Tagarchief: peakoil

Peakoil in Nederland: peakbenzine en peakdiesel

Het CBS houdt nauwgezet bij hoeveel brandstof alle Nederlanders bij elkaar kopen bij leveranciers. De laatste jaren daalt de verkoop van benzine en diesel in Nederland.

SFA003016641

In 2011 werd er in Nederland 5697 miljoen liter benzine verkocht, bijna 5,7 miljard liter. De grootste hoeveelheid benzine, die ooit in Nederland verkocht zal worden (peak-benzine) Afgelopen jaar werd er 5131 miljoen liter verkocht: 10% minder dan 3 jaar geleden.

Schermafbeelding 2015-02-23 om 09.28.16

Voor de verkoop (en het verbruik) van diesel geven de cijfers eenzelfde beeld.
In 2008 werd er in Nederland ruim 8 miljard liter diesel verkocht. Het was het jaar van peak-diesel, de hoogste dieselverkoop, die ooit bereikt zal worden in Nederland.
Afgelopen jaar werd er 6684 miljoen liter diesel verkocht: 17% minder dan in 2008.

Schermafbeelding 2015-02-23 om 09.28.37

Oorzaken voor het dalend verbruik van brandstof zijn:
– een trend naar zuiniger auto’s en motoren
– de afnemende economische activiteit (vooral de bouwsector)

De trend naar zuiniger transportmiddelen is onomkeerbaar: we zullen niet teruggaan naar de tijden van verspilling.
Door de economische krimp van de afgelopen jaren wordt er minder getransporteerd in Nederland. Deze trend zal waarschijnlijk doorzetten.
In onderstaande grafiek staat de totale hoeveelheid transportbrandstof, die jaarlijks in Nederland wordt verkocht (en verbruikt) uitgedrukt in de hoeveelheid energie.
Deze cijfers van het CBS omvatten ook het transport via water, spoorwegen en de luchtvaart.

In 2006 werd er 1375 PetaJoule besteed aan transport in Nederland. Het was de grootste hoeveelheid energie, die ooit zal worden uitgetrokken voor transport. Sinds 2006 vertoond de verkoop van transportbrandstof een dalende trend.
In 2014 verbruikte de Nederlandse transportsector nog maar 1075 PetaJoule, een daling van 20% in 8 jaar tijd.

Schermafbeelding 2015-02-23 om 09.28.57

Energieverbruik in Europa daalt verder

Afgelopen week publiceerde Eurostat de nieuwste cijfers over de Europese energieproduktie en het Europese energieverbruik. Het rapport was getiteld: Energy consumption in the EU down to its early 1990s level.
Het Europees energieverbruik is weer net zo groot als in 1990.

In het rapport staat een mooie klokvormige grafiek, die je wel vaker ziet op dit weblog.
Het energieverbruik groeide tot een maximum in 2006. Daarna begon het energieverbruik te dalen.

Schermafbeelding 2015-02-12 om 19.15.32

De krimp in de 6 jaar na 2007 verloopt sneller dan de groei in het energieverbruik in de periode 1994 – 2006.

Ik heb de gegevens van Eurostat op een andere manier uitgezet. Ik berekende het energieverbruik per hoofd van de bevolking in de 28 landen van de EU. En dat leidde tot de grafiek hieronder.

Schermafbeelding 2015-02-12 om 19.12.35

In 2006 gebruikte de gemiddelde Europeaan 3,68 ton olie-equivalent aan energie. In 2013 was dat afgenomen tot 3,29 ton: een daling van 10% in 7 jaar.
De dalende trend zal zich doorzetten: in 2015 zal het gemiddelde Europees energieverbruik gedaald zijn tot minder dan 3,2 ton olie-equivalent.

Lagere benzineprijs leidt niet tot hogere verkoop

2223278d6a27abf6306ef12910442f29

In november 2014 betaalden automobilisten bij Shell-tankstations gemiddeld €1,71 voor een liter benzine. In november 2013 was dat gemiddeld €1,75 per liter. En in november 2012 was dat zelfs €1,82 per liter.
Deze prijsdaling heeft niet geleid tot een hogere verkoop. In november 2014 werd er in Nederland 414 miljoen liter benzine verkocht, bijna 6% minder dan in 2013. De benzineverkoop was 9% lager dan in november 2012, toen een liter benzine (bij Shell) nog €1,82 kostte.

De totale verkoopwaarde van de verkochte benzine was in november 2012 nog 830 miljoen euro. In november 2013 gaven de Nederlanders nog 770 miljoen uit aan benzine. En in november 2014 nog slechts 708 miljoen euro ofwel 14% minder dan twee jaar geleden.

