Tagarchief: peakoil

Amerikaanse aardolieproduktie begint af te nemen

In het afgelopen jaar is de aardolieproduktie in de Verenigde Staten, na jaren van stijging, afgenomen.
Blogger Eaun Mearns laat op zijn weblog Energy Matters zien dat de olieproduktie (ruwe olie + condensaat + Natural Gas Liquids) in de VS gedaald is van 13,24 miljoen vaten per dag naar 12,57 miljoen vaten per dag.

usamar16
grafiek gemaakt door Eaun Mearns

Andere bronnen bevestigen de afname van de Amerikaanse olieproduktie.
Het Amerikaanse Energy Information Agency (EIA) publiceert de gemiddelde maandelijkse produktie van ruwe olie op haar website. Volgens het EIA daalde de produktie van 9,694 miljoen vaten per dag in april 2015 naar 9,129 miljoen vaten in februari 2016. Dat is een afname van 5% binnen één jaar.
Schermafbeelding 2016-05-15 om 15.57.30

Voor het komend jaar verwacht het EIA een verdere daling van de olieproduktie. In onderstaande afbeelding (van het EIA) zie je dat de produktie van ruwe olie en condensaat halverwege 2017 wellicht onder de 8 miljoen vaten per dag zal dalen.

USoilproductionforecastapr2016

Het is nog even afwachten of de dalende produktie ook leidt tot een dalend olieverbruik in de VS. Misschien wordt de afgenomen binnenlandse produktie gecompenseerd doordat de VS meer olie gaan invoeren uit Canada, Mexico of andere olie-exporterende landen.

Aardolieverbruik in Europa sinds 2006 met 15% afgenomen

In 2006 verbruikten de gezamenlijke raffinaderijen in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk gemiddelde 10,8 miljoen vaten aardolie per dag. Over 2015 is het gemiddelde dagelijks verbruik van aardolie door raffinaderijen in voornoemde landen afgenomen tot 9,1 miljoen vaten. M.a.w. het olieverbruik was afgelopen jaar 15% lager dan in 2006.
De bron voor deze cijfers is de JODI-database, die maandelijks cijfers publiceert over olieproductie, olieverbruik en import en export van aardolie.
In de grafiek hieronder is de gemiddelde olie-inname door raffinaderijen in een aantal belangrijke Europese landen over de afgelopen 10 jaar weergegeven.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 13.49.01

In het jaar 2015 is het aardolieverbruik weer iets gestegen t.o.v. 2014 en 2013; vermoedelijk een gevolg van de sterk gedaalde olieprijs.

In sommige Europese landen is het olieverbruik niet gedaald, maar lichtjes gestegen. Dit is het geval in Spanje en Nederland.
In Spanje lag het olieverbruik door raffinaderijen in 2015 met 1,296 miljoen vaten 7,6% hoger dan in 2006. In Nederland steeg het verbruik door raffinaderijen van 0,98 miljoen vaten per dag in 2006 tot 1,06 miljoen vaten per dag in 2015. Dat is een stijging van 8,1%. Waarschijnlijk is de lage olieprijs in het afgelopen jaar een belangrijke factor bij het gestegen verbruik.
De grafiek hieronder laat het gestegen olieverbruik in Spanje en Nederland zien.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 18.42.37

In het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië is het olieverbruik door raffinaderijen gedaald sinds 2006.
In onderstaande grafiek is het olieverbruik van die landen sinds 2006 weergegeven.

Schermafbeelding 2016-02-22 om 13.51.16

In Duitsland lag het olieverbruik in 2015 16,9% lager dan in 2006. In Italië en het Verenigd Koninkrijk was de daling 27% en in Frankrijk zelfs 30%.
In Duitsland, Italië en Frankrijk is het olieverbruik in 2015, vermoedelijk vanwege de lage olieprijs, weer iets gestegen t.o.v. 2014.
Je zou kunnen beargumenteren dat het afgenomen olieverbruik in Europa, één van de factoren is, die zorgde voor de daling van de olieprijs na de zomer van 2014.

