Tagarchief: energie

Elektriciteitsverbruik in Nederland daalt geleidelijk

Volgens de cijfers van het CBS daalt het elektriciteitsverbruik in Nederland sinds 2011. Over de eerste drie kwartalen van 2011 bedroeg het totaal Nederlands elektriciteitsverbruik 89,11 miljard KWh. In 2015 werd over dezelfde periode 86,36 miljard KWh verbruikt: een daling van 3% over 4 jaar.

De daling kan veroorzaakt worden doordat Nederlanders gemiddeld steeds zuiniger geworden zijn met elektriciteit. Bij aanschaf van elektrische apparaten letten ze op het stroomverbruik en ze vervangen de laatste gloeilampen door energiezuinige spaarlampen of LED-verlichting. Elektriciteitsbedrijven voeren doorlopend campagnes op consumenten energiebewust te maken. Daarnaast kan ook de teruggang van economische activiteiten, die veel elektriciteit verbruiken (de bouw bijvoorbeeld) bijgedragen hebben aan de daling.

Met de cijfers van het CBS heb ik het elektriciteitsverbruik per hoofd van de bevolking uitgerekend. In de grafiek hieronder staat dat hoofdelijk verbruik weergegeven.

Schermafbeelding 2016-01-27 om 13.58.55

In het 4e kwartaal en in het 1e kwartaal, zeg maar het winter-halfjaar, is het elektriciteitsverbruik hoger doordat er meer verlichting brandt en de pompen van de centrale verwarming meer draaien.
Met de dunne rode lijn is het voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen weergegeven.
Dat gemiddelde elektriciteitsverbruik per kwartaal was in 2011 nog 1827 KWh per inwoner. Maar over de laatste vier kwartalen kwam het gemiddelde uit op 1738 KWh per inwoner.

Nederlandse aardgasproduktie met 22% afgenomen in 2015

Over de eerste 11 maanden werd er in Nederland 47,1 miljard m³ gewonnen. Dat is 22% minder dan de 60,8 miljard m³, die over dezelfde periode van 2014 werd gewonnen. Ten opzichte van de eerste 11 maanden van 2013 bedraagt de produktiedaling 38%.
In de grafiek hieronder is de maandelijkse Nederlandse aardgasproduktie over de laatste jaren weergegeven.

Schermafbeelding 2016-01-19 om 22.09.54

Het binnenlands gasverbruik lag over de eerste 11 maanden van 2015 iets hoger dan vorig jaar: 36,5 miljard m³ tegenover 35,8 miljard m³ in 2014. Over de afgelopen jaren vertoont het binnenlands gasverbruik een dalende trend. Maar de zachte winters van 2014 en 2015 dragen daar waarschijnlijk flink aan bij.

Schermafbeelding 2016-01-19 om 22.18.13

De export van aardgas bedroeg over de eerste 11 maanden van vorig jaar 44,3 miljard m³. In 2014 werd er in 11 maanden nog 51,6 miljard m³ geëxporteerd en in 2013 exporteerde Nederland 59,4 miljard m³. Naarmate de Nederlandse aardgasproduktie verder afneemt, zal ook de export verder dalen. Uiteindelijk zal Nederland geen aardgas meer exporteren, maar een importeur van aardgas worden.
Hieronder in de laatste grafiek bij dit verhaal heb ik de stijgende import en de dalende export van aardgas weergegeven. Over een jaar of drie zal Nederland meer gas importeren dan exporteren.

