Tagarchief: economie

Peakoil in Indonesië: is meer palmolie een duurzame oplossing?

In elk olieproducerend land wordt vroeger of later de maximaal haalbare produktie, peakoil, bereikt. Indonesië bereikte in 1992 peakoil.
Sinds 1992 is de olieproduktie langzaam aan het afnemen. In de grafiek hieronder (afkomstig van de website Trading Economics) is de afnemende olieproduktie over het afgelopen decennia weergegeven.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 12.02.56

Gemiddelde dagelijkse olieproduktie in Indonesië (x 1000 vaten per dag) tussen 1982 en 2015

Sinds 2004 is de olieproduktie in Indonesië onvoldoende om in de eigen binnenlandse olieconsumptie te voorzien. Vanaf 2004 is Indonesië dan ook een netto-importeur van aardolie.

Om minder aardolie te hoeven importeren begon Indonesië op grote schaal biobrandstof in de vorm van palmolie te produceren. Een flink deel van die palmolie wordt geëxporteerd en o.a. in Europa tot biobrandstof verwerkt. De rest wordt in Indonesië zelf omgezet in biodiesel.
In de grafiek hieronder zie je hoe sterk de produktie van palmolie is gestegen.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 13.51.32

De rode lijn in de grafiek geeft het stijgende binnenlands verbruik weer.
De bron voor de grafiek is dit artikel van Indonesia-investments.
In dat artikel staat ook te lezen, dat de Indonesische regering de subsidie op de produktie van biobrandstof wil verhogen.
Door de daling van de aardolieprijs kampt palmolie-sector in Indonesië met dalende vraag naar palmolie. De prijs voor palmolie is indirect gekoppeld aan de aardolieprijs. De producenten worden gedwongen om hun prijs te verlagen.
In de laatste 12 maanden daalde de prijs voor een ton palmolie met 28% tot $592.

Schermafbeelding 2015-05-26 om 16.24.49

De subsidie is een indirecte subsidie voor de palmolieproducenten.

Is palmolie een duurzame oplossing?
Voor de aanleg van palmolie-plantages is al heel veel tropisch regenwoud, de natuurlijke vegetatie van Indonesië, gekapt. De palmolie-produktie kan alleen groeien door meer regenwoud te kappen. De groei van de palmolie-produktie wordt vroeger of later beperkt door de hoeveelheid regenwoud, die men nog kan kappen.
Het kappen van het regenwoud leidt tot een verlies aan biodiversiteit. Diersoorten die in hun voortbestaan bedreigd worden zijn: Orang Oetans, de Sumatraanse olifant en de Javaanse neushoorn.
Het verwijderen van de complexe vegetatie van het regenwoud maakt de bodem kwetsbaar voor erosie. De bodem van het regenwoud is vaak arm aan mineralen: die mineralen zitten in de levende vegetatie die tot tientallen meters hoogte groeit. Om de opbrengst aan palmolie te vergroten wordt vaak kunstmest gebruikt. Hierdoor wordt de bodem ongeschikt voor de regenwoud-vegetatie, die er oorspronkelijk groeide. Door de dalende prijs voor palmolie zullen de producenten proberen om nog hogere opbrengsten per hectare te halen door nog meer kunstmest te gebruiken.
De subsidie op palmolie is een voorbeeld van korte-termijn denken. De regering wil in de komende jaren de produktie van (bio)brandstof verhogen en de rijke en machtige palmolieproducenten tevreden houden. Op de langere termijn betekent het platbranden en kappen van het regenwoud een ecologische ramp voor de Gordel van Smaragd.

Wat gebeurt er als iedereen weer voedsel gaat verbouwen?