Of het olieverbruik in 2016 verder zal stijgen hangt af van een groot aantal factoren. Bij een forse stijging van de olieprijs zal het olieverbruik niet verder groeien. Maar als de prijs laag blijft (< $50 per vat) dan kan het verbruik in Europa nog iets verder toenemen.
Het Europees olieverbruik in 2016 hangt ook af van de koopkracht van de Europeanen. Als er een economische recessie komt, met oplopende werkeloosheid  en stagnerende lonen, dan zal het aardolieverbruik gaan dalen.

Peak-steenkool valt eerder dan peak-olie

Tot voor kort gingen energiedeskundigen bij gerenommeerde instituten als EIA en IEA ervan uit dat het gebruik van steenkool voorlopig nog zou blijven stijgen.
In het Medium Term Coal-Market Report uit 2014 voorzagen de deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat het mondiale steenkoolverbruik tot 2019 met gemiddeld 2% per jaar zou stijgen. De tabel hieronder komt uit dat rapport.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.14.21

Het steenkoolverbruik in China,’s werelds grootste steenkoolverbruiker, zou volgens deze prognose met jaarlijks 2,5% stijgen.
Maar in 2014 lag het mondiale steenkoolverbruik geen 2%, maar slechts 0,4% boven dat van 2013. Het steenkoolverbruik van China groeide slechts 0,1% i.p.v. de verwachte 2,5%.
In het Medium Term Coal-Market Report van 2015 valt dan ook iets heel anders te lezen.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.39.56

De energiedeskundigen van het IEA voorzien nog wel een stijgend steenkoolverbruik in de rest van de wereld, vooral in India. Maar daar heb ik zo mijn vraagtekens bij. Het steenkoolverbruik in China zal nog wel verder dalen. De Chinese overheid heeft afgelopen jaar 1300 kolenmijnen laten sluiten en dit jaar wil ze opnieuw 1000 mijnen sluiten.

Ik verwacht dat het mondiale steenkoolverbruik in 2015 lager uitvalt dan in 2014 en dat die daling zal doorzetten. Over een aantal jaar zullen we kunnen vaststellen dat het mondiale steenkoolverbruik piekte in 2014.
Dat betekent dat de prognoses van het IPCC over de menselijke CO2-uitstoot niet zullen uitkomen. Met name het RCP8.5-scenario is volkomen onrealistisch geworden.
In de figuur hieronder staat de hoeveelheid fossiele brandstoffen, die volgens het RCP8.5-scenario zal worden verbruikt, weergegeven. De hoeveelheid steenkool is met zwart aangegeven. De deskundigen van het IPCC achtten het in 2011 mogelijk dat het steenkoolverbruik gedurende de 21e eeuw zou verviervoudigen. De figuur komt uit “RCP8.5 — A scenario of comparatively high greenhouse gas emissions” van Riahi et al.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 17.08.36

Aan de rechterkant zijn prognoses weergegeven voor de andere scenario’s van het IPCC weergegeven (RCP6.0, RCP4.5 en RCP2.6).

Hoe zit het dan met peak-olie?
Dat ligt een beetje aan welke definitie van peakoil je hanteert. Als je kijkt naar de totale hoeveelheid aardolie en aan aardolie gerelateerde produkten, dan is de piekproduktie nog niet bereikt. In 2015 is de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen nog iets verder gestegen, zoals is te zien in onderstaande grafiek van Euan Mearns.

