Tagarchief: peakoil

Peak-steenkool valt eerder dan peak-olie

Tot voor kort gingen energiedeskundigen bij gerenommeerde instituten als EIA en IEA ervan uit dat het gebruik van steenkool voorlopig nog zou blijven stijgen.
In het Medium Term Coal-Market Report uit 2014 voorzagen de deskundigen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat het mondiale steenkoolverbruik tot 2019 met gemiddeld 2% per jaar zou stijgen. De tabel hieronder komt uit dat rapport.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.14.21

Het steenkoolverbruik in China,’s werelds grootste steenkoolverbruiker, zou volgens deze prognose met jaarlijks 2,5% stijgen.
Maar in 2014 lag het mondiale steenkoolverbruik geen 2%, maar slechts 0,4% boven dat van 2013. Het steenkoolverbruik van China groeide slechts 0,1% i.p.v. de verwachte 2,5%.
In het Medium Term Coal-Market Report van 2015 valt dan ook iets heel anders te lezen.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 16.39.56

De energiedeskundigen van het IEA voorzien nog wel een stijgend steenkoolverbruik in de rest van de wereld, vooral in India. Maar daar heb ik zo mijn vraagtekens bij. Het steenkoolverbruik in China zal nog wel verder dalen. De Chinese overheid heeft afgelopen jaar 1300 kolenmijnen laten sluiten en dit jaar wil ze opnieuw 1000 mijnen sluiten.

Ik verwacht dat het mondiale steenkoolverbruik in 2015 lager uitvalt dan in 2014 en dat die daling zal doorzetten. Over een aantal jaar zullen we kunnen vaststellen dat het mondiale steenkoolverbruik piekte in 2014.
Dat betekent dat de prognoses van het IPCC over de menselijke CO2-uitstoot niet zullen uitkomen. Met name het RCP8.5-scenario is volkomen onrealistisch geworden.
In de figuur hieronder staat de hoeveelheid fossiele brandstoffen, die volgens het RCP8.5-scenario zal worden verbruikt, weergegeven. De hoeveelheid steenkool is met zwart aangegeven. De deskundigen van het IPCC achtten het in 2011 mogelijk dat het steenkoolverbruik gedurende de 21e eeuw zou verviervoudigen. De figuur komt uit “RCP8.5 — A scenario of comparatively high greenhouse gas emissions” van Riahi et al.

Schermafbeelding 2016-01-18 om 17.08.36

Aan de rechterkant zijn prognoses weergegeven voor de andere scenario’s van het IPCC weergegeven (RCP6.0, RCP4.5 en RCP2.6).

Hoe zit het dan met peak-olie?
Dat ligt een beetje aan welke definitie van peakoil je hanteert. Als je kijkt naar de totale hoeveelheid aardolie en aan aardolie gerelateerde produkten, dan is de piekproduktie nog niet bereikt. In 2015 is de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen nog iets verder gestegen, zoals is te zien in onderstaande grafiek van Euan Mearns.

Maar ik acht het zeker mogelijk dat de mondiale produktie van vloeibare brandstoffen in 2016 of 2017 zal gaan dalen. Maar pas over een paar jaar kunnen we vaststellen in welk jaar peakoil viel. Maar het is in ieder geval na peak-coal (2014)

Aanbevolen literatuur: Peak Coal is already here or likely by 2020, so IPCC 100 year projections are probably far too high op energyskeptic.com.
En A closer look at scenario RCP8.5 van Larry Kummer.

Is de lage olieprijs een vorm van helikopter geld?

Tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008 besloot de baas van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, Ben Bernanke, dat de VS zoveel dollars zou bijdrukken als nodig was om de economie te stimuleren. Bernanke verwees naar econoom Milton Friedman, die het bijdrukken van geld door centrale banken vergeleek met het uitstrooien van geld boven de steden vanuit een helikopter.
Het beleid van Bernanke heeft er toe geleid dat de hoeveelheid dollars op de wereld enorm is toegenomen. Het is alsof er in de VS dollars zijn rondgestrooid vanuit helikopters.

Het helikoptergeld-scenario waar Bernanke naar verwees, is een eigen leven gaan leiden. Economen zijn serieus gaan theoretiseren over de mogelijke gevolgen. En het idee om iedereen een arbeidsloos basisinkomen te geven, is eigenlijk ook een vorm van helikoptergeld.
In Nederland hebben we huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze voorziening voor mensen met lage inkomens kun je ook zien als helikoptergeld. Hoewel anderen zullen beweren dat die toeslagen worden opgebracht uit belastinginkomsten op de hogere inkomsten.

