Categorie archief: overig

Aardgaswinning in Groningen loopt verder terug

In de afgelopen 12 maanden is er uit het Groninger-gasveld 20,1 miljard m³ aardgas gewonnen. In de grafiek hieronder zie je de dalende gaswinning uit het Groninger-gasveld over de afgelopen jaren.

In de afgelopen 12 maanden is de Groningse gasproductie verder afgenomen. In maart 2018 werd er nog 2,23 miljard m³ gewonnen, de hoogste productie sinds februari 2017. Maar de gemiddelde productie over de laatste 12 maanden (zie de rode lijn in onderstaande grafiek) is gedaald tot minder dan 1,8 miljard m³ per maand.

De aardgaswinning in Groningen loopt terug, omdat de NAM en de Nederlandse overheid willen voorkomen dat er nog meer aardbevingen optreden in het gebied waar het gas gewonnen wordt. Maar daarnaast moeten we rekening houden met het opraken van het aardgas.
De overheid streeft er nu naar om de gaswinning in Groningen geleidelijk te verminderen tot nul in het jaar 2030.
Als productiedaling in het huidige tempo doorgaat, dan zal er ruim voor 2030 geen gas meer gewonnen worden in Groningen.
Ik heb de trendlijn in bovenstaande grafiek geëxtrapoleerd: zie hieronder.

Hmmm, volgens deze extrapolatie zou het kunnen zijn dat in 2023 de gaswinning in Groningen marginaal zal worden.
De trendlijn is gebaseerd op een korte periode van 3 jaar. Misschien zit ik er wel helemaal naast met deze projectie.

Afhankelijk van buitenlands aardgas

De meeste landen ter wereld zijn afhankelijk van buitenlands aardgas. En sinds dit jaar hoort Nederland daar ook bij.
Over de eerste vijf maanden van 2018 verbruikte de Nederlandse bevolking 20,6 miljard m³ aardgas. In diezelfde periode werd er 18,8 miljard m³ uit de Nederlandse bodem gewonnen. De Nederlandse gasproductie is te klein geworden om in de eigen behoefte te voorzien.

In onderstaande grafiek geven de rode balkjes de Nederlandse aardgasproductie weer en de groene balkjes staan voor het binnenlandse gasverbruik.
Als het groene balkje groter is dan het bijbehorende rode balkje, dan is er aardgas geïmporteerd om in de behoefte te voorzien.

In de laatste anderhalf jaar komt het binnenlands verbruik vaak uit boven de Nederlandse gasproductie in dezelfde maand.

De grafiek hieronder laat de gaswinning en het gasverbruik per jaar zien.
In 2017 werd er 43,9 miljard m³ gas gewonnen en 46,4 miljard m³ verbruikt.

2017 was het eerste jaar in de geschiedenis dat Nederland meer gas verbruikte dan er werd geproduceerd. Grappig genoeg hoor je wel in de media als een jaar het warmst of het natst is sinds de metingen begonnen, maar het wordt niet gemeld als het Nederlands gasverbruik groter wordt dan we zelf kunnen produceren.

Hoe nu verder?
Om het tekort aan aardgas aan te vullen importeert Nederland aardgas uit Noorwegen en uit Rusland.
De Nederlandse import van aardgas is de afgelopen jaren sterk gestegen (zie de grafiek hieronder) tot ruim 47 miljard m³ in 2017.

In 2017 exporteerde Nederland overigens nog 48 miljard m³: zodat import en export nagenoeg gelijk waren.

Eén oplossing voor het oplopend tekort is steeds meer aardgas importeren.
Als in 2030 de aardgaswinning in Nederland volledig afgebouwd zal zijn, dan zal het volledige binnenlandse verbruik, tussen de 40 en 48 miljard m³, geïmporteerd moeten worden. De capaciteit van de import-gasleidingen ut Noorwegen en Rusland is echter beperkt. Het is onzeker of Nederland in 2030 ook nog eens extra gas kan importeren om door te exporteren naar Belgïe, Frankrijk en het Verenigd koninkrijk.

Een andere oplossing voor het nijpend tekort aan aardgas is het binnenlands verbruik te verminderen.
Daar wordt hard aan gewerkt. De overheid dringt er bij bedrijven op aan om af te kicken van het aardgas. En de Nederlandse overheid heeft zich ten doel gesteld om in de komende 12 jaar meer dan 2 miljoen huizen, een kwart van het totaal in Nederland van het gasnet af te koppelen.Die huizen krijgen extra isolatie en warmtepompen. Persoonlijk denk ik dat de overheid wel wat hoger kan mikken op bijv. 80% van alle Nederlandse huizen gasloos maken en daarnaast ook alle overheidsgebouwen (van scholen en stadskantoren tot ministeries en de Tweede Kamer) af te koppelen van het gasnet.