In Silicon Vally in California woont een vrouw met twee kinderen. Ze heeft een beneden modaal inkomen en maakte van haar kleine achtertuintje een biologische moestuin, gewoon als hobby en zo is ze minder kwijt aan boodschappen. Elk jaar produceert ze veel meer voedsel dan ze zelf nodig heeft. Ze deelt haar overvloed aan pepers, spinazie, komkommers en bieten met tientallen van haar buren. En deze vrouw is niet de enige. Stel je voor dat er bij haar in de wijk nog meer biologische moestuintjes gestart worden. Stel je voor dat er in alle achtertuintjes van de wijk voedsel verbouwd wordt. Dan ontstaat er een enorme overvloed. We kunnen nog verder gaan: stel je voor dat in de hele stad, nee, dat in elke stad in het hele land mensen hun achtertuintjes veranderen in biologische moestuinen. In elke stad groeien duizenden fruitbomen, bessenstruiken, komkommerplanten en bietjes en aardappels in de grond. Gewoon als vrijetijds-besteding, als hobby. Het lijkt een utopische droom. Maar volgens de Verenigde Naties heeft kleinschalige landbouw de toekomst. Wetenschappers wijzen de FAO (Food and Agriculture Organization) op de enorme mogelijkheden. Het Rodale Institute doet al decennia gedegen onderzoek naar deze vorm van voedselproduktie. Over de hele wereld zijn initiatieven in regeneratieve landbouw, in permacultuur en in natuurlijke landbouw. De mythe dat alleen industriële landbouw de wereld kan voeden is achterhaald. Die mythe is de wereld ingebracht door de multinationale landbouw-bedrijven. Ecologisch gezien zorgt kleinschalige landbouw juist voor bodemverbetering en toenemende biodiversiteit. Als je bereid bent volgens de seizoenen te eten, dan zal dat je gezondheid verbeteren. En het werk in de buitenlucht in de moestuin is rustgevend en therapeutisch. En ook hier geldt: als iedereen het zou doen, dan zou dat een enorme verbetering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid opleveren. Zelf voedsel verbouwen levert niet alleen voordelen voor mensen. Voor de aarde en de levende natuur zou het een zegen zijn als de mechanische, industriële landbouw kleiner wordt en als er in de steden duizenden kleine groene oases komen, die de waterhuishouding verbeteren en biodiversiteit verhogen. Door deze groene oases in de steden verbetert het microklimaat en de luchtkwaliteit en daarmee ook weer de gezondheid van de bevolking. De mythe dat industriële grootschalige landbouw nodig is om hongersnood te voorkomen is achterhaald. Je kunt je afvragen waarom deze manier van voedsel verbouwen niet wordt teruggedrongen. De belangrijkste reden is de enorme winsten, die grote agro-bedrijven behalen vooral als er schaarste optreedt. De bedrijven zijn zo groot en machtig geworden dat politici en wetenschappers de mythen van deze multinationals nog altijd geloven. De enige manier om hun ongelijk aan te tonen is zelf je eigen voedsel gaan verbouwen. Laat zien wat er mogelijk is. Laat zien dat ze ongelijk hebben en dat je ze helemaal niet nodig hebt. Laat zien dat winst maken helemaal niet nodig is en deel de opbrengst van je werk met anderen. Geef het gewoon weg. Er is hoop voor de wereld en de mensheid: word je bewust van je mogelijkheden en ga aan de slag. De hoop ligt te wachten in je eigen tuin. Origineel in het Engels geschreven door Patrick M. Lydon (mede-directeur FinalStraw.org) Naschrift: In Nederland is het niet makkelijk om je eigen voedsel te verbouwen. Door de seizoenen is er in de zomer een overvloed aan verse groenten en fruit. Maar in het winter halfjaar van november tot april groeit er bijna niets eetbaars in de open lucht. Je moet dus ‘s zomers ook iets verbouwen dat je langere tijd kunt bewaren (bonen, aardappels, pompoenen) of je moet een deel van de oogst conserveren (bijv. zuurkool maken). Gelukkig is er nog heel veel kennis over kleinschalige landbouw en zelf voedsel verbouwen. Sluit je aan bij een collectief in je eigen omgeving. Leer over permacultuur en begin stapje voor stapje om je leefomgeving te verbeteren. Afgelopen jaren besteedde ik veel tijd aan grafiekjes en tabellen op mijn computerschermpje. Ik werd daar niet echt blij van. De laatste maanden heb ik meer tijd doorgebracht op het moestuinproject bij mij in de buurt. Daar deed ik nieuwe kennis op, ik kreeg spierpijn en vuile handen. Maar het geeft mij een tevreden en fit gevoel.