Bij de huidige lage olieprijs leiden vrijwel alle olieproducenten verlies. Het winnen van een vat aardolie uit teerzand of uit schaliegesteente kost misschien wel $60 of $80. Die industrie is verliesgevend: het is stom om er nog mee door te gaan.
Maar de oliemaatschappijen, die de schalie- en teerzandolie winnen, worden niet afgerekend op hun stommiteiten. Omdat er zoveel dollars zijn bijgekomen, kunnen oliemaatschappijen nog altijd dollars lenen van banken en private investeerders.
De banken (geholpen door de centrale banken FED, ECB enz.) en private investeerders steunen de oliemaatschappijen (en de mijnbouwers, die met verlies steenkool opgraven) met leningen i.p.v. ze af te straffen voor de grote verliezen die ze lijden.

Door de acties van de banken (en de centrale banken) wordt er meer olie geproduceerd dan er nodig is. Daardoor daalt de prijs van olie, benzine, kerosine en andere grondstoffen. Het is alsof de banken ervoor zorgen dat iedereen korting krijgt bij de benzinepomp, bij de elektriciteitsmaatschappij en op de vliegtickets.
De banken delen als het ware helikopter-geld uit aan de consumenten, zodat die blijven autorijden en blijven vliegen. Energie is goedkoper geworden dan het de afgelopen 10 jaar was: net of het gesubsidieerd wordt. Het is net alsof je meer te besteden hebt gekregen, zonder er meer voor te doen.

Niemand vraagt zich af waarom autorijden weer zo goedkoop is geworden en waarom men geen brandstoftoeslag hoeft te betalen bij vliegreizen.
Oliemaatschappijen en mijnbouwers raken dieper in de schulden. Olieproducerende landen raken dieper in de schulden, zelfs Noorwegen en Saoedi-Arabië. Die schulden kunnen makkelijk hoger worden, omdat de rente op die schulden historisch laag is. Lage rente betekent vaak automatisch hoge schulden.

Niemand maakt zich zorgen over die hogere schulden. Zoals ook niemand zich afvraagt of de loonslaven, die in Azië tegen een hongerloon smartphones, kleding en sportschoenen maken, wel gelukkig zijn. Niemand maakt zich druk om het faillissement van winkels, maar men komt wel even naar de opheffingsuitverkoop om te kijken of er nog iets voor een spotprijsje te halen valt.
We zijn gewend geraakt aan het idee om alles voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. We beseffen de werkelijke waarde van de dingen niet meer. Een liter benzine kostte 2 jaar geleden nog 1 euro 70 en nu nog maar 1 euro 44. Maar er zit nog altijd evenveel energie in die liter benzine, je kunt er nog even ver mee rijden.

Een blik op de energievoorziening van de toekomst

Ik heb al eerder stukjes geschreven over het energieverbruik van onze energievoorziening. Het winnen van steenkool, aardolie en aardgas kost steeds meer energie.
In de jaren ’70 van de 20e eeuw kostte het heel weinig moeite om aardolie op te pompen uit de woestijn van het Arabisch schiereiland. Je hoefde bij wijze van spreken maar één vat olie te spenderen om 40 vaten olie uit de bodem te halen en naar Europa te transporteren. Het netto-rendement EROEI (Energy Return on Energy Investment) was 40:1. Van die 40 vaten olie kon je er 39 besteden aan leuke dingen en het 40e vat had je nodig om opnieuw 40 vaten olie op te pompen en te transporteren.

Om aardolie op te pompen uit de Noordzeebodem (in de jaren ’90 van de 20e eeuw) was meer energie nodig. Maar toch leverde investeren van één vat olie nog 20 vaten olie op.
Je kon 19 vaten olie besteden aan leuke dingen (supersonisch vliegen, snelwegen aanleggen, kunstmatige eilanden maken). En het 20e vat moest je opstoken om weer 20 nieuwe vaten olie te winnen.