Gaan we in het komend decennium afkicken van het aardgas? Of worden we een goede afnemer van het aardgas van Statoil en van Gazprom.

Het leger: de bewakers van de vrijheid of juist een bedreiging voor de vrijheid

In veel landen is het leger een bedreiging voor de vrijheid. De machthebbers gebruiken het leger om wetten te handhaven en de burgers in het gareel te houden. Opstanden worden neergeslagen en stakingen worden gebroken door inzet van het leger. Het bloedbad van het Tiananmen-plein in Beijing (1989) ligt nog vers in het geheugen.
In het voorjaar van 2014 werd het Oekraïnse leger ingezet tegen de Russisch-gezinde bevolking in Oost-Oekraïne in een poging om afsplitsing van die regio te voorkomen.

Let wel: in deze gevallen werd het leger ingezet tegen de eigen bevolking.

Het komt ook regelmatig voor dat het leger de macht grijpt in een militaire staatsgreep. De voorbeelden zijn talrijk: Zimbabwe, Myanmar, Suriname, Chili, Nigeria, Indonesië, Thailand… lees rustig verder in deze lijst
De burgers van sommige Europese landen (Polen, Griekenland, Turkije) kunnen er nog over meepraten.

Legers kunnen ook een bedreiging voor de vrijheid van burgers in buurlanden. Het waren militairen met wapens en uniformen, die in mei 1940, Nederland bezetten. En het waren ook militairen, betaald uit defensiebudgetten, die in 1968 Tsjechoslowakije binnenvielen.

In Nederland lijkt het soms alsof militairen vrijheid en vrede brengen.
Bij de Dodenherdenking op 4 mei staan militairen stram in de houding om de slachtoffers te gedenken, die andere militairen op hun geweten hebben.
Het is soms net of er twee soorten militairen zijn: slechte soldaten, die de vrijheid bedreigen en goede soldaten, die er hetzelfde uitzien, die de vrijheid waarborgen.

Hoe weten wij zeker dat de militairen, die wij nu bedanken voor hun inspanningen voor de vrede, ons volgend jaar niet zullen onderdrukken?

Nederland kan niet meer in eigen aardgasverbruik voorzien

In 2017 werd er uit Nederlandse bodem 43,78 miljard m³ aardgas gewonnen. Uit het Groninger gasveld 23,58 miljard m³ en 20,2 miljard m³ uit kleinere gasvelden. Het binnenlands verbruik van aardgas was groter dan die 43,78 miljard kuub: 46,44 miljard m³ aardgas. Deze cijfers zijn afkomstig uit de JODI Gas World-database en van de website van de NAM.

Nederland was in 2017 een netto-importeur van aardgas: er werd ruim 2,6 miljard m³ aardgas geïmporteerd om in de binnenlandse behoefte te kunnen voorzien. Er is geen sprake meer van een overschot dat geëxporteerd wordt, maar van een tekort dat we moeten importeren om de eigen gasbehoefte te kunnen dekken.

In de afgelopen jaren is de gaswinning in Groningen snel verminderd van ca. 50 miljard m³ per jaar naar ca. 24 miljard m³; een gemiddelde jaarlijkse afname met 7,7%.

De gaswinning uit andere, kleinere gasvelden is ook afgenomen: van ruim 30 miljard m³ naar 20 miljard m³ in 2017. Dit betekent een gemiddelde jaarlijkse afname met 5,9%. Deze afname is het gevolg van natuurlijke factoren en geen vrijwillige beperking opgelegd door de overheid. We kunnen dan ook verwachten dat de winning uit kleinere gasvelden in de komende jaren verder zal teruglopen.

Ik heb de afname van de gaswinning in Nederland over de afgelopen 7 jaar geëxtrapoleerd in onderstaande grafiek. De gaswinning uit kleinere gasvelden zal rond 2027 marginaal worden. De gaswinning in Groningen zal volgens deze lineaire extrapolatie in 2023 stoppen.

Kostenplaatje
De netto-import van aardgas is niet gratis. De prijs van gasvormig aardgas schommelt in Europa rond de 5 euro per miljoen metric BTU (British Thermal Unit). Omgerekend kost de import van 2,6 miljard m³ aardgas een kleine 440 miljoen euro ofwel ruim 26 euro per Nederlander.
De prijs van Russisch aardgas in Europa is aan het stijgen. De prijs in dollars was in januari 2018 maar liefst 38% gestegen t.o.v. een jaar eerder.

Als de winning van aardgas in Nederland verder terugloopt en de prijs van import-aardgas verder stijgt, dan zal de Nederlandse bevolking een steeds hogere gasrekening moeten betalen.