Peak-elektriciteit: Elektriciteitsverbruik in Nederland daalt gestaag

Uit de cijfers van het CBS blijkt duidelijk dat de Nederlandse bevolking steeds zuiniger wordt met elektriciteit. Hieronder in een grafiek uitgezet de totale hoeveelheid elektriciteit in miljoen KWh, die de Nederlanders bij elkaar per maand verbruiken.

Schermafbeelding 2015-05-15 om 17.42.52

De dalende trend is duidelijk zichtbaar.
Als je naar de langere termijn kijkt, dan zie je dat het elektriciteitsverbruik vanaf de jaren ’70 tot 2008 voortdurend is gestegen. Maar sinds 2008 is de stijgende trend omgebogen in een licht dalende trend. Hieronder is het Nederlandse elektriciteitsverbruik in de maand januari weergegeven.

Schermafbeelding 2015-05-15 om 17.52.49

De trendbreuk na 2008 is ook duidelijk zichtbaar als je het elektriciteitsverbruik per hoof van de bevolking gaat uitrekenen. In januari 2008 was het verbruik per Nederlander ruim 700 KWh. In januari 2015 was dat verbruik gedaald tot 650 KWh.
Hieronder zie je het elektriciteitsverbruik in januari per Nederlander weergegeven.

Schermafbeelding 2015-05-15 om 18.00.54

NB. In de grafiek hierboven is de 0 op de Y-as ook echt de 0 van 0 KWh.
Het zal nog vele jaren duren voordat de lijn in de grafiek in de buurt komt van die 0 KWh. Maar het hoogste punt van de grafiek in januari van 2008 zal nooit meer worden overtroffen. Die 708 KWh per Nederlander per maand kunnen we peak-elektriciteit noemen: de grootste hoeveelheid elektrische energie, die we ooit hebben verbruikt.

Autoverkoop eerste kwartaal in Nederland nipt hoger dan in 2014

In het eerste kwartaal van 2015 werden in Nederland ruim 110 duizend nieuwe auto’s verkocht. Dat zijn er drieduizend meer dan in de eerste drie maanden van 2014. Maar het eerste kwartaal van 2015 is voor de autoverkopers het op een na slechtste eerste kwartaal sinds 1999.

Schermafbeelding 2015-05-11 om 12.00.18

De verkopen over april ook al bekend gemaakt, maar nog niet opgenomen in de overzichtelijke tabellen van het CBS. Uit cijfers van RDC/Inmotiv zijn er in april 2015 ruim 27 duizend nieuwe auto’s verkocht. Dat is meer dan 1000 auto’s minder dan in april 2014. En daarmee is april 2015 voor de autobranche de slechtste april in de afgelopen 16 jaar.

Schermafbeelding 2015-05-11 om 12.16.43

De dalende autoverkoop betekent dat op den duur ook de benzineverkoop zal afnemen en dat er geen nieuwe snelwegen meer aangelegd hoeven worden. Een dalende autoverkoop is een symptoom van een krimpende economie waarin het energieverbruik en de CO2-uitstoot dalen.

