iemand aan de minister gevraagd wat Nederland nog meer gaat doen behalve bombarderen? Of vinden journalisten het vervelend om een PVDA-minister lastige vragen te stellen?

Ondertussen maken de Westerse landen zich alweer op om opnieuw in Libië te gaan bombarderen. Want er zit nog veel olie in de grond en sinds dictator Gadaffi werd vermoord is het land een chaos met 4 verschillende groepen, die beweren dat ze de officiële regering zijn.
In de video hieronder wordt uitgelegd dat de opstanden en het Westerse ingrijpen in Afghanistan, Irak, Libië en Syrië geleid hebben tot chaos en de opkomst van soennietische terreurbewegingen als Al Qaeda en IS.

Nederlandse aardgasproduktie met 22% afgenomen in 2015

Over de eerste 11 maanden werd er in Nederland 47,1 miljard m³ gewonnen. Dat is 22% minder dan de 60,8 miljard m³, die over dezelfde periode van 2014 werd gewonnen. Ten opzichte van de eerste 11 maanden van 2013 bedraagt de produktiedaling 38%.
In de grafiek hieronder is de maandelijkse Nederlandse aardgasproduktie over de laatste jaren weergegeven.

Schermafbeelding 2016-01-19 om 22.09.54

Het binnenlands gasverbruik lag over de eerste 11 maanden van 2015 iets hoger dan vorig jaar: 36,5 miljard m³ tegenover 35,8 miljard m³ in 2014. Over de afgelopen jaren vertoont het binnenlands gasverbruik een dalende trend. Maar de zachte winters van 2014 en 2015 dragen daar waarschijnlijk flink aan bij.

Schermafbeelding 2016-01-19 om 22.18.13

De export van aardgas bedroeg over de eerste 11 maanden van vorig jaar 44,3 miljard m³. In 2014 werd er in 11 maanden nog 51,6 miljard m³ geëxporteerd en in 2013 exporteerde Nederland 59,4 miljard m³. Naarmate de Nederlandse aardgasproduktie verder afneemt, zal ook de export verder dalen. Uiteindelijk zal Nederland geen aardgas meer exporteren, maar een importeur van aardgas worden.
Hieronder in de laatste grafiek bij dit verhaal heb ik de stijgende import en de dalende export van aardgas weergegeven. Over een jaar of drie zal Nederland meer gas importeren dan exporteren.

Schermafbeelding 2016-01-20 om 14.48.35

Peak-steenkool valt eerder dan peak-olie

Tot voor kort gingen energiedeskundigen bij gerenommeerde instituten als EIA en IEA ervan uit dat het gebruik van steenkool voorlopig nog zou blijven stijgen.
In het Medium Term Coal-Market Report uit 2014 voorzagen de deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat het mondiale steenkoolverbruik tot 2019 met gemiddeld 2% per jaar zou stijgen. De tabel hieronder komt uit dat rapport.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.14.21

Het steenkoolverbruik in China,’s werelds grootste steenkoolverbruiker, zou volgens deze prognose met jaarlijks 2,5% stijgen.
Maar in 2014 lag het mondiale steenkoolverbruik geen 2%, maar slechts 0,4% boven dat van 2013. Het steenkoolverbruik van China groeide slechts 0,1% i.p.v. de verwachte 2,5%.
In het Medium Term Coal-Market Report van 2015 valt dan ook iets heel anders te lezen.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.39.56

De energiedeskundigen van het IEA voorzien nog wel een stijgend steenkoolverbruik in de rest van de wereld, vooral in India. Maar daar heb ik zo mijn vraagtekens bij. Het steenkoolverbruik in China zal nog wel verder dalen. De Chinese overheid heeft afgelopen jaar 1300 kolenmijnen laten sluiten en dit jaar wil ze opnieuw 1000 mijnen sluiten.

Ik verwacht dat het mondiale steenkoolverbruik in 2015 lager uitvalt dan in 2014 en dat die daling zal doorzetten. Over een aantal jaar zullen we kunnen vaststellen dat het mondiale steenkoolverbruik piekte in 2014.
Dat betekent dat de prognoses van het IPCC over de menselijke CO2-uitstoot niet zullen uitkomen. Met name het RCP8.5-scenario is volkomen onrealistisch geworden.
In de figuur hieronder staat de hoeveelheid fossiele brandstoffen, die volgens het RCP8.5-scenario zal worden verbruikt, weergegeven. De hoeveelheid steenkool is met zwart aangegeven. De deskundigen van het IPCC achtten het in 2011 mogelijk dat het steenkoolverbruik gedurende de 21e eeuw zou verviervoudigen. De figuur komt uit “RCP8.5 — A scenario of comparatively high greenhouse gas emissions” van Riahi et al.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 17.08.36

Aan de rechterkant zijn prognoses weergegeven voor de andere scenario’s van het IPCC weergegeven (RCP6.0, RCP4.5 en RCP2.6).

Hoe zit het dan met peak-olie?
Dat ligt een beetje aan welke definitie van peakoil je hanteert. Als je kijkt naar de totale hoeveelheid aardolie en aan aardolie gerelateerde produkten, dan is de piekproduktie nog niet bereikt. In 2015 is de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen nog iets verder gestegen, zoals is te zien in onderstaande grafiek van Euan Mearns.