Inmiddels begint de olie in onze eigen Noordzee op te raken. En de Arabische olie gaat tegenwoordig naar China, Korea en India. Het kost steeds meer olie om olie te winnen.
Over de hele wereld levert volgens schattingen investeren van één vat aardolie gemiddeld zo’n 13 tot 15 vaten aardolie op. Het energierendement EROEI is afgenomen tot 13:1 of 15:1.

In het plaatje hieronder kun je zien dat de energiewinning bij een lager rendement (EROEI), een groter deel van het Bruto Nationaal Produkt (GDP) opslokt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.42.10

Bij een EROEI van 10:1 (wat we mogelijk in 2020 zullen bereiken) zullen we 10% van ons Bruto Nationaal Produkt besteden aan de winning van energie.
Bij een EROEI van 2:1 zullen we 50% van ons gezamenlijk inkomen uitgeven aan energiewinning… dat kan ik me niet voorstellen. Er is ook nog geen datum ingetekend in de curve.

Het plaatje hierboven komt uit een rapport “The Perfect Storm” dat dr. Tim Morgan in januari 2013 schreef voor Tullett Prebon Group Ltd.
In dat rapport wordt heel nuchter en duidelijk uitgelegd dat het gebruik van fossiele brandstoffen de mensheid in korte tijd enorm vooruit geholpen heeft. Zonder fossiele brandstoffen was de wereldbevolking nooit uitgegroeid tot 7 miljard mensen. Maar binnen een paar decennia zal de mensheid het moeten doen zonder fossiele brandstoffen. De tijd van profiteren is al bijna voorbij.

Op het plaatje hieronder zie je nogmaals uitgelegd dat de energiekosten (als percentage van het totale Bruto Binnenlands Produkt GDP) voor het winnen van energie alleen maar verder zullen stijgen, als het eergierendement EROEI afneemt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.01

Het plaatje hieronder geeft weer welk deel van het Bruto Binnenlands Produkt (GDP) mondiaal wordt besteed aan de winning van energie. In de jaren 80 liep dat heel snel op, door oorlogen in het Midden-Oosten. Daarna daalde de kosten weer omdat er in de Noordzee redelijk makkelijk winbare aardolie werd ontdekt.

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.45

De onderliggende trend, er is steeds meer energie nodig om energie te verkrijgen, is duidelijk.

Op het laatste plaatje is het netto energierendement voor de verschillende energiebronnen ingetekend in de grafiek.
De energiebronnen van de toekomst:
– de recent gevonden olie- en gasvelden (current oil & gas finds)
– kernenergie (nuclear)
– zonnepanelen (photovoltaic)

Schermafbeelding 2015-11-16 om 20.53.21

Scoren allemaal slechter dan olie- en gasvelden uit de jaren 70 en windmolens.
NB. Hierbij moet worden aangetekend dat het rendement van al deze energiebronnen in de toekomst lager zal worden.
Windmolens en zonnepanelen zullen ook geplaatst worden op plekken waar het rendement lager is.
Olie- en gasvelden leveren in het begin veel olie en gas, maar de opbrengst neemt daarna alleen maar af.
En het zal steeds meer energie kosten om de brandstof voor kernreactoren op te graven en te verrijken.

De energiebronnen rechtsonder:
– teerzandolie (tar sands)
– schaliegas (shale gas)
– biobrandstof (biofuels)

hebben zo’n laag energierendement (EROEI) dat ze nu al veel energie opslokken, die we liever aan iets anders hadden besteed.
Door de lage prijs van olie, aardgas en steenkool zullen die onrendabele activiteiten zoals de winning van schaliegas en teerzandolie langzamerhand verdwijnen. Misschien geeft dat ons enige tijd om ons in te stellen op een toekomst waarin er minder energie beschikbaar is.

Nicole Foss over grenzen aan de groei en de komende financiële crisis

Nicole Foss was een van de peakoil-pioniers, die voor het weblog The Oildrum schreven.
Tegenwoordig schrijft zij op haar eigen weblog The Automatic Earth over de problemen waar wij de volgende generaties mee opzadelen.

De video hieronder is een weergave van een interview met Nicole Foss van bijna 2 uur.
Zij legt helder en duidelijk uit dat de lage olieprijs van het afgelopen jaar niet betekent dat peakoil niet bestaat. De lage olieprijs laat zien dat onze industriële samenleving aan het krimpen is. En dat onze maatschappij zich de moeilijk winbare, onconventionele olie helemaal niet kan veroorloven.
In het tweede deel gaat Nicole Foss in op het financiële kaartenhuis dat de afgelopen 30 jaar is opgebouwd. Bij de kredietcrisis van 2008 is maar een klein deel van dat wankele kaartenhuis ingestort. De financiële sector produceert zelf helemaal niets en parasiteert op de echte economie.