De terugkeer van steenkool in de Nederlandse energiehuishouding

Gisteren verscheen een opvallend bericht over de dalende elektriciteitsprijs in Nederland. Omdat de brandstoffen steenkool, aardolie en (daaraan gekoppeld) aardgas het laatste jaar goedkoper geworden zijn, kunnen de Nederlandse elektriciteitsproducenten nu stroom leveren tegen lagere prijzen. Maar in het persbericht van netbeheerder TenneT stond ook dat de prijsdaling mede veroorzaakt werd door de opening van 3 nieuwe kolencentrales.
Een mooie gelegenheid om de cijfers er eens bij te halen.

Het totale energieverbruik in Nederland daalt al jaren. Om die daling te illustreren laat ik het energieverbuik in de maand januari zien voor de periode 2011 – 2015.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 19.23.05

De dalende trend is duidelijk. Maar hierbij moet wel worden aangetekend dat januari 2014 veel warmer was dan normaal; het verbruik van aardgas was in die maand erg laag.

In de tweede grafiek hieronder is het afnemend energieverbruik ook zichtbaar, zij het minder duidelijk. Wel duidelijk zichtbaar is het hogere aardgasverbruik (de blauwe kolommen) in de koude wintermaanden.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 19.30.41

 

Minder opvallend is de geleidelijke afname van het aardolieverbruik: het oranje deel in de brandstofmix-grafiek.
Daarom hieronder een grafiekje dat duidelijker laat zien dat Nederland steeds minder aardolie (en aardolieprodukten) als brandstof verbruikt.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 19.31.10

Nader beschouwd blijkt ook de hoeveelheid aardgas, die Nederland jaarlijks opstookt geleidelijk af te nemen. In de 4e grafiek hieronder is het dalende verbruik van aardgas wat beter zichtbaar gemaakt. Hierbij moet worden aangetekend dat het aardgasverbruik begin 2010 veel hoger was dan normaal vanwege strenge vorst.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 19.41.54

De brandstof steenkool is juist bezig aan een opmars in de brandstofmix.
In 2010 was minder dan 10% van het Nederlandse energieverbruik afkomstig uit steenkool. In 2014 is dat aandeel opgelopen tot meer dan 12%.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 20.14.42

Het stijgend gebruik van steenkool als brandstof zal zorgen voor extra CO2. Maar omdat het gebruik van aardgas en aardolie gestaag daalt zal de netto CO2-uitstoot van Nederland verder blijven dalen, zij het minder voortvarend.

De steenkool, die in de nieuw geopende steenkoolcentrales wordt verbrand, komt niet uit Nederlandse bodem maar moet worden geïmporteerd uit steenkool-exporterende landen.
Polen is het enige Europese land dat nog steenkool exporteert, maar ook in Polen daalt de produktie van steenkool. En binnenkort zal de produktie van Polen onvoldoende zijn om nog steenkool te kunnen exporteren. Dan zullen de Nederlandse steenkoolcentrales Russische kolen gaan stoken of steenkool uit een ander continent (Afrika of Noord-Amerika) moeten importeren. Dat transport over duizenden kilometers maakt de steenkool en daarmee de elektriciteit duurder.

Nederlandse aardolie-import daalt ondanks de lage olieprijs verder

Volgens het CBS importeerde Nederland in januari van dit jaar 4131 miljoen kilo aardolie. Dat is 14% minder dan in januari 2014 toen de import 4819 miljoen kilo bedroeg.
In de grafiek hieronder staan de maandelijkse importcijfers van het CBS vanaf januari 2011 weergegeven.

Schermafbeelding 2015-05-03 om 16.25.49

De dalende trend is duidelijk zichtbaar, zelfs als het nulpunt op de Y-as ook echt 0 miljoen kg. is. We weten allemaal dat die import van 0 miljoen kilo ook echt bereikt zal worden, we weten alleen nog niet wanneer.

Een deel van de Nederlandse olieimport komt uit Rusland. In januari 2015 was dat 759 miljoen kilo ofwel 18,3% van de totale import.
In de grafiek hieronder zie je dat de import van aardolie-uit Rusland ook daalt.