Schermafbeelding 2015-01-28 om 09.59.51

De verkoop van benzine en diesel in Nederland vertoont een dalende trend. Hieronder de gegevens van het CBS over de verkoop van benzine en diesel in grafiek weergegeven.

Schermafbeelding 2015-01-26 om 20.38.24

De zwarte curve in de grafieken geeft het voortschrijdend zesmaands-gemiddelde.

Schermafbeelding 2015-01-26 om 20.36.18

In december 2014 daalde de benzineprijs verder naar ca. €1,60 per liter en in januari zelfs naar €1,55 per liter. Ik ben benieuwd naar de verkoopcijfers van het CBS voor december 2014 en januari 2015. Maar ik verwacht geen stijging van de verkoop.

Fossiele brandstoffen: onze energieslaven

Voor vervelend en zwaar werk gebruiken we machines. Die machines worden aangedreven door fossiele energie, fossiele zonne-energie opgeslagen in de aardkorst. We moeten goed beseffen dat die fossiele brandstoffen gaan opraken.
In de video hieronder wordt luid en duidelijk uitgelegd wat ons in de komende decennia te wachten staat.

Lage olieprijs brengt olie-industrie in de problemen

De oliewinnings-industrie is de afgelopen 4 jaar gewend geraakt aan een olieprijs van $100 per vat of meer. Er zijn projecten opgestart, die bij die olieprijs winst opleveren. De exploitatie van olievelden kent een lange aanlooptijd, zeker bij offshore- en diepzee-oliewinning. Het duurt jaren om produktieplatforms te bouwen en pijpleidingen aan te leggen. De hoge aanloopkosten worden door oliemaatschappijen betaald met geleend geld. De olie-industrie ging ervan uit dat de aanloopkosten makkelijk terugverdiend konden worden bij een prijs van meer dan $100 dollar per vat.

Maar vanwege de prijs van $100 per vat werd de wereldeconomie zuiniger met olie en ging op zoek naar goedkopere alternatieven. Door de hoge olieprijs daalde het aardolieverbruik in de landen van de OECD, met name in de VS, in Japan en Europa.
De vraag naar aardolie daalde sterk in landen als Italië, Portugal en Griekenland. Juist in landen, die de hoge prijs konden betalen, daalde het olieverbruik.

De vraag naar olie in de opkomende economiëen (China, India, Brazilië) steeg minder dan verwacht. Ook in deze landen werd men vanwege de hoge olieprijs zuiniger met aardolie en ging men op zoek naar duurzame alternatieven, zoals windenergie, zonnepanelen en stuwdammen. De wereldwijde vraag naar aardolie steeg niet zo snel als de olie-industrie gehoopt had. De wereld wil ook niet de prijs betalen waarop de olie-industrie gerekend had.

Olieprijs is nu lager dan de industrie had begroot
Grote oliewinningsprojecten zoals de exploitatie van teerzand in Canada, de winning van diepzee-olie voor de kust van Brazilië en de winning van olie in de Noordelijke IJszee zijn alleen rendabel bij een hoge olieprijs. De hoge kosten kunnen alleen worden terugverdiend als er consumenten zijn, die meer dan $100 per vat willen betalen.
De afgelopen jaren zijn al vele projecten in de aanloopfase stopgezet vanwege technische problemen of vanwege de oplopende kosten.
Shell en Total aarzelen over investeringen in het Shtokman-project in de Russische poolzee en de Noorse staatsoliemaatschappij Statoil trok zich al terug uit dat project. Shell staakte de proefboringen in de wateren bij Alaska. Oliemaatschappij Statoil heeft het opstarten van het Johan Castberg-project al een paar keer uitgesteld omdat de produktiekosten per vat olie kunnen oplopen tot $85. Het begin van de oliewinning uit het Goliat-veld in de Barentszee is door Statoil uitgesteld naar half 2015.
Een paar maanden terug, toen de olieprijs nog boven de $80 lag, zetten Total en Statoil hun teerzandolie-project in Alberta (Canada) al in de koelkast. Bij $60 per vat is dat project helemaal niet meer rendabel.