Schermafbeelding 2016-01-20 om 14.48.35

Peak-steenkool valt eerder dan peak-olie

Tot voor kort gingen energiedeskundigen bij gerenommeerde instituten als EIA en IEA ervan uit dat het gebruik van steenkool voorlopig nog zou blijven stijgen.
In het Medium Term Coal-Market Report uit 2014 voorzagen de deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat het mondiale steenkoolverbruik tot 2019 met gemiddeld 2% per jaar zou stijgen. De tabel hieronder komt uit dat rapport.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.14.21

Het steenkoolverbruik in China,’s werelds grootste steenkoolverbruiker, zou volgens deze prognose met jaarlijks 2,5% stijgen.
Maar in 2014 lag het mondiale steenkoolverbruik geen 2%, maar slechts 0,4% boven dat van 2013. Het steenkoolverbruik van China groeide slechts 0,1% i.p.v. de verwachte 2,5%.
In het Medium Term Coal-Market Report van 2015 valt dan ook iets heel anders te lezen.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.39.56

De energiedeskundigen van het IEA voorzien nog wel een stijgend steenkoolverbruik in de rest van de wereld, vooral in India. Maar daar heb ik zo mijn vraagtekens bij. Het steenkoolverbruik in China zal nog wel verder dalen. De Chinese overheid heeft afgelopen jaar 1300 kolenmijnen laten sluiten en dit jaar wil ze opnieuw 1000 mijnen sluiten.

Ik verwacht dat het mondiale steenkoolverbruik in 2015 lager uitvalt dan in 2014 en dat die daling zal doorzetten. Over een aantal jaar zullen we kunnen vaststellen dat het mondiale steenkoolverbruik piekte in 2014.
Dat betekent dat de prognoses van het IPCC over de menselijke CO2-uitstoot niet zullen uitkomen. Met name het RCP8.5-scenario is volkomen onrealistisch geworden.
In de figuur hieronder staat de hoeveelheid fossiele brandstoffen, die volgens het RCP8.5-scenario zal worden verbruikt, weergegeven. De hoeveelheid steenkool is met zwart aangegeven. De deskundigen van het IPCC achtten het in 2011 mogelijk dat het steenkoolverbruik gedurende de 21e eeuw zou verviervoudigen. De figuur komt uit “RCP8.5 — A scenario of comparatively high greenhouse gas emissions” van Riahi et al.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 17.08.36

Aan de rechterkant zijn prognoses weergegeven voor de andere scenario’s van het IPCC weergegeven (RCP6.0, RCP4.5 en RCP2.6).

Hoe zit het dan met peak-olie?
Dat ligt een beetje aan welke definitie van peakoil je hanteert. Als je kijkt naar de totale hoeveelheid aardolie en aan aardolie gerelateerde produkten, dan is de piekproduktie nog niet bereikt. In 2015 is de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen nog iets verder gestegen, zoals is te zien in onderstaande grafiek van Euan Mearns.

Maar ik acht het zeker mogelijk dat de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen in 2016 of 2017 zal gaan dalen. Maar pas over een paar jaar kunnen we vaststellen in welk jaar peakoil viel. Maar het is in ieder geval na peak-coal (2014)

Aanbevolen literatuur: Peak Coal is already here or likely by 2020, so IPCC 100 year projections are probably far too high op energyskeptic.com.
En A closer look at scenario RCP8.5 van Larry Kummer.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Rendement van elektriciteitsopwekking in Nederland neemt af

In Nederland is het totaal opgesteld vermogen voor opwekking van elektriciteit de afgelopen jaren flink gestegen. In 1998 hadden de gezamenlijke Nederlandse elektriciteitscentrales (inclusief kleinschalige decentrale opwekking) een vermogen van ruim 20 duizend Megawatt.
In 2014 is het totaal beschikbaar vermogen uitgebreid naar ruim 33 duizend Megawatt.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 21.35.26

Doordat er steeds meer opwekkend vermogen geïnstalleerd wordt, kan er theoretisch ook steeds meer elektriciteit geproduceerd worden.
Bij een vermogen van 33 duizend MW kan er theoretisch in de 12 maanden van 2014 meer dan 290 miljoen MWh aan elektriciteit geproduceerd worden. In 1998 bedroeg de theoretisch maximale productie nog 175 miljoen MWh.