Verminderen van aardgasverbruik
In de afgelopen jaren is de Nederlandse import van aardgas sterk gestegen. Ik verwacht dat de gaswinning uit Nederlandse bodem in de komende jaren verder zal worden verminderd. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) wil de gaswinning uit het Groninger-gasveld terugbrengen naar 12 miljard m³, het liefst zo snel mogelijk.
Als het binnenlands verbruik van aardgas niet wordt beperkt, zal de import van gas verder stijgen. Die import van gas kan helaas niet blijven groeien en zal uiteindelijk worden beperkt door de capaciteit van de pijpleidingen vanuit Rusland en Noorwegen naar Nederland.

Ik verwacht dat de overheid zal proberen het binnenlands gasverbruik snel te verlagen. Enkele weken terug stuurde de overheid al een brandbrief naar tientallen grootverbruikers van aardgas. De aangeschreven bedrijven verbruiken tezamen 3 miljard m³ gas. Dat is slechts 6% van het totale binnenlands verbruik, maar waarschijnlijk is deze beperking van het binnenlands makkelijker te realiseren dan het gasverbruik van miljoenen huishoudens te verminderen.

Zoals we allemaal al wisten, raakt het Nederlandse aardgas ooit op. Binnen 5 tot 10 jaar zullen we van het aardgas moeten afkicken of volledig afhankelijk worden van duur geïmporteerd aardgas. En dat geïmporteerde aardgas is van een andere samenstelling: het bevat meer brandbaar methaan dan het gas dat we de afgelopen decennia gebruikten. Als we niet afkicken van het Groningse gas en willen overschakelen op import-gas, dan zullen we onze fornuizen, geisers en boilers moeten aanpassen. En dat wordt een moeizame en dure operatie. Mij lijkt het afkicken van aardgas de beste optie.

De terugkeer naar duurzame, hernieuwbare energie

Tweehonderd jaar geleden, aan het begin van de 19e eeuw, was 90% van alle energie, die de mens verbruikte, duurzaam en hernieuwbaar. De mensen verplaatsten zich te voet en de energie daarvoor kwam uit plantaardig en dierlijk voedsel. Vracht werd vervoerd met paard en wagen, trekschuiten en zeilschepen. De energie voor dat vervoer kwam uit voedsel en de wind. Nijverheid was grotendeels handarbeid en slechts voor een klein deel gemechaniseerd, aangedreven door waterkracht, wind of spierkracht. Huizen werden verwarmd door plantaardige brandstof (hout en turf) te stoken of ze werden niet verwarmd.

In de 19e en 20e eeuw is de mens geleidelijk aan overgestapt van duurzame energie naar fossiele energie. Nu, aan het begin van de 21e eeuw komt slechts 10% van de energie die de mens gebruikt uit duurzame bronnen. In de grafiek hieronder is dat mooi weergegeven.

In de komende decennia willen overheden, politici en activisten het aandeel duurzame energie weer vergroten naar 20%. In klimaatakkoorden wordt dat streven vastgelegd en klimaatbeleid is er op gericht om dat te bereiken.

Eigenlijk willen wij met zijn allen weer terug naar de situatie van voor 1950 en nog liever terug naar de situatie uit het begin van de 18e eeuw.
De eenvoudigste manier om dat te bereiken is transport, nijverheid en verwarming weer te gaan organiseren, zoals we dat vroeger deden. Dus te voet, met paard en wagen of zeilschepen, met spierkracht en verwarmen met hout en turf.

Helaas kiezen politici en activisten voor andere, ingewikkelde oplossingen. Het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen, windmolens, waterkracht en getijden. Het opslaan van elektrische energie in accu’s en batterijen en het transporteren van elektrische energie over duizenden kilometers. Het verwarmen van gebouwen met aardwarmte en warmte, die zomers is opgeslagen in grondwater.

Ik vraag me af of het aanleggen van al die complexe netwerken en voorzieningen wel de juiste aanpak is. Ook omdat de meeste mensen hun huidige luxe levensstijl niet willen aanpassen. We zijn gehecht aan auto’s, vliegtuigen, supersnelle treinen, voedsel uit de tropen, roltrappen en behaaglijk verwarmde huizen.  We willen niet terug naar de tijd van dikke truien, lokaal geproduceerd voedsel en je leven lang in dezelfde stad doorbrengen.
Ik sta achter het streven om af te kicken van fossiele energie en terug te keren naar duurzame energie. Maar ik vind de technologische, complexe oplossingen, die  politici en klimaatactivisten aandragen de verkeerde weg om dat te bereiken.

Krimpt het wegtransport in Europa?