Maar ik acht het zeker mogelijk dat de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen in 2016 of 2017 zal gaan dalen. Maar pas over een paar jaar kunnen we vaststellen in welk jaar peakoil viel. Maar het is in ieder geval na peak-coal (2014)

Aanbevolen literatuur: Peak Coal is already here or likely by 2020, so IPCC 100 year projections are probably far too high op energyskeptic.com.
En A closer look at scenario RCP8.5 van Larry Kummer.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Een blik op de energievoorziening van de toekomst

Ik heb al eerder stukjes geschreven over het energieverbruik van onze energievoorziening. Het winnen van steenkool, aardolie en aardgas kost steeds meer energie.
In de jaren ’70 van de 20e eeuw kostte het heel weinig moeite om aardolie op te pompen uit de woestijn van het Arabisch schiereiland. Je hoefde bij wijze van spreken maar één vat olie te spenderen om 40 vaten olie uit de bodem te halen en naar Europa te transporteren. Het netto-rendement EROEI (Energy Return on Energy Investment) was 40:1. Van die 40 vaten olie kon je er 39 besteden aan leuke dingen en het 40e vat had je nodig om opnieuw 40 vaten olie op te pompen en te transporteren.

Om aardolie op te pompen uit de Noordzeebodem (in de jaren ’90 van de 20e eeuw) was meer energie nodig. Maar toch leverde investeren van één vat olie nog 20 vaten olie op.
Je kon 19 vaten olie besteden aan leuke dingen (supersonisch vliegen, snelwegen aanleggen, kunstmatige eilanden maken). En het 20e vat moest je opstoken om weer 20 nieuwe vaten olie te winnen.

Inmiddels begint de olie in onze eigen Noordzee op te raken. En de Arabische olie gaat tegenwoordig naar China, Korea en India. Het kost steeds meer olie om olie te winnen.
Over de hele wereld levert volgens schattingen investeren van één vat aardolie gemiddeld zo’n 13 tot 15 vaten aardolie op. Het energierendement EROEI is afgenomen tot 13:1 of 15:1.

In het plaatje hieronder kun je zien dat de energiewinning bij een lager rendement (EROEI), een groter deel van het Bruto Nationaal Produkt (GDP) opslokt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.42.10

Bij een EROEI van 10:1 (wat we mogelijk in 2020 zullen bereiken) zullen we 10% van ons Bruto Nationaal Produkt besteden aan de winning van energie.
Bij een EROEI van 2:1 zullen we 50% van ons gezamenlijk inkomen uitgeven aan energiewinning… dat kan ik me niet voorstellen. Er is ook nog geen datum ingetekend in de curve.

Het plaatje hierboven komt uit een rapport “The Perfect Storm” dat dr. Tim Morgan in januari 2013 schreef voor Tullett Prebon Group Ltd.
In dat rapport wordt heel nuchter en duidelijk uitgelegd dat het gebruik van fossiele brandstoffen de mensheid in korte tijd enorm vooruit geholpen heeft. Zonder fossiele brandstoffen was de wereldbevolking nooit uitgegroeid tot 7 miljard mensen. Maar binnen een paar decennia zal de mensheid het moeten doen zonder fossiele brandstoffen. De tijd van profiteren is al bijna voorbij.

Op het plaatje hieronder zie je nogmaals uitgelegd dat de energiekosten (als percentage van het totale Bruto Binnenlands Produkt GDP) voor het winnen van energie alleen maar verder zullen stijgen, als het eergierendement EROEI afneemt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.01

Het plaatje hieronder geeft weer welk deel van het Bruto Binnenlands Produkt (GDP) mondiaal wordt besteed aan de winning van energie. In de jaren 80 liep dat heel snel op, door oorlogen in het Midden-Oosten. Daarna daalde de kosten weer omdat er in de Noordzee redelijk makkelijk winbare aardolie werd ontdekt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.45

De onderliggende trend, er is steeds meer energie nodig om energie te verkrijgen, is duidelijk.

Op het laatste plaatje is het netto energierendement voor de verschillende energiebronnen ingetekend in de grafiek.
De energiebronnen van de toekomst:
– de recent gevonden olie- en gasvelden (current oil & gas finds)
– kernenergie (nuclear)
– zonnepanelen (photovoltaic)

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.21

Scoren allemaal slechter dan olie- en gasvelden uit de jaren 70 en windmolens.
NB. Hierbij moet worden aangetekend dat het rendement van al deze energiebronnen in de toekomst lager zal worden.
Windmolens en zonnepanelen zullen ook geplaatst worden op plekken waar het rendement lager is.
Olie- en gasvelden leveren in het begin veel olie en gas, maar de opbrengst neemt daarna alleen maar af.
En het zal steeds meer energie kosten om de brandstof voor kernreactoren op te graven en te verrijken.