In de praktijk wordt het potentieel niet maximaal benut en de theoretisch haalbare productie wordt niet gehaald.
In de grafiek hieronder heb ik de theoretisch maximaal haalbare productie en de feitelijk gerealiseerde produktie weeregeven. De cijfers zijn afkomstig van het CBS.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 22.08.34

De feitelijke elektriciteitsproduktie in Nederland piekte in 2010 met 118 miljoen MWh en is daarna licht afgenomen tot 103 miljoen MWh in 2014.
Het verschil tussen de potentieel haalbare productie en de feitelijke productie wordt groter: het rendement dat uit het opgestelde vermogen wordt behaald neemt af.

In 1998 bedroeg het rendement (de feitelijke productie gedeeld door de maximaal haalbare produktie) ruim 50%. In 2014 was dat rendement 35,4%.

Schermafbeelding 2015-12-29 om 22.21.02

De snelle groei van het opgesteld vermogen in de laatste jaren komt waarschijnlijk door de bouw van windmolens en het installeren van zonnepanelen (veelal door particulieren).
Als je er even over nadenkt, snap je meteen waarom de benutting (het rendement) van dat recent toegevoegde potentieel het totale rendement verlaagt. Zonnepanelen produceren slechts een aantal uur per dag elektriciteit. En windmolens leveren ook maar een deel van het jaar elektriciteit.
Conventionele centrales leveren een constante basisproductie, zonder langdurige onderbreking. Door jarenlange ervaring kan een conventionele centrale de feitelijke produktie afstemmen op de verwachtte vraag naar elektriciteit. In die situatie wordt er optimaal gebruik gemaakt van het opgestelde vermogen en is er geen sprake van een overcapaciteit.

Je kunt stellen dat het niet erg is dat er een overcapaciteit is aan wind- en zonne-energie. Een windmolen kost namelijk geen brandstof als die stilstaat en niets produceert. En een zonnepaneel produceert geen CO2 als de zon niet schijnt. Maar er zit een addertje onder het gras: de noodzaak van onderhoud en vervanging. Alles wat je bouwt, moet je onderhouden en na verloop van tijd vervangen.
Windmolenparken en zonnepanelen gaan misschien net zo lang mee als conventionele elektriciteitscentrales, maar tijdens die levensduur halen ze een lager rendement: de cumulatieve opbrengst ligt een stuk lager dan bij conventionele centrales.
Bij die lagere cumulatieve productie zorgen de onderhoudskosten en de kosten voor vervanging wegen voor een iets hogere overhead per geproduceerd MWh.

De conventionele elektriciteitsopwekking volledig vervangen door wind- en zonne-energie lijkt mij vooralsnog onhaalbaar.

De Chinese kolenproduktie daalde verder in 2015

In 2013 werd er in China 1893 miljoen ton olie-equivalent aan steenkool uit de grond gehaald. In 2014 werd er slechts 1845 miljoen ton olie-equivalent aan steenkool gewonnen: 2,5% minder. Het lijkt erop dat de produktiedaling in 2015 nog groter zal uitvallen.

De kolenproduktie over de eerste 11 maanden van 2015 was 3,7% lager dan die van 2014. De produktie over heel 2015 zal wellicht 3,5% lager uitkomen dan in 2014: in de buurt van 1780 miljoen ton olie-equivalent, schat ik
In de grafiek hieronder heb ik die schatting alvast ingetekend.

Schermafbeelding 2015-12-14 om 13.45.32

Het lijkt erop dat de Chinese steenkoolproduktie, die ongeveer de helft van de mondiale produktie bedraagt, in 2013 haar piek bereikte. En met die voorlopige conclusie lijkt het erop dat Patzek en Croft, die in 2010 berekenden dat de mondiale steenkoolproduktie in 2011 zou pieken, er niet ver naast zaten.
Ook in de VS en in Indonesië is de steenkoolproduktie in 2015 afgenomen t.o.v. 2014 en 2013. De VS is de op een na grootste steenkoolproducent en Indonesië de op twee na grootste steenkoolproducent ter wereld.