In het afgelopen decennium is het aardolieverbruik in Europa gedaald. In 2015 verbruikten de gezamenlijke raffinaderijen in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk 15% minder aardolie dan in 2006. Die afname in het Europees aardolieverbruik zou voor een deel op rekening kunnen komen van een afname n het wegtransport.
Uit cijfers van het CBS blijkt dat het wegtransport in Nederland in het afgelopen decennium is afgenomen. In 2006 werd er in Nederland nog 519 miljoen ton over de weg getransporteerd. In 2015 was dat 509 miljoen ton. In de grafiek hieronder over de afgelopen 10 jaar is de krimp duidelijk zichtbaar.

Het CBS houdt ook bij hoeveel vracht Nederlandse transporteurs vervoeren naar andere EU-landen. Maar ook daar lijkt sprake van een afname.
In 2015 werd er beduidend minder vracht vanuit Nederland vervoerd naar de ons omringende landen Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ik heb die cijfers van het CBS samengevat in onderstaande grafiek.

In 2006 werd er ca 65 miljoen ton getransporteerd naar Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In 2015 was dat gedaald tot ca 50 miljoen ton.
Minder transport betekent een lager energieverbruik en minder milieuvervuiling. Ik verwacht dat het wegtransport (en de internationale handel) in de toekomst verder zullen krimpen.

Hoeveel tropische dagen zullen we in de zomer van 2020 krijgen?

In 2006 publiceerde het KNMI klimaatscenario’s, zeg maar lange termijn voorspellingen voor het weer in de komende decennia. Het KNMI maakte een prognose voor 2020, 2050 en 2100.
In die klimaatscenario’s kun je ook een verwachting vinden voor het aantal tropische dagen, dat ons te wachten staat bij een voortschrijdende opwarming van het klimaat. De deskundigen van het KNMI schatten het aantal tropische dagen (met een temperatuur van boven de 30°C.) rond 2020 op vijf tot negen.
Het laagste aantal tropische dagen, vijf, zouden we kunnen verwachten bij het G-scenario (met de G van Gematigd).
Hieronder staat de tropische-dagen-tabel uit de KNMI’06-scenario’s.

Misschien komt die klimaat-voorspelling uit 2006 gewoon uit. Maar in de zomer van 2017 staat de “tropische dagen-teller” in De Bilt voorlopig op slechts drie, hetzelfde aantal als in de zomer van vorig jaar. Over de afgelopen 5 zomer was het gemiddelde aantal tropische dagen in De Bilt 3,6. Dat is ietsje lager dan het gemiddeld aantal over de periode 1976 – 2005: 4 tropische dagen.

In de grafiek hieronder is het aantal tropische dagen in De Bilt over de afgelopen 17 jaar weergegeven; ik heb ook het voorlopige aantal voor 2017 ingetekend.

Het hoogste aantal tropische dagen sinds het begin van de metingen werd in de zomer van 1947 opgetekend: op 16 dagen werd het in De Bilt warmer dan 30°C. Dat was in een tijd voordat de wetenschappers klimaatmodellen hadden en waarschuwden voor het versterken van het broeikaseffect.

In de KNMI’06-scenario’s wordt nadrukkelijk vermeld dat er nog veel onzekerheid zit in de prognoses. Hieronder een citaat uit de KNMI-publicatie.

Welke onzekerheden zijn er?
De uitkomsten van de modelberekeningen van de toekomstige temperatuurstijging op aarde verschillen onderling aanzienlijk. Dit hangt samen met:
– onzekerheid over de toekomstige bevolkingsgroei en de economische, technologische en sociale ontwikkelingen, en de daarmee samenhangende uitstoot van broeikasgassen en stofdeeltjes;
– onvolledige kennis van de complexe processen in het klimaatsysteem. Zo is de invloed van waterdamp, wolken, sneeuw en ijs op de stralingshuishouding en de temperatuur nog niet goed gekwantificeerd. Sommige processen worden in de modelberekeningen zelfs nog helemaal niet meegenomen. Zo heeft geen van de gebruikte klimaatmodellen een actieve koolstofkringloop. Bovendien zijn er ook fundamentele grenzen aan de voorspelbaarheid van complexe systemen zoals het klimaatsysteem.

Voor kleinschaliger regio’s, zoals West Europa of Nederland, is de onzekerheid nog groter. Dan speelt de luchtstroming een belangrijke rol. De meeste klimaatmodellen berekenen een duidelijke verandering in de luchtstromingspatronen boven West Europa, maar de uitkomsten verschillen sterk in de aard en grootte van die verandering.

Heel verstandig om zoveel slagen om de arm te houden.
Ik verwacht niet dat het gemiddeld aantal tropische dagen (in De Bilt) tussen 2020 en 2025 op 9 zal uitkomen, maar misschien wel op 5. En dan valt het eigenlijk best wel mee met de klimaatverandering.