Maar ik acht het zeker mogelijk dat de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen in 2016 of 2017 zal gaan dalen. Maar pas over een paar jaar kunnen we vaststellen in welk jaar peakoil viel. Maar het is in ieder geval na peak-coal (2014)

Aanbevolen literatuur: Peak Coal is already here or likely by 2020, so IPCC 100 year projections are probably far too high op energyskeptic.com.
En A closer look at scenario RCP8.5 van Larry Kummer.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Rendement van elektriciteitsopwekking in Nederland neemt af

In Nederland is het totaal opgesteld vermogen voor opwekking van elektriciteit de afgelopen jaren flink gestegen. In 1998 hadden de gezamenlijke Nederlandse elektriciteitscentrales (inclusief kleinschalige decentrale opwekking) een vermogen van ruim 20 duizend Megawatt.
In 2014 is het totaal beschikbaar vermogen uitgebreid naar ruim 33 duizend Megawatt.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 21.35.26

Doordat er steeds meer opwekkend vermogen geïnstalleerd wordt, kan er theoretisch ook steeds meer elektriciteit geproduceerd worden.
Bij een vermogen van 33 duizend MW kan er theoretisch in de 12 maanden van 2014 meer dan 290 miljoen MWh aan elektriciteit geproduceerd worden. In 1998 bedroeg de theoretisch maximale productie nog 175 miljoen MWh.

In de praktijk wordt het potentieel niet maximaal benut en de theoretisch haalbare productie wordt niet gehaald.
In de grafiek hieronder heb ik de theoretisch maximaal haalbare productie en de feitelijk gerealiseerde produktie weeregeven. De cijfers zijn afkomstig van het CBS.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 22.08.34

De feitelijke elektriciteitsproduktie in Nederland piekte in 2010 met 118 miljoen MWh en is daarna licht afgenomen tot 103 miljoen MWh in 2014.
Het verschil tussen de potentieel haalbare productie en de feitelijke productie wordt groter: het rendement dat uit het opgestelde vermogen wordt behaald neemt af.

In 1998 bedroeg het rendement (de feitelijke productie gedeeld door de maximaal haalbare produktie) ruim 50%. In 2014 was dat rendement 35,4%.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 22.21.02

De snelle groei van het opgesteld vermogen in de laatste jaren komt waarschijnlijk door de bouw van windmolens en het installeren van zonnepanelen (veelal door particulieren).
Als je er even over nadenkt, snap je meteen waarom de benutting (het rendement) van dat recent toegevoegde potentieel het totale rendement verlaagt. Zonnepanelen produceren slechts een aantal uur per dag elektriciteit. En windmolens leveren ook maar een deel van het jaar elektriciteit.
Conventionele centrales leveren een constante basisproductie, zonder langdurige onderbreking. Door jarenlange ervaring kan een conventionele centrale de feitelijke produktie afstemmen op de verwachtte vraag naar elektriciteit. In die situatie wordt er optimaal gebruik gemaakt van het opgestelde vermogen en is er geen sprake van een overcapaciteit.

Je kunt stellen dat het niet erg is dat er een overcapaciteit is aan wind- en zonne-energie. Een windmolen kost namelijk geen brandstof als die stilstaat en niets produceert. En een zonnepaneel produceert geen CO2 als de zon niet schijnt. Maar er zit een addertje onder het gras: de noodzaak van onderhoud en vervanging. Alles wat je bouwt, moet je onderhouden en na verloop van tijd vervangen.
Windmolenparken en zonnepanelen gaan misschien net zo lang mee als conventionele elektriciteitscentrales, maar tijdens die levensduur halen ze een lager rendement: de cumulatieve opbrengst ligt een stuk lager dan bij conventionele centrales.
Bij die lagere cumulatieve productie zorgen de onderhoudskosten en de kosten voor vervanging wegen voor een iets hogere overhead per geproduceerd MWh.

De conventionele elektriciteitsopwekking volledig vervangen door wind- en zonne-energie lijkt mij vooralsnog onhaalbaar.

De Chinese kolenproduktie daalde verder in 2015

In 2013 werd er in China 1893 miljoen ton olie-equivalent aan steenkool uit de grond gehaald. In 2014 werd er slechts 1845 miljoen ton olie-equivalent aan steenkool gewonnen: 2,5% minder. Het lijkt erop dat de produktiedaling in 2015 nog groter zal uitvallen.

De kolenproduktie over de eerste 11 maanden van 2015 was 3,7% lager dan die van 2014. De produktie over heel 2015 zal wellicht 3,5% lager uitkomen dan in 2014: in de buurt van 1780 miljoen ton olie-equivalent, schat ik
In de grafiek hieronder heb ik die schatting alvast ingetekend.

Schermafbeelding 2015-12-14 om 13.45.32

Het lijkt erop dat de Chinese steenkoolproduktie, die ongeveer de helft van de mondiale produktie bedraagt, in 2013 haar piek bereikte. En met die voorlopige conclusie lijkt het erop dat Patzek en Croft, die in 2010 berekenden dat de mondiale steenkoolproduktie in 2011 zou pieken, er niet ver naast zaten.
Ook in de VS en in Indonesië is de steenkoolproduktie in 2015 afgenomen t.o.v. 2014 en 2013. De VS is de op een na grootste steenkoolproducent en Indonesië de op twee na grootste steenkoolproducent ter wereld.