Paradoxnl maakte mij vorige week via zijn weblog attent op dit boeiende interview.
Ik heb het interview niet in één keer beluisterd, maar opgesplitst in vier delen van ca. 30 min. Mijn aandachtsspanne is niet meer zo lang als vroeger.

Teerzandolie-exploitatie in Canada hapert door de lage olieprijs

Bij een olieprijs van $100 per vat of meer is het winstgevend om uit het teerzand in de Canadese provincie Alberta olie te winnen. Volgens Richard Heinberg wordt er bij een olieprijs van $60 per vat nog nauwelijks winst gemaakt op het winnen van olie uit teerzand. Bij de huidige olieprijs van minder dan $50 per vat is de winning van teerzandolie waarschijnlijk verliesgevend.

Begin dit jaar zagen deskundigen de bui al hangen. Na jaren van groei en economische voorspoed is het tij gekeerd. Voor het jaar 2015 verwachtte men een recessie met oplopende werkeloosheid, dalende koopkracht en afnemende investeringen. In mei becijferde de Conference Board van Canada dat de economie van Alberta met 0,7% zou krimpen in 2015. Voor het volgend jaar verwacht men weer een groei van 1,2%… nog maar even afwachten.
Shell trok zich deze zomer terug uit een teerzandolie-project.

Deze ontwikkelingen zullen op de lange termijn leiden tot een afname van de Canadese olieproduktie. Ik heb daarom de olieproduktiecijfers uit de JODI Oil World Database er eens bij gepakt.
Het afgelopen half jaar is de Canadese olieproduktie niet verder gegroeid en gestabiliseerd op ca. 2,8 miljoen vaten per dag.
In de grafiek hieronder heb ik de Canadese produktie en export van olie voor de afgelopen 4 jaar uitgezet.

Schermafbeelding 2015-08-21 om 18.07.37

De doorgetrokken lijnen in de grafiek geven het voortschrijdend gemiddelde over 6 maanden weer.
Het is nog te vroeg om te zeggen dat de groei definitief voorbij is. Maar ik verwacht dat de groei pas terugkeert bij een olieprijs boven de $75 per vat.

Waarom zoekt Shell zo haastig naar olie in Alaska?

Ongeveer 14% van de aardolie, die de VS verbruikt, komt door de Trans-Alaska-pijleiding uit de olievelden in Noord-Alaska. sidemapDie pijpleiding is sinds 1977 operationeel en 1988 was het piekjaar voor de pijpleiding: toen werden er iedere dag 2,1 miljoen vaten olie door de leidingen gepompt.
Inmiddels is de olieproduktie en de hoeveelheid olie die door de pijpleiding stroomt in Noord-Alaska afgenomen tot ongeveer 500.000 vaten per dag. De komende jaren zal de produktie in Prudhoe Bay nog verder afnemen.

Als de olie in de Trans-Alaska-pijpleiding langzamer gaat stromen, koelt de olie ‘s winters sterk af en wordt dikker en stroperig. De kans bestaat dat de pijpleiding verstopt raakt door gestolde of bevroren olie. Dit risico wordt groter als de aardolie meer water bevat.
Als de pijpleiding verstopt raakt, dan valt een deel van de Amerikaanse olie-produktie weg en zal het Amerikaanse olieverbruik gaan dalen, of de olie-import of de olieproduktie in andere gebieden zal moeten worden verhoogd.
Deskundigen proberen uit te rekenen bij welke stroomsnelheid de pijpleiding verstopt zal raken. Alyeska, het bedrijf dat de pijpleiding beheert, schat de minimaal benodigde stroomsnelheid op 300 tot 350 duizend vaten per dag.