Oliemaatschappijen in de rode cijfers
Veel kleine energiemaatschappijen, die in de VS schaliegas en Light Tight Oil uit de bodem fracken zitten diep in de schulden. De aandelen van deze energiemaatschappijen zijn de laatste maand in waarde gedaald. En daarom krijgen deze maatschappijen het moeilijker om investeerders aan te trekken en kapitaal te lenen van banken.
Oliemaatschappij Shell zal het nog moeilijker krijgen vanwege de tegenvallende inkomsten.
De Noorse oliemaatschappij Statoil verkocht vorige week haar schaliegasbelangen in de Amerikaanse Marcellus-shale. En Statoil heeft het opstarten van het gasproduktieplatform Valemon in de Noordzee uitgesteld.
Voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras dreigt zelfs een failissement. Amerikaanse schuldeisers dreigen het bedrijf voor de Amerikaanse rechter te slepen omdat het bedrijf te laat is met de (tegenvallende) kwartaalcijfers over het derde kwartaal van 2014.
De Mexicaanse oliemaatschappij Pemex heeft een slecht jaar achter de rug en moet op zoek naar buitenlandse investeerders. Voor de kust van Nigeria liggen tankers vol olie te wachten op kopers. Als de prijs laag genoeg wordt, zal er wel iemand happen. Schoorvoetend schroeven OPEC-landen de olieproduktie toc een beetje terug.

Hoe verder in 2015?
De lage olieprijs is een buitenkansje voor eindgebruikers van olieprodukten. Zij kunnen goedkope voorraden aanleggen, omdat de olieprijs waarschijnlijk wel weer zal gaan stijgen. Benzine en vliegtuigbrandstof worden goedkoper: een meevaller voor vliegtuigmaatschappijen en landen met een grote luchtmacht.
Maar de langjarige trend van dalend olieverbruik in de OECD zal niet zo snel omkeren. Automobilisten zullen hun zuinige auto niet gaan inruilen voor een benzineslurper. Gesloten autofabrieken zullen niet worden heropend. Windmolens en stuwdammen zullen niet worden afgebroken. Geïsoleerde gebouwen blijven geïsoleerd.
De lagere benzineprijs zorgt dat autobezitters wat meer koopkracht krijgen. Maar leidt ook tot dalende inkomsten voor oliemaatschappijen en aan de oliewinning gerelateerde bedrijven, zoals SBM Offshore en Fugro.
De lage olieprijs heeft voordelen, maar ook nadelen. Wat het netto-effect op de economie zal zijn is moeilijk in te schatten. Maar het is duidelijk dat de olieproduktie in de komende jaren zal gaan dalen. Veel moeilijk winbare aardolie (in de diepzee, in schaliegesteente en in de Poolzee) zal niet geëxploiteerd worden en misschien wel voor eeuwig in de aardkorst blijven.

Fracking: het verkruimelen van de aardkorst is niet duurzaam

Hydraulic fracturing, afgekort tot fracking, is het verkruimelen van diepliggende gesteentes om daar aardgas en andere koolwaterstoffen uit te winnen. Normaal gesproken zou het miljoenen jaren duren voordat het aardgas en de lichte koolwaterstoffen door diffusie uit die gesteentes zouden lekken, zodat de mensheid ze naar de oppervlakte kan halen om te verbranden. Maar door het gesteente met bruut geweld open te breken en te verkruimelen, komt het gas (en de lichte koolwaterstoffen) sneller en eerder vrij.
Dat openbreken van het gashoudend gesteente om de diffusie te versnellen is niet duurzaam. Je kunt het verkruimelde gesteente, op kilometers diepte, niet in nog kleinere stukjes breken om de rest van het schaliegas eruit te krijgen. En als je dat gaat proberen, dan zal dat meer energie kosten dan je uiteindelijk uit het schaliegas kunt winnen.

Schaliegas is een fossiele brandstof. Schaliegasbronnen zijn binnen 10 jaar uitgeput. Om de produktie van schaliegas gelijk te houden, moeten er continue nieuwe gaten worden geboord en gefrackt. Maar op een gegeven moment heb je al de gaten geboord, die je kunt boren. Het heeft geen zin om te gaan boren en fracken waar geen koolwaterstoffen in het gesteente zitten.
In de VS zijn de afgelopen 10 jaar 85.000 gaten geboord en gefrackt. In de komende decennia wil de schalie-industrie nog meer dan 500.000 gaten boren en fracken…

Gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje

Op haar blog ‘Our Finite World’ zet Gail Tverberg de gevolgen van de lage olieprijs op een rijtje. Hieronder een korte Nederlandse samenvatting van dat uitgebreide overzicht.

1. Als olie te goedkoop wordt, dan blijft het gewoon in de grond.
Als de klanten meer willen betalen voor olie, dan zullen de leveranciers ook de moeilijk winbare olie proberen te gaan exploiteren. Maar wanneer de klanten voor de olie zo weinig betalen, dat de producenten niet eens de gemaakte kosten terugverdienen, dan zal de producent, op straffe van failissement, minder kosten moeten maken en de olieproduktie omlaag brengen.