De energiebronnen rechtsonder:
– teerzandolie (tar sands)
– schaliegas (shale gas)
– biobrandstof (biofuels)

hebben zo’n laag energierendement (EROEI) dat ze nu al veel energie opslokken, die we liever aan iets anders hadden besteed.
Door de lage prijs van olie, aardgas en steenkool zullen die onrendabele activiteiten zoals de winning van schaliegas en teerzandolie langzamerhand verdwijnen. Misschien geeft dat ons enige tijd om ons in te stellen op een toekomst waarin er minder energie beschikbaar is.

Nicole Foss over grenzen aan de groei en de komende financiële crisis

Nicole Foss was een van de peakoil-pioniers, die voor het weblog The Oildrum schreven.
Tegenwoordig schrijft zij op haar eigen weblog The Automatic Earth over de problemen waar wij de volgende generaties mee opzadelen.

De video hieronder is een weergave van een interview met Nicole Foss van bijna 2 uur.
Zij legt helder en duidelijk uit dat de lage olieprijs van het afgelopen jaar niet betekent dat peakoil niet bestaat. De lage olieprijs laat zien dat onze industriële samenleving aan het krimpen is. En dat onze maatschappij zich de moeilijk winbare, onconventionele olie helemaal niet kan veroorloven.
In het tweede deel gaat Nicole Foss in op het financiële kaartenhuis dat de afgelopen 30 jaar is opgebouwd. Bij de kredietcrisis van 2008 is maar een klein deel van dat wankele kaartenhuis ingestort. De financiële sector produceert zelf helemaal niets en parasiteert op de echte economie.

Paradoxnl maakte mij vorige week via zijn weblog attent op dit boeiende interview.
Ik heb het interview niet in één keer beluisterd, maar opgesplitst in vier delen van ca. 30 min. Mijn aandachtsspanne is niet meer zo lang als vroeger.

Teerzandolie-exploitatie in Canada hapert door de lage olieprijs

Bij een olieprijs van $100 per vat of meer is het winstgevend om uit het teerzand in de Canadese provincie Alberta olie te winnen. Volgens Richard Heinberg wordt er bij een olieprijs van $60 per vat nog nauwelijks winst gemaakt op het winnen van olie uit teerzand. Bij de huidige olieprijs van minder dan $50 per vat is de winning van teerzandolie waarschijnlijk verliesgevend.

Begin dit jaar zagen deskundigen de bui al hangen. Na jaren van groei en economische voorspoed is het tij gekeerd. Voor het jaar 2015 verwachtte men een recessie met oplopende werkeloosheid, dalende koopkracht en afnemende investeringen. In mei becijferde de Conference Board van Canada dat de economie van Alberta met 0,7% zou krimpen in 2015. Voor het volgend jaar verwacht men weer een groei van 1,2%… nog maar even afwachten.
Shell trok zich deze zomer terug uit een teerzandolie-project.

Deze ontwikkelingen zullen op de lange termijn leiden tot een afname van de Canadese olieproduktie. Ik heb daarom de olieproduktiecijfers uit de JODI Oil World Database er eens bij gepakt.
Het afgelopen half jaar is de Canadese olieproduktie niet verder gegroeid en gestabiliseerd op ca. 2,8 miljoen vaten per dag.
In de grafiek hieronder heb ik de Canadese produktie en export van olie voor de afgelopen 4 jaar uitgezet.

Schermafbeelding 2015-08-21 om 18.07.37

De doorgetrokken lijnen in de grafiek geven het voortschrijdend gemiddelde over 6 maanden weer.
Het is nog te vroeg om te zeggen dat de groei definitief voorbij is. Maar ik verwacht dat de groei pas terugkeert bij een olieprijs boven de $75 per vat.