Schermafbeelding 2015-05-03 om 16.34.09

Als Nederland een olie-boycot tegen Rusland zou instellen, bijvoorbeeld vanwege de Russische betrokkenheid bij de MH17-ramp. Dan daalt de totale aardolie-import met zo’n 18%. Of Nederland zal een andere exporteur moeten vinden, die maandelijks nog 750 miljoen kilogram over heeft.

In januari 2011 leverde Rusland ruim een kwart (27%) van de aardolie, die Nederland importeerde. Dat Russische aandeel is aan het afnemen, naar minder dan één vijfde deel aan het begin van 2015.

Schermafbeelding 2015-05-03 om 20.18.03

 

Vroeger of later zal Nederland het zonder de Russische olie moeten stellen.

Oneconomische groei II: meer staatsschuld levert steeds minder op

Waarom leent de overheid eigenlijk kapitaal van banken?
Dat doet de overheid om te investeren in een beter en competitiever Nederland. Beter onderwijs leidt tot hoger geschoolde arbeiders. Betere gezondheidszorg brengt het ziekteverzuim omlaag. Betere infrastructuur maakt transport makkelijker en efficiënter. Maar zoals bij alle investeringen is er bij overheidsinvesteringen ook sprake van diminishing returns.
Een snelweg aanleggen zorgt voor heel veel tijdwinst. Die snelweg verbreden levert ook nog wel tijdwinst op, maar alleen tijdens de spits. En de snelweg nog een keer verbreden levert nog nauwelijks tijdwinst op.
Algemene gezondheidszorg leidt tot een lager ziekteverzuim en een hogere produktiviteit. Maar buitengewone gezondheidszorg voor bejaarden en gehandicapten levert voor de BV Nederland weinig op behalve dan een mooi humaan imago.

law-of-diminishing-returns

Het kapitaal dat de overheid leent van banken werkt verslavend. De overheid zal ook blijven lenen als dat eigenlijk niet meer nodig is. De financiële industrie is op haar beurt afhankelijk geworden van de makkelijk lenende overheid. De beide partijen kunnen niet meer zonder elkaar.
De nieuwste cijfers van Eurostat laten zien dat de Nederlandse overheid zich afgelopen jaar nog dieper in de schulden heeft gestoken. De totale Nederlandse staatsschuld steeg het afgelopen jaar met bijna 10 miljard euro naar 451 miljard.
Gelukkig is het Nederlandse BNP ook verder gestegen: met ruim 12 miljard euro naar 655 miljard.

Afnemend rendement op de oplopende staatsschuld
Als je de toename van het BNP deelt door de toename van de schuld dan kom je op een ratio van 1,26. Voor elke euro extra staatsschuld steeg het BNP met 1 euro en 26 cent. Dat klinkt goed, zeker omdat de Nederlandse overheid kan lenen tegen zeer lage rente (rente op 10-jaars-staatsleningen staat al onder de 0,3%). Als je het BNP van 2014 deelt door de huidige Nederlandse staatsschuld dan kom je op een cumulatief langlopend rendement van 1,46. In het verleden was dat cumulatief rendementen hoger.
In 2008 bedroeg de verhouding tussen BNP en de totale staatsschuld nog 1,83. En in 2011 leverde elke euro staatsschuld 1 euro 63 aan BNP op. In onderstaande grafiek is dat afnemende rendement goed zichtbaar.

Schermafbeelding 2015-04-21 om 16.21.11

De rente op Nederlandse staatsleningen daalt gestaag verder. En het rendement van die staatsleningen voor het Nederlands BNP daalt ook verder.
Dankzij de bankiers en centrale bankiers is er geld genoeg om te lenen. Er was nog nooit zoveel geld als nu. Maar helaas is er een gebrek aan rendement. Geld maken is hardstikke makkelijk. Geld op een nuttige manier besteden wordt steeds moeilijker.