Als de dagelijkse olieproduktie in Noord-Alaska onder de 350 duizend vaten komt, kan de pijpleiding verstopt raken. Het opzoeken en verhelpen van de verstopping in de onbewoonde wildernis kan weken duren en wordt erg kostbaar.
Bij een nog lagere produktie kan de pijpleiding door verstopping permanent onbruikbaar worden. Dat zou betekenen dat een grote hoeveelheid redelijk makkelijk winbare olie, voorgoed in de aardkorst onder Alaska zouden blijven liggen. Oliemaatschappij BP schat die hoeveelheid op 3 miljard vaten. Anderen zelfs op 7 miljard vaten. En door het stilvallen van de olieproduktie in Noord-Alaska zou vrijwel alle werkgelegenheid in het gebied verdwijnen en Alaska zou miljarden dollars aan olie-inkomsten verliezen.
Volgens een onderzoek is het mogelijk om pijpleiding te isoleren en te verbeteren, zodat de minimale stroomsnelheid verlaagd kan worden tot 150 duizend vaten per dag. Maar die operatie zou 720 miljoen dollar kosten.

Nieuwe olievelden in de Chukchi Zee en Beaufort Zee?
Oliemaatschappij Shell maakt nu grote haast met het zoeken naar olievelden in de wateren ten noorden van Alaska, de Chukchi Zee en de Beaufort Zee. Als er olie gevonden wordt en gewonnen kan worden, dan kan die ook door de Trans-Alaska-pijpleiding vervoerd worden. Daarmee wordt de levensduur van de pijpleiding verlengd en wordt voorkomen dat de aardolie op omslachtige en onveilige manier met schepen naar de olieterminal van Valdez gebracht moet worden.
In Washington werd druk uitgeoefend op de Amerikaanse regering om Shell het groene licht te geven voor de proefboringen.
Oliemaatschappij Shell heeft zelf geen belang in Alyeska, de beheerder van de Trans-Alaska-pijpleiding. Maar het is duidelijk dat de oliemaatschappijen een gemeenschappelijk belang hebben om die pijpleiding zo lang mogelijk open te houden.

Helaas is het Greenpeace nog niet gelukt om de zoektocht naar Poolzee-olie tegen te houden. Nog niet. Ik geef de moed nog niet op. Misschien kunnen we Shell met een boycot dwingen om de poolzee ongerept te laten en de olie, die al miljoenen jaren in de bodem zit, gewoon te laten zitten.

Lage olieprijs brengt olieproducerende landen in financiële problemen

Olieproducerende landen zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (UAE) zijn gewend aan hoge inkomsten uit de export van aardolie. De uitgaven van de overheid zijn navenant: brandstof wordt gesubsidieerd, er zijn goede medisch en sociale voorzieningen en de defensie-uitgaven zijn hoog. Het defensiebudget van Saoedi-Arabië groeide afgelopen jaar met 17% tot 10% van het Bruto Nationaal Product.
In de grafiek hieronder zie je hoe de uitgaven van de Saoedische regering gestegen zijn.

Schermafbeelding 2015-08-09 om 16.08.42

Maar in het afgelopen jaar is de olieprijs gehalveerd en zijn de olie-inkomsten van de OPEC-landen flink gedaald. Economen schatten dat de inkomsten van Saoedi-Arabië dit jaar 82 miljard dollar lager zullen uitvallen. Dat betekent een daling van het Bruto Nationaal Product met 8%.
Na de wereldwijde kredietcrisis (in 2008) daalde de olieprijs ook zeer sterk. Dat had ook grote gevolgen voor het Bruto Nationaal Product van Saoedi-Arabië. In de grafiek hieronder zie je dat het BNP (GDP) in 2009 met 11% daalde.

Schermafbeelding 2015-08-09 om 16.35.43

In het lopend boekjaar zal het BNP lager uitvallen en deskundigen verwachten dat Saoedi-Arabië binnenkort staatsleningen ter waarde van 5 miljard dollar zal uitschrijven.

Het IMF verwacht dat ook de Verenigde Arabische Emiraten (UAE) dit jaar een tekort zullen hebben. Het BNP van de UAE zal 5% dalen en men verwacht een begrotingstekort van 2,9%.

Het is nog even afwachten hoe de regeringen van de olieproducerende en exporterende landen zullen reageren op de aanhoudend lage olieprijs. Zullen ze besluiten om te gaan bezuinigen op sociale programma’s, onderwijs, gezondheidszorg en op defensie? Of zullen ze meer gaan lenen van beleggers en hun staatsschuld wat meer laten oplopen? De kredietwaardigheid van Saoedi-Arabië en de UAE is prima, zij het wat lager dan die van Nederland en Duitsland.