2. De lage olieprijs heeft nu al effect op winning van schalie-olie en winning op zee.
Volgens Reuters lag het aantal verleende boorvergunningen in de VS in november 40% lager dan in oktober. Oliemaatschappij Shell gaat produktieplatforms in de Noordzee sluiten en afbreken, omdat de kosten hoger zijn dan de baten.
Transocean, dat de grootste vloot aan diepzee-boorplatform bezit, moet flink in de kosten snijden.

3. Krimp van de Amerikaanse schalie-industrie leidt tot hogere werkeloosheid
Sinds eind 2007 zijn er in de staten waar schaliegas en schalie-olie gewonnen wordt 1,36 miljoen banen bijgekomen zijn. In de overige staten gingen 242 duizend banen verloren.

4. De lage olieprijs leidt tot failissementen en afschrijven van schulden. Dit kan grote gevolgen hebben voor de wereldwijde kredietverlening.
In de VS bestaat 16% van de hoogrendements-leningen uit kredieten aan de olie- en gaswinning. Als de bedrijven die leningen niet kunnen terugbetalen moeten de financiers die leningen afschrijven. Om hun kapitaalbuffers weer op peil te brengen zullen ze minder krediet gaan verlenen. Dit gebeurde in ook 2008 en 2009, toen bleek dat er grote hoeveelheden Amerikaanse hypotheken niet afgelost zouden worden. De financiële wereld is nog altijd aan het herstellen van die crisis.
Failissementen in de olie- en gaswinning kunnen leiden tot een nieuwe kredietcrisis.

5. Lage olieprijs brengt olieproducerende landen in financiële problemen.
De lage olieprijs aan het eind van de jaren ’80 heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De huidige lage olieprijs kan landen als Nigeria en Venezuela in financiële problemen brengen. En ook in Rusland zal de lage olieprijs gevolgen hebben voor het BNP en de economie.

6. Het positieve effect van een lage olieprijs op de economie is waarschijnlijk kleinre dan het negatieve effect van een hoge olieprijs.
Veel regeringen gebruiken de lage olieprijs (en de lage benzineprijs) om subsidies af te schaffen of belastingen te verhogen. Dat gebeurde in Maleisië en in China. Ook in Nederland zal de benzine-accijns volgend jaar verhoogd worden.

7. De lage olieprijs voorkomt dat de VS aardolie en aardgas gaan exporteren
De afgelopen jaren werd er veel gespeculeerd over eventuele energie-onafhankelijkheid van de VS en zelfs over de Amerikaanse export van aardolie of LNG. Het overschot op de wereldmarkt zal dat voorkomen. De VS zullen voorlopig een tekort op de handelsbalans houden.

8. De lage olieprijs remt de groei van duurzame energieopwekking.
Door een lage prijs van fossiele brandstoffen kunnen duurzame energiebronnen niet concurreren met fossiele brandstoffen.

9. De dalende olieprijs kan leiden tot deflatie en daardoor wordt het moeilijker om schulden terug te betalen.
Spreekt voor zich. Als prijzen en lonen dalen, dan wordt het moeilijker om leningen en rente terug te betalen. Inflatie, stijgende prijzen en lonen maken het makkelijker om leningen terug te betalen.

10. De dalende olieprijs duidt op het bereiken van de maximale, mondiale schuldenlast.
Er zit een natuurlijke grens aan de hoeveelheid schulden die een bedrijf of een land op zich kan nemen. De markt zal alleen geld lenen als er een gerede verwachting bestaat dat de lening terugbetaald zal worden. Deze grens bestaat ook op voor de totale mondiale schuldenlast, de som van alle individuele schulden.
De lage rente, die centrale banken van de OECD rekenen, duidt er ook al op dat de wereld niet nog meer schulden wil aan gaan. Regeringen en bedrijven zouden tegen deze lage rente enorm veel kapitaal kunnen lenen. Maar in de praktijk is er nauwelijks vraag naar krediet. Alleen de oliemaatschappijen steken zich steeds dieper in de schulden om de moeilijk winbare fossiele brandstoffen te kunnen exploiteren.

Bij punt 4: Lage olieprijzen leiden tot failissementen en afschrijven van schulden
De olie- en gasexploitanten in de VS hebben zich diep in de schulden gestoken om schaliegas en schalie-olie te kunnen winnen. Door de dalende olieprijs is het erg onzeker dat die energie-maatschappijen aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Maar net zoals in 2008 bij de hypotheek-crisis, kan de Amerikaanse overheid met hulp van de Federal Reserve besluiten om de schulden van de energiemaatschappijen te nationaliseren vanwege het enorme maatschappelijke belang. De energiesector is, net zoals de hypotheekmarkt, too big to fail.
Hans de Geus van RTLZ, speculeerde afgelopen week ook al over dat scenario.